Voornemen tot vestiging recht van opstal op gemeentegrond in de gemeente Uitgeest

Bekendmaking voornemen vestiging recht van opstal met Liander N.V.

De gemeent Uitgeest is voornemens om op een perceel gelegen in de gemeente Uitgeest een recht van opstal te vestigen. Het betreft de onderstaande locatie:

  • 1.

    Meerpad nabij nummer 25 te Uitgeest, kadastraal bekend als gemeente Uitgeest, sectie B, nummer 9668, ter grootte van circa 21 ca, waaraan door het Kadaster nog een voorlopige kadastrale grens en oppervlakte moet worden toegekend.

Motivatie

Naar de mening van de gemeente staat vast dat Liander N.V. (hierna: wederpartij) kan worden aangemerkt als enige serieuze gegadigde, omdat:

  • 1.

    door de gemeente met wederpartij een overeenkomst is gesloten om in de gemeente Heiloo de stroomvoorziening voor haar inwoners te garanderen;

  • 2.

    de wederpartij in het kader van de noodzakelijke netverzwaring een transformatorstation wenst te plaatsen om aan deze garantie te kunnen voldoen.

Het feit dat een voornemen tot vestiging van een recht van opstal bekend wordt gemaakt betekent niet dat de gemeente al definitief tot vestiging van een recht van opstal heeft besloten. Ook betekent het niet dat met de wederpartij overeenstemming is bereikt of zeker is dat er overeenstemming zal worden bereikt.

 

Reactietermijn

Indien u zich niet kunt verenigen met dit hiervoor beschreven besluit, dan dient u dit uiterlijk binnen twintig (20) kalenderdagen na dagtekening van deze publicatie kenbaar te maken door een kort geding aanhangig te maken bij de rechtbank. Indien u een kort geding aanspant, verzoeken wij u dit ons binnen voornoemde termijn schriftelijk mede te delen door een concept dagvaarding aan juridischvastgoed@debuch.nl te sturen onder vermelding van: “vestiging recht van opstal gemeente Uitgeest”.

 

Bij gebreke van een tijdig en gemotiveerd bericht binnen de vervaltermijn, geeft de gemeente uitvoering aan haar voornemen.

 

Met deze publicatie geeft de gemeente Uitgeest uitvoering aan het arrest van de Hoge Raad d.d. 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 (Didam-arrest).

Naar boven