Verordening tot wijziging van de Parkeerverordening Purmerend 2024

De raad van de gemeente Purmerend,

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 oktober 2024,

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet,

 

B E S L U I T:

 

  • 1.

    vast te stellen de

Verordening tot wijziging van de Parkeerverordening Purmerend 2024

I.

Artikel 1 onder e, h, i en onder k wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

 

  • e.

    eigen parkeervoorziening:

    • -

      een parkeerplaats dan wel garage op eigen terrein die te bereiken is vanaf de openbare weg via een inrit die zich in het verlengde van het eigen terrein bevindt en die is aangelegd met het doel van parkeren;

    • -

      een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken op de openbare weg;

    • -

      een parkeerplaats dan wel garage(box) - huur of koop – op/bij het terrein of in de garage van een complex waarvan in de omgevingsvergunning, splitsingsakte, het ter plaatse vigerende bestemmingsplan, de huur- of koopovereenkomst of de erfpachtvoorwaarden is vastgelegd dat deze bedoeld is als parkeergelegenheid voor de bewoner die woonachtig is of het bedrijf dat gevestigd is op het betreffende adres;

  • h.

    mantelzorg: langdurige informele zorg aan een hulpbehoevende bewoner, al dan niet wonend in een instelling, die niet in het kader van de uitoefening van een beroep maar vanwege de persoonlijke band met de bewoner of vanuit een idealistische inzet wordt geboden en die de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt

     

  • i.

    mantelzorger: persoon die mantelzorg verleent en bij het Loket Wmo van de gemeente Purmerend geregistreerd staat als mantelzorger alsmede de persoon die informele zorg aan een bewoner van een instelling verleent op basis van een overeenkomst met en onder aansturing van die instelling (zorgvrijwilliger);

     

  • k.

    nulvergunningengebied: het gebied in de binnenstad van Purmerend zoals afgebeeld in bijgevoegde kaart met titel ‘nulvergunningengebied Purmerend’;

II

Aan het derde lid van artikel 3 wordt een onderdeel toegevoegd dat luidt:

 

  • j.

    parkeervergunning voor door het college aan te wijzen maatschappelijke organisaties voor het laten parkeren van bij deze organisaties werkende vrijwilligers en leden (parkeervergunning voor maatschappelijke organisaties).

III.

Het tweede lid van artikel 5 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

 

  • 2.

    Het college kan een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid sub a en b weigeren indien de aanvrager beschikt, zou kunnen beschikken of had kunnen beschikken over een eigen parkeervoorziening.

IV.

Het derde lid van artikel 5 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

 

  • 3.

    Het college weigert een een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid sub a en b en kan een parkeervergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid sub c weigeren in het geval van bouwinitiatieven:

    • a.

      die leiden tot een toename van de woningvoorraad in het nulvergunningengebied en waarvan de omgevingsvergunning na 1 september 2019 is aangevraagd;

    • b.

      die leiden tot een toename van adressen niet zijnde zelfstandige woningen in het nulvergunningengebied en waarvan de omgevingsvergunning op of na 1 juli 2020 is aangevraagd;

    • c.

      waarbij de nulvergunningenregeling conform de Nota Parkeernormen van toepassing is verklaard of;

    • d.

      waarbij de nulvergunningenregeling in het desbetreffende bestemmingsplan is opgenomen.

V.

Aan artikel 5 wordt een zesde lid toegevoegd dat luidt:

 

  • 6.

    Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van dit artikel.

VI.

Het tweede lid van artikel 6 wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:

 

  • 2.

    Een vergunning als bedoeld in artikel 3, derde lid, sub c, e en j wordt verleend in de vorm van een aan de bewoner van een gebied te verstrekken toegang tot een centraal registratiesysteem die gedurende een door het college vast te stellen duur is te gebruiken op belanghebbendenplaatsen en parkeerapparatuurplaatsen. De vergunning wordt voor ten hoogste een jaar verleend en bevat in ieder geval de volgende gegevens:

    • a.

      de periode waarvoor de vergunning geldt;

    • b.

      het gebied waarvoor de vergunning geldt.

  • Bij de vergunning dient het kenteken voor gebruikmaking door de vergunninghouder of zijn bezoeker zelf ingevuld te worden.

VII

Aan de verordening wordt de volgende bijlage gevoegd:

  • 2.

    Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 28 november 2024

de griffier,

R.J.C. van der Laan

de voorzitter,

E. van Selm 

Naar boven