Wijziging Ontheffingenbeleid verbranden van riet- en maaiafval gemeente Steenwijkerland

Het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland;

 

gelet op titel 4:3 van de Algemene wet bestuursrecht en het Ontheffingenbeleid verbranden van riet- en maaiafval gemeente Steenwijkerland 2007;

 

besluit vast te stellen de volgende:

 

Wijziging Ontheffingenbeleid verbranden van riet- en maaiafval gemeente Steenwijkerland

Artikel I  

Het Ontheffingenbeleid verbranden van riet- en maaiafval gemeente Steenwijkerland 2007

wordt gewijzigd:

 

  • A.

    In hoofdstuk 2. Juridisch kader komen te vervallen de paragraaf Wet Bodembescherming (Wbb), de paragraaf Flora en Faunawet (Ffw) en de paragraaf Natuurbeschermingswet (Nb-wet). Deze wetgeving is vervallen en opgenomen in de Omgevingswet. Deze paragrafen worden vervangen door de tekst:

Omgevingswet

De voormalige Wet Bodembescherming en de Wet Natuurbescherming zijn opgegaan in de Omgevingswet. De bepalingen die daarin waren geregeld zijn grotendeels 1 op 1 overgenomen in de Omgevingswet. Waaronder het verbod om de bodem te verontreinigen en het verbod op het verstoren, vernietigen of doden van flora en fauna.

Daarnaast is zowel in het Besluit Activiteiten Leefomgeving als in de Bruidsschat (onderdeel van het Omgevingsplan van de gemeente) de specifieke zorgplicht opgenomen waarin onder andere staat dat:

  • -

    alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen;

  • -

    alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen;

  • -

    geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt.

Hieronder kan ook het verbranden van afvalstoffen in de open lucht worden geschaard.

Zonder ontheffíng is het op basis van de Omgevingswet verboden om afvalstoffen te verbranden in de open lucht.

 

  • B.

    In hoofdstuk 3. Overwegingen komt de paragraaf Maaiafval in de zomer te luiden:

Maaiafval in de zomer

In de zomerperiode worden gras- en hooilanden gemaaid. Het maaiafval dat hierbij ontstaat, het zogenaamde zomermaaisel, wordt in de Wieden en de Weerribben op verschillende wijze verwerkt. In de Wieden wordt het zomermaaisel niet verbrand, maar afgevoerd. Daarnaast is een alternatieve verwerkingsmethode gevonden voor het maaiafval in de vorm van composteren (zie paragraaf 3.6; alternatieve verbrandingsmethoden). Het maaiafval van schrale gebieden wordt op deze wijze gebruikt als bemesting voorgebieden met een rijkere bodemsamenstelling (weidevogelgebieden).

 

De situatie in de Weerribben kenmerkt zich door logistieke problemen met de afvoer van materiaal. Over het water is de toegang beperkt mogelijk door de smalle watergangen, daarnaast zorgen de smalle akkers ervoor dat de zware machines die nodig zijn voor de afvoer van zomermaaisel onherstelbare schade kunnen toebrengen aan de ondergrond, waardoor natuurdoelen niet gehaald kunnen worden. De beperkte afvoermogelijkheden leiden tot hoge afvoerkosten, waartegenover geen opbrengsten staan. Hierdoor is het moeilijk om in de Weerribben conform artikel 10.4 van de Wet milieubeheer afvalstoffen her te gebruiken of te laten verbranden in de afvalverbrandingsinstallatie.

Jaarlijks vraagt Staatsbosbeheer ontheffing aan namens de pachters, op basis van een zonekaart, waar branden van zomermaaisel voor het behalen van de natuurdoelen noodzakelijk is. Hoewel Staatsbos- beheer de ontheffing aanvraagt, wordt deze verleent aan de pachters. Op de zonekaart is inzichtelijk welke percelen geschikt zijn voor afvoer en welke percelen niet geschikt zijn voor afvoer, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen vaarlanden en rijlanden. De vaarlanden zijn aangemerkt als niet geschikt voor afvoer, op de rijlanden is verbranden verboden tenzij er een zwaarwegend belang is waardoor dit niet mogelijk is. De zonekaart wordt jaarlijks, indien noodzakelijk, geactualiseerd en aangeleverd voordat de ontheffingen aan de pachters van Staatsbosbeheer worden verleend.

 

  • C.

    Hoofdstuk 4. Alternatieve verwerkingsmethoden komt te luiden:

  • 4.

    Alternatieve verwerkingsmethoden

Verbranden van afvalstoffen buiten inrichtingen, waaronder ook het verbranden van rieten maaiafval, is in beginsel verboden door de Wet milieubeheer. Uitsluitend wanneer er geen alternatieve verwerkingsmethoden voorhanden zijn, kan tot verbranding worden overgegaan (zie paragraaf 2.1). In de voorgaande paragrafen is aangegeven dat het afvoeren van riet- en maaiafval niet op alle percelen mogelijk is, er is daar geen reëel alternatief voor het verbranden van rieten maaiafval.

In de voorgaande paragrafen is reeds aangegeven dat er op dit moment nog geen reëel alternatief is voor het verbranden van riet- en maaiafval. Er zijn echter wel technologische ontwikkelingen die in de (nabije) toekomst kunnen leiden tot een reëel alternatief voor verbranden van riet.

De volgende verwerkingsmethoden zijn reeds bekend:

  • 1.

    Compostering. Het maaiafval kan door composteringsbedrijven worden omgezet tot een goede kwaliteit compost. In de Wieden wordt dit momenteel reeds toegepast.

  • 2.

    Potgrond. Het zomermaaisel kan mogelijk omgezet worden tot een goede kwaliteit potgrond. In de Weerribben wordt hiervoor een pilot uitgevoerd.

De gemeente ziet in de genoemde alternatieve verwerkingsmethoden een mogelijkheid om het verbranden van riet- en maaiafval in de (nabije) toekomst te beperken of zelfs te voorkomen. Om deze reden is het van belang dat de alternatieve verwerkingsmethoden worden doorontwikkeld. De gemeente wenst hierin een faciliterende en stimulerende rol te spelen.

De verwachting is dat in 2030 de luchtkwaliteitsnormen worden aangescherpt. Hiervoor is in februari 2024 een voorlopig politiek akkoord bereikt. De normen worden beter afgestemd op de WHO-richtsnoeren en worden na 2030 elke 5 jaar geëvalueerd. Deze aanscherping, de 5 jaarlijkse evaluatie van de luchtkwaliteitsnormen en de ontwikkeling van alternatieve verwerkingsmethoden geven aanleiding om elke 5 jaar het stookbeleid te evalueren tenzij veranderende wetgeving aanleiding geeft tot eerdere evaluatie.

 

  • D.

    Hoofdstuk 5. Conclusies komt te luiden:

  • 5.

    Conclusies

Op basis van de gemaakte overwegingen voor het al dan niet toestaan van verbranden van riet in relatie tot de Ladder van Lansink wordt geconcludeerd dat binnen de gemeente Steenwijkerland géén ontheffing op de Wet milieubeheer wordt verleend voor:

  • -

    rietbranden op stam

  • -

    verbranden van restanten van dakdekken en/of oude dakbedekking.

Binnen de gemeente Steenwijkerland wordt onder voorwaarden wél ontheffing verleend conform artikel 10.63 tweede lid van de Wet milieubeheer voor:

  • -

    verbranding van maaiafval in de zomer

  • -

    verbranding van kamafval (sluik) in de winter

  • -

    verbranding van gemaaid overjarig riet

Natuurmonumenten vraagt enkel in de winterperiode een ontheffing aan voor het verbranden van het sluik door haar pachters. De ontheffing voor de pachters van Natuurmonumenten voor het verbranden in de winterperiode zal gelden van 1 december tot uiterlijk 30 april. Staatsbosbeer vraagt namens de pachters tweemaal per jaar een ontheffing aan, één voor het zomerwerk en één voor het winterwerk. Voor de pachters van Staatsbosbeheer zal voor de zomerperiode een ontheffing worden verleend voor de periode van 15 juni tot en met 1 november en voor de winterperiode zal een ontheffing worden verleend aan de pachters van Staatsbosbeheer voor de periode van 1 november tot en met 30 april. Verbranden in het broedseizoen is verboden. Voor de tijdsperiode van het broedseizoen zal worden aangesloten bij het ministerie van LNV en de provincie Overijssel.

 

Bij de ontheffing voor verbranden van riet- en maaiafval behoren voorwaarden onder welke condities het verbranden is toegestaan. Deze voorwaarden zijn weergegeven in bijlage 2.

 

Daarnaast is het verbranden van riet- en maaiafval met een ontheffing op de Wet milieubeheer uitsluitend toegestaan wanneer dit niet strijdig is met de Omgevingswet, of respectievelijk een vergunning of een ontheffing op deze wetten is verkregen van het bevoegd gezag.

 

In de komende jaren zal de ontwikkeling van alternatieve verwerkingsmethoden worden gestimuleerd. Onder voorbehoud dat de vigerende Wet milieubeheer onveranderd blijft, zal over 5 jaar een stand van zaken worden opgenomen en zal het voorliggende ontheffingenbeleid worden heroverwogen aan de hand van de mogelijkheden voor alternatieve verwerking van rietafval. Een eventuele wijziging van de Wet milieubeheer of andere wetgeving noodzaakt mogelijk tot aanpassing van dit ontheffingenbeleid.

 

  • E.

    Hoofdstuk 6. Procedure, voorschriften en handhaving komt te luiden:

  • 6.

    Procedure, voorschriften en handhaving

Procedure voor ontheffingverlening

 

Een ontheffing is een beschikking als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. De gemeente zal de procedurele bepalingen die gelden voor beschikkingen hanteren. In grote lijnen verloopt deze procedure als volgt:

  • 1.

    Indienen aanvraag tot ontheffing

  • 2.

    Beoordeling ontvankelijkheid aanvraag ontheffing

  • 3.

    Beschikking met bijbehorende voorschriften afgeven

Het verzoek tot ontheffing dient minimaal 6 weken voor aanvang van het verbranden schriftelijk te worden ingediend. De riettelers die grond pachten van Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer worden door deze organisaties bekend gemaakt bij de gemeente. Aan hen zal jaarlijks een ontheffing voor de winterperiode worden verstrekt zonder dat zij hiervoor een expliciete aanvraag moeten doen. In de zomerperiode vraagt Staatsbosbeheer namens de pachters jaarlijks op basis van een zonekaart aan waar branden van zomermaaisel noodzakelijk is. Op basis van de zonekaart zal ontheffing aan de pachters van Staatsbosbeheer worden verleend.

 

De afdoening is aan de uitvoerende afdeling, zijnde het cluster Vergunningen gemandateerd. Voor het in behandeling nemen van de ontheffingaanvraag wordt geen leges geheven.

 

Juridisch moet de ontheffing van een wettelijk verbod worden gezien als een uitzondering op een regel. Het verlenen van een ontheffing voor onbepaalde tijd verhoudt zich hiermee per definitie niet. Een ontheffing moet derhalve altijd voor bepaalde tijd worden verleend.

 

De beschikking zal bekend worden gemaakt door toezending aan de aanvrager. De gemeente zal een publicatie van de afgegeven beschikking in het huis-aan-huis blad doen (conform artikel 3:42 van de Awb). In het kader van de rechtsbescherming kan een belanghebbende bij de Wm-ontheffing binnen zes weken in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, mits men eerst een bezwaarschriftprocedure heeft doorlopen bij burgemeester en wethouders.

 

Voorschriften

 

Aan de ontheffing worden voorschriften verbonden. De voorschriften hebben betrekking op het belang van de bescherming van het milieu en zullen als bijlage bij de ontheffing worden toegevoegd. De gemeente behoudt zich het recht voor om de in deze beleidsnotitie genoemde voorschriften te wijzigen. De bij de ontheffing toegevoegde voorschriften zijn rechtsgeldig.

 

Handhaving

 

De gemeente zal controle uitoefenen op de rietverbranding. Getoetst zal worden of een ontheffing is verkregen voor het verbranden en zo ja, of de bij de ontheffing behorende voorschriften in acht zijn genomen. Indien dit niet het geval is, zal hiertegen worden opgetreden. In artikel 18.18 van de Wet milieubeheer staat dat het handelen in strijd met een voorschrift, gesteld krachtens een Wm-ontheffing, strafbaar wordt gesteld.

 

Indien klachten over de verbranding worden ingediend, dan kan dat een indicatie zijn dat de gestelde voorwaarden niet worden nageleefd. Ook naar aanleiding van klachten zal de gemeente controle uitoefenen.

 

De politie heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de strafrechtelijke handhaving van (milieu)voorschriften. Indien de voorschriften worden overtreden volgt een proces-verbaal. Ook het stoken van een vuur zonderontheffing levert een directe overtreding van de Wet milieubeheer op. Indien dit het geval is, zal het vuur per ommegaande moeten worden gedoofd en zal een proces-verbaal worden opgemaakt.

 

  • F.

    Bijlage I Standaardformulier komt te vervallen. In de praktijk blijkt dit formulier overbodig en wordt het niet gebruikt.

Artikel II  

Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

Aldus besloten op 19 november 2024.

Burgemeester en wethouder van Steenwijkerland,

de secretaris, M.W. de Graaf

de burgemeester, J.H. Bats

Naar boven