Gemeenteblad van Elburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Elburg | Gemeenteblad 2024, 511426 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Elburg | Gemeenteblad 2024, 511426 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Financiële verordening gemeente Elburg 2025
In deze verordening wordt verstaan onder:
Bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van verstrekte geldleningen en overige uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa;
Dit betreft de uitkomst van de deling van de beschikbare weerstandscapaciteit door de benodigde weerstandscapaciteit. Weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als: het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen. Er wordt hierbij onderscheid gemaakt tussen de structurele en de incidentele weerstandsratio;
Het EMU-saldo geeft voor een kalenderjaar het saldo van de inkomende en uitgaande geldstromen (dus niet de lasten en baten) minus deelname aan bedrijven en inkomsten uit kredietverstrekking weer. EMU staat voor Economische Monetaire Unie. Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een EMU-tekort hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. In de begroting wordt een meerjareninvesteringsplan opgenomen, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende planperiode.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het BBV inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie (geprognosticeerde balans).
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen uit het eerste begrotingsjaar hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringskredieten voor het eerste begrotingsjaar worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.
Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in de raad bedoeld in artikel 6, eerste lid, doen burgemeester en wethouders voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doen burgemeester en wethouders indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan € 5 miljoen informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
De tussentijdse rapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid, verslaglegging over de grote projecten en een overzicht met de afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen. De raad bepaalt welke projecten worden toegevoegd dan wel afgevoerd als grote projecten.
In de tussentijdse rapportages worden incidentele afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten op programmaniveau in de begroting groter dan € 100.000 toegelicht. Tevens worden structurele afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten op programmaniveau groter dan € 25.000 toegelicht. Daarnaast worden alle mutaties in de reserves en de stelpost begrotingsoverschot toegelicht.
Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kunnen burgemeester en wethouders de raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar. Burgemeester en wethouders bieden dit voorstel uiterlijk in december van het betreffende jaar aan aan de raad.
Als het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeren burgemeester en wethouders de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als burgemeester en wethouders een aanpassing nodig achten, doen burgemeester en wethouders een voorstel voor het wijzigen van de begroting.
Artikel 11. Waardering en afschrijving vaste activa
Het college biedt de raad vierjaarlijks een nota waardering en afschrijving aan met daarin opgenomen beleidsvoornemens en kaders. De raad stelt deze nota vast.
Artikel 12. Voorziening voor oninbare vorderingen
1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
2. Voor openstaande vorderingen betreffende:
Artikel 13. Reserves en voorzieningen
Het college biedt de raad vierjaarlijks een nota reserves en voorzieningen aan met daarin opgenomen beleidsvoornemens en kaders. De raad stelt deze nota vast.
Artikel 14. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken.
Bij de directe kosten worden de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa betrokken. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele BTW en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken.
Bij de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen, bedoeld in het eerste lid, wordt een (ophogings-)percentage gehanteerd. Dit percentage wordt berekend door de begrote totale overheadkosten van het lopende boekjaar te delen door de totale voor het volgende jaar geraamde salarislasten (exclusief de salarissen binnen de overhead).
Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de opgenomen langlopende leningen en kortlopende leningen (rekening courant).
Artikel 15. Financieringsfunctie
Het verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van deelnemingen wordt uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Het college motiveert in zijn besluit het publieke belang van dergelijke verstrekkingen. Bij verstrekkingen die een bedrag van € 250.000 te boven gaan wordt aan de raad vooraf de mogelijkheid geboden om wensen en bedenkingen bij het college in te dienen.
Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het college zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.
Het college biedt de raad vierjaarlijks een nota grondbeleid aan met daarin opgenomen beleidsvoornemens en kaders. De raad stelt deze nota vast.
Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 BBV in ieder geval op:
Bij de jaarstukken neemt het college in de paragraaf financiering naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 BBV in ieder geval op:
Artikel 20. Onderhoud kapitaalgoederen
Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een beleidsplan openbare ruimte aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast.
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
Artikel 24. Financiële organisatie
Het college draagt zorgt voor:
opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de financiële beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het college daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 21, lid 4, van deze verordening. Daarnaast informeert het college de raad over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen eenmaal in de 4 jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.
Artikel 26. Inwerkingtreding en intrekking oude regeling
De 2e wijziging financiële verordening gemeente Elburg 2019 vastgesteld door de raad op 18 december 2023, wordt ingetrokken per datum inwerkingtreding van deze verordening, met dien verstande dat de 2e wijziging financiële verordening gemeente Elburg 2019 van toepassing blijft op de jaarstukken 2024.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 oktober 2024,
De voorzitter, ir J.N. Rozendaal
De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing
Bijlage 1. De lijst van privaatrechtelijke rechtshandelingen behorend bij en deel uitmakend van de Financiële verordening gemeente Elburg 2025 (zie artikel 8),
waarvan de raad in ieder geval vindt dat ze niet van zo'n ingrijpende aard - zoals bedoeld in artikel 169 lid 4 Gemeentewet - voor de gemeente Elburg zijn, dat het vooraf informeren van de raad voordat het college van burgemeester en wethouders daar over een besluit neemt, noodzakelijk is:
1. Het aankopen van onroerende zaken en het verwerven van beperkte zakelijke rechten ten behoeve van de realisering van een omgevingsplan, dat blijkens een besluit van de raad naar verwachting binnen vijf jaren na datum van het besluit tot aankoop of verwerving wordt vastgesteld, dan wel is vastgesteld, e.e.a. tegen een op een taxatie van een door de gemeente aangewezen deskundige gebaseerde prijs conform de vigerende Nota Grondbeleid geldende kaders.
2. Het aankopen van woningen en de daarbij behorende grond in het geval van een executoriale verkoop als bedoeld in artikel 3:268 van het Burgerlijk Wetboek, in die gevallen, waarbij de gemeente zich garant heeft gesteld voor tijdige betaling van rente en aflossing van de hypothecaire geldlening onder de bijzondere voorwaarde dat de woning voorafgaand aan de veiling door een onafhankelijk deskundige wordt getaxeerd en de koopprijs van de woning en de daarbij behorende grond vermeerderd met de verwervingskosten niet hoger zal zijn dan de getaxeerde executiewaarde.
3. Het verlenen van het recht van optie, het sluiten van een reserveringsovereenkomst en het verkopen van bouwterrein voor woningen tegen een verkoopprijs die vastgesteld wordt aan de hand van de op dat moment geldende marktprijs waarbij het uitgangspunt is dat de prijs minimaal de in de laatstelijk voor het betreffende complex vastgestelde exploitatieopzet genoemde prijs moet bedragen en met inachtneming van de door de raad vastgestelde kaders, zoals opgenomen in vigerende Nota Grondbeleid en Algemene uitgiftevoorwaarden gemeente Elburg.
4. Het verlenen van een recht van optie, het sluiten van een reserveringsovereenkomst en het verkopen van percelen bedrijfsterrein, waarbij de verkoop plaatsvindt overeenkomstig de bepalingen van het bestemmingsplan of omgevingsplan, de vigerende milieuvoorschriften en de toewijzingscriteria die de raad daarvoor heeft vastgesteld in de geldende Nota Grondbeleid en de geldende Algemene uitgifte voorwaarden en waarbij de verkoopprijs wordt vastgesteld aan de hand van de op dat moment geldende marktprijs waarbij het uitgangspunt is dat de prijs minimaal de in laatstelijk voor het betreffende complex vastgestelde exploitatieopzet genoemde prijs moet bedragen.
5. Het verkopen van de blote eigendom van in erfpacht uitgegeven onroerende zaken tegen de door de raad vastgestelde prijzen en onder de door de raad gestelde voorwaarden en kaders conform de geldende Nota Grondbeleid en Algemene uitgifte voorwaarden en zoals afgesproken in de eerder gesloten erfpachtovereenkomst.
6. Het verwerven en verkopen van onroerende zaken, alsmede het (doen) vestigen, verwerven en
vervreemden van beperkte zakelijke rechten en het sluiten van gebruiksovereenkomsten, ten
behoeve van de realisering van openbare nutsvoorzieningen en reconstructies (aanleg en
renovatie van civieltechnische constructies, zoals een weg of een fietspad) conform de door de
raad vastgestelde voorwaarden en kaders.
7. Het verkopen van pachtvrije en voorheen langlopend verpachte percelen agrarische grond, onder de voorwaarde dat deze percelen minimaal tegen een getaxeerde waarde worden verkocht.
8. Het verlenen van toestemming voor het vervreemden en het bezwaren van reeds eerder door de gemeente uitgegeven onroerende zaken en de daarop gevestigde beperkte rechten.
9. Het verkopen van reststroken openbaar groen onder de voorwaarde dat de door de raad vastgestelde criteria en prijzen worden gehanteerd.
10. Het verkopen of ruilen van zogenaamde reststroken tegen een getaxeerde waarde.
11. Het verkopen van gras- en rietgewassen; het verhuren van het recht tot het genot van de jacht onder de bijzondere voorwaarde dat dit voor zelfstandig bejaagbare percelen door middel van openbare inschrijving plaatsvindt; het verhuren van het visrecht en het verlenen van het recht tot afgifte van visvergunningen en het looprecht aan derden.
12. Het verpachten, met beperkte rechten bezwaren, verhuren, of in gebruik geven van percelen agrarische grond, volkstuintjes, gronden voor vrijetijdsdoeleinden of hobbymatig agrarisch gebruik.
13. Het verhuren dan wel in gebruik geven van grond ten behoeve van het innemen van een stand plaats, waarvoor op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening een standplaatsvergunning van het college van burgemeester en wethouders vereist is.
Met de vaststelling en inwerkingtreding van de Financiële verordening gemeente Elburg 2025
en deze daarbij behorende en deel uitmakende lijst komt de lijst behorend bij het
raadsbesluit van 23 januari 2003 te vervallen.
Toelichting bij de lijst punt 1, 3, 4, 8, 9, en 12
Punt 1 behandelt de aankoop van onroerende zaken in (toekomstige) omgevingsplangebieden. Bij het
verwerven van gronden in (toekomstige) plangebieden moet de gemeente slagvaardig
kunnen optreden. De gemeente heeft echter niet veel handelingsvrijheid wat de uitoefening van actieve
grondpolitiek betreft, doordat ook een privaatrechtelijk handelende gemeente gebonden is aan de
algemene beginselen van behoorlijk bestuur (zoals het gelijkheidsbeginsel en het verbod op willekeur)
en er niet veel onderhandelingsmarges in de verwervingsprijzen zitten.
Door de genoemde beginselen moet de gemeente bij aankoop van gronden in vergelijkbare omstandigheden aan verschillende eigenaars dezelfde grondprijs betalen. Als de gemeente aan een
grondeigenaar een te hoge prijs betaalt, zal zij die, gelet op de hiervoor genoemde beginselen, ook aan
andere grondeigenaren moeten betalen.
Wat de hoogte van de grondprijs betreft, is er niet veel marge. De verwervingsprijs is in de Elburger
praktijk altijd gebaseerd op een taxatie die door een deskundige is opgesteld.
Met het recht van optie en het sluiten van een reserveringsovereenkomst wordt hier bedoeld het
recht dat aan de gerechtigde voor een bepaalde tijd de bevoegdheid geeft om een kavel aan te
kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs of een vooraf bepaalde wijze van vaststellen van de prijs.
Met binnen de door de raad aangegeven kaders wordt bedoeld: het bestemming of omgevingsplan,
de huisvestingsverordening en het grondbeleid.
Het verlenen van toestemming voor het vervreemden en bezwaren van onroerende zaken die onder
toepassing van de op het moment van oorspronkelijke vervreemding van toepassing zijnde door de raad vastgestelde Algemene Uitgiftevoorwaarden gemeente Elburg door de gemeente uitgegeven zijn, is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders.
Het gaat hier om het verkopen van strookjes gemeentegrond met de bestemming "openbaar groen",
die na verkoop als (sier)tuin gebruikt zullen worden.
De gemeente ten aanzien van de hoogte en de verhoging van de pachtprijs gebonden is aan het
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-511426.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.