Gemeenteblad van Leidschendam-Voorburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leidschendam-Voorburg | Gemeenteblad 2024, 510987 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Leidschendam-Voorburg | Gemeenteblad 2024, 510987 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening van de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg regelende de heffing en invordering van de onroerende-zaakbelastingen Leidschendam-Voorburg 2025 (Verordening onroerende-zaakbelastingen 2025)
Artikel 1 – Belastbaar feit en belastingplicht
Bij de gebruikersbelasting wordt:
het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld.
Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krach¬tens eigendom, bezit of beperkt recht is.
Artikel 2 – Voorwerp van de belasting
Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
Artikel 3 - Maatstaf van heffing
Als voor een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken, wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken.
In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aan-merking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:
straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;
Artikel 7 – Tijdstip en wijze van betaling
In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen afvalstoffenheffing, riool- en waterzorgheffing en onroerende-zaakbelastingen en WOZ-beschikking worden betaald in één termijn, welke vervalt 3 maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking van het eerste lid geldt zolang in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen kunnen worden afgeschreven van de betaalrekening van de belastingplichtige door middel van automatische betalingsincasso, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel termijnen als er na de maand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de Gemeente Leidschendam-Voorburg
d.d. 13 november 2024;
de griffier, de voorzitter,
R.G.R. Jeene, M.W. Vroom
Toelichting behorende bij de Verordening OZB 2025 ( iBabs 3882)
Tarief OZB-eigenarendeel niet-woningen versus OZB-gebruikersdeel niet-woningen
Per 2016 is het tarief OZB-Eigenaren niet-woningen vermeerderd met het tarief OZB-gebruiker niet-woningen. Naast het feit dat het vaststellen van de hoogte van een tarief een discretionaire bevoegdheid is van de gemeenteraad worden hierbij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet uit het oog verloren. Aan dit besluit liggen dan ook meerdere afwegingen ten grondslag. De toegenomen leegstand van niet-woningen in die periode zorgde voor een structureel tekort op de begroting. Om dit te doorbreken heeft de gemeenteraad er toen voor gekozen dit risico zoveel mogelijk te verkleinen door het tarief voor gebruikers van niet-woningen op € 0,00 te zetten en het tarief OZB-eigenaren te verhogen. Zo worden de eigenaren die ook gebruiker zijn van een pand niet indirect belast voor andere leegstaande panden en kunnen eigenaren aan hun huurders de hogere OZB-eigenarendeel niet-woningen (deels) doorberekenen in de huurprijzen. Daarnaast zorgt het voor een stimulans om leegstand van niet-woningen zoveel mogelijk te beperken. In de afgelopen jaren is gebleken dat met deze maatregel de stabiliteit in de begroting op dit onderdeel wordt bereikt. Ook is er sprake van minder leegstand. De toegepaste differentiatie zorgt derhalve nog steeds voor meer stabiliteit in de begroting, gaat een structureel begrotingstekort tegen en draagt daarom bij aan een gezond financieel beleid en een economisch vitale gemeente. Het doel van belasting heffen wordt hiermee dus bereikt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-510987.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.