Gemeenteblad van 's-Gravenhage
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2024, 508918 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| 's-Gravenhage | Gemeenteblad 2024, 508918 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke Regeling GGD-VT Haaglanden
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;
op grond van de Wet publieke gezondheid, zoals deze van tijd tot tijd luidt, de gemeenten die behoren tot één veiligheidsregio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio's, door middel van het treffen van een gemeenschappelijke regeling, zorg dragen voor de instelling en instandhouding van één regionale gezondheidsdienst in die regio;
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Wet publieke gezondheid, hoofdstuk 2 en de artikelen 2.6.1 en 4.1.1 en 5.1.6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en hoofdstuk 2 van de Jeugdwet;
Tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst en Veilig Thuis Haaglanden, zodat deze als volgt komt te luiden:
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. basispakket GGD: de taken die op een gezamenlijk vastgesteld niveau wettelijk verplicht door de GGD moeten worden uitgevoerd, waaronder de aan de deelnemers opgedragen taken uit de Wet publieke gezondheid, Wet veiligheidsregio’s, Wet kinderopvang;
b. deelnemer: een college van burgemeester en wethouders dat deelneemt aan de regeling
c. dienstverleningshandvest: handvest voor onbepaalde tijd, met de algemene afspraken over onder meer de wijze van levering, de te leveren kwaliteit, wijze van borging van de kwaliteit en de hanteren standaarden;
d. dienstverleningsovereenkomst: een overeenkomst tussen het openbaar lichaam en de gemeente Den Haag bestaande uit in ieder geval een raamovereenkomst, dienstverleningshandvest en uitvoeringsovereenkomst;
e. eindafnemer: een natuurlijke persoon die gebruik maakt van een voorziening verstrekt door het openbaar lichaam;
f. gemeenten: Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer;
g. openbaar lichaam: het openbaar lichaam als bedoeld in artikel 2, eerste lid;
h. pakket VT: de op een gezamenlijk vastgesteld niveau uit te voeren taken inzake de instandhouding van een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 4.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 alsmede de Jeugdwet;
i. pluspakket GGD: de navolgende op een gezamenlijk vastgesteld niveau uit te voeren taken:
i. lijkschouw, op basis de Wet op de lijkbezorging;
ii. reizigersadvisering en –vaccinatie op basis van de Regeling publieke gezondheid;
iii. inspectie seksinrichtingen;
iv. uitvoering van toezicht als bedoeld in het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen;
v. uitvoering van toezicht en/of handhaving van voorschriften anders dan genoemd in het basispakket GGD en in de onderdelen i tot en met iv van dit artikelonderdeel;
j. raamovereenkomst: een overeenkomst voor onbepaalde tijd, met daarin afspraken over onder meer:
i. de algemene regels voor uitvoering van dienstverlening;
ii. de verantwoordelijkheden van opdrachtgever en opdrachtnemer, waaronder de functionele zeggenschap van de directeur publieke gezondheid over het personeel van de Uitvoeringsorganisatie GGD en van de directeur Veilig Thuis over het personeel van de Uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis;
v. betaling, bevoorschotting, berekening en presentatie van eindafrekeningen;
viii. aansprakelijkheid jegens derden;
x. wijze van rapportering en informatievoorziening;
xi. regels voor wijziging van de raamovereenkomst en het dienstverleningshandvest en regels voor het aangaan, beëindigen (inclusief redelijke overgangstermijn) en continueren van de dienstverleningsovereenkomst;
k. regeling: de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst en Veilig Thuis Haaglanden;
l. uitvoeringsorganisatie GGD: het onderdeel van de gemeentelijke organisatie van Den Haag dat belast is met de uitvoering van de GGD taken bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid en dat de naam voert Uitvoeringsorganisatie GGD;
m. uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis: het onderdeel van de gemeentelijke organisatie van Den Haag dat belast is met de uitvoering van Veilig Thuis taken bedoeld in artikel 4, derde lid en dat de naam voert Uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis;
n. uitvoeringsovereenkomst: een overeenkomst die voor een door het algemeen bestuur vast te stellen periode wordt afgesloten, met daarin onder meer afspraken over:
i. kwantiteit en prijs, resultaatsniveau;
ii. de namen van de bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordigers van contractanten;
v. beschrijving wijzen van financiering;
Het openbaar lichaam houdt in stand:
a. een regionale gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid, tevens ingevolge artikel 14, tweede lid, van de Wet publieke gezondheid aangeduid als gemeentelijke gezondheidsdienst;
b. een advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling als bedoeld in artikel 4.1.1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, met de naam Veilig Thuis.
HOOFDSTUK 2. BELANGEN EN TAKEN
Het openbaar lichaam behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van:
Artikel 4. Taken en bevoegdheden
Ter behartiging van de in artikel 3, aanhef onder a, genoemde belangen dragen de deelnemers over aan het algemeen bestuur van de regeling de taken en bevoegdheden die aan hen zijn toegekend in:
a. de Wet publieke gezondheid en de daaronder vallende regelingen, uitgezonderd de taken en bevoegdheden inzake jeugdgezondheidszorg;
b. de uitvoering van de taken van de directeur publieke gezondheid krachtens artikel 1.61 van de Wet Kinderopvang;
c. artikel 4 van de Wet op de lijkbezorging;
d. gemeentelijke verordeningen ten aanzien van de uitvoering, het toezicht op en de handhaving van regels inzake seksinrichtingen.
Ter behartiging van de in artikel 3, aanhef en onder b, genoemde belangen dragen de deelnemers over aan het algemeen bestuur van de regeling de taken en bevoegdheden die aan hen zijn toegekend in hoofdstuk 2 en artikel 4.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daaronder vallende regelingen, voor zo ver deze taken en bevoegdheden strekken tot het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling, alsmede de taken en bevoegdheden die aan hen zijn toegekend in hoofdstuk 2 van de Jeugdwet en de daaronder vallende regelingen, voor zo ver deze taken en bevoegdheden strekken tot het voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling.
Bestuursorganen van het openbaar lichaam en ambtenaren aangesteld door het dagelijks bestuur kunnen, na instemming van het algemeen bestuur, door andere bestuursorganen worden aangewezen als toezichthouder inzake de naleving van voorschriften die strekken tot de bescherming van de belangen als bedoeld in artikel 3.
Artikel 5. Inhoud en omvang takenpakket
Het basispakket GGD, pluspakket GGD en pakket VT van het openbaar lichaam worden uitsluitend uitgevoerd door de gemeente Den Haag. Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur verlenen hiertoe aan de desbetreffende bestuursorganen en functionarissen van de gemeente Den Haag de benodigde mandaten, volmachten en machtigingen.
Op voorstel van het dagelijks bestuur stelt het algemeen bestuur bij besluit het uitvoeringsniveau van het basispakket GGD, pluspakket GGD en pakket VT vast. Dit besluit vereist een meerderheid van ten minste twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering van het algemeen bestuur waarin alle leden aanwezig zijn.
Indien het in het derde lid bedoelde besluit niet kan worden genomen omdat in de betrokken vergadering niet alle leden aanwezig zijn, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering. In die vergadering kan over de inhoud en omvang van het basispakket GGD, pluspakket GGD en pakket VT een besluit worden genomen, zonder dat voldaan is aan het vereiste dat alle leden aanwezig zijn.
Het uitvoeringsniveau van het basispakket GGD, pluspakket GGD en pakket VT als bedoeld in het derde lid, dan wel de onderdelen daarvan voor zover relevant, worden vastgelegd in een raamovereenkomst en een dienstverleningshandvest, af te sluiten tussen het openbaar lichaam en de gemeente Den Haag. In de raamovereenkomst garandeert de gemeente Den Haag in ieder geval de dienstverlening aan het openbaar lichaam inzake het basispakket GGD, pluspakket GGD en pakket VT, onder de condities zoals overeengekomen in de dienstverleningsovereenkomst. Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van de raamovereenkomst en het dienstverleningshandvest gehoord het algemeen bestuur.
De uitwerking van het uitvoeringsniveau van het basispakket GGD, pluspakket GGD en pakket VT als bedoeld in het derde lid, dan wel de onderdelen daarvan voor zover relevant, worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst tussen het openbaar lichaam en de gemeente Den Haag. Het dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van de uitvoeringsovereenkomst gehoord het algemeen bestuur.
Het aantal stemmen dat een lid in de vergadering kan uitbrengen, wordt bepaald door het aantal inwoners van de gemeente door wiens college van burgemeester en wethouders hij is aangewezen. Hierbij geldt de volgende stemverdeling:
a. een gemeente met minder dan 30.000 inwoners: 1 stem;
b. een gemeente met 30.000 of meer en minder dan 90.000 inwoners: 2 stemmen;
c. een gemeente met 90.000 of meer en minder dan 150.000 inwoners: 3 stemmen;
d. een gemeente met 150.000 of meer en minder dan 250.000 inwoners: 4 stemmen;
e. een gemeente met 250.000 of meer en minder dan 350.000 inwoners: 5 stemmen;
f. een gemeente met 350.000 of meer en minder dan 450.000 inwoners: 6 stemmen;
Het bestuur heeft de mogelijkheid om participatie en om inspraak te organiseren. Wanneer het algemeen bestuur besluit tot participatie worden de raden daarover geïnformeerd. De mogelijkheid tot inspraak wordt nader uitgewerkt in het reglement van orde van het algemeen bestuur.
Artikel 10. Wettelijke controle-instrumenten
Artikel 11. Taken en bevoegdheden
Het algemeen bestuur besluit slechts tot oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. Het besluit wordt genomen bij meerderheid van twee derde van de uitgebrachte stemmen.
Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad of door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente dat hem heeft aangewezen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze, ter verantwoording worden geroepen voor de wijze waarop dat lid de gemeente in het algemeen bestuur heeft vertegenwoordigd.
HOOFDSTUK 4. DAGELIJKS BESTUUR
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee leden. Bij twee derde van de uitgebrachte stemmen worden zij door en uit het algemeen bestuur aangewezen. Daarbij geldt dat het lid van het algemeen bestuur dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag is aangewezen, in ieder geval deel uitmaakt van het dagelijks bestuur.
Artikel 17. Taken en bevoegdheden
Naast de taken en bevoegdheden die elders in deze regeling zijn opgedragen, heeft het dagelijks bestuur de volgende taken en bevoegdheden:
a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de regeling het algemeen bestuur of de directeur publieke gezondheid hiermee is belast;
b. beslissingen van het algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren;
c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam, met uitzondering van de ambtelijke organisatie van de regionale gezondheidsdienst als bedoeld in artikel 2, tweede lid onder a;
d. ambtenaren te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
e. In spoedeisende gevallen, vooruitlopend op de besluitvorming daarover door het algemeen bestuur, de directeur publieke gezondheid te schorsen. Dit kan alleen na afstemming van het dagelijks bestuur met het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden en het college van B&W van de gemeente Den Haag. De besluitvorming door het algemeen bestuur dient uiterlijk binnen drie maanden na het schorsingsbesluit van het dagelijks bestuur plaats te vinden.
f. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 11, tweede lid;
g. te besluiten namens het openbaar lichaam, het dagelijks bestuur of het algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het algemeen bestuur, voor zover het het algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
h. het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is;
i. het beheer van de vermogenswaarden;
j. de zorg voor de controle op het beheer van de vermogenswaarden en de boekhouding;
k. het nemen van alle conservatoire maatregelen zowel in als buiten rechte en het doen van alles wat nodig is ter voorkoming van verjaring en verlies van recht of bezit, en de zorg voor en het houden van toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden.
Artikel 18. Verantwoording en inlichtingen
Artikel 19. Aanwijzing en vervanging
Artikel 20. Taken en bevoegdheden
HOOFDSTUK 6. DIRECTEUR PUBLIEKE GEZONDHEID, DIRECTEUR VEILIG THUIS, SECRETARIS EN CONTROLLER
Artikel 21. Benoeming en rechtspositie
Het algemeen bestuur benoemt de directeur van de Uitvoeringsorganisatie GGD van de gemeente Den Haag tot directeur publieke gezondheid, mits eerder door het algemeen bestuur, in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio Haaglanden, is ingestemd met de benoeming van de directeur van de Uitvoeringsorganisatie door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag. Het algemeen bestuur is bevoegd tot schorsing en ontslag van de directeur publieke gezondheid in overeenstemming met het bestuur van de Veiligheidsregio Haaglanden en het college van B&W van de gemeente Den Haag. Over benoeming, schorsing en ontslag worden nadere afspraken vastgelegd in het Benoemingsstatuut als bedoeld in het elfde lid.
Het dagelijks bestuur benoemt de directeur van de uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis van de gemeente Den Haag tot directeur veilig thuis, mits eerder door het dagelijks bestuur is ingestemd met de aanstelling van de directeur van de Uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag. Het dagelijks bestuur is bevoegd tot schorsing en ontslag van de directeur veilig thuis in overeenstemming met het college van B&W van de gemeente Den Haag. Over benoeming, schorsing en ontslag worden nadere afspraken vastgelegd in het Benoemingsstatuut als bedoeld in het twaalfde lid.
Bij afwezigheid, ziekte of ontstentenis van de directeur publieke gezondheid en van diens plaatsvervanger als bedoeld in het vijfde lid wordt de functie van directeur publieke gezondheid waargenomen door een door het algemeen bestuur, op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag en in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden, aan te wijzen plaatsvervanger. Bij afwezigheid, ziekte of ontstentenis van de directeur veilig thuis en van diens plaatsvervanger als bedoeld in het vijfde lid wordt de functie van directeur veilig thuis waargenomen door een door het dagelijks bestuur, op voordracht van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, aan te wijzen plaatsvervanger.
Het dagelijks bestuur wijst gehoord het algemeen bestuur een secretaris aan. De functie van secretaris mag niet worden uitgeoefend door de persoon die is aangesteld als directeur publieke gezondheid of diens plaatsvervanger of door de persoon die is aangesteld als directeur veilig thuis of diens plaatsvervanger.
Het algemeen bestuur, in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden en het college van B&W van de gemeente Den Haag, stelt voor de selectie van de directeur publieke gezondheid een functieprofiel vast. Het dagelijks bestuur stelt voor de directeur veilig thuis, de secretaris en de controller een functieprofiel vast in overeenstemming met het college van B&W van de gemeente Den Haag voor zover de functionaris in dienst komt bij de gemeente Den Haag.
De directeur publieke gezondheid, de directeur veilig thuis, de secretaris en de controller zijn als onbezoldigd ambtenaar in dienst van het openbaar lichaam. De directeur publieke gezondheid, de directeur veilig thuis en de controller zijn tevens aangesteld als bezoldigd ambtenaar bij de gemeente Den Haag.
Het algemeen bestuur stelt, in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden en het college van B&W van de gemeente Den Haag, een Benoemingsstatuut directeur publieke gezondheid vast, ter nadere uitwerking van de uitoefening van de hem toekomende bevoegdheden inzake benoeming en ontslag van de directeur publieke gezondheid, alsmede van de gevallen waarin bij uitoefening van deze bevoegdheden het college van burgemeester en wethouders van Den Haag en het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden vooraf dienen te worden gehoord, besluiten in overeenstemming of afstemming moeten worden genomen, dan wel deze bestuursorganen zo spoedig mogelijk op de hoogte dienen te worden gesteld van het genomen besluit.
Het dagelijks bestuur stelt, gehoord het algemeen bestuur, en in overeenstemming met het college van B&W van de gemeente Den Haag en voor wat betreft de directeur publieke gezondheid in overeenstemming met het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden, een Benoemingsstatuut directeur publieke gezondheid, directeur veilig thuis, secretaris & controller vast, ter nadere uitwerking van de uitoefening van de hem toekomende bevoegdheden inzake schorsing van de directeur publieke gezondheid en benoeming, ontslag en schorsing van de directeur veilig thuis, de secretaris en de controller, alsmede van de gevallen waarin bij uitoefening van deze bevoegdheden het college van burgemeester en wethouders van Den Haag en het bestuur van de veiligheidsregio Haaglanden vooraf dienen te worden gehoord, besluiten in overeenstemming of afstemming moeten worden genomen, dan wel deze organen zo spoedig mogelijk op de hoogte dienen te worden gesteld van het genomen besluit. Het Benoemingsstatuut wordt vastgesteld in overeenstemming met de gemeente Den Haag voor zover de betrokken functionarissen in dienst komen van de gemeente Den Haag.
Artikel 22. Taken en bevoegdheden
De directeur publieke gezondheid is belast met de functionele leiding van de Uitvoeringsorganisatie GGD. Voor de uitvoering van zijn taak is hij verantwoording verschuldigd aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur kan het voeren van toezicht op de directeur publieke gezondheid overlaten aan het dagelijks bestuur. De bevoegdheden van de directeur publieke gezondheid op grond waarvan hij functioneel leiding kan geven aan de Uitvoeringsorganisatie GGD, alsmede de wijze van uitoefening van deze bevoegdheden worden geregeld in de dienstverleningsovereenkomst.
De directeur veilig thuis is belast met de functionele leiding van de Uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis. Voor de uitvoering van zijn taak is hij verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur. Indien het algemeen bestuur daar om verzoekt, verstrekt de directeur veilig thuis inlichtingen aan het algemeen bestuur omtrent de wijze waarop hij zijn taken uitvoert. De bevoegdheden van de directeur veilig thuis op grond waarvan hij functioneel leiding kan geven aan de Uitvoeringsorganisatie Veilig Thuis, alsmede de wijze van uitoefening van deze bevoegdheden worden geregeld in de dienstverleningsovereenkomst.
De directeur publieke gezondheid en de directeur veilig thuis zijn bij de vergaderingen van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur aanwezig, tenzij het algemeen bestuur respectievelijk het dagelijks bestuur anders besluit. Zij kunnen aan de beraadslaging deelnemen en hebben daarin een raadgevende stem.
Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur stellen gezamenlijk, elk voor zover het hun bevoegdheden betreft, in het organisatiestatuut de taken en bevoegdheden van de directeur publieke gezondheid en van de directeur veilig thuis vast, waarin tevens hun relatie met het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur worden geregeld.
Het algemeen bestuur gaat niet over tot het instellen van een commissie als bedoeld in het vierde lid dan nadat de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte zijn gesteld en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Op voorstel van de raden van de deelnemende gemeenten gezamenlijk stelt het algemeen bestuur een gemeenschappelijke adviescommissie in die het algemeen bestuur van advies kan voorzien, de besluitvorming van de raden van de deelnemende gemeenten met betrekking tot de regeling kan voorbereiden of de raden van advies kan voorzien.
HOOFDSTUK 8. FINANCIELE BEPALINGEN
De raden van de gemeenten kunnen binnen twaalf weken na ontvangst van de ontwerpbegroting hun zienswijze over die begroting bij het dagelijks bestuur naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze.
Het bepaalde in dit artikel is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting met uitzondering van de in het zevende lid genoemde datum voor inzending, en met dien verstande dat de zienswijzenprocedure bedoeld in het vierde lid niet van toepassing is op een besluit tot wijziging van de begroting waarbij de bijdragen van de gemeenten niet veranderen en er niet wordt geschoven tussen programmaonderdelen in de begroting, het programma GGD en het programma Veilig Thuis.
Artikel 25. Financiering uitvoering takenpakket; bijdragen deelnemers
De volgende financieringssystematiek voor de dienstverlening worden gehanteerd:
a. voor de taken uit het basispakket GGD brengt de GR de deelnemende gemeenten een bijdrage per inwoner in rekening, op basis van het inwonertal zoals dat gold per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek;
b. voor de taken uit het pluspakket GGD wordt een tarief bij de deelnemers in rekening gebracht;
c. voor de taken VT wordt een tarief bij de deelnemers in rekening gebracht, op basis van:
i. het historisch verbruik, in combinatie met,
ii. het inwonertal zoals dat gold per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, zoals gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek;
d. het algemeen bestuur kan in een vergadering waarin alle deelnemers vertegenwoordigd zijn bij unanimiteit, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten, de financieringssystematiek voor de dienstverlening wijzigen. Indien het besluit tot wijziging van de financieringssystematiek niet kan worden genomen omdat in de betrokken vergadering niet alle leden aanwezig zijn of de vereiste unanimiteit niet wordt bereikt, belegt de voorzitter opnieuw een vergadering. In die vergadering kan het besluit tot wijziging van de financieringssystematiek worden genomen op basis van een twee derde meerderheid van de in de vergadering aanwezige stemmen.
De administratie van het openbaar lichaam bestaat uit de van elkaar gescheiden programma’s GGD en VT. Bijdragen voor financiering van kosten van de dienstverlening mogen alleen worden besteed ter dekking van de kosten waarvoor zij krachtens de financieringssystematiek en begroting zijn bestemd. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor een administratie waaruit blijkt aan welke diensten de bijdragen en inkomsten worden besteed.
Tot de eventuele andere inkomsten als bedoeld in het eerste lid onder c behoren de daartoe bestemde delen van de bijzondere uitkeringen voor onder meer vrouwenopvang die de gemeenten Den Haag en Delft ontvangen in hun hoedanigheid van centrumgemeenten ten behoeve van de regio bestaande uit de gemeenten Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer, respectievelijk de regio bestaande uit de gemeenten Delft, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp en Westland. De bepaling van de daartoe bestemde delen van voornoemde bijzondere uitkeringen geschiedt op basis van de in het desbetreffende regionale beleidsplan dan wel de desbetreffende gemeentelijke beleidsplannen vastgelegde verdeling van middelen.
Artikel 26. Vergoeding dienstverlening gemeente Den Haag
Voor de uitvoering van het basispakket GGD, pluspakket GGD en pakket VT is het openbaar lichaam aan de gemeente Den Haag een vergoeding verschuldigd. De hoogte van die vergoeding wordt jaarlijks voor 30 april voor het daaropvolgende jaar, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag en door het dagelijks bestuur, binnen de kaders gesteld door het algemeen bestuur, vastgesteld.
Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 maart ten behoeve van het opstellen van de gemeentelijke jaarrekening en het gemeentelijke jaarverslag de benodigde gegevens aan de raden van de deelnemende gemeenten. Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.
HOOFDSTUK 9. TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
Toetreding van het college van burgemeester en wethouders van een andere gemeente tot de regeling is mogelijk voor zover dit niet in strijd is met het bij of krachtens enige wettelijke regeling bepaalde en ten minste zes van de negen deelnemende colleges van burgemeester en wethouders en hun raden, waaronder in ieder geval het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad van Den Haag, hiermee hebben ingestemd.
Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan voorwaarden verbinden aan de toetreding, waarbij de belangen van alle deelnemers worden gewogen, en de vertegenwoordiger van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag in het algemeen bestuur in ieder geval moet hebben ingestemd met de voorwaarden.
Een deelnemer kan geheel of gedeeltelijk uit de regeling treden door een daartoe strekkend besluit van het betreffende college en na verkregen toestemming van de betreffende raad. Onder gedeeltelijk uittreden wordt verstaan het vanaf een bepaalde datum niet langer afnemen van diensten van c.q. het niet langer delegeren van tot dan toe gedelegeerde taken en bevoegdheden of het niet langer mandateren van tot dan toe gemandateerde taken en bevoegdheden aan de gemeenschappelijke regeling.
In het geval diensten, taken en bevoegdheden door alle colleges die de betreffende diensten, taken en bevoegdheden afnemen hebben gedelegeerd of gemandateerd met ingang van dezelfde datum niet langer worden afgenomen c.q. niet langer worden gedelegeerd of gemandateerd, stellen de colleges met elkaar een plan op waarin alle aspecten en gevolgen daarvan worden geregeld, zodat er geen sprake is van achterblijvende kosten en achterblijvend personeel.
Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten direct dan wel toekomstig, te maken dan wel te dragen door het openbaar lichaam die samenhangen met de afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s daarbij inbegrepen, ontstaan als direct gevolg van de uittreding.
Het openbaar lichaam brengt alle frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten en de waarde van de formatie die de uittredende gemeente overneemt, als bedoeld in artikel 31, lid 4, in rekening bij de uittredende deelnemer. De uittredende deelnemer is verplicht tot betaling van de definitieve uittreedsom.
De in het derde lid bedoelde systematiek wordt gebaseerd op:
c. Feiten en omstandigheden die bekend waren op het moment van de daadwerkelijke uittreding. Beleidswijzigingen, wijziging van economische omstandigheden en wijziging van inzichten die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittreedsom.
Het openbaar lichaam alsmede de uittredende deelnemer is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande behoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen jegens derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst door het algemeen bestuur van het besluit tot uittreding van de deelnemer.
Met het oog op het bepalen van de inhoud van het uittredingsplan kan het algemeen bestuur een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die in opdracht van het algemeen bestuur het concept-uittredingsplan voorbereidt. De onafhankelijke deskundige kan, in overleg met het algemeen bestuur, voor specifieke onderdelen van het Uittredingsplan andere deskundigen inschakelen.
Het algemeen bestuur wijst de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van een gezamenlijke voordracht van de uittredende deelnemer en het dagelijks bestuur. Indien geen overeenstemming kan worden bereikt over een gezamenlijke voordracht, wijst het algemeen bestuur de onafhankelijke externe deskundige aan op basis van meerderheid van stemmen in het algemeen bestuur.
Ten minste 12 maanden voorafgaand aan het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de voorlopige uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 31, derde lid en op de jaarrekening van het openbaar lichaam over het meest recent verstreken begrotingsjaar.
Uiterlijk 6 maanden na het moment van uittreding stelt het algemeen bestuur de definitieve uittreedsom vast. Het algemeen bestuur baseert de berekening van de definitieve uittreedsom op de systematiek als bedoeld in artikel 31, derde lid en op de jaarrekening van het begrotingsjaar direct voorafgaand aan het moment van uittreding.
Bij de voorbereiding van het concept uittredingsplan biedt het algemeen bestuur de uittredende deelnemer de keuze tussen een betaling van de uittreedsom in een aantal termijnen of voor betaling van de uittreedsom in een keer. In het uittredingsplan bepaalt het algemeen bestuur conform de voorkeur van de uittredende deelnemer of de uittredende deelnemer de uittreedsom in een daarbij te bepalen aantal termijnen of in een keer dient te betalen. Als de uittredende deelnemer kiest voor betaling in termijnen kan het algemeen bestuur een rentevergoeding in rekening brengen.
Artikel 34 Verplichtingen uittreder
De uittredende deelnemer is gehouden zich in te spannen om de formatie van het openbaar lichaam die als gevolg van de uittreding boventallig is geworden met behoud van arbeidsvoorwaarden in dienst te nemen of anderszins in stand te doen houden. De waarde van de formatie die de uittredende deelnemer overneemt van het openbaar lichaam wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom.
HOOFDSTUK 10. GESCHILLEN, OVERIGE, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
De archiefverordening van de gemeente Den Haag is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 38. Duur en inwerkingtreding
Besluiten van het bestuur van het openbaar lichaam die niet tot een of meer belanghebbenden zijn gericht worden bekendgemaakt in het publicatieblad van het openbaar lichaam. Het publicatieblad is toegankelijk via een bij regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorgeschreven algemeen toegankelijk elektronisch medium.
Het algemeen bestuur evalueert in 2024 en nadien om de vier jaar het functioneren van de regeling. Het algemeen bestuur bepaalt voorafgaand aan de uitvoering van de evaluatie, gehoord de raden van de deelnemende gemeenten, het doel, de reikwijdte en de wijze van evaluatie.
De regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst en Veilig Thuis Haaglanden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-508918.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.