Gemeenteblad van Landsmeer
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Landsmeer | Gemeenteblad 2024, 505974 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Landsmeer | Gemeenteblad 2024, 505974 | beleidsregel |
Beleidsplan Afval en Grondstoffen 2021-2026
Het huidige beleidsplan van de gemeente Landsmeer (hierna: “Landsmeer”) is verlopen. Dit nieuwe beleidsplan volgt het oude beleidsplan op en heeft een looptijd van 2021 tot en met 2026. Het jaar 2021 is een implementatie jaar. Vanaf medio 2022 zal Landsmeer uitvoering geven aan dit beleidsplan. Landsmeer wil binnen dit beleidsplan vier doelstellingen realiseren:
Om de doelstellingen te realiseren neemt Landsmeer een aantal beleidsmaatregelen. Door deze maatregelen ontstaat er een verbetering ten opzichte van de huidige situatie. In de huidige situatie is er sprake van:
In 2019 waren de totale afvalbeheerkosten van Landsmeer ca. €1,16 miljoen. Dat is ruim € 248,- per huishouden. Bij vergelijkbare gemeenten zijn de afvalbeheerkosten per huishouden ruim 20% lager. De hoge afvalbeheerkosten vertalen zich in een forse ASH. Als Landsmeer de huidige situatie doorzet, stijgen de jaarlijkse kosten naar ca. € 1,68 miljoen in 2026. Het gevolg daarvan is dat de ASH met 43% stijgt (in 2026 ten opzichte van 2021). Dit nieuwe beleid richt zich op het op orde brengen van de inzamelstructuur en daarbij behorende informatievoorziening. Hierdoor krijgt Landsmeer meer controle en grip op alle afvalinzameling en -verwerkingsdiensten binnen de gemeente.
In 2019 was de hoeveelheid restafval 243 kilogram per inwoner. Dit is 143kg boven de VANG-doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner in 2020. De huidige hoeveelheid restafval is een belangrijke oorzaak van de hoge afvalbeheerkosten. In het nieuwe beleid worden serviceprikkels doorgevoerd om het scheidingsgedrag van inwoners te beïnvloeden. Dit moet resulteren in een reductie van de hoeveelheid restafval. Voor het invoeren van financiële prikkels (zoals Diftar) is het nu nog te vroeg. Eerst moet een goed functionerende inzamelstructuur ontstaan, die past bij de specifieke omstandigheden in Landsmeer.
Belangrijke overweging bij dit beleid is dat gescheiden afvalinzameling op zichzelf niet duurzaam of kostenefficiënt is. Het gescheiden inzamelen van afval (grondstofstromen) wordt pas duurzaam en kostenefficiënt als de grondstofstromen hoogwaardiger dan restafval verwerkt kunnen worden. Hoogwaardiger is recycling (conform stap c van de afvalhiërarchie) of hergebruik (stap b van de afvalhiërarchie). Het heeft geen zin om afvalstromen gescheiden in te zamelen die na inzameling als restafval worden verwerkt.
Dit beleid bevat een pakket aan beleidsmatige maatregelen. Gezamenlijk realiseren deze de doelstellingen. De algemene maatregelen zijn samengevat weergegeven in afbeelding 1.
Afbeelding 1: samenvatting van de algemene beleidsmaatregelen
Aanvullend wordt onderscheid gemaakt in twee deelgebieden: (1) inzameling in de wijk (bij hoog- en laagbouw) en (2) inzameling op de milieustraat. Samenvattend is de aanpak voor inzameling in de wijk in afbeelding 2 weergegeven.
Afbeelding 2: Inzameling in de wijk. Afbeeldingen ter illustratie, dit zijn geen afbeeldingen van de inzamelmiddelen die geplaatst worden .
Het beheer en de exploitatie van de milieustraat wordt uitbesteed aan één gespecialiseerde marktpartij. De betreffende marktpartij verzorgt alle diensten die nodig zijn voor het beheer en de exploitatie van de milieustraat. Vervolgens wordt er vanuit deze marktpartij continue coördinatie toegepast. Hierdoor wordt het mogelijk om de activiteiten op de milieustraat steeds verder te optimaliseren en te wijzigen als wetgeving en/of ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Het serviceniveau en de afvalscheiding op de milieustraat kan daarmee gegarandeerd worden. Als de activiteiten op de milieustraat geoptimaliseerd worden ontstaan er efficiëntievoordelen waardoor de totale beheerkosten dalen.
Voor de uitvoering van dit beleidsplan werkt Landsmeer met een uitvoeringsplan. In het uitvoeringsplan wordt op operationeel gebied invulling gegeven aan dit beleidsplan. Het uitvoeringsplan heeft steeds een looptijd van twee jaar. Aan het einde van het uitvoeringsplan vindt tussentijdse evaluatie plaats. De evaluatie wordt gedeeld met het college en de raad van Landsmeer. De inwoners van Landsmeer worden (middels een enquête en informatieavond) ook betrokken bij de evaluatie. Op basis van de evaluatie wordt overwogen of er aanvullende maatregelen nodig en/of mogelijk zijn.
Om de beleidsmaatregelen uit dit beleidsplan door te kunnen voeren zijn ca. €672.000 aan eenmalige kosten nodig. De eenmalige kosten bestaan uit investerings- en implementatiekosten. De verwachting is dat de jaarlijkse afvalbeheerkosten als gevolg van dit beleidsplan in 2022 ca. €1,17 miljoen bedragen. Door indexering loopt dit op naar ca. €1,31 miljoen in 2026. Dit is ca. €380.000 (22%) per jaar lager dan wanneer de huidige situatie gecontinueerd wordt, waarbij de kosten zouden stijgen met 46%. De stijging van de ASH ‘beperkt’ zich daarmee tot ca. 20% (in 2026 ten opzichten van 2021). Aan het einde van dit beleidsplan moet inzamelstructuur op orde zijn gebracht, waardoor er niet opnieuw grote investeringen nodig zijn. Ook moet het mogelijk zijn om de hoeveelheid restafval -met aanvullende maatregelen- verder terug te brengen. De ASH zou zich dan stabieler moeten kunnen ontwikkelen.
In dit beleidsplan worden verschillende specifieke begrippen gebruikt. Hieronder zijn deze begrippen verklaard. De begrippen zijn in het document niet consistent met een hoofdletter geschreven.
In dit beleidsplan worden drie symbolen gebruikt. Deze symbolen hebben de volgende betekenis.
3.2. Gescheiden inzameling huishoudelijk afval: een wettelijke taak van Landsmeer
Volgens de Wet milieubeheer zijn gemeenten wettelijk verplicht om huishoudelijk afval (gescheiden) in te zamelen. Gemeenten en de Rijksoverheid hebben bovendien de ambitie vastgelegd dat in 2020 de hoeveelheid restafval (fijn en grof) gemiddeld niet meer dan 100 kilogram per persoon per jaar mag zijn en dat 75% van het huishoudelijk afval moet worden gescheiden (VANG doelstelling 2020).
3.3. Landelijke ontwikkelingen: op weg naar een circulaire economie
De Rijksoverheid streeft een circulaire economie na. Het doel is helder: Nederland volledig circulair in 2050. In deze circulaire economie bestaat geen afval en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt.
Afbeelding 3: Schematisme weergave circulaire economie
In het Rijksbrede programma Circulaire Economie staat wat nodig is voor een circulair Nederland in 2050. Dit vraagt om een integrale en andere benadering van afvalstoffen. In 2030 wil Nederland al 50% minder primaire grondstoffen gebruiken (mineralen, metalen en fossiel). Om dit te realiseren moeten zo veel mogelijk grondstoffen worden teruggewonnen uit afval. Vanuit Rijkswaterstaat wordt deze transitie vertaald in verschillende wet- en regelgeving. Landsmeer moet hier invulling aan geven. De belangrijkste en meest recente ontwikkelingen zijn:
3.6. Voorbereiding: onderzoek inzamelscenario’s en inwonersenquête 2021
In januari 2021 is er een onderzoek uitgevoerd naar de best passende inzamelstrategie1. Vervolgens is de (op basis van het onderzoek) voorgestelde inzamelstrategie in maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze vastgestelde inzamelstrategie is als basis voor dit beleidsplan gebruikt. Op 31 maart 2021 is er een (digitale) informatieavond voor inwoners gehouden. Tijdens deze informatieavond is de inzamelstrategie toegelicht en zijn gestelde vragen over de totstandkoming van de inzamelstrategie beantwoord. In totaal hebben achttien inwoners deelgenomen aan de informatieavond. In april 2021 is er een inwonersenquête gehouden. Deze enquête is door 246 inwoners beantwoord2. De verkregen input uit de informatieavond en de inwonersenquête is verwerkt in dit beleidsplan.
4.1. Analyse huidige situatie in 2019
Gegevens over het kalenderjaar 2019 zijn als input voor de uitgevoerde analyses met betrekking tot de huidige situatie gebruikt. Het onderzoek naar de situatie in Landsmeer is in 2020 gestart. Op dat moment waren de totaalgegevens over 2020 nog niet bekend. Er is toen gekozen om met de cijfers uit 2019 te werken. Daarnaast zijn de inzamelgegevens over 2020 in mindere mate representatief door de COVID-pandemie (het aanbod van huishoudelijk afval is hierdoor in alle Nederlandse gemeenten substantieel hoger).
4.2. Hoge afvalbeheerkosten en forse gemeentelijke afvalstoffenheffing
In 2019 waren de totale afvalbeheerkosten ca. €1,16 miljoen. In vergelijking tot andere (vergelijkbare) gemeenten zijn de afvalbeheerkosten hoog. De afvalbeheerkosten in Landsmeer zijn daarmee ruim €248,- per huishouden. In Nederland is het gemiddelde €215,- per huishouden. Bij vergelijkbare gemeenten ligt het gemiddelde op €204- per huishouden; ruim 20% lager. Als de huidige situatie doorgezet wordt, stijgen de jaarlijkse kosten naar ca. €1,68 miljoen in 2026.
Door de hoge afvalbeheerkosten is de gemeentelijke afvalstoffenheffing (ASH) in Landsmeer relatief hoog. Zeker wanneer de ASH vergeleken wordt met vergelijkbare gemeenten.
|
1ste meer persoonstarief 3 |
|||
|
Gemiddelde in gemeente met vergelijkbaar aantal inwoners en stedelijkheidsklasse |
Tabel 1: Benchmark ASH o.b.v. aantal inwoners en stedelijkheidsklasse
Tabel 2: Benchmark afvalstoffenheffing o.b.v. ingezamelde hoeveelheid restafval
4.3. Veel restafval per inwoner
In 2019 was de hoeveelheid restafval (fijn en grof) 243 kilogram per inwoner. Dit is 143kg boven de VANG-doelstelling van 100 kilogram restafval per inwoner in 2020. Vergelijkbare gemeenten hebben gemiddeld ca. 163 kilogram restafval per inwoner.
De huidige hoeveelheid restafval is een van de belangrijkste redenen voor de hoge afvalbeheerkosten. Restafval is een dure afvalstroom om te verwerken, voornamelijk door het relatief hoge verwerkingstarief en de daarbij horende wettelijke toeslagen.
4.4. Laag scheidingspercentage (beperkte respons op inzamelmethodiek)
Het scheidingspercentage voor huishoudelijk afval was in 2019 ca. 52%. Onderdeel van de VANG-doelstelling is dat minimaal 75% van de hoeveelheid huishoudelijk afval gescheiden wordt. Vooral de gescheiden ingezamelde hoeveelheden GFT, OPK en PMD zijn opvallend laag. Landsmeer past voor deze stromen immers huis aan huis inzameling toe. Conclusie is dat de huidige inzamelstrategie niet het gewenste scheidingsgedrag bij inwoners bewerkstelligt.
In tabel 3 is een overzicht van de inzamelresultaten over 2019 opgenomen. Deze zijn vergeleken met de resultaten in andere gemeenten4.
|
Restafval (fijn & grof)5 |
||||
Tabel 3: huidige inzamelresultaten in kilogrammen per afvalstroom.
In afbeelding 5 is de huidige samenstelling6 van het fijn restafval weergegeven. In afbeelding 6 is het resultaat van de gescheiden inzamelstructuur afgezet tegen de mate waarin deze stromen nog aanwezig zijn in het fijn restafval.
In afbeelding 5 is 212 kilogram restafval per inwoner weergeven. Dit betreft het huis aan huis ingezamelde fijn restafval. Grof restafval (28 kilogram per inwoner in 2019) en op de milieustraat ingezameld fijn restafval (17 kilogram per inwoner in 2019) zijn niet in de analyse meegenomen.
In afbeelding 5 en 6 is de samenstelling van het fijn restafval gebaseerd de sorteeranalyse uit 2020. Een sorteeranalyse betreft altijd een momentopname. Landsmeer laat ieder jaar een sorteeranalyse op het huis aan huis ingezamelde fijn restafval uitvoeren. In tabel 4 is het resultaat van de in 2018, 2019 en 2020 uitgevoerde sorteeranalyse naast elkaar weergegeven. Hieruit blijkt het lage scheidingspercentage consistent is evenals de belangrijkste (nog) aanwezige grondstofstromen.
Afbeelding 5: samenstelling fijn restafval.
Afbeelding 6: resultaat gescheiden inzamelstructuur t.o.v. samenstelling fijn restafval.
Tabel 4: samenstelling fijn restafval (huis aan huis ingezameld) in 2018 tot en met 2020.
4.5. Inwoners zijn onvoldoende gefaciliteerd
In de inwonersenquête is gevraagd hoe Landsmeer afvalscheiding onder inwoners kan stimuleren. In ca. 65% van de antwoorden komt terug dat passende inzamelmiddelen ontbreken. Veel inwoners van laagbouw woningen vragen om een extra minicontainer waar PMD en/of OPK gescheiden gehouden kan worden. Inwoners van hoogbouw woningen geven veelvuldig aan dat verzamelcontainers vol of anderszins niet beschikbaar zijn.
Uit de inwonersenquête blijkt dat ruim 55% van de inwoners vindt dat verzamelcontainers te ver van hun woning verwijderd zijn7. Dit werpt -zeker wanneer restafval gratis opgehaald wordt- een drempel op om afval gescheiden aan te bieden.
Meer dan 23% van de inwoners geeft aan structureel problemen te ervaren bij het ontdoen van huishoudelijk afval. Het gaat hierbij voornamelijk om slecht functionerende containers, ontbreken van nabijgelegen brengpunten en onvoldoende capaciteit in de beschikbare minicontainers (te snel vol). Slechts in specifieke gevallen betreft het situaties waarvoor maatwerk noodzakelijk is (bijv. als gevolg van een medische aandoening).
4.6. Actueel overzicht ontbreekt
De gemeente heeft te beperkte capaciteit (in kwantiteit en expertise) om alle aspecten, die horen bij inzameling en verwerking van huishoudelijk afval, passend te monitoren en te beheren. Het ontbreekt hierdoor aan actueel overzicht en inzicht. Er zijn relatief veel contractpartijen die inzamel- en/of verwerkingsdiensten aan Landsmeer leveren. Deze partijen zijn allemaal (logischerwijs) gefocust op hun eigen onderdeel. De informatie, die periodiek door deze partijen wordt verstrekt, wordt onvoldoende samengebracht, geanalyseerd en toegepast. Landsmeer is hierdoor niet in staat om proactief in te spelen op ontwikkelingen. Hierdoor blijven kansen voor optimalisatie en efficiëntie onbenut. Verder worden mogelijke problemen hierdoor niet tijdig gesignaleerd, waardoor Landsmeer achter de feiten aanloopt.
4.7. Milieustraat functioneert niet optimaal
In de inwonersenquête is gevraagd naar de mate waarin de milieustraat bezocht wordt. Ruim 65% van de respondenten komt vaker dan vier keer per jaar op de milieustraat. Bijna 40% van de respondenten komt zelfs vaker dan zes keer per jaar op de milieustraat. De bereidheid van inwoners om huishoudelijk afval naar de milieustraat te brengen is dus groot. Als dit vergeleken wordt met het inzamelresultaat van de milieustraat blijkt dat deze -ondanks de hoge bereidheid- niet optimaal functioneert. Belangrijke oorzaak hiervan is de gefragmenteerde organisatie omtrent het beheer en de exploitatie. De activiteiten worden in de huidige situatie uitgevoerd door verschillende partijen:
In voornoemde activiteiten zijn in belangrijke mate complementair aan elkaar. Er is dus sprake van afhankelijkheid tussen de verschillende activiteiten. De verschillende activiteiten kunnen niet volledig los van elkaar worden gezien. De huidige gefragmenteerde aanpak van het beheer en de exploitatie resulteert in een situatie waarin:
Informatie over ingezamelde, getransporteerde en verwerkte hoeveelheid per afvalstroom moeilijk (tijdig) compleet te krijgen is. Een actueel en (altijd) beschikbaar totaaloverzicht ontbreekt. Hierdoor is het voor de beheerder (Landsmeer) lastig om kansen voor optimalisaties eenduidig te signaleren. Kansen voor efficiëntie en kostenreductie blijven daardoor onbenut.
Landsmeer leunt op de door de regionale verwerkingspartner en/of externe transporteur afgesloten contracten en/of zelf gemaakte (jaarlijkse) afspraken met verwerkers. Het centrale inzicht in de gemaakte (contract)afspraken ontbreekt. Voor verschillende afvalstromen is de contractuele status t.b.v. verwerking onduidelijk.
De externe transporteur, de regionale verwerkingspartner en de (rechtstreeks) door Landsmeer gecontracteerde verwerkers naar eigen inzicht de dienstverlening uitvoeren. Doordat centrale coördinatie over de betrokken partijen ontbreekt kan inzameling, logistiek en verwerking niet optimaal op elkaar afgestemd worden. Kansen voor efficiëntie en kostenreductie blijven daardoor onbenut.
4.8. Inwoners zijn zich (vaak) onvoldoende bewust van hun rol
Bijna 13% van de respondenten is niet bewust bezig met afvalscheiding binnen het huishouden. Al het afval komt volgens deze inwoners ‘toch op zelfde hoop terecht’ en/of scheiden maakt volgens deze groep geen essentieel verschil. Het gemis aan bewustwording is daarmee veruit de belangrijkste oorzaak voor het ontbreken van het gewenste scheidingsgedrag binnen deze groep.
Ruim 87% van de respondenten zijn binnen het huishouden bewust bezig met afvalscheiding. Binnen deze groep zijn er echter veel vragen over de wijze waarop dit moet gebeuren. Het ontbreekt inwoners dus aan inzicht.
5. Wat wil Landsmeer bereiken?
5.1. Financiële doelstelling: beperken van kosten voor inzameling en verwerking
Stijging van afvalbeheerkosten heeft direct invloed op de ASH. Wonen in Landsmeer moet voor iedereen betaalbaar blijven. De stijging van afvalbeheerkosten moet daarom zo veel mogelijk beperkt worden.
Landsmeer moet grip krijgen op haar afvalbeheerkosten zodat er voor de langere termijn een voorspelbaar kostenniveau gerealiseerd wordt. Uiteindelijk moet er een situatie ontstaan waarin er weer zicht komt op een verlaging van de ASH.
5.2. Milieudoelstelling: beperken van de hoeveelheid restafval
Het terugdringen van de hoeveelheid restafval tot 100 kilogram per inwoner (VANG-doelstelling) is binnen dit beleidsplan niet realistisch. Dit komt door vertrekpunt (243 kilogram in 2019), de huidige inzamelstructuur (niet toereikend) en de beschikbare tijdspanne (uitvoeringsperiode van vijf jaar). Het is wel mogelijk om binnen de termijn van dit beleidsplan belangrijke eerste stappen te zetten waarmee de hoeveelheid restafval fors gereduceerd wordt.
5.3. Milieudoelstelling: meer inzamelen van grondstofstromen
Het verhogen van het scheidingspercentage tot tenminste 75% (VANG-doelstelling) is binnen dit beleidsplan niet realistisch. Het is wel mogelijk om belangrijke eerste stappen te zetten waarmee de respons van inwoners op de gescheiden inzamelstructuur verbetert. Hiervoor moeten inwoners de middelen krijgen om afval te kunnen scheiden. Daarnaast moeten inwoners bewust worden gemaakt van hun rol en belang bij het verbeteren van scheidingsresultaten.
Afvalscheiding is geen doel op zich. Het gaat erom dat afvalstromen, die gescheiden ingezameld worden, ook hoogwaardiger verwerkt kunnen worden. Alleen dan ontstaat er daadwerkelijk een meer duurzame situatie. In de praktijk betekent dit dat afvalstromen, die gescheiden ingezameld worden, niet alsnog in een afvalverbrandingsinstallatie verwerkt moeten worden. De kwaliteit van de gescheiden ingezamelde afvalstromen moet daarom zodanig zijn dat deze voor recycling en/of hergebruik aangebonden kunnen worden.
5.4. Servicedoelstelling: aanbieden van een passend serviceniveau aan inwoners
Er moet een eenduidige inzamelstrategie uitgedragen worden naar inwoners van de gemeente. De inzamelstructuur waarin inwoners gebruik van kunnen maken moet op orde worden gebracht en voor iedereen duidelijk zijn. In de basis wordt er onderscheid gemaakt tussen afvalinzameling bij hoogbouw en bij laagbouw. Verdere uitzonderingen waarvoor maatwerk nodig is worden in kaart gebracht. In individuele gevallen moet een passende alternatieve oplossing aangebonden worden.
Het is belangrijk om inwoners bewust te maken van hun rol. Het gescheiden houden van huishoudelijke afvalstromen draagt bij aan het realiseren van een circulaire economie. Daarnaast heeft de mate waarin en wijze waarop huishoudelijk afval gescheiden wordt impact op de totale afvalbeheer kosten. Financiële voordelen die hierdoor ontstaan kunnen op termijn -via de ASH- ten goede komen aan inwoners.
Als inwoners een passend serviceniveau ervaren en hun afval eenvoudig gescheiden kunnen houden zijn vervolgstappen mogelijk. Hierbij kan gedacht worden aan het invoeren van nadere service- en financiële prikkels om het scheidingsresultaat te verhogen. Dit kan alleen als de basis op orde is en inwoners hierin goed meegenomen worden. Het (eventueel) invoeren van aanvullende financiële prikkels wordt altijd eerst voorgesteld aan de gemeenteraad.
6. Wat kan Landsmeer doen om de doelstelling te bereiken?
Om de doelstellingen te bereiken is het essentieel om het scheidingsgedrag van inwoners te beïnvloeden. Dit is nodig om de hoeveelheid restafval te reduceren. Het reduceren van de hoeveelheid restafval is belangrijk voor het realiseren van de (meeste) doelstellingen.
6.1. Invoeren van financiële prikkels en/of serviceprikkels
Uit de praktijk blijkt dat intrinsieke motivatie van inwoners en intensieve communicatie (vanuit de gemeente) onvoldoende is om de hoeveelheid restafval significant te verminderen. Naast (intensive communicatie) zijn aanvullende prikkels vanuit Landsmeer nodig. In de basis kan Landsmeer kiezen uit het invoeren van:
In afbeelding 7 is het effect van bepaalde maatregelen bij andere gemeenten weergegeven.
Afbeelding 7: Mogelijke maatregelen (Bron: NVRD (Nederlandse Vereniging van Reinigingsdiensten), (branchevereniging van overheidsgerelateerde inzamelbedrijven.
Serviceprikkels wordt vaak omgedraaid met financiële prikkels. Gemeenten moeten eerst een passende inzamelstructuur aanbieden en de basis op orde hebben. Daarna zijn financiële prikkels toepasbaar en acceptabel voor inwoners. Landsmeer kiest -gezien de huidige situatie- eerst voor het invoeren van (voornamelijk) serviceprikkels. De huidige inzamelstructuur is niet toereikend, waardoor inwoners onvoldoende gefaciliteerd worden. Het onmiddellijk invoeren van een financiële prikkels zal daardoor niet het gewenste effect hebben.
Dit beleidsplan bevat een pakket aan maatregelen. Deze maatregelen realiseren gezamenlijk de doelstellingen (hoofdstuk 5). Als de maatregelen doorgevoerd en geaccepteerd zijn wordt het effect zichtbaar. Afhankelijk van hoe snel het effect optreedt worden vervolgstappen mogelijk. Dit kunnen aanvullende serviceprikkels en/of financiële prikkels zijn. Het invoeren van financiële prikkels tijdens de uitvoering van dit beleidsplan lijkt op voorhand niet opportuun. Er is tijd nodig om de inzamelstructuur op orde te brengen, serviceprikkels te effecturen (scheidingsgedrag beïnvloeden) en voldoende stuurinformatie te verkrijgen.
7. Wat is het plan in het algemeen
In dit hoofdstuk zijn de algemene maatregelen uitgewerkt. Deze zijn van toepassing op alle inwoners.
7.1.Inzamelstrategie: GFT, OPK, glas en textiel apart
In tabel 5 is de inzamelstrategie opgenomen. Er is onderscheid tussen afvalstromen die aan huis opgehaald worden en afvalstromen die weggebracht moeten worden. De strategie verschilt per type woning (hoog- of laagbouw).
Alle niet expliciet genoemde afvalstromen worden niet ingezameld in de wijk. Deze afvalstromen moeten door inwoners naar de milieustraat worden gebracht.
7.2. GHA ophalen: op aanmelding en tegen betaling
Grof huishoudelijk afval (GHA) wordt 13 keer per jaar, in iedere wijk, opgehaald. Inwoners kunnen zich voor de inzamelronde in hun wijk aanmelden. Inwoners die zich aangemeld hebben mogen maximaal 3 m3 aan GHA ter inzameling aanbieden.
Iedere maand wordt er dus een variabele route door de gemeente afgelegd waarin het aangemelde GHA, dat op straat aangebonden is, wordt ingezameld. Huis aan huis inzameling van GHA is relatief duur voor Landsmeer. Voor deze inzameldienst brengt de gemeente een vast aanvullend tarief, per aanmelding, in rekening. Dit tarief moet de inzamelkosten, die de gemeente maakt, dekken. De exacte omvang van het tarief moet nader worden vastgesteld (o.b.v. daadwerkelijke kosten). Aangenomen moet worden dat het tarief per aanmelding hoger zal zijn dan het huidige tarief (€16,25). GHA kan daarnaast door inwoners gratis naar de milieustraat worden gebracht.
Ongesorteerd GHA is grof restafval. In GHA zitten echter verschillende monostromen die aanwent kunnen worden voor recycling en/of hergebruik. Het huis aan huis ingezamelde GHA wordt daarom op de milieustraat door Landsmeer gesorteerd. Dat wil zeggen dat de aanwezige monostromen uit het GHA worden gehaald. Deze worden in de daarvoor bestemde containers op de milieustraat gedeponeerd. Alleen het grof restafval (dat wat niet voor recycling en/of hergebruik aangewend kan worden) wordt als restafval verwerkt.
In december 2019 zijn de nieuwe afspraken tussen Afvalfonds Verpakkingen (AFV) en de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) vastgelegd in de Ketenovereenkomst verpakkingen 2020-2029. O.b.v. deze afspraken kunnen gemeenten kiezen uit drie verschillende opties voor PMD:
Bronscheidingsmodel: de gemeente draagt zorg voor gescheiden inzameling van PMD. De gemeente moet borgen dat het ingezamelde PMD voldoet aan door het AFV opgestelde minimale criteria (lees: niet vervuild is). De gemeente ontvangt voor de hoeveelheid (het gewicht) gescheiden ingezameld PMD die voldoet aan de criteria een zgn. inzamelvergoeding (in 2021: €245 per ton). Het inrichten van een gescheiden inzamelstructuur voor PMD resulteert in extra kosten voor de gemeente (t.o.v. ongescheiden inzameling). De zgn. inzamelvergoeding is bedoeld om de (meer)kosten die een gemeente maakt voor het inrichten een gescheiden inzamelstructuur te compenseren. Voorwaarden voor het verkrijgen van de inzamelvergoeding is dat het ingezamelde PMD daadwerkelijk aangewend kan worden voor recycling (lees: voldoet aan de criteria). Of de totale jaarlijkse vergoeding (ingezamelde tonnen PMD vermenigvuldigt met de inzamelvergoeding) daadwerkelijk de meerkosten voor de gemeente dekt, is dus afhankelijk van (1) de kwaliteit van de ingezamelde stroom PMD (alleen de tonnen die voldoen aan de criteria worden vergoed) en (2) de hoeveelheid ingezameld PMD (mate waarin inwoners het PMD gescheiden aanbieden).
Nascheidingsmodel: de gemeente draagt zorg voor inzameling van fijn restafval (inclusief PMD) en biedt dat fijn restafval aan bij een erkende nascheider. Het behaalde nascheidingsresultaat (de hoeveelheid PMD die uit het restafval wordt gehaald) kan in mindering worden gebracht op de hoeveelheid ingezameld restafval (t.b.v. de VANG-doelstelling). De gemeente ontvangt voor de aangebonden hoeveelheid fijn restafval (waar het PMD onderdeel van uitmaakt) een zgn. nascheidingsvergoeding (in 2021: €8,90 per ton). Het nascheiden van PMD uit het fijn restafval resulteert in extra kosten voor de gemeente (t.o.v. rechtstreekse verwerking in een AEC). Deze nascheidingsvergoeding is bedoeld om de (meer)kosten voor nascheiding te compenseren. Voorwaarde voor het verkrijgen van de nascheidingsvergoeding is dat er geen bronscheiding voor PMD binnen de gemeente wordt toegepast. De totale jaarlijkse vergoeding is onafhankelijk van het nascheidingsresultaat (de mate waarin PMD uit het fijn restafval wordt gehaald). De gemeente krijgt dus gegarandeerd een inzamelvergoeding voor de volledige hoeveelheid ter nascheiding aangebonden fijn restafval.
Ketenregiemodel: de gemeente is verantwoordelijk voor inzameling, sortering en vermarkting van PMD. De gemeente ontvangt vergoedingen per materiaalsoort8 voor de hoeveelheid die daadwerkelijk is ingebracht in het recyclingsproces en voldoet aan gestelde kwaliteitseisen. Deze keuze is mogelijk tot 1 januari 2023. Daarmee valt deze keuzeoptie voor dit beleidsplan af en wordt verder buiten beschouwing gelaten.
Landsmeer kiest voor het nascheidingsmodel. PMD wordt dus niet als aparte afvalstroom gescheiden ingezameld. Inwoners moeten het PMD bij het fijn restafval doen. Landsmeer sluit een overeenkomst af voor de verwerking van fijn restafval met de nascheiding van PMD.
7.4. OPK, textiel en glas: intensiveren van de inzameling
Er worden meer verzamelcontainers in de openbare ruimte geplaatst voor OPK, textiel en glas. Loopafstanden voor inwoners tot verzamelcontainers worden daarmee korter. Er zijn in totaal 24 verzamelcontainers voorzien (12 voor OPK en 12 voor glas). In de huidige situatie zijn er 13 verzamelcontainers (vier voor OPK en negen voor glas). Er zijn drie verzamelcontainers voor textiel voorzien (huidige situatie twee). De verzamelcontainers voor deze afvalstromen worden zo veel mogelijk in combinatie met elkaar geplaatst. Hierdoor ontstaan er (naast de milieustraat) 12 locaties waar inwoners zich kunnen ontdoen van OPK en glas. Op twee van die 12 locaties is ook de mogelijkheid om textiel aan te bieden. Hierdoor kunnen inwoners zich door één vervoersbeweging van meer afval ontdoen. De locaties waar verzamelcontainer geplaatst worden moeten nader geïnventariseerd worden. Uitgangspunt is dat dit nabij veel bezochte winkels ingericht wordt (bijvoorbeeld een supermarkt). Inwoners kunnen het ontdoen van afval dan combineren met een andere activiteit. Bovendien worden verzamelcontainers daardoor zichtbaar en herkenbaar in de wijk.
7.5. Starten met: geregistreerde inzameling
Inzameling van fijn restafval in de wijk en GFT bij hoogbouw wordt geregistreerd uitgevoerd. Alle laagbouw huishoudens krijgen hiervoor een minicontainer met identificatiechip. In deze chip staan geen persoonsgegevens. Persoonsgegevens kunnen ook niet op/in de chip worden gezet. In de chip is enkel een hexadecimaal nummer opgenomen. Alleen Landsmeer kan het chipnummer (op basis van haar eigen administratie) koppelen aan een bepaald huishouden. Het inzamelvoertuig van de inzamelaar leest allen het chipnummer en checkt of deze voorkomt op de ledigingslijst. Hierdoor wordt het mogelijk om:
Alle hoogbouw huishoudens krijgen -als verzamelcontainers uitpandig geplaatst worden- een toegangspas. Met deze toegangspas krijgen de huishoudens toegang tot hun gebouw gebonden verzamelcontainers voor fijn restafval en GFT. Zonder geldige toegangspas is het niet mogelijk om fijn restafval of GFT weg te gooien. Hierdoor wordt het mogelijk om:
Seniorenwoningen: Per locatie wordt een inventarisatie uitgevoerd. Uitgangspunt is dat er geen situatie mag ontstaan waarin er een drempel opgeworpen wordt voor inwoners om zich te ontdoen van afval. Eventuele noodzakelijke apparatuur voor toegangscontrole moet voor alle leeftijdsgroepen gebruiksvriendelijk zijn.
7.6. Faciliteren: scholen en (kleine) bedrijven
Bedrijven worden geconfronteerd met de verplichting om afval gescheiden in te zamelen. Landsmeer wil kleine lokale bedrijven helpen bij het invullen van die plicht. Voor veel kleine lokale bedrijven (bijv. kantoor/winkel/praktijk aan huis situaties) is gescheiden inzameling namelijk kostbaar en lastig in te vullen. Het gaat om zgn. kantoor-, winkel- en dienstenafval (KWD-afval). Dit afval kan (wettelijk) gelijkgesteld worden aan huishoudelijk afval. Als Landsmeer dit afval inzamelt wordt de betreffende ondernemer geholpen bij het invullen van zijn verplichting, tegen lagere kosten dan wanneer hier contracten met commerciële inzamelaars voor afgesloten moeten worden.
Waarom thuis wel afval scheiden, maar op school niet? Dat is lastig uit te leggen aan kinderen. Het is belangrijk dat afval op basisscholen gescheiden kan worden. Kinderen worden dan al vroeg bewust gemaakt van de impact die afvalscheiding kan hebben op het milieu. Landsmeer wil de in de gemeente gevestigde basisscholen helpen bij de invulling van gescheiden afvalinzameling. Het afval van basisscholen kan (wettelijk) gelijkgesteld worden aan huishoudelijk afval.
Om inzameling van KWD-afval en het afval van basisscholen mogelijk te maken past Landsmeer de gemeentelijk Afvalstoffenverordening aan. Als de verordening is aangepast kan gestart worden met inzameling. Voor KWD-afval zal hiervoor een reinigingsrecht-regeling toegepast worden. De betreffende ondernemer betaalt een bedrag (overeenkomstig met de afvalstoffenheffing) voor de inzameling en verwerking van het KWD-afval. Met geïnteresseerde basisscholen zal eenzelfde soort afspraak gemaakt moeten worden. Hiermee wordt voorkomen dat het KWD-afval en/of afval van basisscholen op kosten van de inwoners van Landsmeer (ASH) ingezameld en verwerkt wordt.
Bedrijven en/of scholen hoeven niet verplicht gebruik te maken van deze regeling. Het gaat om bedrijven en scholen die hier interesse in hebben. Het blijft bedrijven en scholen altijd vrij om zelf een eigen oplossing te realiseren.
8. Wat is het plan bij laagbouw?
In dit hoofdstuk zijn de maatregelen die specifiek van toepassing zijn op laagbouw woningen uitgewerkt. Deze maatregelen zijn dus alleen relevant voor inwoners van laagbouw woningen.
8.1. Huis aan huis inzameling middels minicontainers
Alle huishoudens krijgen standaard de beschikking over tenminste drie minicontainers:
Per inzameldag wordt er maximaal één afvalstroom bij hetzelfde huishouden ingezameld. Als inwoners hun minicontainer willen laten ledigen moet deze op de dag van inzameling voor 08:00 uur aan de (openbare)weg worden gezet. Een situatie waarin ieder huishouden drie minicontainers op dezelfde dag aan de weg zet -waarvoor vaak geen ruimte is- wordt daarmee voorkomen. Op de dag van inzameling moet de minicontainer na lediging (uiterlijk om 20:00 uur) door de inwoners op eigen terrein worden geplaatst.
Alle (nieuwe) minicontainers worden voorzien van een identificatiesticker. Op deze sticker is de afvalfractie, de naam van de gemeente, het huisnummer en de postcode opgenomen. Deze sticker kan door inwoners gebruikt worden om hun eigen minicontainer te identificeren. Daarnaast kan deze sticker door handhaving gebruikt worden om verdwaalde en/of onjuist aangebonden minicontainers te retourneren aan het betreffende huishouden.
Het toepassen van een minicontainer voor OPK heeft geen invloed op de mogelijkheid om OPK inzameling met (lokale) vrijwilligers uit te voeren.
Huishoudens kunnen een kleinere minicontainer (140 liter) voor fijn restafval aanvragen. Deze kleinere minicontainer komt dan in de plaats van de standaard minicontainer (volume wissel). Een volume wissel kan gewenst zijn bij kleine huishoudens. De eerste volume wissel is kosteloos. Als het huishouden daarna opnieuw van volume wil wisselen zijn daar eenmalige kosten aan verboden.
Als er binnen een huishouden specifieke omstandigheden zijn waardoor één minicontainer voor fijn restafval niet passend is, kan een extra minicontainer aangevraagd worden. Iedere aanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld door de gemeente (het is immers maatwerk). Er wordt in ieder geval (kosteloos) een extra minicontainer voor fijn restafval verstrekt als:
Afwijkingen worden vastgelegd, zodat er altijd een actueel overzicht is van hoeveel minicontainers er bij welk huishouden in gebruik zijn. Dit overzicht is belangrijk om de huis aan huis inzameling periodiek te evalueren en vast te stellen waar interventies noodzakelijk zijn.
9. Wat is het plan bij hoogbouw?
In dit hoofdstuk zijn de maatregelen die specifiek van toepassing zijn op hoogbouwwoningen uitgewerkt. Deze maatregelen zijn dus alleen relevant voor inwoners van hoogbouwwoningen.
9.1. Verzamelcontainers voor fijn restafval en GFT
Bij hoogbouwlocaties worden gebouw gebonden verzamelcontainers geplaatst voor fijn restafval en GFT9 . Gebouw gebonden wil zeggen dat alleen de inwoners van de betreffende hoogbouwlocatie toegang hebben tot de verzamelcontainers. Uitgangspunt is dat verzamelcontainers voor fijn restafval en GFT buiten (uitpandig) geplaatst worden.
Verzamelcontainers zijn containers die door meer huishoudens worden gebruikt. Huishoudens in hoogbouwlocaties hebben dus geen ‘eigen’ container voor fijn restafval en/of GFT.
Als specifieke omstandigheden het uitpandig plaatsen van verzamelcontainers onmogelijk maken, wordt er een afwijkingsverzoek ingediend. Uitgangspunt bij een afwijking is dat er een ruime, logische en goed toegankelijke inpandige ruimte gerealiseerd wordt voor het opstellen van verzamelcontainers. De betreffende inpandige ruimte moet (van buitenaf) toegankelijk gemaakt kunnen worden voor de inzamelaar en ruimte bieden aan het aantal inzamelmiddelen (per afvalstroom) dat o.b.v. aantal woonhuisaansluitingen passend is.
Een uniforme aanpak bij hoogbouw met uitpandige verzamelcontainers reduceert de inzamelkosten. Kostenefficiëntie bij inzameling ontstaat als inzamelmiddelen efficiënt, snel en eenvoudig geleegd kunnen worden. Bij hoogbouw is inzameling in verzamelcontainers efficiënt omdat het aantal ledigingen gereduceerd wordt (minder containers dan bij woonhuis gebonden containers). Verzamelcontainers die buiten opgesteld zijn kunnen snel geleegd worden (inzamelaar hoeft niet eerst het pand te betreden, de verzamelcontainers voor lediging naar buiten te rijden en deze na lediging weer terug te plaatsen). Gelijk soortige verzamelcontainers kunnen eenvoudig met hetzelfde inzamelvoertuig (in dezelfde inzamelronde als huis aan huis inzameling) geleegd worden. Dit beperkt het aantal transport bewegingen en dus de kosten.
9.2. Intensiveren van GFT inzameling
Inzameling van GFT wordt bij hoogbouw geïntensiveerd, door meer verzamelcontainers rondom hoogbouwlocaties te plaatsen. Er zijn 40 verzamelcontainers voorzien (huidige situatie: 24). Loopafstanden voor inwoners tot verzamelcontainers worden daarmee gemiddeld korter.
Inwoners van hoogbouwlocaties moeten hun GFT gescheiden houden in de eigen woning. Vervolgens wordt het GFT door inwoners gedeponeerd in een verzamelcontainer. Gescheiden houden van GFT is bij hoogbouw lastiger dan bij laagbouw. Het gaat bij hoogbouw voornamelijk om etensresten (veroorzaakt stank) en er is (vaak) geen ruimte om dichtbij de woning een verzamelcontainer te plaatsen. Inwoners van hoogbouwlocaties worden gefaciliteerd met een kleine afsluitbare container die (bijv.) op het aanrecht kan worden geplaatst. Inwoners kunnen hun GFT in kwijt in de kleine afsluitbare container en deze vervolgens legen in de verzamelcontainer.
10. Wat is het plan voor de milieustraat?
10.1. Toepassen van: structurele toegangscontrole en registratie
Op de milieustraat wordt structureel toegangscontrole toepast. Alle huishoudens krijgen een toegangspas (dezelfde als voor geregistreerde inzameling bij hoogbouw). Met deze toegangspas krijgen huishoudens van Landsmeer toegang tot de milieustraat. Zonder geldige toegangspas is het niet mogelijk om afval op de milieustraat weg te gooien. Hierdoor wordt het mogelijk om:
Op de milieustraat kunnen inwoners zich alleen doen van huishoudelijk afval. Per huishouden wordt er een jaarlijkse maximum hoeveelheid (in gewicht) gratis op de milieustraat te deponeren huishoudelijk afval vastgesteld. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen
De gemiddelde hoeveelheid grof huishoudelijk afval (GHA) per inwoner in Nederland is 23,7 kilogram per jaar. De vastgestelde maximum gewichten per huishouden (van 300, 400 en 500 kilogram) zijn in vergelijking tot het landelijk gemiddelde dus ruim. Dit is bewust zo gekomen omdat Landsmeer graag wil dat inwoners hun GHA naar de milieustraat brengen. Het instellen van een maximum gewicht per huishouden zorgt ervoor dat Landsmeer kan handhaven dat inwoners zich alleen van huishoudelijk afval op de milieustraat ontdoen. Voor grote hoeveelheden verbouwingsafval zijn inwoners -net zoals in veel andere gemeenten- aangewezen op commerciële inzamelaars en/of afvoer via een aannemer. Het deponeren van meer GHA (dan het maximale gewicht) is wel mogelijk, maar alleen tegen aanvullende betaling.
10.2. Beheer en exploitatie: door één gespecialiseerde marktpartij
Het beheer en de exploitatie van de milieustraat wordt uitbesteed aan één gespecialiseerde marktpartij. De betreffende marktpartij verzorgt alle diensten die nodig zijn voor het beheer en de exploitatie van de milieustraat. Vervolgens wordt er vanuit deze marktpartij continue coördinatie toegepast. Hierdoor wordt het mogelijk om de activiteiten op de milieustraat steeds verder te optimaliseren en te wijzigen als wetgeving en/of ontwikkelingen daar aanleiding toe geven. Voor Landsmeer ontstaat er één centraal aanspreekpunt, één informatiestroom en één factuurstroom. Landsmeer blijft eigenaar van de milieustraat (en de daaraan vastzittende gemeentewerf). Het huidige personeel blijft op de milieustraat werken.
Bij het beheren en exploiteren van een milieustraat komen veel aspecten samen. Bijvoorbeeld het betrekken van inzamelmiddelen, het afsluiten van verwerkingscontracten, het transporteren van afval, inspelen op relevante marktonwikkelingen en anticiperen op wijzigingen in relevante wet- en regelgeving. Dit vraagt om continue en structurele coördinatie (toezicht, beheer, evaluatie en eventuele corrigerende maatregelen). Het beheren en exploiteren van een milieustraat is dus een specialistische en omvangrijke taak. De ambtelijke organisatie van Landsmeer is niet toegerust om deze taak efficiënt te kunnen uitvoeren.
11. Wat is het plan voor de uitvoering?
11.1 Rol van Landsmeer: regievoerder in plaats van uitvoerder
Landsmeer neemt een aantal maatregelen om meer regie op inzameling en verwerking van huishoudelijk afval te krijgen. Een rol als regievoerder past bij de capaciteit die Landsmeer ambtelijk beschikbaar heeft voor het dossier Afval & Grondstoffen. Landsmeer kiest daarom voor een meer integrale benadering van het uitbesteden van inzamel- en verwerkingsdiensten. Het aantal contractpartijen waarmee op dit onderwerp samengewerkt wordt moet teruggebracht worden tot maximaal drie. Het beheer van het inzamel-, verwerkings- en aanverwante diensten wordt hierdoor beter beheersbaar.
11.2 Tweejaarlijks uitvoeringsplan: operationele aspecten, communicatie en evaluatie
Landsmeer gaat op basis van dit beleidsplan werken met een uitvoeringsplan. Het uitvoeringsplan heeft een looptijd van twee jaar. In het uitvoeringsplan wordt op operationeel gebied invulling gegeven aan dit beleidsplan. Het uitvoeringsplan wordt in overleg met de belangrijkste stakeholders binnen Landsmeer opgesteld. Het uitvoeringsplan heeft betrekking op tenminste de volgende onderwerpen:
Aan het einde van ieder uitvoeringsplan vindt er een evaluatie plaats. De evaluatie wordt gedeeld met het college en de gemeenteraad van Landsmeer. Onderdeel van deze evaluatie is, tenminste:
Op basis van de evaluatie wordt overwogen of er aanvullende maatregelen nodig en/of mogelijk zijn. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan aanvullende serviceprikkels.
De totale afvalbeheerkosten, die ontstaan op basis van dit beleidsplan, zijn doorgerekend. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen jaarlijkse kosten (tabel 6) en eenmalige kosten (tabel 7).
|
Salarissen, onderhoud binnendienst & reserveringen 10 |
|||||
De investeringskosten bestaan voor een belangrijk deel uit de aanschaf van inzamelmiddelen (mini- en verzamelcontainers). Deze zijn nodig voor het inrichten van de benodigde inzamelstructuur. Overwogen kan worden om deze inzamelmiddelen in een huurconstructie af te nemen. In dat geval worden de investeringskosten beperkt. Of dit opportuun is hangt af van de wijze waarop de benodigde inzamel- en verwerkingsdiensten gecontracteerd zullen worden. In de investeringskosten is ook rekening gehouden met de invoer van digitale toegangscontrole op de milieustraat en de geregistreerde inzameling.
Onderdeel van de implementatiekosten is onder andere een intensieve communicatiecampagne die gericht is op inwoners. Verder zijn er adviesdiensten nodig voor het aangaan van nieuwe contracten voor inzamel- en verwerkingsdiensten.
Het effect van de jaarlijkse- en de eenmalige kosten op de ASH is doorberekend door de afdeling financiën van Landsmeer. In tabel 8 is de verwachte ontwikkeling van de ASH opgenomen. In tabel 9 is de verwachte ontwikkeling van de ASH afgezet tegen de verwachte ontwikkeling van de ASH als de huidige situatie gecontinueerd wordt.
Tabel 8: verwachte ontwikkeling ASH
Tabel 9: verschil in verwachte ontwikkelingen ASH nieuw beleid en continueren huidige situatie
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-505974.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.