Gemeenteblad van Vlaardingen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlaardingen | Gemeenteblad 2024, 504707 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Vlaardingen | Gemeenteblad 2024, 504707 | beleidsregel |
Beleidsregels Leefgeld Ontheemden Oekraïne 2024 MVS
Het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts, namens de colleges van burgemeester en wethouders van Maassluis, Vlaardingen en Schiedam,
de artikelen 2 onderdeel a, 6 eerste lid onderdeel b, 7 voor zover dit betrekking heeft op het intrekken van de voorzieningen op grond van artikel 6 eerste lid onderdeel b, 10 met uitzondering van het achtste lid, 12 met uitzondering van het achtste lid en 13 van de Regeling opvang ontheemden Oekraïne; en;
het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts het wenselijk acht om beleidsregels vast te stellen om aan te geven in welke situaties het leefgeld uit de regeling wordt ingetrokken en op welke wijze teveel verstrekte leefgeld wordt teruggevorderd;
Artikel 2: Intrekken leefgeld in verband met het verblijf in opvang
Het college trekt het leefgeld in indien de ontheemde:
Artikel 3: Terugvordering en invordering
Het college maakt gebruik van zijn bevoegdheid om ten onrechte of te veel verstrekt leefgeld terug te vorderen.
Wanneer duidelijk is dat de ontheemde geen mogelijkheid heeft om binnen de gestelde betalingstermijn tot algehele aflossing van de vordering over te gaan verleent het college ambtshalve of op basis van een gemotiveerd verzoek van de ontheemde uitstel van betaling. Aan het besluit tot uitstel van betaling wordt een betalingsregeling verbonden.
Artikel 3.5 Betalingsverplichting
Indien de belanghebbende uitsluitend een inkomen uit leefgeld ontvangt, wordt de maandelijkse aflossingsverplichting bij een betalingsregeling of beslaglegging bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarbij de belanghebbende ten minste blijft beschikken over een bedrag van 95% van het van toepassing zijnde leefgeld.
Aldus vastgesteld in het dagelijks bestuur Stroomopwaarts van 24 oktober 2024.
de voorzitter,
S.B. Kuiper
de secretaris,
N.C. van der Wekken
Vanwege het gegeven mandaat voert Stroomopwaarts MVS namens de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam enkel een gedeelte van de regeling uit. Stroomopwaarts MVS is bevoegd om het leefgeld te verstrekken en het teveel aan verstrekt leefgeld terug te vorderen. De beleidsregels zijn gelijk voor ontheemden in zowel de gemeentelijke als de particuliere opvang. Om deze reden zijn de artikelen die betrekking hebben op de kan-bepalingen van de artikelen 7 en 13 samengevoegd.
Artikel 2: Intrekken leefgeld in verband met het verblijf in opvang
In artikel 4 van de regeling worden de uitsluitingsgronden van opvang benoemd. Onder de opvang valt in artikel 6 ook het leefgeld. Indien de ontheemde niet of niet meer rechtmatig verblijft in de opvang wordt het recht op leefgeld ingetrokken.
Voor de gemeentelijke opvanglocatie geldt over het algemeen dat de locatiemanager een melding doet van ontzegging tot of vertrek uit de opvanglocatie. De gemeente verwerkt dit in de Basisregistratie Personen (BRP). Stroomopwaarts ontvangt hier automatisch een signaal van. De melding van de locatiemanager en/of ontvangst van het signaal uit de BRP vinden meestal later plaats dan de dag van de ontzegging of vertrek. In dat geval wordt het teveel aan ontvangen leefgeld teruggevorderd.
Artikel 3: Terugvorderen en invorderen
Dit artikel verwijst naar artikelen 7 en 13 van de regeling. Terugvordering is hierin gedeeltelijk een bevoegdheid waarvan het college heeft aangegeven gebruik te maken. Bij inkomsten in verband met arbeid moet het college volgens de regeling het teveel verstrekte leefgeld terugvorderen. In de artikelen 3.1 tot en met 3.5 is gespecifieerd hoe aan deze bevoegdheid invulling wordt gegeven.
Artikel 3.1: Afzien van terugvorderen
Er kunnen zich dringende redenen voordoen welke aanleiding vormen om af te zien van terugvordering. Deze dringende redenen moeten verband houden met de individuele omstandigheden van de persoon of het gezin. De individuele situatie is dus doorslaggevend. In de beoordeling kunnen zowel financiële als niet financiële omstandigheden worden meegewogen.
In dit artikel is vastgelegd dat wordt afgezien van terugvordering indien het terug te vorderen bedrag minder of gelijk is aan 50 euro.
In dit artikel wordt verduidelijkt hoe de ontheemde op de hoogte gesteld wordt van de terugvordering. In het besluit wordt minimaal de reden, de hoogte van het terug te vorderen bedrag en de termijn waarbinnen betaling wordt verlangd benoemd.
Uitgangspunt is terugbetaling in één keer binnen de betalingstermijn van 6 weken. Als aflossing binnen de gestelde betalingstermijn niet kan, behoort uitstel van betaling en een betalingsregeling tot de mogelijkheden. Uitstel van betaling wordt alleen verleend als hieraan een betalingsregeling is verbonden.
Artikel 3.4: Betalingsregeling
Tijdens een verzoek tot wijziging van de betalingsregeling blijft de betalingsverplichting bestaan. Dat is anders in het geval van uitstel van betaling. Artikel 4:94 Awb zegt hierover het volgende: Het bestuursorgaan kan de wederpartij uitstel verlenen. Gedurende het uitstel kan het bestuursorgaan niet aanmanen of invorderen.
Artikel 3.5: Betalingsverplichting
Indien de ontheemde niet betaalt en niet bereid is tot het treffen van een minnelijke regeling of een eerder opgelegde betalingsverplichting niet nakomt, wordt hij aangemaand om binnen twee weken na ontvangst van de aanmaning te betalen (artikelen 4:97 Awb en 4:112 Awb). Er worden geen aanmaningskosten in rekening gebracht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-504707.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.