Gemeenteblad van Amsterdam
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2024, 503917 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Amsterdam | Gemeenteblad 2024, 503917 | algemeen verbindend voorschrift (verordening) |
Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart 2025
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
schip: elk vaartuig, met inbegrip van een vaartuig zonder waterverplaatsing en een watervliegtuig, dat feitelijk wordt gebruikt of geschikt is om te worden gebruikt als middel van vervoer te water; onder schip wordt mede verstaan drijvende werktuigen, zoals kranen, werkeilanden, een drijvende kraan, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard;
Artikel 2. Waarvoor betaalt u deze belasting/ Belastbaar feit
Als het gebruik of genot niet plaatsvindt in de haven, wordt onder de naam ‘Binnenhavengeld Pleziervaart’ een recht geheven voor het:
Artikel 3. Wie betaalt de belasting/ Belastingplichtige
Belastingplichtige is de eigenaar, de schipper, degene aan wie het pleziervaartuig in gebruik is gegeven of degene die als vertegenwoordiger voor een van dezen optreedt.
Artikel 4. Waarover moet u belasting betalen/ Maatstaf tarief
De maatstaf voor de berekening van de in artikel 5 genoemde tarieven Binnenhavengeld Pleziervaart is de oppervlakte van het pleziervaartuig, uitgedrukt in vierkante meters. Deze oppervlakte wordt berekend door het vermenigvuldigen van de grootste lengte en de grootste breedte over het dek gemeten van het pleziervaartuig, ongeacht de vorm van het pleziervaartuig.
Artikel 6. Hoeveel moet u betalen/ Tarieven
Binnenhavengeld Pleziervaart wordt geheven naar de volgende tarieven per belastingjaar of per dag of per aantal uren.
|
Bezoekerstarief per pleziervaartuig dat tussen de 0 en maximaal 6 uur een ligplaats inneemt |
||||||||
|
Dagtarief per pleziervaartuig dat van 0 tot maximaal 24 uur een ligplaats inneemt |
||||||||
Het milieutarief in de stad Amsterdam is uitsluitend van toepassing op pleziervaartuigen waarmee ligplaats wordt ingenomen in de stad Amsterdam en die in geen geval anders worden voortbewogen dan door een elektromotor, door spierkracht, door windkracht of door een andere, hiermee vergelijkbare, uitstootvrije wijze. Vaartuigen waarop al of niet incidenteel een motor aanwezig is, anders dan een elektromotor, vallen niet onder het milieutarief. De korting op het reguliere tarief bedraagt 35%.
Het hybride tarief in de stad Amsterdam is uitsluitend van toepassing op pleziervaartuigen waarmee ligplaats wordt ingenomen in de stad Amsterdam en die op het openbaar water van Amsterdam worden voortbewogen door een elektromotor, door spierkracht, door windkracht of door een andere, hiermee vergelijkbare, uitstootvrije wijze. De elektromotor mag tijdens het varen of afmeren niet worden opgeladen of aangedreven door een brandstofgenerator of een brandstofmotor. De korting op het reguliere tarief bedraagt 35%.
Met een regulier tarief in Weesp is het toegestaan om gedurende het gehele etmaal een ligplaats in te nemen op het openbaar water binnen stadsgebied Weesp. Voor het innemen van een ligplaats buiten stadsgebied Weesp, maar binnen de gemeente Amsterdam, wordt een extra bezoekers- of dagtarief betaald. Met het reguliere tarief Weesp mag wel door de gehele gemeente Amsterdam worden gevaren.
Met een abonnementstarief Weesp is het niet toegestaan om een ligplaats in te nemen op openbaar water van stadsgebied Weesp tussen 23.00 uur 's avonds en 06.00 uur ’s morgens, behalve op een gepachte of gehuurde locatie. Voor het innemen van een ligplaats buiten stadsgebied Weesp, maar binnen de gemeente Amsterdam, wordt een extra bezoekers- of dagtarief betaald. Met het abonnementstarief Weesp mag wel door de gehele gemeente Amsterdam worden gevaren.
Het milieutarief Weesp is uitsluitend van toepassing op pleziervaartuigen waarmee ligplaats wordt ingenomen in Stadsgebied Weesp en die in geen geval anders worden voortbewogen dan door een elektromotor, door spierkracht, door windkracht of door een andere, hiermee vergelijkbare, uitstootvrije wijze. Vaartuigen waarop al of niet incidenteel een motor aanwezig is, anders dan een elektromotor, vallen niet onder het milieutarief. De korting op het reguliere tarief Weesp bedraagt 35%.
Het hybride tarief Weesp is uitsluitend van toepassing op pleziervaartuigen waarmee ligplaats wordt ingenomen in Stadsgebied Weesp en die op het openbaar water van Amsterdam worden voortbewogen door een elektromotor, door spierkracht, door windkracht of door een andere, hiermee vergelijkbare, uitstootvrije wijze. De elektromotor mag tijdens het varen of afmeren niet worden opgeladen of aangedreven door een brandstofgenerator of een brandstofmotor. De korting op het reguliere tarief Weesp bedraagt 35%.
Artikel 7. Vrijgesteld van belastingplicht
Binnenhavengeld Pleziervaart wordt niet geheven voor het gebruik of genot als bedoeld in artikel 2, met een:
Artikel 8. Vrijstelling; doorvaartvignetplicht
Geen binnenhavengeld wordt geheven voor het gebruik of genot met een pleziervaartuig dat op het openbaar water vertoeft zonder ligplaats in te nemen, waarbij onder het innemen van een ligplaats niet wordt begrepen het stilliggen in de onmiddellijke nabijheid van een brug of sluis in afwachting van de eerstvolgende bediening van die brug of sluis en het vaartuig niet onbemand wordt achtergelaten.
Artikel 10. Wanneer moet u betalen/ Verschuldigdheid
Artikel 14. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels stellen omtrent de heffing en de invordering van Binnenhavengeld Pleziervaart.
Artikel 15. Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel
De Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2024, vastgesteld bij raadsbesluit van 21 december 2023 (Gemeenteblad 2024, 25568), wordt ingetrokken met ingang van de datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat deze verordening van toepassing blijft op belastbare feiten die zich vóór die datum hebben voorgedaan.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van 14 november 2024,
De plaatsvervangend voorzitter
Kune Burgers
De raadsgriffier
Jolien Houtman
De Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2024 wordt ingetrokken om een aantal wijzigingen door te voeren en de Binnenhavengeldverordening Pleziervaart 2025 wordt vastgesteld. Meerdere artikelen zijn gewijzigd, waaronder aanpassingen om de leesbaarheid en begrijpelijkheid te verbeteren. Enkele definities zijn geschrapt en verduidelijkt. De definitie van Weesp is toegevoegd.
Verder is sprake van een indexering van de jaartarieven. De wijzigingen hebben betrekking op de reikwijdte en toepassing van de verordening, waaronder de invoering van Binnenhavengeld Pleziervaart in Weesp per 2025.
Aard van de heffing; belastbaar feit
Van het heffen van Binnenhavengeld Pleziervaart voor het gebruik volgens de bestemming met een pleziervaartuig van openbaar water is naast het Noordhollandsch Kanaal en het Markermeer vanaf 2025 ook uitgezonderd het Amsterdam-Rijnkanaal, de Bloemendaler Polder en het overig stadsgebied Weesp. Voor het overig stadsgebied Weesp geldt dat deze uitzondering alleen ziet op het gebruik varen en niet op het gebruik van voorzieningen of geleverde diensten zoals afmeren. Een ligplaats innemen in het overig stadsgebied Weesp is onderhevig aan de verplichting binnenhavengeld te voldoen. De ratio hiervan is dat het nautisch beheer in Weesp bij het waterschap Amstel, Gooi en Vecht ligt en er om die reden geen binnenhavengeld wordt geheven voor het varen. De Bloemendalerpolder staat nog niet in verbinding met open water en daarom wordt aldaar vooralsnog geen binnenhavengeld geheven. De overige wateren hebben andere (nautische) beheerders op grond waarvan het niet wenselijk is op die wateren binnenhavengeld te heffen.
Vanaf 22 juli 2024 worden alle vignetten geactiveerd verstrekt. Voor eerder uitgegeven vignetten geldt dat alleen vignetten die zijn geactiveerd, geldig zijn. Iemand die zonder (geactiveerd) vignet met een pleziervaartuig over het Amsterdamse binnenwater vaart of ligplaats inneemt, handelt in strijd met artikel 2.1.4 van de Verordening op het binnenwater. Als een overtreding wordt geconstateerd, zal worden gehandhaafd. In dat geval kan er een naheffing, administratiekosten en een verzuimboete worden opgelegd.
Vooralsnog geldt geen doorvaartvignetplicht in stadsgebied Weesp. De reden hiervoor is dat het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam niet de nautisch beheerder is van het openbaar water in stadsgebied Weesp.
De indexering van de jaartarieven voor loon- en prijsstijgingen bedraagt 3,48 %. Voor de duidelijkheid is bij het vaststellen van de jaartarieven gekozen voor afgeronde bedragen.
Per 2025 wordt Binnenhavengeld Pleziervaart ingevoerd in Weesp. Om een geleidelijke aanpassing aan het heffen van Binnenhavengeld Pleziervaart voor Weesp mogelijk te maken, is tot 2030 voor in Weesp gelegen pleziervaartuigen een ingroeimodel van toepassing. Dit ingroeimodel bestaat uit een jaarlijks aflopende korting op het reguliere tarief. In 2025 zal de korting voor Weesp 70 procent op het reguliere tarief bedragen en deze zal jaarlijks met 15 procent afnemen tot 2030. Dit ingroeimodel wordt jaarlijks verwerkt in de tarieftabel van de Verordening Binnenhavengeld Pleziervaart.
Pleziervaarders die alleen het ingroeitarief Binnenhavengeld Pleziervaart voor Weesp betalen, mogen alleen in Weesp ligplaats innemen en niet in de rest van Amsterdam. Wel mogen zij in geheel Amsterdam varen en schaffen zij een extra bezoekers- of dagtarief aan als zij willen afmeren in de rest van Amsterdam. De reden hiervoor is, zoals gezegd, dat het ingroeimodel is bedoeld om geleidelijke aanpassing aan het heffen van Binnenhavengeld Pleziervaart voor het stadsgebied mogelijk te maken. Dit heeft geen betrekking op de rest van het openbaar water in Amsterdam, omdat daar al wel Binnenhavengeld Pleziervaart tegen de geldende tarieven moet worden afgedragen.
In 2025 worden acht verschillende jaartarieven gehanteerd. Waaronder vier tarieven met een ingroeikorting voor stadgebied Weesp. De basiskorting op het milieutarief en het hybride tarief bedraagt 35%. De kortingsmaatregel heeft tot doel investeringen in verduurzaming te stimuleren.
Als een pleziervaarder met een doorvaartvignet een ligplaats wil innemen, dan kan worden gekozen voor het “bezoekerstarief” (€ 17) of het “dagtarief” (€ 33). Het bezoekerstarief is geldig voor 6 uur. Na het verstrijken van deze periode kan deze periode eventueel verlengd worden door het bezoekerstarief opnieuw te betalen. In dat geval mag het vaartuig wederom 6 uur worden afgemeerd.
Het dagtarief is geldig voor 24 uur. De looptijd van beide tarieven begint, zodra iemand heeft betaald.
Voor bezoekers in stadsgebied Weesp zonder doorvaartvignet is het tijdelijk mogelijk om via de gemeentewebsite een “bezoekerstarief” (€ 17) of het “dagtarief” (€ 33) af te nemen voor het tijdelijk innemen van een ligplaats in stadgebied Weesp.
Pleziervaarders zonder doorvaartvignet in Weesp bevestigen het betalingsbewijs van het afmeertarief aan hun boot.
Op grond van artikel 10, lid 5, geldt de verschuldigdheid vanaf het moment dat met het pleziervaartuig ligplaats wordt ingenomen. Daarbij werkt het doorvaartvignet als bewijs van betaling. Aan de hand van het doorvaartvignet wordt vastgesteld of het verschuldigde tarief is betaald voor pleziervaartuigen waarmee ligplaats is ingenomen op het openbaar water. In stadsgebied Weesp is het voor pleziervaarders zonder doorvaartvignet tijdelijk mogelijk om op een andere manier kenbaar te maken dat het bezoekers- of dagtarief is voldaan.
Voor het bezoekers- en dagtarief geldt een maximum van 3 x 24 uur in een aaneengesloten periode.
Als wordt geconstateerd dat eigenaars van pleziervaartuigen het jaarvignet vervangen door een doorvaartvignet en met hun pleziervaartuig in Amsterdam ligplaats innemen zonder het daarvoor geldende tarief te betalen, kon tot 2023 niet worden ingegrepen, anders dan dat deze pleziervaarders alsnog het dagtarief moeten betalen, nadat een overtreding is vastgesteld.
Om dit soort misbruik tegen te gaan, is in 2024 een bepaling toegevoegd op grond waarvan de vrijstelling komt te vervallen, als blijkt dat een pleziervaartuig waarop een doorvaartvignet is aangebracht gedurende het kalenderjaar meer dan 2 keer wordt afgemeerd zonder dat het daarvoor geldende tarief is betaald. Vanaf 2025 is dit aangescherpt naar meer dan 1 keer gedurende de looptijd van het doorvaartvignet. In dergelijke gevallen wordt het doorvaartvignet op non-actief gezet en wordt alsnog Binnenhavengeld Pleziervaart na geheven en kunnen administratiekosten en een verzuimboete worden opgelegd.
Met deze maatregel wil de gemeente voorkomen dat mensen voor langere tijd of meerdere malen met hun pleziervaartuig ligplaats innemen op het openbaar water zonder het daarvoor verschuldigde jaartarief te betalen.
Verschuldigdheid en heffing naar tijdsgelang
In 2022 is een regeling geïntroduceerd voor die gevallen waarin de belastingplicht in de loop van het belastingjaar ontstaat of eindigt. Bij begin van de belastingplicht vanwege de aanschaf van een vaartuig in de loop van het belastingjaar vindt een heffing naar tijdsgelang plaats voor dat lopende kalenderjaar. Bij beëindiging van de belastingplicht vanwege de verkoop van een vaartuig in de loop van het tijdvak vindt een ontheffing naar tijdsgelang plaats. Daarbij wordt uitgegaan van het aantal maanden als er in een jaar, na aanvang of einde van de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. De maand december wordt daarbij altijd gerekend als één volle maand. Niet het moment van aangifte is bepalend, maar het moment waarop het gebruik of genot (en daarmee de belastingplicht) begint of eindigt. Als iemand tijdens het jaar een pleziervaartuig koopt, waarmee hij gedurende het resterende gedeelte van het jaar voor langere tijd of meerdere malen ligplaats wil innemen in Amsterdam, of gedurende het jaar een pleziervaartuig verkoopt, dan betaalt hij een (evenredig) gedeelte van het jaartarief of kan hij op verzoek een (evenredig) gedeelte van het door hem betaalde jaartarief terugkrijgen.
Als iemand bijvoorbeeld een pleziervaartuig koopt in april, dan ontstaat de belastingplicht per 1 mei van dat jaar en wordt de nieuwe eigenaar geacht 8/12e deel te betalen van het jaartarief. Als iemand bijvoorbeeld een pleziervaartuig verkoopt in november, dan vervalt de belastingplicht per 1 december van dat jaar en heeft de verkoper recht op restitutie van 1/12e deel van het (reeds betaalde) jaartarief.
Vanaf 2023 vraagt de gemeente om een schriftelijke (ver)koopovereenkomst met daarop de datum van levering van het pleziervaartuig. Aan de hand van deze gegevens kan worden bepaald hoeveel Binnenhavengeld Pleziervaart iemand nog verschuldigd is voor het resterende belastingjaar of hoeveel recht op restitutie van het (reeds betaalde) jaartarief iemand heeft. Om misbruik tegen te gaan geldt vanaf 2024 de eis dat de aankoop van een pleziervaartuig niet eerder dan drie maanden vóór aangifte mag hebben plaatsgevonden. De termijn van drie maanden biedt de nieuwe eigenaar voldoende tijd om een aangekocht vaartuig eerst nog op de wal op te knappen.
Net als bij de aanschaf van een pleziervaartuig, vindt sinds 2023 ook heffing naar tijdsgelang plaats als aangifte wordt gedaan voor een pleziervaartuig, waarvoor nog niet eerder Binnenhavengeld Pleziervaart is geheven. Zodoende betaalt bijvoorbeeld iemand die naar de gemeente Amsterdam verhuist en zijn pleziervaartuig in het Amsterdamse binnenwater wil afmeren een (evenredig) gedeelte van het jaartarief. Om misbruik tegen te gaan dient vanaf 2024 te worden aangetoond dat het pleziervaartuig waarvoor aangifte wordt gedaan niet eerder in het binnenwater van Amsterdam heeft gelegen. Dit kan door middel van een bewijs van betaling van haven- of Binnenhavengeld elders, dan wel door een bewijs van betaling voor een (tijdelijke) opslag. Heffing naar tijdsgelang geldt niet voor pleziervaartuigen waarvoor in het verleden Binnenhavengeld Pleziervaart is geheven, tenzij sprake is van de aanschaf van een pleziervaartuig.
Net als bij de verkoop van een pleziervaartuig, vindt ook ontheffing naar tijdsgelang plaats bij verhuizing van de belastingplichtige naar een andere gemeente. Bij verhuizing naar een andere gemeente vraagt de gemeente om een recent bewijs van inschrijving. Bij aantoonbare vernietiging, anders dan door handhaving na verstrijken van de bewaringstermijn of na aangifte van diefstal kan de gemeente ontheffing naar tijdsgelang geven. Aan de hand van deze gegevens kan eenvoudig worden bepaald hoeveel recht op restitutie van het (reeds betaalde) jaartarief iemand heeft.
De betaling van binnenhavengeld, zoals geregeld in artikel 10, vindt vanaf 2024 uitsluitend nog plaats door middel van doorlopende machtiging. Betaling via iDEAL is niet meer mogelijk. Het verschuldigde binnenhavengeld dient voor het einde van het kalenderjaar waarover aangifte wordt gedaan te zijn voldaan. Betaling met iDEAL is wel mogelijk voor doorvaartvignetten en bezoekers- en dagtarief.
Op grond van artikel 11, tweede lid, moet een jaarvignet of doorvaartvignet aan de bakboordzijde op de achterzijde van het pleziervaartuig worden aangebracht. Hiermee wordt bedoeld dat een jaarvignet of doorvaartvignet onlosmakelijk op het pleziervaartuig moet zijn bevestigd aan de bakboordzijde op de achterzijde van het pleziervaartuig. Het is bijvoorbeeld niet toegestaan om een jaarvignet of een doorvaartvignet in een mapje aan de mast van een pleziervaartuig te hangen of op de voorzijde of binnenzijde van een pleziervaartuig aan te brengen. Op het moment dat het vignet wordt opgezegd, is de vignethouder op basis van artikel 2.1.4, derde lid, van de Verordening op het binnenwater verplicht het opgezegde vignet zo spoedig mogelijk van het vaartuig te verwijderen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-503917.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.