Gemeenteblad van Drimmelen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Drimmelen | Gemeenteblad 2024, 503689 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Drimmelen | Gemeenteblad 2024, 503689 | beleidsregel |
Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang 2018
Deze beleidsregels zijn van toepassing op de handhaving naar aanleiding van een overtreding van de bij of krachtens de Wet kinderopvang gestelde regelgeving.
Artikel 2 Vormen van handhaving
Bij het uitvoeren van het handhavingsbeleid heeft het college de volgende mogelijkheden:
Hoofdstuk 2 Herstellend traject
Indien gebleken is dat een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en alle onderliggende regelgeving, start het college in beginsel een herstellend handhavingstraject. Dit traject is gericht op beëindiging van de overtreding(-en) en op voorkoming van herhaling van de overtreding(-en)
Indien niet (langer) wordt voldaan aan de definities van de Wet kinderopvang voor wat betreft de geregistreerde voorziening (dagopvang, buitenschoolse opvang, gastouder-bureau, voorziening voor gastouderopvang) wordt de gegeven toestemming tot exploitatie ingetrokken door middel van een beschikking overeenkomstig artikel 1.46 lid 5 en 6 Wet kinderopvang. Aansluitend wordt de registratie verwijderd uit het landelijk register kinderopvang.
Hoofdstuk 3 Bestraffend traject
De totale bij boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete bestaat, ingeval er sprake is van meerdere overtredingen op één en hetzelfde moment, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen.
Made, 21 augustus 2018
burgemeester en wethouders van Drimmelen
C. Smits
secretaris
Drs. G.L.C.M. de Kok
burgemeester
Afwegingsoverzicht Handhaving Wet Kinderopvang
Handhaving- en sanctiebeleid gemeente Drimmelen
betreffende kwaliteit en handhaving kinderopvang
behorend bij Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang 2018
Voor u ligt het Afwegingsoverzicht Handhaving Wet Kinderopvang 2018 van de gemeente Drimmelen. In deze paragraaf wordt een korte toelichting op het afwegingsoverzicht gegeven, dat als basis de inspectierapporten van de GGD heeft.
De gemeente hanteert het Afwegingsoverzicht Handhaving Kinderopvang bij het uitvoeren van de handhavingsacties die nodig zijn als een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang niet voldoet aan één of meer kwaliteitseisen van de Wet Kinderopvang, hierna genoemd Wet Kinderopvang of Wko en alle daaruit voortvloeiende regelgeving. In het overzicht zijn de stappen opgenomen die de gemeente kan hanteren bij het overtreden van de kwaliteitseisen.
Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten worden. Proportionaliteit en subsidiariteit zijn daarbij van belang. Daardoor zijn niet automatisch alle genoemde stappen in een bepaalde situatie van toepassing op een gemaakte overtreding. Bij iedere overtreding zal overwogen worden of de te zetten stap in proportie is met de gemaakte overtreding in een bepaalde setting.
Start van een handhavingstraject
Een handhavingstraject begint, indien nodig, direct na ontvangst van het inspectie-rapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een handhavingsadvies aan de gemeente. In het rapport is het ‘Overzicht getoetste inspectie-items’ de basis voor het afwegen van de te ondernemen handhavingsactie. In dit overzicht beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden waar de houder niet aan voldoet. Ook de ‘zienswijze houder kindercentrum’ wordt hierin genoemd. De gemeente neemt aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de inspanning van de houder etc. mee bij het beoordelen van de te nemen handhavingsactie.
De gemeente kan in bijzondere gevallen, voordat de eerste juridische stap van aanwijzing wordt gezet, overwegen om eerst op basis van mondeling overleg de houder te bewegen de overtreding te herstellen. Het mondelinge overleg heeft echter geen juridische status en betekent daarom een uitstel van het handhavingstraject.
Binnen dit handhavingsmodel kunnen twee typen sancties onderscheiden worden, namelijk op herstel gerichte sancties en bestraffende sancties. Deze typen sancties bestaan naast elkaar. Dit betekent dat sancties van een verschillend type tegelijkertijd kunnen worden opgelegd.
In artikel 5:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt bepaald wat onder een herstellende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding.
Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie dus ook met name gelegen is in het voorkomen van het voortduren van de overtreding en/of herhaling ervan in de toekomst. De herstellende sancties zijn onder te verdelen in vier stappen:
De eerste stap met betrekking tot herstellende sancties is het geven van een bevel of aanwijzing. Een bevel is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Omdat het middel door de GGD-inspecteur wordt ingezet en niet door het college wordt het bevel in het afwegingsoverzicht verder niet meer genoemd. De GGD geeft alleen een bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden.
In geval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering (zie in de tabellen van het afwegingsoverzicht) zal hier geen sprake van zijn.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau bevindt dat de gegeven voorschriften (zoals weergegeven in de tabellen) niet of in onvoldoende mate naleeft, kan aan de houder een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom/bestuursdwang worden toegezonden.
In een voornemen wordt met redenen toegelicht op welke punten de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd door de houder. Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te worden om deze voorschriften wel op juiste wijze na te leven.
Bij een voornemen wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de prioritering. De hersteltermijn in dit afwegingsoverzicht wordt aangegeven in een bandbreedte. De gemeente geeft per concreet geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van een hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle hiervan kan de gemeente schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel de GGD de opdracht geven voor een her-inspectie. Is de overtreding niet beëindigd, dan zal de volgende stap worden ingezet.
Stap 2 Last onder dwangsom of bestuursdwang
De volgende stap met betrekking tot herstellende sancties is ‘last onder dwangsom’ of ‘last onder bestuursdwang’. Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen. Dit vereist een nieuw besluit.
Tevens is er de mogelijkheid om een ‘last onder bestuursdwang’ op te leggen. Hieronder wordt verstaan: de herstelsanctie, inhoudende:
In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last onder bestuursdwang opgelegd worden. Omdat in het kader van handhaving kinderopvang de overtredingen zich maar in beperkte mate lenen voor toepassing van bestuursdwang, is deze optie op een enkele overtreding na niet opgenomen in het afwegingsoverzicht. Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast indien de gemeente de overtreding daardoor zelf kan doen beëindigen.
Het college van burgemeester en wethouders kan op grond van artikel 1.66 Wko de houder verbieden de exploitatie van een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau voort te zetten, zolang hij een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder bestuursdwang niet mogelijk is.
Tevens kan het college van burgemeester en wethouders de houder verbieden een bepaald kindercentrum, een bepaalde voorziening voor gastouderopvang of gastouder-bureau in exploitatie te nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen (zoals genoemd in de tabellen) wordt voldaan.
Stap 4 Intrekken van de toestemming tot exploitatie en verwijdering uit Landelijk Register Kinderopvang
De laatste stap betreft verwijdering uit het Landelijk Register Kinderopvang. Dit geschiedt op grond van het Besluit landelijk register kinderopvang. Er zijn verschillende gronden waarop het college een voorziening uit het register kinderopvang kan verwijderen. Deze volgen uit artikel 8 van het Besluit landelijk register kinderopvang. :
Vanaf het moment dat een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een gastouderbureau is verwijderd uit het register, is er geen sprake meer van kinderopvang in de zin van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang en tot een boete op basis van de Wet Economische Delicten. Doordat eerdergenoemde voorzieningen uit het register zijn verwijderd, wordt ook de grond voor recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd.
Verloop herstellend handhavingstraject
Een herstellend handhavingstraject verloopt in beginsel volgens de hierboven genoemde stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen, waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om, gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen over te slaan en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén van de situaties waarin dit zich kan voordoen is recidive.
In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor zover deze beoogt de overtreder leed toe te brengen.
Een bestraffende sanctie bestraft een overtreding die in het verleden begaan is. Er is dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de bestuurlijke boete. Een bestuurlijke boete kan apart maar ook gelijktijdig met een herstellend handhavingstraject worden opgelegd.
Grondslag bestuurlijke boete bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en gastouderbureaus
Op grond van artikel 1.72 Wko is het college bevoegd bij een aantal overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke boete mag ten hoogste € 45.000,- bedragen.
Grondslag bestuurlijke boete bij gastouderopvang
Gastouders vallen ook volledig onder het regime van toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een bestuurlijke boete op te leggen van toepassing.
In beginsel wordt een bestuurlijke boete opgelegd bij een overtreding met de prioriteit ‘hoog’. Er zal dan een bestuurlijke boete ter hoogte van het in het afwegingsoverzicht genoemde bedrag worden opgelegd. Ook bij een overtreding met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het college besluiten een bestuurlijke boete op te leggen.
Het college legt geen bestuurlijke boete op indien:
De in dit afwegingsoverzicht genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.
Er bestaan in dit kader ook ‘boeteverhogende en boeteverlagende omstandigheden’. In het geval de overtreder in de afgelopen drie jaar al eerder is beboet voor eenzelfde type overtreding kan het college de boete verhogen. Daarbij is irrelevant of de in het verleden gepleegde overtreding(en) al dan niet betrekking hadden op hetzelfde kindercentrum, gastouderbureau, voorziening voor gastouderopvang of peuterspeelzaal waarvoor de nieuwe boete wordt opgelegd. Bepalend is of de overtreder als houder al eerder een boete is opgelegd.
Als boeteverhogende of boeteverlagende omstandigheden kunnen onder meer in aanmerking worden genomen:
In dit afwegingsoverzicht wordt onder de gebruikte termen verstaan hetgeen in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang is omschreven.
Afwegingsoverzicht Wet kinderopvang
|
Domein Kinderopvang, Gastouderopvang, Gastouderbureau Registratie – wijziging - naleving |
|||||||||||||
|
Let op: Tekstuele weergave is vereenvoudigd. Voor de exacte inhoud en bedoelde wettekst wordt verwezen naar de cursief gedrukte artikelen. |
|||||||||||||
|
Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint. |
(boete 4e categorie1) |
||||||||||||
|
Een organisatie die gastouderopvang tot stand brengt en begeleidt en door tussenkomst van wie de betaling van ouders aan gastouders geschiedt. |
|||||||||||||
|
Kinderopvang door tussenkomst geregistreerd gastouderbureau; in gezinssituatie; op woonadres gastouder of vraagouder. |
|||||||||||||
|
Een buitenschoolse opvang, een kinderdagverblijf, een gastouderbureau of een voorziening voor gastouderopvang wordt niet in exploitatie genomen voordat een onderzoek door de GGD heeft plaatsgevonden en uit dit onderzoek blijkt dat de exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de bij of krachtens de artikelen 1.48d tweede en derde lid en 1.49 tot en met 1.59 gestelde regels uit de Wet kinderopvang. |
|||||||||||||
|
De houder van een buitenschoolse opvang, kinderdagverblijf of gastouderbureau meldt een wijziging in de gegevens aan het college met het verzoek de gegevens te wijzigen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de te melden gegevens aangewezen. artikel 1.47 lid 1 en 6 Wko ; artikel 7 lid 2, 3 en 4 Besluit landelijk register kinderopvang en register buitenlandse kinderopvang |
|||||||||||||
|
Eisen gesteld aan de inrichting van de administratie van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau opdat de toezichthouder een onderzoek kan uitvoeren op de naleving van de bij of krachtens wet gegeven voorschriften. bso , kdv artikel 1.53 Wko , artikel 11 lid 1 en 2 Regeling wet kinderopvang bso , gob , kdv artikel 11 lid 1 Regeling Wet kinderopvang bso , kdv artikel 11 lid 2 Regeling Wet kinderopvang gob artikel 1.56 lid 6 Wet kinderopvang, , artikel 11 lid 1 en 3 Regeling Wet kinderopvang |
|||||||||||||
|
Een schriftelijke overeenkomst per (vraag)ouder kdv en bso artikel 1.52 lid 1, |
|||||||||||||
|
Inzichtelijke betalingen van vraagouders aan gastouderbureau en doorbetaling van gastouderbureau aan gastouders artikel 1.49 lid 4b en 1.56 Wko ; artikel 11 lid 1 en 3 Regeling Wet kinderopvang |
|||||||||||||
|
Een ondertekend origineel van de risico-inventarisatie veiligheid en gezondheid. artikel 1.56 Wko ; artikel 7 lid 4 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang |
|||||||||||||
|
Houder biedt verantwoorde kinderopvang, waaronder wordt verstaan het in een veilige en gezonde omgeving bieden van emotionele veiligheid aan kinderen, het bevorderen van de persoonlijke en sociale competentie van kinderen en de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde waarden en normen. artikelen 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wko ; dagopvang: artikel 2 besluit kwaliteit kinderopvang of BSO artikel 11 Besluit kwaliteit kinderopvang |
Prioritering en boetebedrag zijn aangegeven bij de inhoudelijke overtredingen, die de overtreding van verantwoorde kinderopvang veroorzaken. |
||||||||||||
|
Houder draagt zorg voor een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden van het bureau, waaronder wordt verstaan: het tot stand brengen en begeleiden van gastouderopvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving; het doorgeleiden van de betalingen van ouders aan gastouders. |
|||||||||||||
|
Houder biedt verantwoorde gastouderopvang aan waaronder wordt verstaan opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving. |
|||||||||||||
|
Let op: Tekstuele weergave is vereenvoudigd. Voor de exacte inhoud en bedoelde wettekst wordt verwezen naar de cursief gedrukte artikelen. |
||
|
Elke buitenschoolse opvang en kinderdagverblijf beschikt over een pedagogisch beleidsplan.2 bso en kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 12 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang |
||
|
Houder stelt een pedagogisch beleidsplan vast, waarin de voor dat gastouderbureau kenmerkende visie op de omgang met kinderen is beschreven. artikelen 1.49 lid 4, en 1.56 lid 1 en 2 Wko ; artikel 11 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang; artikel 12a lid 1 Regeling kwaliteit kinderopvang |
||
|
Het pedagogisch beleidsplan bevat ten minste een concrete beschrijving van de wijze waarop invulling wordt gegeven aan aspecten van verantwoorde dagopvang, bedoeld in artikel 2 van het Besluit kwaliteit kinderopvang.. bso en kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikelen 11 en 12 lid 2a Besluit kwaliteit kinderopvang |
|||||
|
Het pedagogisch beleidsplan bevat een concrete beschrijving van de overige daaraan gestelde kwaliteitseisen. bso en kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 12 lid 2, 3 Besluit kwaliteit kinderopvang |
|||||
|
Het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen ten minste een beschrijving van: de wijze waarop de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd, de mogelijkheden voor kinderen om en sociale competenties te ontwikkelen en de wijze waarop de overdracht van normen en waarden aan kinderen plaatsvindt. artikelen 1.49 lid 4, en 1.56 lid 1 en 2 Wko ; artikel 11 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang artikel 12a lid 1 onder a Regeling kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor |
|||||
|
Het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen een beschrijving van het aantal kinderen dat door de gastouder wordt opgevangen en de leeftijden van die kinderen. En het pedagogisch beleidsplan bevat in duidelijke en observeerbare termen een beschrijving van de eisen die aan de voorzieningen voor gastouderopvang worden gesteld. artikelen 1.49 lid 4, en 1.56 lid 1 en 2 Wko ; artikel 11 lid 1 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang artikel 12a lid 1 onder b en c Regeling kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang |
|||||
|
Houder draagt er zorg voor dat er conform het pedagogisch beleidsplan wordt gehandeld. bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 12 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang |
|||||
|
Houder voert een zodanig beleid dat de gastouder de kwaliteitseisen kan naleven en stelt hiertoe het pedagogisch beleidsplan ter beschikking aan de gastouder. De houder draagt er zorg voor dat alle bij zijn gastouderbureau aangesloten gastouders het pedagogisch beleid uitvoeren. Het pedagogisch beleid is door het gastouderbureau aan de gastouders verstrekt. artikelen 1.49 lid 4 sub a en 1.56 lid 1, artikel 11 en 16 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang |
|||||
|
De gastouder handelt overeenkomstig het pedagogisch beleidsplan dat door het gastouderbureau is opgesteld en ter beschikking is gesteld. artikel 1.56b lid 1 en 2 Wko ; artikel 16 Besluit kwaliteit gastouderbureau, gastouder en voorziening voor gastouderopvang |
|||||
|
Kinderdagverblijf / Voorschoolse educatie 3 |
|||||
|
Voorschoolse educatie omvat per week ten minste vier dagdelen van ten minste 2,5 uur of per week ten minste 10 uur aan activiteiten gericht op het stimuleren van ontwikkelingsdomeinen. artikel 1.50b Wko ; artikelen 2 en 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie |
|||||
|
Per acht feitelijk aanwezige kinderen in de groep is ten minste één beroepskracht aanwezig. artikel 1.50b Wko ; artikel 3 lid 1 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie |
|||||
|
De groep bestaat uit ten hoogste 16 feitelijk aanwezige kinderen. artikel 1.50b Wko ; artikel 3 lid 2 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie |
|||||
|
De beroepskrachten voorschoolse educatie zijn in het bezit van: een getuigschrift of een erkende beroepskwalificatie. artikel 1.50b Wko ; artikel 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie; |
|||||
|
De houder stelt jaarlijks een opleidingsplan op. artikel 1.50b Wko ; artikel 4 lid 4 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie |
|||||
|
Voor de voorschoolse educatie wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. artikel 1.50b Wko ; artikel 5 Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie |
|||||
|
Een overzicht van alle bij het kinderdagverblijf werkzame beroepskrachten in relatie tot de behaalde diploma’s en getuigschriften. Artikel 1.53 Wko ; artikel 11 lid 2a Regeling Wet kinderopvang |
|||||
|
Let op: Tekstuele weergave is vereenvoudigd. Voor de exacte inhoud en bedoelde wettekst wordt verwezen naar de cursief gedrukte artikelen. |
||||||||
kdv en bso artikel 1.48d en 1.50 lid 3 tot en met 8Wko gob artikel 1.48d en 1.56 lid 3 Wko |
||||||||
|
||||||||
|
||||||||
|
Passende beroepskwalificatie of deskundigheidseisen / Algemeen |
||||||||
bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2; 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 13 lid 4; 15 lid 1 en 2 en 16 lid 1,2, 7 en 8 Besluit kwaliteit kinderopvang; artikel 9a lid 1 en 2; artikel 9b en 9c Regeling Wet kinderopvang kdv artikel 4 lid 5; 6 lid 1 en 2; 7 lid 1,2,7,8 en 9 Besluit kwaliteit kinderopvang; artikel 7 lid 1, artikel 8 en 9 Regeling Wet kinderopvang |
geen (juiste) beroepskwalificatie of verkeerd ingezette beroepskracht in opleiding |
|||||||
artikel 13 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang |
||||||||
|
Beroepskrachten meertalige buitenschoolse opvang beschikken over een voor de werkzaamheden passende certificaat of diploma art 1.50 lid 1 en 2 Wet kinderopvang; |
||||||||
|
Het gastouderbureau draagt er zorg voor dat er per aangesloten gastouder op jaarbasis tenminste 16 uur wordt besteed aan begeleiding en bemiddeling. artikel 1.56 lid 7 Wko ; artikel 11b lid 2 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang |
||||||||
|
Het aantal minimaal in te zetten beroepskrachten is afgestemd op het aantal aanwezige kinderen in een
Daarbij is rekening gehouden met de leeftijd en het aantal aanwezige kinderen bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko |
||||||||
|
Indien kinderen bij een activiteit hun stamgroep (dagopvang) of hun basisgroep (buitenschoolse opvang) verlaten leidt dit niet tot een verlaging van de minimaal in te zetten beroepskrachten. bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 16 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang; |
||||||||
|
Minder beroepskrachten inzetten
bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 13 lid 3f; 16 lid 4, 5 en 6 Besluit kwaliteit kinderopvang kdv artikel 4 lid 3f; 7 lid 4, 5 en 6 Besluit kwaliteit kinderopvang |
||||||||
|
De opvang vindt plaats in stamgroepen (dagopvang) of basisgroepen (buitenschoolse opvang). bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2 en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso ; artikel18 lid 1 Besluit kwaliteit kinderopvang; |
||||||||
|
Eisen aan de maximale omvang van de stamgroep (dagopvang) of van de basisgroep (buitenschoolse opvang). Eisen aan de maximale omvang van een gecombineerde groep, indien een stamgroep (dagopvang) en een basisgroep (buitenschoolse opvang) gecombineerd worden.4 bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 18 lid 2 Besluit kwaliteit kinderopvang; |
||||||||
|
Met vooraf gegeven schriftelijke toestemming van de ouders kan een kind gedurende een vooraf schriftelijk met de ouders overeengekomen periode worden opgevangen in één andere stamgroep (dagopvang) of basisgroep (buitenschoolse opvang). bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 18 lid 4 Besluit kwaliteit kinderopvang; |
||||||||
|
Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen.
bso , kdv artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko bso artikel 18 lid 5 Besluit kwaliteit kinderopvang; |
||||||||
|
Houder deelt ouders en kind mee tot welke stamgroep het kind behoort en welke beroepskracht(en) op welke dag aan de desbetreffende stamgroep zijn toegewezen artikelen 1.49 lid 1 en 2, 1.50 lid 1 en 2 en 1.54 lid 1 Wko ; artikel 9 lid 3 Besluit kwaliteit kinderopvang |
||||||||
artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko ; artikel 9 lid 4 en 5 Besluit kwaliteit kinderopvang |
||||||||
|
Een kind maakt gedurende de week gebruik van ten hoogste twee verschillende stamgroep-ruimtes artikelen 1.49 lid 1 en 2, en 1.50 lid 1 en 2 Wko ; artikel 9 lid 6 Besluit kwaliteit kinderopvang |
||||||||
|
De maximale groepsgrootte per gastouder wordt afgestemd op de leeftijd van de op te vangen kinderen (0 tot 13 jaar). De eigen kinderen in de leeftijd tot 10 jaar worden meegerekend. artikel 1.49 lid 3, 1.56 b lid 1 en 2 Wko ; artikel 14 Besluit kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang; artikel 13 Regeling kwaliteit gastouderbureaus, gastouders en voorzieningen voor gastouderopvang |
||||||||
|
De Nederlandse voertaal wordt gebruikt of er wordt meertalige buitenschoolse opvang verzorgd. Waar naast de Nederlandse taal de Friese taal of spreektaal in levend gebruik is mag ook die taal als voertaal worden gebruikt Er wordt naast de Nederlandse voertaal mede een andere taal als voertaal gebezigd, omdat de herkomst van de kinderen in specifieke omstandigheden daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door de houder vastgestelde gedragscode |
||||||||
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-503689.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.