Gemeenteblad van Enschede
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2024, 498963 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Enschede | Gemeenteblad 2024, 498963 | beleidsregel |
Instructie voor de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach van gemeente Enschede
Het College van Burgemeester en Wethouders,
artikel 16, lid 4, van de Leerplichtwet 1969 en de Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting voor het bevoegd gezag tot het melden van voortijdige schoolverlaters die niet meer leerplichtig zijn en de verplichte melding van ongeoorloofde afwezigheid, alsmede van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor het bestrijden van voortijdig schoolverlaten en het monitoren van jongeren in een kwetsbare positie;
dat het wenselijk is om de samenhang tussen het toezicht op de naleving van de leerplicht en de regionale meld- en coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten in de instructie vast te leggen alsmede om de bestaande instructie voor de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach aan nieuwe regelgeving en nieuwe inzichten aan te passen;
Artikel 2. Algemene doelstellingen
De maatschappelijke opgave waar leerplicht en DSP een bijdrage aan leveren is zorgen dat zoveel mogelijk jongeren perspectief hebben op een hoopvolle toekomst; dat zij na hun schooltijd in staat zijn om maatschappelijk te participeren. Een belangrijke randvoorwaarde daarvoor is het behalen van een startkwalificatie.
Hoofdstuk 2: Jongeren onder de 18 jaar
Paragraaf 2.1: Absoluut verzuim en vrijstellingen (jongeren gaan niet naar school)
Artikel 6. Leerlingenadministratie en controle absoluut verzuim
(artikel 19 Leerplichtwet; artikel 3 Leerplichtregeling)
In de leerlingenadministratie worden de persoonsgegevens opgenomen van alle in de gemeentelijke basisregistratie personen (BRP) opgenomen personen in de leeftijd van 4 tot en met 22 jaar. De bewaartermijn van de gegevens is conform de selectielijsten van de Archiefwet en de WPG. Indien er geen bewaartermijn is aangegeven stelt de gemeente zelf een redelijk bewaartermijn passend bij het doel.
De administratief medewerker controleert aan het begin van het schooljaar en daarna wekelijks of alle leerplichtigen en kwalificatieplichtigen overeenkomstig de bepalingen van de wet als leerling op een school of onderwijsinstelling zijn ingeschreven. Middels lijstwerk (Absoluut verzuim) kunnen we, met als bron DUO, snel checken of een jongere staat ingeschreven bij een school.
De administratief medewerker draait maandelijks een lijst uit van leerlingen die in Enschede zijn komen wonen, maar hier nog geen schoolinschrijving hebben. In eerste instantie probeert de medewerker leerplicht het telefoonnummer van de leerlingen of hun ouders te achterhalen om te informeren naar welke school de betreffende leerling gaat. Als er geen telefoonnummer bekend is, wordt een brief gestuurd. Komt er ook op de brief geen reactie, dan wordt contact opgenomen met de school waar de leerling het laatst ingeschreven was.
Jaarlijks heeft Enschede te maken met een hoge instroom buitenlandse studenten die gaan studeren aan de Hogeschool of Universiteit. Van deze groep is bij de gemeente en DUO geen historie of HO inschrijving bekend waardoor ze, na de inschrijving in de BRP van de gemeente Enschede bij ons in beeld komen als onzichtbare jongere of absoluut verzuimer. Hiermee hebben we heel veel extra werk en laten de wettelijke rapportages een onjuist beeld zien. Deze jongeren kenmerken wij, op basis van onderstaande criteria, in onze software als HO-ingeschreven, waardoor we ze uitfilteren in ons bestaande lijstwerk.
Bij een vermoeden van absoluut verzuim wordt een brief verstuurd aan de ouders en/of contact opgenomen met de laatste school van inschrijving. In de brief naar ouders is aangegeven dat binnen 5 werkdagen gereageerd dient te worden. Als wordt terug gemeld dat er wel sprake is van een schoolinschrijving dan wordt dit gecontroleerd. Wanneer er geen reactie is gekomen op een tweede brief en de verdenking van absoluut verzuim blijft bestaan volgt een actie zoals omschreven in artikel 7 van deze instructie (absoluut verzuim).
Tegenover een bericht van uitschrijving van de ene school staat voor jongeren tot 18 jaar zonder startkwalificatie een bericht van inschrijving van een andere school. Als deze registratie niet sluitend is, volgt in eerste instantie contact met de school die de uitschrijving (zonder kennisgeving van bestemming) gemeld heeft. Wanneer deze geen duidelijkheid kan geven wordt schriftelijk of telefonisch contact gezocht met de ouders van de jongere.
Artikel 7. Absoluut verzuim van leerplichtigen en kwalificatieplichtige jongeren
(artikelen 2, lid 1, 3, 4a en 4b Leerplichtwet)
Indien blijkt dat een leerplichtige en kwalificatieplichtige jongere niet als leerling is ingeschreven zonder dat daarvoor een grond voor vrijstelling aanwezig is, onderzoekt de medewerker leerplicht onverwijld of wegens een administratieve onvolkomenheid een bericht van inschrijving ontbreekt. (zie ook artikel 6 lid 7 van deze instructie)
Indien niet is gebleken dat sprake is van een administratieve onvolkomenheid, en er dus een vermoeden van absoluut verzuim bestaat, dan wordt een brief verstuurd aan de ouders en/of contact opgenomen met de laatste school van inschrijving. In de brief naar ouders is aangegeven dat binnen 5 werkdagen gereageerd dient te worden. Als wordt terug gemeld dat er wel sprake is van een schoolinschrijving dan wordt dit gecontroleerd. Wanneer er geen reactie is gekomen op een tweede brief en de verdenking van absoluut verzuim blijft bestaan volgt een actie zoals omschreven in punt 4 van dit artikel.
Indien de ouders is aangeraden in het gesprek om de jongere in te schrijven dan wel een andere actie op te volgen, wordt binnen vijf werkdagen gecontroleerd of hier inderdaad gehoor aan is gegeven. Als het advies is opgevolgd wordt dit verwerkt in het dossier. Is het advies niet opgevolgd dan volgt in principe een proces-verbaal en/of een melding aan de Sociale Verzekeringsbank.
Artikel 8. Kennisgeving in- en uitschrijvingen, (dreigend) voortijdig schoolverlaten van leerplichtigen (met inbegrip van verwijdering)
(artikel 18, eerste lid, Leerplichtwet, artikelen 28 en 118h WVO, artikel 47a 162b WEC of artikel 8.1.8 en 8.3.2. WEB)
De kennisgevingen van een (voorgenomen) beslissing tot verwijdering van een leerling, de kennisgeving van uitschrijving en de melding van voortijdig schoolverlaten worden door de administratief medewerker ontvangen. Er wordt een leerlingdossier aangemaakt, of de kennisgeving wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerlingdossier.
Als de directeur onwillig of nalatig is in het nakomen van deze verplichting, dan roept de medewerker leerplicht de directeur op voor een gesprek en maakt hij een dossier (van bevindingen) op. De medewerker leerplicht beslist of het dossier ter signalering aan de Inspectie van het onderwijs wordt gestuurd (bij overtreding van artikel 18 Leerplichtwet) dan wel een bericht van zijn bevindingen aan de inspecteur van de desbetreffende school of instelling (bij het niet nakomen van de verplichtingen krachtens artikel 28 WVO, artikel 47a WEC of artikel 8.1.8 WEB).
Artikel 9. Vervangende leerplicht
(artikelen 3a en 3b Leerplichtwet)
Blijkt aan de medewerker leerplicht dat een jongere vermoedelijk in de omstandigheden verkeert als bedoeld in artikel 3a dan wel 3b van de wet, dan draagt de medewerker leerplicht er zorg voor dat de noodzakelijke gesprekken met betrekking tot het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de praktijktijd (artikel 3a) dan wel arbeid van lichte aard (artikel 3b) binnen 10 werkdagen worden gevoerd.
De medewerker leerplicht draagt er zorg voor dat de afspraken die in de gesprekken worden gemaakt schriftelijk worden vastgelegd. Hij draagt er zorg voor dat de vastgelegde afspraken in het leerlingdossier worden opgenomen en hij draagt er zorg voor dat degenen die betrokken zijn bij het ontwerpen van het aangepaste onderwijs- en begeleidingsprogramma en de inrichting van de praktijktijd dan wel de arbeid van lichte aard binnen vijf werkdagen over de gemaakte afspraken worden geïnformeerd.
Artikel 10. Vrijstelling van leerplicht wegens het volgen van ander onderwijs
(artikel 4a en 15 Leerplichtwet)
Indien een 17-jarige in dienst wil treden bij defensie, levert hij/zij aan de medewerker leerplicht een kopie van de aanstellingsbrief bij Defensie, waarin Defensie verklaart dat de 17- jarige bij Defensie in dienst is en voor welke functie hij/zij is bestemd 1 . In de aanstellingsbrief wordt de 17-jarige opgedragen een kopie van de aanstellingsbrief bij de afdeling leerplicht van zijn/haar woongemeente in te leveren.
De medewerker leerplicht stuurt de vrijstellingsbrief aan de betrokkene en zijn/haar ouders en een kopie aan het Dienstencentrum Human Resources 2 van Defensie.
Indien de aanstelling bij Defensie van de jongere vóór zijn/haar 18de jaar wordt beëindigd, vermeldt Defensie in de ontslagbrief dat met dit ontslag de grond voor vrijstelling van de leerplicht vervalt, dat de betrokkene zich bij een onderwijsinstelling moet melden voor het behalen van een startkwalificatie en dat Defensie melding doet van dit ontslag aan de afdeling Leerplicht van de woongemeente. 3
Artikel 11. Vrijstelling van de inschrijvingsplicht
(artikel 5 aanhef en onder a, b en c, alsmede de artikelen 6, 7, 8 en 9 Leerplichtwet)
Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de medewerker leerplicht aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling gemeld in het register onderwijsdeelnemers.
Indien de ouders een beroep willen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet, dan is de termijn voor een bericht aan de ouders ten hoogste 20 werkdagen. Als gegronde redenen aanwezig zijn voor een langere termijn, dan deelt de medewerker leerplicht deze termijn binnen 20 werkdagen aan de ouders mee.
Indien de ouders voor de eerste keer een beroep doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b van de wet en wanneer het kind 12 jaar gaat worden, dan onderzoekt de medewerker leerplicht de bij de kennisgeving overgelegde bescheiden en gaat na of de jongere eerder op een school of instelling ingeschreven is geweest. Een leerling mag niet eerder op leerplichtige leeftijd op een school of instelling ingeschreven zijn geweest om beroep te kunnen doen op de grond bedoeld in artikel 5 onder b. Hij nodigt de ouders samen met een collega uit voor een mondelinge toelichting op het beroep. Hij onderzoekt:
Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de medewerker leerplicht aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling gemeld in het register onderwijsdeelnemers.
Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de medewerker leerplicht aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling gemeld in het register onderwijsdeelnemers.
Indien de kennisgeving betrekking heeft op de grond bedoeld in artikel 5 onder c van de wet, en de omstandigheden zijn van dien aard dat (nog) geen verklaring van de directeur van de buiten Nederland gelegen school of inrichting van onderwijs kan worden overgelegd, dan deelt de medewerker leerplicht aan de ouders mee op welke wijze, en op welk moment, door hen zal moeten worden aangetoond dat de jongere in het buitenland onderwijs geniet.
Indien de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet, deelt de medewerker leerplicht aan de ouders mee voor welke periode de vrijstelling geldt, dat zij aan het einde van het schooljaar een bewijs van geregeld schoolbezoek moeten overhandigen en voor welke datum zij een kennisgeving moeten indienen indien zij opnieuw een beroep op een vrijstellingsgrond willen doen. Tevens wordt de vrijstelling gemeld in het register onderwijsdeelnemers.
Indien ouders opnieuw een kennisgeving indienen om een beroep op deze vrijstellingsgrond te doen, onderzoekt de medewerker leerplicht of het adres waarop de leerling in Nederland ingeschreven staat op een bereisbare afstand van school is. Is dit niet het geval, dan neemt de medewerker leerplicht contact op met de ouders om aan te geven dat leerlingen die langer dan 8 maanden in het buitenland verblijven, uitgeschreven moeten worden uit Nederland. Indien ouders dit niet doen, wordt dit doorgegeven aan adresonderzoek.
Artikel 12. Bepalen of een onderwijsvoorziening een school is in de zin van de Leerplichtwet
(artikel 1a, 1 lid 2, 1A1 en 22, lid 4 Leerplichtwet)
Indien ouders aangeven dat zij voldoen aan hun verplichtingen krachtens de Leerplichtwet doordat hun kind gebruik maakt van een niet uit de openbare kas bekostigde of aangewezen onderwijsvoorziening, dan neemt de medewerker leerplicht contact op met de onderwijsinspectie met het verzoek een onderzoek in te stellen en binnen een in het verzoek aangegeven termijn een advies uit te brengen over de vraag of de onderwijsvoorziening kan worden beschouwd als een school in de zin van de Leerplichtwet. Ouders kunnen ook erop worden gewezen dat zij binnen 4 weken na de feitelijke start van de school zich bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) moeten melden.
Indien een school niet voldoet aan de criteria van de wet en niet langer een school in de zin van de wet is, stelt de medewerker leerplicht de ouders van de leerlingen van de onderwijsvoorziening binnen 7 dagen schriftelijk op de hoogte van het feit dat de onderwijsvoorziening niet langer een school is als bedoeld in de wet, of verzekert hij er zich van dat de onderwijsvoorziening de ouders daarvan schriftelijk op de hoogte heeft gesteld.
Artikel 14. Melding aan de inspectiedienst van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(artikel 23 Leerplichtwet, artikel 5 Leerplichtregeling 1995)
De medewerker leerplicht draagt zorg voor een goede informatieverstrekking aan het districtshoofd van de Arbeidsinspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid met betrekking tot:
Paragraaf 2.2: Preventief werken
De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach draagt er zorg voor dat in een zo vroeg mogelijk stadium door middel van voorlichting via het internet, in schoolgidsen, brochures en beantwoording van telefonische vragen proactief informatie wordt verschaft aan leerlingen, ouders en betrokken instellingen.
De medewerker leerplicht controleert actief bij het ROC/MBO of de jongeren die het VMBO hebben verlaten (zowel 18- als 18+) zich al hebben aangemeld/ingeschreven voor een vervolgopleiding. Hiervoor worden leerlingen die een mogelijke overstap gaan maken naar een vervolgopleiding door de decanen van het voortgezet onderwijs geregistreerd in de regionale overstap applicatie. De scholen en de medewerkers leerplicht kunnen de status van de betreffende leerlingen monitoren en aanpassen. Leerlingen die in de zomervakantie nog geen zichtbare vervolgopleiding hebben, worden actief benaderd door de medewerker leerplicht. Indien nodig en gewenst bemiddelt de medewerker leerplicht bij het inschrijven voor een vervolgopleiding.
In juni worden de zogenoemde overstaptafels georganiseerd door de medewerkers van het Loopbaancentrum van het ROC van Twente. Hierbij sluiten de medewerkers zelf aan, als ook de decanen van het voortgezet onderwijs en de medewerkers leerplicht. Tijdens de overstaptafels worden de leerlingen besproken waarvan de latende school en/of de medewerker leerplicht inschat dat er een warme overdracht nodig is, omdat de betreffende leerling nog geen concrete keus voor een vervolgopleiding heeft gemaakt, een verzuimgeschiedenis kent of er zorgen om hem of haar zijn. Het doel hiervan is schoolverzuim voorkomen.
Aan het einde van het schooljaar vraagt de medewerker leerplicht aan de scholen om een lijst van leerlingen die komend schooljaar gaan starten in het 1e jaar of als zij-instromer. Deze leerlingen worden door school, de medewerker leerplicht en de jeugdarts van de GGD doorgenomen om te bekijken of er leerlingen op staan waar zorgen om zijn of waarbij eerder sprake van verzuim was (maar dit mogelijk bij één van de partijen niet bekend was). Vervolgens wordt afgesproken of, en zo ja, wie met de betreffende leerling in gesprek gaat aan het begin van het schooljaar met als doel schoolverzuim te voorkomen.
In Enschede zijn op alle voortgezet onderwijslocaties preventieve spreekuren ingericht. Tijdens deze spreekuren spreekt de medewerker leerplicht met leerlingen (en eventueel hun ouders) met beginnend verzuim. (minder dan 10 spijbeluren en/of 10 keer te laat). Deze leerlingen worden door de scholen met een beveiligde mail gemeld, nadat de leerlingen en ouders hierover geïnformeerd zijn. Dit is opgenomen in het verzuimbeleid van school. Na afloop van het gesprek wordt een verslag met afspraken opgenomen in het leerlingdossier. Een kopie hiervan wordt verstuurd naar school.
Paragraaf 2.3: De schoolgang hapert
Artikel 16. Relatief verzuim van leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren
(artikelen 2, lid 1, 4a, 21, 21a en 22 Leerplichtwet)
De meldingen van schoolverzuim worden ontvangen door de administratief medewerker. Dit kunnen ook meldingen zijn van derden, niet zijnde een school. Jongeren die onderwijs volgen aan het voortgezet onderwijs, het middelbaar beroeps onderwijs, primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs worden gemeld via DUO in het Register Onderwijsdeelnemers. Jongeren die onderwijs volgen aan het niet-bekostigd onderwijs, die nog niet aangesloten zijn op DUO, worden gemeld middels een kennisgeving (vermoedelijk) ongeoorloofd schoolverzuim.
Er wordt een leerlingdossier aangemaakt, of de kennisgeving wordt toegevoegd in het reeds aanwezige leerlingdossier. Binnen een week meldt de administratief medewerker via DUO in het Register Onderwijsdeelnemers, dat de kennisgeving in behandeling is genomen en vraagt om een verzuimoverzicht. Voor jongeren die onderwijs volgen aan het niet-bekostigd onderwijs meldt de administratief medewerker binnen een week aan de schoolinstelling dat de kennisgeving in behandeling is genomen en vraagt om een verzuimoverzicht. Indien de kennisgeving niet door de directeur is gedaan, neemt de administratief medewerker binnen vijf werkdagen contact op met de betrokken medewerker. Indien nodig wordt voor het in behandeling nemen van de kennisgeving door de medewerker leerplicht contact opgenomen met de melder voor aanvullende informatie en het bespreken van de vervolgactie.
De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach zoekt na ontvangst van een melding of kennisgeving onverwijld contact met de ouders, stelt hen in de gelegenheid om nadere uitleg over het gemelde verzuim te geven en informeert hen over de procedures en eventuele consequenties. Dit kan schriftelijk, conform stap 4 uit route A uit de Methodische aanpak schoolverzuim, of middels een gesprek of Multi Disciplinair Overleg (MDO). Indien het verzuim een jongere van 12 jaar of ouder betreft, zoekt de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach ook contact met de jongere zelf. Doel van deze actie is het activeren van ouders.
Indien er daadwerkelijk sprake is van ongeoorloofd verzuim heeft de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach een gesprek met de ouders/leerling, maakt hier een verslag van en verstrekt dit aan de ouders en/of de jongere. De school ontvangt een kopie van het gespreksverslag. De gemaakte gespreksverslagen worden opgenomen in het leerling dossier.
De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach draagt zorg voor terugkoppeling in het Zorg Advies Team (ZAT) van de school of binnen MDO van zijn handelswijze, vorderingen in het onderzoek naar het vermeende verzuim of afspraken met de jongere, voor zover deze bekend zijn bij hem en alleen wanneer de jongere al in het ZAT/MDO besproken is.
Bij het zoeken naar een andere school of een zo goed mogelijk passende leerroute is in eerste instantie de school, dan wel het samenwerkingsverband aan zet. De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach kan in deze situaties in overleg met het samenwerkingsverband aanvullend een bemiddelende rol vervullen ten behoeve van de jongere en de ouders.
De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach draagt er zorg voor dat een kennisgeving van verzuim binnen een zo kort mogelijke periode wordt afgehandeld. De hoogste prioriteit ligt bij het beëindigen van de verzuimsituatie. Ter afronding van de afhandeling zendt de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach in ieder geval een schriftelijk bericht aan degene die de kennisgeving heeft gedaan, de ouders en, wanneer het een jongere van 12 jaar of ouder betreft, ook aan de jongere zelf. De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach doet mededeling (mondeling of schriftelijk) van de afhandeling aan anderen die bij de verzuimsituatie zijn betrokken. Wat inhoudelijk teruggekoppeld wordt, stemt de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach af met ouders. Bij leerlingen van 16 jaar en ouder wordt dit afgestemd met ouders en leerling. De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach sluit de melding af bij het Register Onderwijsdeelnemers van DUO.
Artikel 17. Verlof wegens andere gewichtige omstandigheden
(artikel 14, derde lid, tweede volzin Leerplichtwet)
De medewerker leerplicht bevestigt de ontvangst van een aanvraag terstond aan de ouders en vermeldt in de ontvangstbevestiging de termijn waarbinnen de medewerker leerplicht een besluit zal nemen. Indien het een aanvraag is die niet meer dan 10 schooldagen betreft wordt deze doorgezonden naar het hoofd van de school om een besluit te nemen en worden ouders geïnformeerd dat de aanvraag is doorgestuurd, conform artikel 2.3 AWB.
Een afschrift van de brief aan de ouders wordt aan de betreffende directeur van de school gezonden. Indien de periode tussen de ontvangst van de aanvraag en de aanvang van het gevraagde verlof korter is dan de termijn die redelijkerwijs nodig is om tot een besluit te komen, deelt de medewerker leerplicht dit bij de ontvangstbevestiging aan de ouders mee en wijst hij de ouders op de mogelijkheid dat de ouders de wet overtreden indien de aanvraag niet of niet geheel wordt gehonoreerd.
Bij de beoordeling van een aanvraag van meer dan tien dagen, controleert de medewerker leerplicht of er sprake is van omstandigheden die buiten de wil of invloedsfeer van de ouder of de leerling zijn gelegen, zoals familieomstandigheden, medische of sociale indicatie. De medewerker leerplicht neemt een beslissing en deelt deze schriftelijk mee aan de ouders. Een afschrift van de brief aan de ouders wordt aan de betreffende directeur van de school of instelling gezonden.
De medewerker leerplicht kan aan een directeur op diens verzoek advies geven over de behandeling en beoordeling van een aanvraag verlof te verlenen wegens andere gewichtige omstandigheden voor een periode van tien schooldagen of minder. Indien de medewerker leerplicht een dergelijk advies geeft, deelt de directeur aan de medewerker leerplicht de beslissing op de aanvraag mee.
De medewerker leerplicht kan aan de directeuren van de betrokken scholen en/of instelling(en) gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot aanvragen voor verlof wegens andere gewichtige omstandigheden voor tien schooldagen of minder, met het oog op het bevorderen van de rechtsgelijkheid.
Artikel 18. Aanpak Thuiszitters
Een thuiszitter is een leerplichtige jongere tussen de 5 en 16 jaar of een jongere van 16 of 17 jaar die valt onder de kwalificatieplicht en die ingeschreven staat op een school of onderwijsinstelling en die zonder geldige reden meer dan 4 weken verzuimt, zonder dat hij/zij ontheffing heeft van de leerplicht resp. vrijstelling van geregeld schoolbezoek wegens het volgen van ander onderwijs.
Vanuit de signalerende rol brengt de medewerker leerplicht zowel de leerplichtige en kwalificatieplichtige jongeren in beeld die zonder geldige reden meer dan 4 weken verzuimen als degenen die geoorloofd meer dan 4 weken verzuimen. Hiervoor wordt een leerlingdossier aangemaakt. Om deze signaleringsrol goed te kunnen vervullen vragen de medewerkers leerplicht aan alle scholen in de regio om hen tijdig te informeren over kinderen die langdurig en/of zorgwekkend verzuimen.
De medewerker leerplicht neemt bij langdurige afwezigheid altijd een neutrale positie in. Vanuit die neutrale positie zoekt hij de samenwerking met ouders en scholen, stelt hen kritische vragen en geeft gevraagd en ongevraagd advies. Hij wijst ouders, scholen en soms ook andere partijen op hun rechten én verantwoordelijkheden die ze hebben vanuit wetgeving en/of regionale afspraken. Hierbij wordt nauw samengewerkt met samenwerkingsverband en JGZ.
Artikel 19. Aanpak moeilijke casussen
Vrijwel continu zijn er jongeren die vast lopen in het onderwijs. Meestal zijn er allerlei professionals betrokken, waaronder de wijkcoaches en de medewerkers leerplicht. Ondanks al die betrokkenheid is er vaak sprake van langdurige stagnatie, dat zich bijvoorbeeld uit in langdurig niet of nauwelijks naar school gaan en waarbij niet helder is hoe dit (op korte termijn) opgelost kan worden. Dit noemen we de moeilijke casussen.
Binnen 3 maanden na het afsluiten van een casus, plant de leerplichtambtenaar een evaluatie in met de ketenpartners. Tijdens deze evaluatie wordt de afhandeling van de zaak besproken en worden lessen getrokken. Deze evaluatie is erop gericht om op zowel het eigen handelen als op de gehele procedure te reflecteren en waar nodig en mogelijk verbeteringen aan te brengen.
Hoofdstuk 3: Handhaven van de leerplichtwet
Artikel 20. Opmaken van proces-verbaal
Blijkt uit onderzoek dat geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, dan kan de medewerker leerplicht een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank zoals omschreven staat in artikel 21 van deze instructie. Indien de medewerker leerplicht voornemens is om een melding bij de Sociale Verzekeringsbank te doen, dan roept hij ouders en jongere vanaf 16 jaar op voor een gesprek, waarbij hij betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een melding te doen bij de Sociale Verzekeringsbank.
Indien de medewerker leerplicht die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar besloten heeft over te gaan tot Haltverwijzing, stuurt hij de jongere en ouders een brief met het voornemen om te verwijzen naar Halt. In deze brief staan ook de consequenties bij het niet nakomen van de afspraken beschreven. Hij roept ouders en jongere vanaf 12 jaar op voor een verhoor, waarin hij toestemming vraagt aan de ouders (voor de jongere tot 16 jaar) en jongere om door te verwijzen naar Halt. De medewerker leerplicht stelt middels een verkort proces-verbaal een Haltverwijzing op. De jongere ondertekent de Haltverwijzing en geeft daarmee zijn toestemming voor Halt. De medewerker leerplicht stuurt de Halt-verwijzing naar Halt. De medewerker leerplicht licht de school in over de verwijzing en over de afloop van de Haltstraf.
Blijkt uit dat er geen sprake is van vrijstelling, en blijkt dat sprake kan zijn van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt, en komt deze jongere niet meer in aanmerking voor een verwijzing naar Halt (zie de (contra)indicaties van de MAS) dan kan de medewerker leerplicht die tevens bevoegd is als buitengewoon opsporingsambtenaar een verwijzing naar Forza doen of een proces-verbaal opmaken van zijn bevindingen en dit zenden naar de officier van justitie.
Indien hij voornemens is proces-verbaal op te maken, roept de medewerker leerplicht de ouders en de jongere van 12 jaar of ouder op voor een verhoor, waarbij hij de betrokkenen uitdrukkelijk kenbaar maakt dat hij voornemens is een proces-verbaal op te maken. Het opmaken van een proces-verbaal en een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank kan gelijktijdig, maar ook volgend op elkaar plaatsvinden.
Blijkt uit onderzoek dat er geen sprake is van vrijstelling, dat er geen sprake is van verwijtbaar handelen of nalaten van de ouders en/of de jongere die de leeftijd van 12 jaar heeft bereikt en dat de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling niet direct van toepassing is, maar zijn zorgen zijn wel zodanig ernstig dat een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) wordt overwogen, dan kan de medewerker leerplicht de wijkcoach verzoeken een Verzoek Tot Bespreking (VTB) bij de Jeugdbeschermingstafel (JBT) in te dienen. Is er geen wijkcoach betrokken, dan kan de medewerker leerplicht zelf een Verzoek Tot Bespreking (VTB) bij de Jeugdbeschermingstafel (JBT) indienen.
Dit is een bestuursrechtelijke handhavingsinstrument. Deze sancties kunnen onder bepaalde omstandigheden effectiever zijn dan de ‘klassieke’ strafrechtelijke sancties (het opmaken van proces-verbaal), vooral wanneer voor voortzetting van de overtreding, dan wel herhaling daarvan, gevreesd moet worden.
Het onderscheid tussen strafrechtelijk optreden en bestuursrechtelijk optreden kan zo getypeerd worden:
In beginsel kunnen het strafrechtelijke en het bestuursrechtelijke optreden naast elkaar bestaan. De overtreding van de verplichting tot inschrijving en/of regelmatig schoolbezoek, die krachtens de Leerplichtwet bestaat, is een zogenaamde duurovertreding: elke dag dat de betrokkenen (ouder, leerling) in verzuim blijven, duurt de overtreding voort. Daarom is het opleggen van een last onder dwangsom, die volgens artikel 5:32a, tweede lid Awb ertoe strekt de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding dan wel herhaling van overtreding te voorkomen, bij absoluut of relatief verzuim (bijvoorbeeld ernstig luxe verzuim) in principe een passend instrument.
De dwangsom kan tot een hoog bedrag oplopen. Daarom zal het niet in iedere situatie toepasbaar zijn. Verder is het goed erop te wijzen dat in artikel 5:32b, derde lid Awb, onder meer staat aangegeven dat het als dwangsom vastgestelde bedrag in redelijke verhouding staat tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking van de dwangsomoplegging.
Zodra de medewerker leerplicht kennis neemt van schoolverzuim waarvan niet door een directeur is kennis gegeven, stelt de medewerker leerplicht een onderzoek in naar de reden waarom de directeur het verzuim niet heeft gemeld. Blijkt de directeur onwillig of nalatig in het nakomen van deze verplichting, dan kan de medewerker leerplicht een signaal afgeven bij de Inspectie van het Onderwijs.
De medewerker leerplicht kan aan de directeur gevraagd of ongevraagd een advies geven over het te voeren beleid met betrekking tot het registreren van verzuim en het doen van kennisgevingen van verzuim, met het oog op het bevorderen van een effectief verzuimbestrijdingbeleid/aanwezigheidsbeleid en de rechtsgelijkheid. De medewerker leerplicht kan directeuren verzoeken om eerder een kennisgeving van verzuim in te dienen dan de wet voorschrijft indien dat doelmatig is met het oog op de verzuimbestrijding.
Artikel 21. Melding aan de Sociale Verzekeringsbank
(artikel 7 Algemene Kinderbijslagwet)
De medewerker leerplicht kan een melding doen bij de Sociale Verzekeringsbank indien er sprake is van ongeoorloofd verzuim bij een jongere van 16 of 17 jaar zonder startkwalificatie. Onder ongeoorloofd verzuim wordt verstaan; verzuim van 16 uur of meer in een periode van 4 weken, of niet ingeschreven staan op een school, tenzij er sprake is van een vrijstelling.
Artikel 22. Melding aan de Raad voor de Kinderbescherming
(artikel 22, lid 5 Leerplichtwet)
Indien de medewerker leerplicht een proces-verbaal tegen de jongere in verband met relatief verzuim aan de Officier van Justitie zendt, zendt hij tevens een afschrift van het proces-verbaal naar de Raad voor de Kinderbescherming . Dit geldt ook voor een recidive proces-verbaal, waar ouders en/of jongere als verdachte zijn opgenomen.
Artikel 23. Overdracht van leerplicht naar DSP
Het afdelingshoofd zorgt ervoor dat leerplicht en DSP werkafspraken maken over jongeren met een vrijstelling, lopende maatregelen vanuit een proces-verbaal en lopende leerplichtcases. We hebben hieronder 5 situaties uiteengezet waarin er sprake kan zijn van een overdracht van leerplicht naar het doorstroompunt.
Leerlingen van 17,5 jaar en ouder met een leerplichtcasus worden in overleg met het doorstroompunt aangemeld bij het actieteam. Dit gaat over leerlingen waar naar verwachting ondersteuning vanuit het doorstroompunt noodzakelijk is wanneer zij de leeftijd van 18 jaar bereiken. Denk ook aan thuiszitters.
Overstaptafels; leerlingen die van het vmbo naar mbo gaan. Zogenaamde ‘zorgleerlingen’ komen hier aan bod. De verwachting is dat deze jongeren net zoals op de voorgaande school, zorg nodig hebben op het mbo. Indien nodig kunnen deze leerlingen aangemeld worden bij het Actieteam voor verdere ondersteuning/monitoring door DSP.
Hoofdstuk 5: Jongeren die 18 jaar en ouder zijn
Artikel 25. Begeleiden jongeren uit het VSO, PRO, ENTREE
(artikel 118h, tweede lid WVO, artikel 162b, tweede lid WEC, artikel 8.3.2, tweede lid, WEB)
Deze jongere met systeemkenmerk JIKP worden geïntegreerd met het Cognos “JIKP rapport”. Hier wordt gekeken in onze gemeentelijke systemen: is er een schoolinschrijving, startkwalificatie en welke BRP gegevens zijn bekend; is er dagbesteding vanuit de WMO; is er een uitkering, is er al bemiddeling naar werk, is er een dienstverband SW, is er een arbeidsrelatie. Jongeren die geen betrokkenheid hebben vanuit de gemeente en geen opleiding, inkomen of werk hebben, worden besproken in het Actieteam.
Binnen het Actieteam wordt in gezamenlijkheid bepaald of en welke ondersteuning er ingezet kan worden. De gekozen ondersteuning wordt geregistreerd in de casus ‘Actieteam’ (CAReL) en de jongeren wordt overgedragen naar de gekozen regiehouder. In de applicatie van de gekozen regiehouder worden de werkzaamheden en acties verder geregistreerd. Als het einddoel is bereikt of wanneer de regiehouder niet verder kan met de jongere, wordt deze jongere terug gemeld in het Actieteam.
Elk kwartaal worden alle JIKP jongeren (dus niet alleen de uit-/doorstromers aan het einde van het schooljaar) middels de genoemde lijst onder punt 4 gecheckt en waar nodig pakken we de jongeren op binnen het Actieteam. Jongeren worden gemonitord totdat ze de leeftijd bereiken van 23 jaar of een startkwalificatie behalen.
Artikel 26. Begeleiden jongeren die voortijdig met school zijn gestopt
Indien een jongere (tussen 18 en 23 jaar) de school verlaat zonder startkwalificatie dan krijgt de doorstroomcoach bij de schooluitschrijving via DUO een signaal. Daarnaast is school verplicht om een DSP melding te doen. De doorstroomcoach registreert dit signaal in CAReL en zet de jongere op de agenda van het Actieteam. Binnen het Actieteam wordt besproken welke begeleiding ingezet wordt voor de jongeren. Mocht de jongere aan het werk zijn, weer scholing volgen, de ondersteuning stagneren of geen bemiddeling wensen dan brengt de regiehouder de casus terug in het actieteam.
Artikel 27. Oud VSV (onzichtbare jongeren)
Oud VSV-ers zijn jongeren die reeds voor het lopende schooljaar zijn uitgestroomd en geen startkwalificatie hebben behaald en geen werk hebben. Deze groep wordt maandelijks gemonitord met lijstwerk. Jongeren die niet in beeld zijn, geen werk of schoolinschrijving hebben, worden benaderd door de doorstroomcoach.
Hoofdstuk 6: Samenwerking met de scholen, hulpverlening, de inspectie en andere gemeenten
Artikel 28. Melding aan de Inspectie van het onderwijs
(artikel 16a Leerplichtwet, toezicht op de directeur /Inspectie van het onderwijs)
Wanneer een medewerker leerplicht, bij de uitoefening van zijn toezichthoudende rol op leerlingen en ouders, tekortkomingen waarneemt bij een school of onderwijsinstelling in de naleving van de Leerplichtwet, informeert en adviseert de medewerker leerplicht de directie van de school of onderwijsinstelling, zodat deze zich bewust is van de geldende wettelijke bepalingen, in verband met de diverse maatregelen ten behoeve van het bestrijden van verzuim en voortijdig schoolverlaten.
Wanneer een medewerker leerplicht bij een volgend bezoek in het kader van zijn toezichthoudende rol op leerlingen en ouders signaleert dat de school of onderwijsinstelling nog steeds niet voldoet aan de wettelijke bepalingen, dan zal het afdelingshoofd de directie van de school verzoeken om alsnog te voldoen en zal de medewerker leerplicht een schriftelijk signaal afgeven aan de Inspectie van het Onderwijs.
Als de medewerker leerplicht in het kader van toezicht op leerling en ouders, nadat hij/zij de Inspectie van het Onderwijs al een signaal heeft gegeven, opnieuw waarneemt dat een school of onderwijsinstelling in strijd met de Leerplichtwet handelt, doet hij/zij een melding aan de onderwijsinspectie conform de wijze waarop een schriftelijk signaal wordt gegeven zoals omschreven in lid 3 en 4 van dit artikel.
Artikel 29. Samenwerking met diensten en instellingen
(artikel 16, lid 4 onder d Leerplichtwet; artikel 118h, derde lid, WVO, artikel 162b, derde lid, WEC, artikel 8.3.2, derde lid, WEB)
De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach draagt er zorg voor dat afstemming en deelname aan overleggen met relevante ketenpartners waaronder het onderwijsveld en zorginstanties (Zorg- en adviesteams (ZAT), Centrum voor jeugd en gezin (CJG), Sociale wijkteams of multidisciplinaire overleggen plaatsvindt. Ketenpartners bespreken jongeren met een complexe problematiek met toestemming van ouders of jongere vanaf 16 jaar. Er wordt afgestemd welke acties vereist zijn en wie, welke taken op zich neemt. Ontwikkelingen rondom ondernomen acties worden teruggekoppeld aan de betrokkenen.
Om inzichtelijk te krijgen of jongeren daadwerkelijk aankomen bij een organisatie en verder worden bemiddeld, vervult de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach een regierol. In het kader van veiligheid delen wij ook informatie met de partners van het JOR, vroegsignalering en de pre-weegtafels. Als de medewerker leerplicht informatie deelt, dan informeert hij de betreffende jongere/ouders hierover.
In het schoolgesprek wordt teruggeblikt op het afgelopen schooljaar. Het gaat daarbij onder meer om de trend in schoolaanwezigheid en voortijdig schoolverlaten alsmede de oorzaken daarvan, de kwaliteit van de werkprocessen en de kwaliteit van het operationeel overleg. Op basis daarvan worden afspraken gemaakt hoe het schoolaanwezigheidsbeleid van de locatie wordt verbeterd.
Artikel 31. Samenwerking in de regio inzake leerplicht en DSP
(artikel 16, lid 4 onder c Leerplichtwet)
Het afdelingshoofd Onderwijs draagt bij aan een optimaal toezicht op de naleving van de leerplichtwet en de DSP-wetgeving door in het regionale overleg voorstellen in te brengen over onderwerpen waarvoor regionale afspraken bijdragen aan een doelmatige bestrijding van schoolverzuim en/of voortijdig schoolverlaten. Tot deze onderwerpen behoren in ieder geval:
De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach pleegt overleg met de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach van de woongemeente van een jongere indien hij in zijn contacten met scholen, instellingen of instanties bemerkt dat sprake kan zijn van een overtreding van de wet of een bedreiging van de schoolloopbaan van de jongere die niet is ingeschreven in de basisregistratie persoonsgegevens van de gemeente.
Artikel 32. Regionaal programma ter voorkoming voortijdig schoolverlaten (Twentse Belofte)
(artikel 118i1 WVO, artikel 162c1 WEC, artikel 8.3.4 WEB)
Het afdelingshoofd Onderwijs is namens het college van burgemeester en wethouders verantwoordelijk voor de totstandkoming van een regionaal bestuurlijk overleg in de regio met instellingen, scholen en ketenpartners, over het regionaal programma en de uitvoering en financiering van de daarin opgenomen maatregelen. Bij dit overleg worden de domeinen arbeid en zorg betrokken.
Hoofdstuk 7: Verantwoording en ontwikkeling
Artikel 33. Jaarverslag leerplicht en effectrapportage DSP
(artikel 25 Leerplichtwet; artikel 118h, zevende lid, WVO, artikel 162b, zevende lid, WEC, artikel 8.3.2, zevende lid, WEB).
Het afdelingshoofd Onderwijs voert het overleg met de instanties en organisaties wier handelen (mede) in het voorstel voor het jaarlijkse verslag aan de orde wordt gesteld. Met betrekking tot de DSP-taken stemt het afdelingshoofd Onderwijs zijn bijdrage aan de verslaglegging af met de andere gemeenten in de DSP-regio. Met betrekking tot de leerplichttaken stemt het afdelingshoofd Onderwijs zijn bijdrage af met de schoolwijkcoaches en de jeugdartsen.
Artikel 34. Beleidsontwikkeling
Het afdelingshoofd Onderwijs draagt er zorg voor dat de ervaringen met de uitvoering van de leerplicht- en DSP-taken binnen het werkgebied van de regio, kwantitatief en kwalitatief, op een systematische wijze worden verzameld en zorgt voor de verwerking hiervan in voorstellen voor aanpassingen van het gemeentelijke dan wel regionale beleid.
Het afdelingshoofd Onderwijs blijft goed op de hoogte van de regionale, provinciale en landelijke ontwikkelingen die voor de uitvoering van de leerplicht- en DSP taken van belang zijn en zorgt voor de verwerking van die ontwikkelingen in voorstellen voor aanpassingen van het gemeentelijke dan wel regionale beleid.
Deze instructie treedt in werking 1 dag na de dag van bekendmaking. Zaken die op het tijdstip van inwerkingtreding bij de medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach in behandeling zijn, worden zo veel mogelijk in overeenstemming met deze instructie behandeld, tenzij de belangen van de jongere daardoor geschaad worden.
Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van B&W van 19 november 2024.
de loco-Secretaris, E.A. Smit
de Burgemeester, R.W. Bleker
Toelichting op de instructie medewerker leerplicht dan wel DSP
Volgens artikel 16, lid 4 van de Leerplichtwet 1969 is aan het college opgedragen een instructie vast te stellen voor de medewerker leerplicht. Hierin wordt vermeld hoe de wettelijke taken die de gemeente zijn opgelegd moeten worden uitgevoerd. Ook dient aangegeven te worden hoe overleg wordt gepleegd met de leerplichtambtenaren in de omliggende gemeenten en met welke instanties bij de uitvoering van de taken moet worden samengewerkt.
In deze instructie is de combinatiefunctie leerplicht en DSP gebruikt om deze twee functies meer met elkaar te laten integreren. Gezien de doorlopende leerlijn, de aanpak van voortijdig schoolverlaten en de stimulans om op alle gebieden omtrent leerplicht en voortijdig schoolverlaten steeds meer met de elkaar te gaan samenwerken, is de combinatiefunctie echt een pré in een snelle effectieve aanpak bij de bestrijding van het aantal voortijdig schoolverlaters.
Leerplicht en het DSP zijn twee belangrijke instrumenten om te zorgen dat zoveel mogelijk jongeren in staat zijn om maatschappelijk volwaardig te participeren. Soms bestaat het beeld dat leerplicht puur een handhavende functie heeft. Dat kan zeker een rol zijn van leerplicht, maar dat is geen doel op zich. Voorop staat de zoektocht naar het voorkomen van verzuim en naar het zo duurzaam mogelijk herstellen van de schoolgang. Ook het DSP is niet alleen bedoeld om jongeren na een mislukte schoolloopbaan aan het werk te krijgen, het is juist ook bedoeld om te zorgen dat jongeren zich alsnog kwalificeren.
Het is opvallend dat de wetgeving op “schoolgang” en “voortijdig schoolverlaten” versnipperd en verdeeld is opgenomen in tal van wetten en dat verschillende wetten al lang geen vernieuwing hebben gekend. Daarmee sluit het formele kader soms slecht aan op de ontwikkelingen in de huidige maatschappij. Daarom zijn er zowel op landelijk, regionaal als lokaal niveau aanvullende afspraken gemaakt.
In deze instructie zijn voor de medewerker leerplicht en de doorstroomcoaches al die formele kaders en aanvullende afspraken vertaald naar de gewenste werkwijze met betrekking tot het toezicht op de naleving van de leerplicht en het beleid op het gebied van voortijdig schoolverlaten. De “ambtsinstructie van Ingrado” is hiervoor als leidraad gebruikt.
In de instructie zijn weinig tot geen bepalingen opgenomen die in wetgeving zijn opgenomen. De instructie moet dan ook in nauwe samenhang met de wetgeving gelezen worden. Met wetgeving wordt hier niet alleen op de Leerplichtwet en de onderwijswetten gedoeld, maar ook op de andere relevante wetgeving, zoals de Algemene wet bestuursrecht (Awb), het Wetboek van Strafrecht, de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet politiegegevens (Wpg). Ook de Methodische Aanpak Schoolverzuim is naast de instructie een document dat in samenhang met elkaar gelezen en toegepast dient te worden.
In de instructie wordt de aanduiding ‘medewerker leerplicht’ gebruikt in de zin van artikel 16, lid 1 van de Leerplichtwet: de als zodanig aangewezen functionaris die de eed of de belofte heeft afgelegd.
De instructie gaat er van uit dat de medewerker leerplicht over de bevoegdheid als BOA beschikt.
Hieronder staat per hoofdstuk uit de instructie de hogere bedoeling uitgelegd. Ook wordt aandacht besteed aan afwijkende keuzes ten op zichte van de modelinstructie van Ingrado. Daarmee wordt helder wat de Twenste en Enschedese specifieke keuzes zijn.
Het doel van ons handelen is “jongeren helpen perspectief op een hoopvolle toekomst” te krijgen. Dat bovenliggende doel is de leidraad waarmee we soms complexe situaties tegemoet treden.
Binnen de formele kaders in de onderwijswetgeving is een aantal aanvullingen van belang. Ten eerste de Methodische Aanpak Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten. Dat is een landelijk handelingskader dat tussen verschillende partijen als ministerie, Ingrado en OM is afgesproken. Het kent geen formele status, maar wordt wel als beleidspraktijk gehanteerd. Ten tweede hebben de gemeenten en scholen in Twente aanvullende afspraken gemaakt over hun samenwerking rond schoolaanwezigheid. Die afspraken zijn vertaald naar een “Twentse aanwezigheidskaart” die geldt als bovenwettelijk kader, waarmee beter wordt aangesloten op ontwikkelingen in de samenleving en wetenschap. Ten derde geldt de meldcode in ons werk. Schoolverzuim is regelmatig een signaal dat de opvoedsituatie van een kind kwetsbaar is. Vandaar dat er extra aandacht aan de meldcode wordt besteed in deze instructie.
Hoofdstuk 2: Jongeren onder de 18 jaar
De Nederlandse wet maakt een onderscheid tussen onder en boven de 18 jaar. Onder de 18 jaar zijn de eisen om naar school te gaan strenger. Ook zijn de mogelijkheden om te handhaven groter.
Bij 2.1: Absoluut verzuim en vrijstellingen (jongeren gaan niet naar school)
De basis is dat kinderen naar school gaan. Soms blijkt dat kinderen überhaupt niet ingeschreven staan op een school. Dat noemen we absoluut verzuim. Het heeft dan de hoogste prioriteit om met deze ouders contact te leggen om te zorgen dat hun kinderen naar een school gaan.
In enkele gevallen is het toegestaan om kinderen niet naar school te laten gaan. Soms omdat kinderen dat simpelweg niet kunnen. Maar ook andere redenen kunnen een toegestane uitzondering vormen, bijvoorbeeld vanwege de geloofsovertuiging van ouders. Het is belangrijk om als gemeente zowel streng op te treden als meedenkend op te trekken met deze ouders, het belang van het kind staat steeds voorop.
Op basis van nieuwe jurisprudentie is de werkwijze rond vrijstellingen 5b – bezwaar tegen richting van onderwijs – aangescherpt. In artikel 11 lid 7 is daar een toetsingskader opgenomen, waarbij ook ruimte is gemaakt om met ouders op te blijven trekken. Ouders moeten jaarlijks een vrijstelling aanvragen. Bij de eerste aanvraag is het onderzoek extra uitgebreid. En ook wanneer het kind 12 jaar gaat worden. Dat is de leeftijd dat een kind meestal naar het VO gaat. Bovendien is dat een leeftijd waarop het kind zelf ook zijn wensen kan aangeven.
Als studentenstad hebben we daarnaast van een administratief probleem met buitenlandse minderjarige studenten. Doordat zij geen onderwijshistorie in Nederland hebben en gebruik maken van speciale inschrijvingsregelingen op het HBO en Universiteit lijken zij absoluut verzuimers in onze administratie. Om te voorkomen dat we al deze jongeren onterecht gaan benaderen en dat er veel handwerk ontstaat is in Enschede een administratieve werkwijze ontwikkeld, art 6 lid 9.
Uit allerlei onderzoeken blijkt dat het cruciaal is om snel te handelen bij beginnend verzuim. Daarom werken we nauwer met scholen samen dan de wet ons voorschrijft. Op die manier hopen we snel en met minder inspanning de schoolgang te herstellen.
Ook weten we uit de praktijk dat er diverse momenten in een schoolloopbaan zijn die risicovol zijn. Bijvoorbeeld rond schoolwisselingen. Soms wordt in de praktijk gezegd dat die momenten fijn zijn als “nieuwe start”. Vaak zijn dat echter juist momenten dat veel kennis en ervaring verloren gaat over wat jongeren nodig hebben om fijn naar school te kunnen gaan. Daarom werken scholen en de afdeling onderwijs nauw samen rond deze overstapmomenten.
Een belangrijk onderdeel in onze aanpak zijn de preventieve spreekuren op de VO-scholen. Strikt formeel is het nodig dat een school ons inschakelt via een formele verzuimmelding via DUO. Dat vraagt een aantal administratieve handelingen van de school. Bovendien ontstaat er dan een formele melding die ook naar ouders gaat. Het preventieve spreekuur krijgt daardoor behoorlijk wat lading voor jongere en ouders plus het kost relatief veel administratieve handelingen. Het is beter om de sfeer van een preventief gesprek lichtjes te houden. In overleg en afstemming met de functionaris gegevensbescherming is afgewogen dat de huidige werkwijze prima verdedigbaar is. Een DUO melding is een te zwaar middel gezien de aard van het preventieve gesprek. Wel vergewissen we ons dat ouders altijd zijn geïnformeerd over het preventieve gesprek. Hoewel een formele melding inhoudelijk weinig toevoegt, vormt die melding formeel wel de grondslag op basis waarvan leerplicht dit gesprek mag voeren. Er is voor gekozen om de scholen toch te vragen die extra administratieve handelingen te verrichten.
Op jaarbasis zijn er best veel jongeren waar de schoolgang begint te haperen. We zoeken dan met de jongeren, ouders, school en hulpverlening naar manieren om de schoolgang te herstellen. We kijken naar de oorzaken van het probleem en wat er nodig is per situatie. Soms ligt de oorzaak bij de jongeren, maar soms ook bij ouders. Ook kan het voorkomen dat de oorzaak bij de school of hulpverlening ligt. Leerplicht gaat in eerste instantie met de betrokkenen in gesprek, probeert hen te helpen om weer grip en perspectief te krijgen en bemiddeld waar nodig.
Helaas zijn er ook situaties waar de schoolgang vrijwel helemaal stokt. Vaak ook langdurig. De situaties zijn vaak complex wat betreft de situatie van de jongeren, maar ook de samenwerking rond betrokken organisaties is vaak complex. De komende tijd moeten we hierin groeien als betrokkenen rond deze kinderen en ouders. Een eerste aanzet daartoe is in dit stuk gegeven.
Hoofdstuk 3 Handhaven van de leerplichtwet
Soms volstaat het niet om in gesprek te gaan en te bemiddelen. Dan kan leerplicht overgaan tot handhaven. Ook hier blijft centraal staan wat de oorzaak achter de haperende schoolgang is. Soms is het nodig om naar de rechter te gaan, soms moet gekozen worden voor de civiele route, soms helpt het om dwangsommen op te leggen, en soms is het nodig om de inspectie in te schakelen.
Als jongeren 18 worden, vervalt de leerplichtwet. Om te voorkomen dat jongeren uit beeld raken terwijl er ondersteuning nodig is, worden zij overgedragen aan het DSP. Het DSP zorgt dat zij de goede ondersteuning krijgen.
Hoofdstuk 5 Jongeren die 18 jaar en ouder zijn
Vanaf 18 jaar kunnen jongeren, ook als ze geen startkwalificatie hebben, zich gemakkelijk uitschrijven. Relatief veel jongeren doen dat. Sommigen doen dat omdat ze een andere opleiding willen volgen, maar er zijn ook veel jongeren die willen stoppen met studeren. De oorzaken hieronder zijn o.a. sociale problematiek, gebrek aan perspectief en behoefte aan geld. Uit onderzoek weten we dat deze jongeren grote kans maken op duurzame maatschappelijke uitval. Daarom nemen we proactief contact met ze op en blijven we dat doen. Op die manier hopen we hen te bewegen alsnog een opleiding af te maken, of als dat niet kan, ze te ondersteunen bij het vinden en vasthouden van een goede plek op de arbeidsmarkt.
We werken samen met veel andere instellingen. Voor een deel om tot goede ondersteuning van jongeren te komen, maar ook om het schoolaanwezigheidsbeleid van scholen te verbeteren en om de regionale aanpak van schoolaanwezigheid en voorkomen & bestrijden van voortijdig schoolverzuim te versterken.
Hoofdstuk 7 Verantwoorden en ontwikkelen
Het is belangrijk om de signalen vanuit het team onderwijs kenbaar te maken en mee te nemen in beleidsontwikkeling. De schoolgang van jongeren is als “het vinkje in de mijnen”, een eerste signaal dat er meer fout gaat dan alleen school. Bovendien is het afronden van school een investering met grote impact om de kracht van jongeren en daarmee van de stad te versterken.
Bijlage 1. Diensten en instellingen waarmee wordt samengewerkt
De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach voert zo vaak als hij dit voor het uitoefenen van zijn taak nodig acht overleg met:
De medewerker leerplicht dan wel doorstroomcoach raadpleegt zo nodig de sociale kaart van de gemeente.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-498963.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.