Gemeenteblad van Voorst
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorst | Gemeenteblad 2024, 495375 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Voorst | Gemeenteblad 2024, 495375 | beleidsregel |
Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2024-2025
Het college van de gemeente Voorst;
de Participatiewet, in het bijzonder de artikelen in hoofdstuk 4.1;
de Verzamelverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ en aanverwante regelingen 2019 gemeente Voorst;
de Verzamelbeleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en aanverwante regelingen 2019 gemeente Voorst;
de Algemene wet bestuursrecht;
de Beleidsregels bijzondere bijstand en minimaregelingen gemeente Voorst 2024-2025.
De verlening van bijzondere bijstand is geregeld in de Participatiewet (Pw). In artikel 35 is bepaald dat bijzondere bijstand wordt verstrekt voor de noodzakelijke kosten van het bestaan die als gevolg van bijzondere individuele omstandigheden niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de individuele inkomenstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.
De landelijke geldende wettelijke voorschriften beperken zich tot hoofdzaken en geven gemeenten veel ruimte tot het maken van eigen beleid. De bijzondere bijstandsverlening blijft een rechtsplicht van het college van burgemeester en wethouders. De individuele uitvoering van de bijzondere bijstand laat onverlet dat het college daarvoor beleidsregels kan opstellen. Beleidsregels dragen bij aan de rechtsgelijkheid en rechtszekerheid en zijn ook van belang voor de doelmatigheid van de uitvoering.
Deze beleidsregels geven in de eerste plaats aan welke algemene regels gelden voor de verlening van bijzondere bijstand. Hierbij wordt ingegaan op de systematiek van de bijzondere bijstand en de toepassing van de draagkracht. In de tweede plaats worden regels gegeven voor de meest voorkomende kostensoorten. Dit is geen limitatieve opsomming.
Het individualiseringsprincipe, zoals verwoord in artikel 18 Pw, is onverkort van toepassing. Dit houdt in dat het college de bijstand en de daaraan verbonden verplichtingen dient af te stemmen op de omstandigheden, mogelijkheden en middelen van de betrokken persoon en/of het gezin. Het betreft hier bij uitstek een kwestie van maatwerk. Afwijking van de algemene uitgangspunten van beleid blijft dus mogelijk.
Bij het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand moeten de volgende vragen beantwoord worden:
1. Doen de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt aangevraagd zich voor?
Bijzondere bijstand wordt in principe achteraf verstrekt. De belanghebbende dient de kosten eerst zelf te betalen, voordat een vergoeding plaats kan vinden vanuit de bijzondere bijstand. Er kan geen bijzondere bijstand worden verstrekt voor kosten die de belanghebbende verwacht te maken. Er kan ook geen bijzondere bijstand worden verstrekt of bij voorbaat worden toegekend voor het geval dat de belanghebbende met bepaalde kosten wordt geconfronteerd. Alleen wanneer het om hoge kosten gaat, die de belanghebbende onmogelijk zelf kan voorschieten, kan vooraf bijzondere bijstand worden verstrekt. Een voorbeeld hiervan zijn kosten voor een woninginrichting.
2. En zo ja, zijn die kosten noodzakelijk in het individuele geval?
Het is alleen mogelijk bijzondere bijstand te verlenen voor noodzakelijke kosten. Kosten die vermijdbaar zijn of uit vrije wil zijn gemaakt, zijn niet noodzakelijk. Om de noodzaak te bepalen, is het mogelijk dat advies bij een onafhankelijk externe deskundige wordt ingewonnen. In ieder geval zijn de onderstaande kosten niet noodzakelijk:
- Geleden of toegebrachte schade
- Vrijwillige premiebetaling in het kader van een publiekrechtelijke verzekering
- Kosten van medische handelingen en verrichtingen die gerekend kunnen worden tot de ontwikkelgeneeskunde als bedoeld in de Wet op bijzondere medische verrichtingen of wanneer zodanige medische behandelingen en verrichtingen buiten Nederland plaatsvinden.
3. En zo ja, vloeien de kosten voort uit de bijzondere omstandigheden?
De bijzondere individuele situatie van de belanghebbende en/of zijn gezin bepaalt of kosten als bijzonder kunnen worden aangemerkt. Ook door medische of sociale omstandigheden kunnen kosten als bijzonder worden aangemerkt. Of kosten bijzonder zijn kan het best worden beoordeeld als het tegenovergestelde van algemene kosten. Algemene kosten zijn kosten die iedereen heeft, ongeacht inkomen, maatschappelijke situatie, gezondheid, enzovoort. Zo moet bijvoorbeeld iedereen zijn kleding wassen. Daarmee zijn de kosten van wasmiddelen algemene kosten. Maar wanneer iemand vanwege een aandoening vaker kleding moet wassen, dan moet men vaker dan normaal kleding wassen. Onder die omstandigheden is er sprake van bijzondere kosten.
4. Kan belanghebbende de kosten zelf betalen?
Een belanghebbende die over een bepaald inkomen en/of vermogen beschikt, kan draagkracht hebben om de kosten zelf te voldoen. In deze beleidsregels worden richtlijnen vastgesteld hoe om te gaan met het bepalen van het inkomen en het vermogen ten behoeve van de draagkracht.
De kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd moet aan alle vier bovengenoemde voorwaarden voldoen. Wanneer ook aan slechts één voorwaarde niet wordt voldaan, dient de aanvraag te worden afgewezen.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
In dit artikel worden een aantal begrippen verklaard. De definities komen overeen met die in de Participatiewet. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
bijzondere bijstand: bijstand die bestemd is voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van bestaan, die niet kunnen worden voldaan uit het inkomen, de toepasselijke bijstandsnorm of inkomensvoorziening en/of uit het aanwezige vermogen zoals bedoeld in artikel 35 van de Pw;
draagkracht: het deel van de middelen dat de belanghebbende aan kan wenden om in bijzondere kosten te kunnen voldoen. De draagkracht in relatie tot bijzondere bijstand wordt uitgedrukt in een percentage van het voor de bijzondere bijstand in aanmerking te nemen inkomen. Er wordt in dit verband gesproken van een draagkrachtpercentage;
Een geldlening bij de Kredietbank Rotterdam* of een andere kredietbank verbonden aan de schuldhulpverlening door de gemeente Voorst wordt als voorliggende voorziening beschouwd voor de kosten van noodzakelijke (duurzame) gebruiksgoederen, tenzij deze beleidsregels anders bepalen. (*De Kredietbank Rotterdam is gerelateerd aan de organisatie die de tweede fase schuldhulpverlening voor de gemeente Voorst uitvoert. Vanaf 1 januari 2025 kan er een andere kredietbank zijn. Vanaf 1 januari 2025 is er namelijk een nieuw contract voor de schuldhulpverlening)
Hoofdstuk 2 Draagkracht en draagkrachtperiode
Het vermogen wordt bij de aanvraag op dezelfde manier vastgesteld als bij de algemene bijstand. Indien er sprake is van vermogen boven de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 Pw bestaat er geen recht op bijzondere bijstand. De gemeente Voorst kan jaarlijks een heronderzoek instellen om na te gaan of er nog recht is op bijzondere bijstand.
Artikel 9 Draagkracht vaststellen en draagkrachtperiode
belanghebbenden die, op jaarbasis, een netto inkomen hebben tot 125% van de voor hen geldende bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld) eventueel vermeerderd met het verschil tussen de toepasselijke maximale huurtoeslag bij een bijstandsinkomen en de daadwerkelijk ontvangen huurtoeslag, en die geen vermogen hebben boven de voor hen geldende vermogensgrens, zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 Pw;
In afwijking van het tweede en derde lid geldt voor bijzondere bijstand voor woonkosten, voor kosten van woninginrichting en voor duurzame gebruiksartikelen een draagkrachtgrens van 100%. Dit betekent dat al het inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm volledig als draagkracht wordt aangemerkt.
Indien zich in de loop van de vastgestelde draagkrachtperiode ontwikkelingen voordoen die van zodanig belangrijke aard zijn dat hieraan niet kan worden voorbijgegaan (bijvoorbeeld het wegvallen c.q. het ontstaan van inkomstenbronnen) kan in afwijking van het zevende lid herziening plaatsvinden van de draagkracht over het resterende deel van de draagkrachtperiode.
Hoofdstuk 3 Kosten van algemene aard
Artikel 11 Overbruggingsbijstand
Bijzondere bijstand kan worden verstrekt ter financiële overbrugging van een periode waarover pas op een later moment in die periode een inkomen ontvangen gaat worden en betrokkene op het moment van aanvraag over geen enkel middel van bestaan kan beschikken. De bijstand bedraagt maximaal het maandbedrag van de voor betrokkene geldende bijstandsnorm (exclusief vakantietoeslag).
Woonkostentoeslag bij bewoning van een huurwoning boven de maximale huurgrens. Voor woonkosten boven de maximale rekenhuur zoals omschreven in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag wordt, wanneer belanghebbende een woning in huur of eigendom bewoont, een woonkostentoeslag verstrekt welke in overeenstemming met artikel 12 lid 1 onder b van deze beleidsregels is berekend. De woonkosten die uitgaan boven de aftoppingsgrens komen volledig voor woonkostentoeslag in aanmerking.
De woonkostentoeslag wordt verstrekt tot de datum waarop de belanghebbende wel aanspraak kan maken op huurtoeslag en, als huurtoeslag niet aan de orde is, voor de periode van maximaal een half jaar. Deze periode kan op aanvraag verlengd worden indien bijzondere omstandigheden daartoe noodzaken. De aantoonplicht ligt hierbij bij belanghebbende.
Aan de verlening van de woonkostentoeslag zoals beschreven in het derde lid wordt de verplichting verbonden dat belanghebbende alles in het werk stelt om goedkopere woonruimte te vinden, waardoor geen aanspraak meer gedaan hoeft te worden op woonkostentoeslag. De naleving van deze inspanningsverplichting wordt eens per 3 maanden gecontroleerd.
Hoofdstuk 4 Kosten in verband met ziekte en ondersteuning
Medische kosten komen in beginsel niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. De collectieve zorgverzekering (basis met aanvullend Plus pakket) geldt als een voorliggende voorziening, mits betrokkene de mogelijkheid heeft gehad om de collectieve verzekering af te sluiten. Zo niet, dan geldt de gemiddelde aanvullende verzekering van de zorgverzekeraar waarbij betrokkene op het moment van de aanvraag is verzekerd.
In voorkomende gevallen kan het college de medische noodzaak laten vaststellen door een hiervoor aangewezen instantie. De bijzondere bijstand moet aangevraagd zijn voor met de (voortgezette) behandeling wordt gestart en de kosten zijn gemaakt, zodat eerst een medisch advies kan worden opgevraagd om de noodzaak en eventueel de goedkoopst adequate voorziening vast te stellen.
Artikel 16 Begrafenis- of crematiekosten
Bijzondere bijstand ten behoeve van begrafenis of crematie kan verleend worden aan de nabestaande van de overledene, voor zover de uitvaartkosten niet uit de nalatenschap voldaan kunnen worden en de nabestaande niet over toereikende middelen beschikt om (zijn aandeel in) de uitvaartkosten te voldoen.
Artikel 20 Brillen en contactlenzen
Indien de vergoeding vanuit de Gemeentepolis of de gemiddelde aanvullende zorgverzekering van de aanvrager de kosten van de nieuwe bril of contactlenzen waarvoor een medische noodzaak is vastgesteld niet volledig dekt, kan éénmaal per 2 jaar bijzondere bijstand verleend worden tot het bedrag als genoemd in het financieel besluit, onder aftrek van de vergoeding als genoemd in de Plusverzekering van de Gemeentepolis.
Artikel 25 Medische kosten: kosten voor podotherapie
Voor podotherapie kan bijzondere bijstand worden verleend. Voor podotherapie (onder andere podotherapeutische zolen) geldt maximale bijzondere bijstand zoals genoemd in de maximale bijdrage in de Gemeentepolis Plus (conform het beleid voor alternatieve geneeswijzen).
Artikel 26 Medische kosten: pedicure
Voor een pedicurebehandeling kan bijzondere bijstand verleend worden voor één keer per zes weken, met een maximum van acht behandelingen per jaar.
Artikel 27 Medische kosten: fysiotherapie
Voor de kosten van de eerste twintig behandelingen wordt geen bijzondere bijstand verleend. Vanaf twintig behandelingen wordt er alleen bijzondere bijstand verleend , wanneer er geen sprake is van een chronische aandoening, maar wel sprake is van een medische noodzaak.
Artikel 28 Medische kosten: leges Gehandicapten Parkeer Kaart (GPK) en leges Gehandicapten Parkeer Plaats
Artikel 30 Medische kosten: rollator
De maximale bijstand voor een rollator is € 100. Alleen bij medische noodzaak wordt voor meerkosten bijzondere bijstand verleend.
Artikel 34 Eigen bijdrage rechtsbijstand
Voor een eigen bijdrage in de kosten van rechtsbijstand en noodzakelijke bijkomende kosten kan bijzondere bijstand worden verleend indien de rechtsbijstand is toegekend door de Raad voor Rechtsbijstand (toevoeging). Noodzakelijke bijkomende kosten zijn onder andere kosten van het griffierecht, van uittreksels en van een deurwaarder. Indien de rechtsbijstand is toegekend buiten het Juridisch Loket om, en de korting op de eigen bijdrage niet van toepassing is, wordt deze korting in mindering gebracht op de bijzondere bijstand.
Hoofdstuk 6 Reis- en verwervingskosten
Artikel 36 Algemene bepalingen voor reiskosten
De bijstand wordt toekeken naar de goedkoopste adequate vervoersvorm. Deze vorm kan mede bepaald worden door een medische noodzaak. Bijzondere bijstand voor vervoer per taxi wordt alleen toegekend als openbaar vervoer en eigen vervoer op medische gronden onmogelijk is. Als vervoer per auto aan de orde is bedraagt de bijstand het bedrag per kilometer zoals gehanteerd dor de belastingdienst als maximale onbelaste reiskostenvergoeding door werkgevers.
Hoofdstuk 7 Kosten voor woninginrichting en verhuizing
Artikel 38 Voorliggende voorzieningen
Voor de kosten van inrichtingskosten en verhuizing geldt dat een lening bij de Kredietbank Rotterdam of een commerciële bank geldt als een voorliggende voorziening, tenzij de belanghebbende in de laatste drie jaar voorafgaand aan de aanvraag geen financiële ruimte heeft gehad om te reserveren, omdat:
Het bedrag dat voor bijzondere bijstand in aanmerking komt, wordt vastgesteld op maximaal 60% van het inventarispakket naar huishoudtype volgens het Nibud. Bij meer dan 4 kinderen de bijstand verhogen met € 400 per extra kind. Uitgangspunt hiervan is dat bij een (volledige) inrichting een deel tweedehands kan worden aangeschaft via overname van derden of kringloopwinkel.
Bijzondere bijstand voor een gehele of gedeeltelijke babyuitzet is doorgaans niet mogelijk. De bijstandsnorm is immers een all-in-norm en de wetgever gaat er vanuit dat van een inkomen op bijstandsniveau gereserveerd kan worden voor deze kosten. Kosten voor een babyuitzet zijn algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan die daarnaast voorzienbaar zijn vanaf de derde maand van de zwangerschap.
De minimaregelingen zijn regelingen voor bijstandsverlening voor de kosten van duurzame gebruiksgoederen en voor maatschappelijke participatie, zoals opgenomen in het financieel besluit (zie bijlage 2).
Het college kan aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, gelet op alle omstandigheden, in afwijking van het voorafgaande bijstand verlenen als zeer dringende redenen daartoe noodzaken.
Bij artikel 12 lid 5 woonkostentoeslag
Van de belanghebbende wordt in ieder geval verwacht dat hij
a. Ingeschreven is als woningzoekende;
b. Consequent en adequaat reageert op elke beschikbare woning met een huur lager dan de huurgrens, ongeacht de aard of ligging van de woning.
1. Met de inspanningsverplichting wordt bedoeld: belanghebbende moet de woning te koop zetten voor een passende prijs en op zoek naar een passende woning. Hierbij zijn de voorwaarden van toepassing zoals benoemd in artikel 9.2, lid 12 en 13.
2. Van de belanghebbende wordt in ieder geval verwacht dat hij
a. Een makelaar heeft ingeschakeld;
b. Zijn woning via een advertentie te koop aanbiedt (in krant, op een specifieke, vrij toegankelijke website voor het aanbieden van koopwoningen, en dergelijke);
c. Aantoonbaar actief op zoek is naar nieuwe woonruimte;
d. Een reële vraagprijs stelt, waarbij de WOZ-waarde als uitgangspunt geldt;
e. De vraagprijs o nodig naar beneden bijstelt, waarbij 80% van de WOZ-waarde nog acceptabel wordt geacht;
3. De inspanning wordt in ieder geval onvoldoende geacht, wanneer de belanghebbende
a. Uitsluitend een makelaar heeft ingeschakeld, zonder dat de makelaar verder marktgerichte activiteiten onderneemt;
b. Een feitelijk bod weigert, ook al is dit bod onder zijn vraagprijs;
c. Zijn vraagprijs niet naar beneden bijstelt;
d. Een goedkopere beschikbare woning weigert;
4. In bijzondere gevallen kunnen wij afwijken op persoonlijke gronden.
Bij de aanvraag van de Gemeentepolis wordt nagegaan of het inkomen onder de inkomensgrens van 125% van de bijstandsnorm ligt. Van inwoners die meerdere jaren gebruik maken van de Gemeentepolis wordt jaarlijks nagekeken of het inkomen nog beneden de inkomensgrens ligt. Indien men meer inkomen heeft dan 125 % van de bijstandsnorm vervalt het recht op deelname op de Gemeentepolis.
Bijlage 2. Financieel besluit bijzondere bijstand 2024
- De bedragen kunnen jaarlijks worden aangepast, aan de hand van de Nibud-prijzenlijst, de geïndexeerde GMD-lijst of een andere passende indexering.
- Soms is het bedrag van de Nibud-prijzenlijst niet voldoende. Bij bijvoorbeeld de matrassen zijn de bedragen daarom hoger dan de Nibud-prijzenlijst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-495375.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.