Verkeersmaatregel Bosscherweg

Ruimte / Mobiliteit / 2024- 1040233

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het instellen van een parkeerverbod.

 

Overwegingen

De Bosscherweg is een gebiedsontsluitingsweg, en de parallelwegen van de Bosscherweg zijn erftoegangswegen, binnen de gemeente Maastricht, en is bij de gemeente in beheer en onderhoud.

 

De zijtak van de Bosscherweg, ter hoogte van huisnummer 103, geeft toegang tot het sluiscomplex Bosscherveld en heeft een smal wegprofiel.

 

Regelmatig staan er voertuigen geparkeerd aan beide zijden van dit deel van de Bosscherweg. Deze geparkeerde voertuigen belemmeren de doorgang voor het vrachtverkeer wat als bestemming het sluiscomplex heeft. Ook belemmeren deze geparkeerde voertuigen de doorgang van hulpdiensten bij eventuele incidenten/calamiteiten.

 

Daarom wordt aan de zuidzijde van dit deel van de Bosscherweg een parkeerverbod ingesteld.

 

Deze maatregel wordt genomen voor het in stand houden van de weg en waarborgen van de bruikbaarheid daarvan en het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.

 

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Bosscherweg in hun besluit van 5 oktober 2023, Ruimte / Mobiliteit / 2023-464563;

  • 2.

    door het plaatsen van het bord E1 van bijlage I van het RVV 1990 een parkeerverbod in te stellen aan de zuidzijde van de Bosscherweg voor het deel gelegen ten oosten van huisnummer 103;

  • 3.

    de verkeerstekens te plaatsen zoals aangegeven is op de tekening “in de bijlage;

 

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

  • 4.

    de borden A1(zone) en A2(zone) van Bijlage I van het RVV 1990 om de maximum snelheid op de parallelweg van de Bosscherweg, ter hoogte van nummer 133, in te stellen op 30 km/uur;

  • 5.

    de borden A1(zone) en A2(zone) van Bijlage I van het RVV 1990 om de maximumsnelheid op de Bosscherweg in te stellen op 60 km/uur voor het deel dat buiten de bebouwde kom ligt;

  • 6.

    de borden A4 en A5 van Bijlage I van het RVV 1990 om een adviessnelheid van 30 km/uur in te stellen voor:

    • a.

      het deel van de Bosscherweg gelegen tussen huisnummers 4 en 22A;

    • b.

      het deel van de Bosscherweg gelegen tussen huisnummers 67 en 103;

  • 7.

    de borden B4, B5 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden om aan te geven dat het verkeer op de kruisende wegen van de Bosscherweg het verkeer op de Bosscherweg voorrang dient te verlenen;

  • 8.

    de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 om de parallelweg ten oosten van de Bosscherweg ter hoogte van huisnummer 163A gesloten te verklaren voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee, in zuidelijke richting;

  • 9.

    de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990, en onderborden OB07, om de parallelweg ten oosten van de Bosscherweg, tussen de huisnummers 3 en 17 als eenrichtingsweg in te stellen voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee, in noordelijke richting;

  • 10.

    de borden C15 en C16 van Bijlage I van het RVV 1990 om een geslotenverklaring in te stellen voor voetgangers, fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen voor de oprit van de Bosscherweg naar de Noorderbrug;

  • 11.

    het bord C19 van Bijlage I van het RVV 1990 om de westelijk gelegen parallelweg van de Bosscherweg naar de Fort Willemweg/Jaagpad Oost, middels een onderbord met vooraankondiging van 175 m, gesloten te verklaren voor voertuigen die, met inbegrip van de lading, hoger zijn dan 3,3 m;

  • 12.

    het bord C20 van Bijlage I van het RVV 1990 om de westelijk gelegen parallelweg van de Bosscherweg naar de Fort Willemweg/Jaagpad Oost, gesloten te verklaren voor voertuigen waarvan de aslast hoger is dan 1,2 ton;

  • 13.

    het verkeersbord C21 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “uitgezonderd lijnbussen’ om een geslotenverklaring in te stellen voor voertuigen waarvan de totaalmassa hoger is 10 ton, uitgezonderd lijnbussen voor de Bosscherweg ten noorden van het parkeerterrein ter hoogte van de Pastoor Moormanstraat;

  • 14.

    de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 om bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 15.

    de borden D4 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden OB07 om ‘alle motorvoertuigen’ te gebieden om de rijrichting te volgen die het bord aangeeft;

  • 16.

    de verkeersborden D5 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden OB11 op de kruising van de Pastoor Moormanstraat met het parkeerterrein aan de Bosscherweg en op het parkeerterrein vrachtwagenbestuurders om te gebieden om de rijrichting te volgen die op de verkeersborden zijn aangegeven;

  • 17.

    de borden E1 van Bijlage I van het RVV 1990 om een parkeerverbod in te stellen aan de Bosscherweg tussen de aansluiting met de Noorderbrug en het terrein van de papierfabriek;

  • 18.

    de borden E1, te weten de zonevariant, van Bijlage I van het RVV 1990 om een parkeerverbod in te stellen voor beide zijden van de parallelweg van de Bosscherweg ter hoogte van huisnummer 163A;

  • 19.

    het bord E6 van Bijlage I van het RVV 1990 om als algemene gehandicaptenparkeerplaats aan te wijzen, betreffende het meest noordoostelijk gelegen parkeervak aan de parallelweg van de Bosscherstraat ter hoogte van huisnummer 159;

  • 20.

    de borden E10 van Bijlage I van het RVV 1990, om de parallelweg van de Bosscherweg ter hoogte van huisnummer 159, betreffende het wegvak tussen de Pastoor Moormanstraat en ca. 50 m in noordelijke richting op de parallelweg, aan te wijzen als parkeerschijfzone met een maximumparkeerduur van 30 min, geldend op maandag t/m zaterdag tussen 08:30 – 19:00 uur en op zondag tussen 12:00 – 17:00 uur;

  • 21.

    de borden E11 van Bijlage I van het RVV 1990 om de parallelweg van de Bosscherweg, het gedeelte tussen de Pastoor Moormanstraat en ca. 50 m ten noorden op de parallelweg, aan te duiden als beëindiging van de parkeerschijfzone;

  • 22.

    de borden F1 van Bijlage I van het RVV 1990 om motorvoertuigen op de Bosscherweg te verbieden om elkaar onderling in te halen;

  • 23.

    de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 om de vrijliggende paden aan de oost- en westzijde van de Bosscherweg aan te duiden als verplichte fiets/bromfietspaden;

  • 24.

    het bord G12a van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord om het vrijliggende pad ten oosten van de Bosscherweg, ten noorden van de Noorderbrug, aan te wijzen als fiets/bromfietspad in twee richtingen;

  • 25.

    de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 en de zebramarkering, om de voetgangersoversteekplaatsen als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990 aan te wijzen:

    • a.

      de oversteekplaats ter hoogte van de Boschpoort;

    • b.

      de oversteekplaats ter hoogte van de Van Eyckstraat.

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

 

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 25 november 2024

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

Naar boven