Gemeenteblad van Lelystad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lelystad | Gemeenteblad 2024, 492226 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Lelystad | Gemeenteblad 2024, 492226 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland 2023
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde,
gezien de toestemming van de gemeenteraden van de betreffende gemeenten;
gelet op de Wet publieke gezondheid;
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;
de “Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland“ te wijzigen in “Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland 2023”, waardoor deze als volgt komt te luiden:
Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland 2023
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van de gemeente, de (gemeente) raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester respectievelijk gelezen: GGD Flevoland, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Het algemeen bestuur kan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen commissies instellen nadat de raden van de gemeenten zijn geïnformeerd en in de gelegenheid zijn gesteld om wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. De ambtelijk secretaris, genoemd in artikel 19, heeft in deze commissies een adviserende stem.
HOOFDSTUK 2 BELANGEN, DOELSTELLING EN TAKEN
Artikel 4 Algemene doelstelling
GGD Flevoland is ingesteld met het doel de belangen van de gemeenten betreffende de publieke gezondheid, alsmede aanverwante wetgeving en belangen in het verlengde van de publieke gezondheid, in gezamenlijkheid te behartigen.
HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR
Artikel 7 Bevoegdheden algemeen bestuur
Het algemeen bestuur besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerp besluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
Anders dan besluiten waarover bij of krachtens de wet de gemeenteraden een zienswijze naar voren kunnen brengen, zijn er, tenzij door het algemeen bestuur anders bepaald, geen besluiten van het algemeen bestuur waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Onverminderd de Gemeentewet en de Wet publieke gezondheid kan, in samenwerking met de gemeente(raden)n, aan ingezetenen en belanghebbenden gelegenheid worden geboden betrokken te worden bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid, overeenkomstig de wijze als beschreven in de door het algemeen bestuur op te maken participatieverordening.
HOOFDSTUK 4 HET DAGELIJKS BESTUUR
Artikel 12 Samenstelling, benoeming en ontslag van het dagelijks bestuur
Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur of een of meer leden daarvan ontslag verlenen als deze(n) het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit of bezitten, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van overeenkomstige toepassing.
Artikel 16 Aanwijzing voorzitter en plaatsvervangend voorzitter
Het algemeen bestuur wijst de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden aan.
HOOFDSTUK 6 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING
Artikel 18 Verantwoording- en inlichtingenplicht
De leden van het dagelijks bestuur zijn gezamenlijk en ieder afzonderlijk verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur en geven hierover periodiek en tussentijds alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen, voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder geval binnen zes weken.
HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 24 Aanwijzing accountant
Het algemeen bestuur wijst, op voorstel van de DPG, een accountant aan die conform het bepaalde in artikel 213 van de Gemeentewet wordt belast met de toetsing van de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur en het afgeven van een getrouwheidsoordeel aan het algemeen bestuur.
Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast.
Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur zo nodig de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Als deze begroting niet afwijkt van de ontwerpbegroting kan het algemeen bestuur volstaan met een schriftelijke mededeling over dit gegeven.
Op een wijziging van de begroting zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing, voor zover die wijziging leidt tot een verandering van de inwonersbijdragen voor de taken van artikel 5, vierde lid. Andere begrotingswijzigingen kan het algemeen bestuur vaststellen zonder toepassing van het zevende en achtste lid.
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en de bestemming van het resultaat vast op of vóór 1 juli en het dagelijks bestuur zendt deze binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
HOOFDSTUK 9 ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN
Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de in het eerste lid bedoelde archiefbescheiden met inachtneming van artikel 8 van het Archiefbesluit voor zover mogelijk vervreemd aan de taakopvolger. De overbrenging van de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Lelystad geschiedt als had geen opheffing plaatsgevonden. Als er geen taakopvolger is, geschiedt de genoemde overbrenging direct.
HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
Artikel 30 Toetreding en uittreding
Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling of uittreding uit de gemeenschappelijke regeling is niet mogelijk, tenzij op grond van artikel 14, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid en artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s een algemene maatregel van bestuur noopt tot toetreding of uittreding van een of meer bestuursorganen.
De colleges van de deelnemende gemeenten en die van de toe- of uittredende gemeente(n) regelen in onderling overleg de gevolgen van de toetreding of de uittreding voor het vermogen van de gemeenschappelijke regeling en de deelnemende gemeenten. Daartoe maken zij afspraken over ten minste: personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing.
Wijziging van de regeling vindt plaats bij eensluidende besluiten van de colleges, na toestemming van de desbetreffende raden, van ten minste twee derde van de gemeenten, die samen twee derde van het aantal inwoners van het werkgebied omvatten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de colleges van ten minste drie gemeenten.
Deze gemeenschappelijke regeling kan alleen worden opgeheven indien in plaats hiervan een nieuwe regeling in werking treedt die voldoet aan de eisen uit de Wet publieke gezondheid dan wel als de verplichting tot instandhouding van een gemeenschappelijke regeling uit de Wet publieke gezondheid niet langer bestaat.
Artikel 34 Evaluatie betrokkenheid gemeenteraden
Voor de evaluatie van deze regeling wordt aangesloten bij het lokale beleid omtrent de evaluatie van verbonden partijen van de deelnemende gemeenten.
Vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde,
Almere,
de secretaris,
de burgemeester,
Dronten,
de secretaris,
de burgemeester,
Lelystad,
loco secretaris,
de burgemeester,
Noordoostpolder,
de secretaris,
de burgemeester,
Urk,
de secretaris,
de burgemeester,
Zeewolde,
de secretaris,
de burgemeester,
Gemeenschappelijke regeling GGD Flevoland – toelichting
Deze regeling sluit zoveel mogelijk aan bij de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen en/of de Gemeentewet. Hieronder volgt, waar nodig, een toelichting op de artikelen.
De Wet publieke gezondheid (artikel 14) verplicht de colleges van burgemeester en wethouders van gemeenten die behoren tot een regio als bedoeld in de Wet veiligheidsregio’s een regionale gezondheidsdienst in te stellen en in stand te houden voor de uitvoering van taken genoemd in die wet. Om deze verantwoordelijkheid optimaal te behartigen, hebben de Flevolandse gemeenten een gemeenschappelijke regeling ingesteld.
In de overwegingen staan enkele uitgangspunten voor het bestuursmodel dat is vastgelegd in de regeling.
Het bestuursmodel van GGD Flevoland hangt nauw samen met de relatie tussen de gemeenten en GGD Flevoland en de werkwijze van GGD Flevoland. Centraal hierin staat dat de gemeenten verantwoordelijk zijn voor hun gezondheidsbeleid. De functies van GGD Flevoland – preventie en acute zorg - zijn bij uitstek overheidstaken, uit te voeren door de gemeentelijke gezondheidsdienst.
De gemeente formuleert zijn gezondheidsbeleid en stuurt GGD Flevoland vanuit dat kader aan. GGD Flevoland moet dan ook genoeg keuzevrijheid bieden en voldoende flexibel zijn om aan te sluiten op de lokale wensen. Maar hij moet ook bedrijfsmatig optimaal kunnen opereren om daarmee de risico's voor de gemeenten te minimaliseren.
De uitgangspunten bij de vormgeving van de bestuurlijke structuur zijn dan ook:
Van belang is dat GGD Flevoland een slagvaardige bedrijfsvoering kan voeren, die leidt tot het behalen van de door de gemeenten geformuleerde doelen. Daarbij kunnen de gemeenten inhoudelijke kaders stellen en op afstand toezicht houden op het beheer van GGD Flevoland.
Het algemeen bestuur richt zich vooral op de beleidskaders, de begroting en de rekening. Het dagelijks bestuur richt zich vooral op de bedrijfsvoering en uit dien hoofde met het toezicht op de Directeur Publieke Gezondheid.
Artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het algemeen bestuur vaste commissies van advies kan instellen. Dit kunnen ook commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn. In dat geval geschiedt de instelling en de regeling van de bevoegdheden en de samenstelling door het algemeen bestuur maar op voorstel van het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter. Naast vaste commissies van advies zijn ook andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter mogelijk, deze worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld.
Artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het algemeen bestuur commissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Dat kan evenwel alleen als de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet. De Wet gemeenschappelijke regelingen stelt voorwaarden en beperkingen aan het instellen van dergelijke commissies.
Artikel 5 van deze regeling beschrijft het takenpakket van GGD Flevoland in globale termen. Hierdoor houdt het algemeen bestuur zijn expliciete bevoegdheid om zelf de omvang en de inhoud van het takenpakket bij te stellen als hij dat nodig vindt. Het moment daarvoor is de jaarlijkse vaststelling van de begroting. Eveneens worden de GHOR-gerelateerde taken alsmede de Meldkamer Ambulancezorg Flevoland tot de GGD-taken gerekend (zie artikel 5, vijfde lid).
Op basis van de Wet op de lijkbezorging is de functie van Gemeentelijk Lijkschouwer belegd bij GGD Flevoland en worden Gemeentelijke Lijkschouwers benoemd en ontslagen door de Directeur Publieke Gezondheid op basis van mandaat van het dagelijks bestuur.
De Wet publieke gezondheid beschrijft de basistaken van de gemeenten. De uitvoering van het basistakenpakket kan per gemeente verschillen: niet alle gemeenten of derden zullen evenveel gebruik maken van dit uniforme aanbod. Soms is dit afhankelijk van incidenten (bijv. een infectieziekte of een crisis op een school), soms van de bevolking (bijvoorbeeld bij gezondheidsverschillen) of van het beroep dat men doet op GGD Flevoland (bijvoorbeeld specifieke inhoudelijke expertise of de website). En natuurlijk is de klant niet verplicht om gebruik te maken van het GGD Flevoland-aanbod (bijvoorbeeld bij gezondheidsonderzoeken of lespakketten).
Het begrip 'plustaak' is bewust niet gedefinieerd. Dit geeft het algemeen bestuur de mogelijkheid om taken uitdrukkelijk als plustaak te accepteren en uit te voeren. Maar het is ook mogelijk om dit begrip een louter financiële betekenis te geven, bijvoorbeeld door als plustaak te benoemen elk product waarvoor betaald wordt buiten de inwonersbijdrage. Gemeenten en derden kunnen er op contract- of subsidiebasis voor kiezen deze taken bij GGD Flevoland af te nemen.
Plustaken in opdracht van één of meer van de aan de regeling deelnemende gemeenten kunnen worden uitgevoerd door of in samenwerking met een deelneming als bedoeld in artikel 7, tweede lid. In dat geval is de verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur in relatie tot de verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente(n) voor de deelneming overeenkomstig als bij de uitvoering van een plustaak.
Artikel 5, achtste lid, ziet erop toe dat het algemeen bestuur gepositioneerd is om per plustaak zijn verantwoordelijkheid voor de uitvoering te kunnen waarmaken. Het uitvoeren van plustaken strekt ook kwalitatief tot voordeel van de gehele organisatie van GGD Flevoland.
Artikel 5, negende lid, ziet erop toe dat het risicomanagement van GGD Flevoland naar behoren kan worden toegepast op de uitvoering van plustaken.
Artikel 5, achtste en negende lid, zijn van overeenkomstige toepassing op de uitvoering van taken in deelnemingen als bedoeld in artikel 7, tweede lid.
Hieronder volgen nog enkele relevante bepalingen uit de Wet publieke gezondheid.
Artikel 2 Wet publieke gezondheid
Artikel 5 Wet publieke gezondheid
Artikel 5a Wet publieke gezondheid
Artikel 6 Wet publieke gezondheid
Artikel 8 Werkwijze algemeen bestuur
De vergaderfrequentie van het algemeen bestuur volgt de planning-en-controlcyclus van GGD Flevoland. Deze cyclus sluit aan bij de beleidscyclus van de gemeenten. Hierdoor kunnen gemeenten tijdig invloed uitoefenen op het beleid en de financiële kaders van GGD Flevoland en deze daarna meenemen in hun eigen beleid.
Artikel 9 Besluitvorming algemeen bestuur
Gebaseerd op het relatieve aandeel van de gemeenten in de regio is in dit artikel vastgelegd dat bij het vaststellen en wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening het systeem van gewogen stemmen van toepassing is. Het systeem is concreet uitgewerkt en vastgelegd in dit artikel.
Omdat de gemeenschappelijk regeling uitgaat van samenwerking en gelijkwaardigheid is de voorgestelde stemverhouding niet in alle opzichten een rekenkundige afspiegeling van een bepaalde bijdrage, maar weerspiegelt zij het relatieve verschil in aandeel van elke deelnemende gemeente.
Als basis voor de berekening van de stemverhouding is de bijdrage gehanteerd die elke gemeente in 2008 besteedde aan de gemeentelijke bijdrage programma gezondheid. In 2016 is na een zorgvuldige check gebleken dat deze stemverhouding nog altijd als effectief is aan te merken.
In een gemeenschappelijke regeling moet worden opgenomen of, en zo ja voor welke door het bestuur te nemen besluiten een zienswijze aan de raden wordt gevraagd. Oogmerk is dat gemeenteraden dan hun opvatting kenbaar kunnen maken voordat een bepaald besluit is genomen. De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft hierin niets voor. De wet bedoelt slechts om een bewuste afweging door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling te bevorderen. Het kan dus ook een bewuste afweging zijn om géén zienswijzen in de gemeenschappelijke regeling op te nemen.
Het is hier belangrijk om te benadrukken dat op basis van de Wet publieke gezondheid bij de belangrijkste besluiten en het opstellen van de belangrijkste documenten reeds invloedsmogelijkheden van de raden bestaan. Te weten:
Gemeentelijke nota gezondheidsbeleid: op basis van de landelijke nota gezondheidsbeleid stelt de gemeenteraad binnen twee jaar na openbaarmaking van de landelijke nota gezondheidsbeleid, een gemeentelijke nota gezondheidsbeleid vast, waarin de raad in ieder geval aangeeft:
hoe het college van burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan de in artikel 16 van de Wet publieke gezondheid genoemde verplichting om advies te vragen aan de gemeentelijke gezondheidsdienst voordat besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg.
De begroting, de gemeentelijke nota gezondheidsbeleid en de controlerende bevoegdheden van de gemeenteraden definiëren samen de taken van de GGD en bepalen hoe deze taken moeten worden uitgevoerd. Door de invloedsmogelijkheden van de gemeenteraden op deze documenten, wordt de invloed van de gemeenteraden op de GGD en hoe de GGD zijn taken uitvoert geacht reeds voldoende wettelijk te zijn geborgd.
De Wet gemeenschappelijke regelingen beoogt ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van de GGD te betrekken. Het gaat dan om alle fasen van de beleidscyclus, een uitwerking hiervan wordt te gedetailleerd voor de gemeenschappelijke regeling.
De GGD heeft een wettelijke opdracht en wettelijke taken die zij voor eenieder op gelijk niveau moet uitvoeren en aanbieden. Hierbij worden reeds, landelijk en lokaal, belanghebbenden en partners betrokken, zoals in de toelichting van artikel 10 besproken. Een formeel systeem waarin burgers en belanghebbenden bij overige besluiten worden betrokken bestaat bij de GGD momenteel niet.
Om deze reden is in dit artikel opgenomen dat de GGD burgerparticipatie, of het betrekken van belanghebbenden gebruikt, als dat is voorgeschreven bij of krachtens de wet of wanneer dit door het bestuur van de GGD wordt bepaald. Hiermee is de gemeenschappelijke regeling conform de Wet gemeenschappelijke regelingen en wordt de mogelijkheid opengehouden voor het bestuur om, in specifieke situaties waar dit noodzakelijk wordt geacht, gebruik te maken van burgerparticipatie.
Het algemeen bestuur kan verdere verkenning doen naar de mogelijkheden waarop burgerparticipatie een bijdrage kan leveren aan het versterken van de uitvoering van de taken van de GGD. Het algemeen bestuur kan deze mogelijkheden in een participatieverordening beschrijven.
Artikel 13 Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van GGD Flevoland. Hij mandateert een deel van zijn bevoegdheden binnen nadere voorwaarden aan de Directeur Publieke Gezondheid.
De keuze voor een brede mandatering van de Directeur Publieke Gezondheid wordt vooral ingegeven door het feit dat bilaterale afspraken tussen GGD Flevoland en de gemeenten een belangrijke rol spelen bij de aansturing van GGD Flevoland. Voor de relatie tussen het dagelijks bestuur en Directeur Publieke Gezondheid is er een organisatieverordening.
Op de mandaatverlening is de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, die onder andere bepaalt dat de gemandateerde bevoegdheid wordt uitgeoefend namens het bestuursorgaan. De verantwoordelijkheid voor het in mandaat genomen besluit blijft dus bij het mandaterende orgaan, waarbij van elk besluit duidelijk moet zijn dat het namens het bestuursorgaan genomen is. De mandaatgever kan instructies geven voor de uitoefening van een verleend mandaat.
Artikel 18 Verantwoording- en inlichtingenplicht
De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat het bestuur van een gemeenschappelijke regeling een actieve informatieplicht heeft omtrent hetgeen in een regeling speelt. Daarmee is deze bepaling vergelijkbaar met de actieve informatieplicht van het college aan de gemeenteraad, zoals is vastgelegd in de Gemeentewet. Deze verplichting richt zich niet alleen op informatie over te nemen besluiten, maar betreft alles wat de raad behoort te weten om zijn taak goed te kunnen vervullen. In gemeenschappelijke regelingen moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd.
Een actieve informatieplicht aan de raden bestaat op gemeentelijk niveau al voor de colleges. Het doortrekken van deze plicht naar het bestuur van een gemeenschappelijke regeling is geen grote ingreep. Daarbij kan de wijze waarop e.e.a. in de Gemeentewet is geregeld als voorbeeld dienen. De Gemeentewet kent in de artikelen 60 en 169 een open formulering.
Het is aan het algemeen bestuur om hierin een eigen handelingskader te bepalen. Bij gemeenten wordt dat door colleges gedaan in de vorm van een protocol of handvest. Deze lijn volgend kan het algemeen bestuur ook een dergelijk protocol met de colleges en de raden overeenkomen. Er is gekozen dit niet in de gemeenschappelijke regeling, maar in het reglement van orde op te nemen. Kortheidshalve wordt in de gemeenschappelijke regeling wel opgenomen dat het algemeen bestuur dit, na overeenstemming met de colleges en de raden, opneemt in het reglement van orde.
Overigens zullen bepaalde elementen uit de bestaande praktijk in het reglement van orde worden opgenomen, want het is uiteraard niet zo dat een actieve informatieplicht een geheel onontgonnen terrein is.
De artikelen 186 t/m 213 uit de Gemeentewet zijn van toepassing. Van belang zijn met name artikel 186 en de artikelen 212 en 213.
Artikel 186 van de Gemeentewet stelt dat “de begroting, de begrotingswijzigingen, de meerjarenraming, het jaarverslag en de jaarrekening … voldoen aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te geven regels.” Voor de GGD betreft dit het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).
Artikel 212 van de Gemeentewet bespreekt de noodzakelijke verordeningen van het algemeen bestuur voor met name waardering en afschrijving van activa en voor de financieringsfunctie.
Artikel 213 van de Gemeentewet bespreekt met name de controle op de jaarrekening en de rol van de door het algemeen bestuur benoemde accountant daarbij.
Daarnaast is het “Besluit Begroting en Verantwoording” (BBV) leidend voor wat betreft de verplichte boekhoudkundige vereisten aan de begroting, meerjarenraming en jaarrekening.
Artikel 25 en artikel 26 Begroting en jaarrekening
De artikelen 186 t/m 213 van de Gemeentewet omvatten meer dan uitsluitend de controles op het geldelijk beheer en de boekhouding. De procedure bij de totstandkoming van de begroting (inclusief meerjarenraming) en bij de vaststelling van de jaarrekening wijkt op enkele punten af van die van de gemeenten.
Aan het opstellen van de begroting van GGD Flevoland gaat een ontwerpbegroting met toelichting vooraf. Hierin staan de hoofdlijnen van het beleid voor de komende jaren en de globale financiële gevolgen. De bijdrage vanuit de gemeenten per inwoner is in beginsel gelijk aan het voorgaand boekjaar, met mutaties voor nieuw beleid en voor indexering van prijzen en lonen. De aanpassing voor prijzen en lonen in de begroting van GGD Flevoland verloopt conform de gemeente Lelystad, zodanig dat de aanpassing in boekjaar (T) van GGD Flevoland gelijk is aan de aanpassing in boekjaar (T-1) van de gemeente Lelystad. De ontwerpbegroting boekjaar (T+1) bevat een voorlopige opgave van het financiële resultaat over het boekjaar (T-1). Deze opgave van het voorlopige financiële resultaat is zonder controle van de accountant opgesteld.
Het algemeen bestuur biedt de ontwerpbegroting in april aan de raden van de gemeenten aan, met het verzoek tot het uitbrengen van zienswijzen. De gemeenten kunnen hierdoor tijdig invloed uitoefenen op de wettelijke verplichte begroting, die het algemeen bestuur op basis van de ontwerpbegroting opstelt en uiterlijk 15 september heeft vastgesteld.
De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen voorziet in een verruiming van de uiterste termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting in de begrotingscyclus. Per regeling kan gekozen worden voor kortere termijnen, maar niet voor latere data. Het oogmerk is de gemeenteraden een sterkere positie te geven in de begrotingscyclus. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden makkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later.
Overigens voert GGD Flevoland naast basistaken ook plustaken uit, die niet uit de inwonersbijdrage worden bekostigd. Het totaal van alle kosten van GGD Flevoland wordt in de begroting (en meerjarenraming) gedekt vanuit zowel de inwonersbijdrage als vanuit inkomsten uit subsidies en contractuele afspraken met betrekking tot de plustaken. De begroting (inclusief meerjarenraming) van GGD Flevoland wordt daarom door het algemeen bestuur vastgesteld inclusief een aannemelijke calculatie van het tarief per plustaak. De vaststelling van de inkomsten uit de plustaken vindt plaats als de bij deze plustaken behorende subsidiebeschikkingen en/of de bij deze plustaken behorende contractuele afspraken zijn bekrachtigd. De geldstromen met betrekking tot de plustaken worden gespecificeerd in de begroting en de jaarrekening.
De jaarrekening geeft een beredeneerd financieel verslag over het afgelopen jaar, inclusief accountantsverklaring. In verband met de vereisten van rechtmatigheid betrekt de accountant hierbij ook de financiële mededelingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur in de periodieke bestuursrapportages – in beginsel respectievelijk in het voorjaar en het najaar - van het betreffende boekjaar. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en de bestemming van het financiële resultaat uiterlijk 1 juli vast.
Artikel 27 Bijdragen gemeenten en derden
De bijdragen uit subsidie worden afgerekend overeenkomstig de voorwaarden die bij de toekenning zijn bepaald. Artikel 27, vierde lid, ziet erop toe dat financiële risico’s die niet kunnen worden opgevangen binnen de reguliere kaders van het risicomanagement van GGD Flevoland, worden afgedekt door de gemeente of een derde die opdracht heeft gegeven tot een plustaak. In de door het algemeen bestuur onder artikel 5, achtste lid, bepaalde voorwaarden kan worden geregeld dat een voordelig saldo strekt tot vorming of versterking van (bestemmings)reserves als bedoeld in artikel 28. Frictiekosten als gevolg van het beëindigen van een plustaak komen ten laste van de opdracht gevende gemeente(n).
Artikel 30 Toetreding en uittreding
Een besluit tot uittreding wordt niet genomen door de uittredende gemeente zelf maar volgt hetzij uit een wijziging van de indeling in regio’s zoals opgenomen in de bijlage bij de Wet veiligheidsregio's, dan wel uit een gemeentelijke herindeling. Dit betekent dat een verzoek tot uittreding van de uittredende gemeente aan het algemeen bestuur niet aan de orde is. Het gaat om een melding waar het algemeen bestuur kennis van neemt.
Een gemeenschappelijke regeling van een gemeentelijke gezondheidsdienst is een regeling van colleges van burgemeester en wethouders, hierdoor zijn alle colleges partij. Zij dienen dus te overleggen over de gevolgen van de uittreding. Kijkend naar artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen lijkt het om redenen van democratische legitimering aantrekkelijk dat alle colleges hun voornemen tot besluitvorming over die gevolgen ter kennis brengen aan de eigen raad en deze om een eventuele zienswijze vragen. Als alle colleges, gedekt door de raden, het eens zijn over de gevolgen van de uittreding is de zaak afgedaan en kan tot afwikkeling worden overgegaan.
Wanneer geen overeenstemming kan worden bereikt, doet zich de vraag voor hoe tot besluitvorming kan worden gekomen, om een patstelling te voorkomen. Het algemeen bestuur heeft hierin geen rol waarin hij een knoop door kan hakken. Bovendien: de uittredende gemeente delft dan altijd het onderspit. Hetzelfde euvel doet zich voor als je de colleges in meerderheid laat beslissen.
Om een oplossing te bieden in die gevallen waarin over de toepassing van de gemeenschappelijke regeling een aanhoudend verschil van opvatting bestaat, is in artikel 33 van deze regeling voorzien in een geschillenregeling.
Een verschil van mening over de gevolgen van de uittreding is logischerwijs misschien wel aan te merken als een geschil over de toepassing van de gemeenschappelijke regeling in de ruimste zin. Maar om onduidelijkheid te voorkomen wordt dit expliciet genoemd en verwezen naar artikel 33 van deze regeling.
Artikel 34 Evaluatie betrokkenheid gemeenteraden
De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regeling kent een verplichting om afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling. Om onnodige lasten voor de deelnemende partijen te voorkomen, wordt niet in de wet voorgeschreven waar de evaluatie specifiek op gericht moet zijn, hoe vaak die moet plaatsvinden en op welke wijze. Er kan dus ook worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dit is dan een bewuste keuze waar de raden mee dienen in te stemmen.
Er is gekozen om het evalueren van deze regeling aan te laten sluiten bij het individuele gemeentelijke beleid van de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling zal worden uitgevoerd in overeenstemming met het individuele lokale beleid van elke afzonderlijke deelnemende gemeente met betrekking tot het evalueren van verbonden partijen.
Dit heeft als doel om te zorgen dat de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling efficiënt en doeltreffend verloopt. Door de evaluatie aan te laten sluiten bij het gemeentelijk beleid omtrent evaluatie van verbonden partijen, wordt voorkomen dat er onnodige extra lasten ontstaan voor zowel de gemeenten als de regeling zelf.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-492226.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.