Gemeenteblad van Dinkelland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dinkelland | Gemeenteblad 2024, 489791 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Dinkelland | Gemeenteblad 2024, 489791 | ander besluit van algemene strekking |
Gemeentelijke Grondstoffenbeleidsplan Dinkelland 2025-2030
De raad van de gemeente Dinkelland,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 17 september 2024, nr. 9 A;
gelet op het advies van de commissie Omgeving en Economie van 1 oktober 2024;
gelet op artikel 147 van de Gemeentewet
Nederland wil in 2050 volledig circulair zijn. In een circulaire economie gaan we duurzaam om met ons grondstoffengebruik door onder andere afval zo hoogwaardig mogelijk te verwerken tot nieuwe grondstoffen1. De gemeente Dinkelland stelt ook deze ambitie en streeft ook naar circulariteit in 2050. Dit Grondstoffen-beleidsplan zet uiteen hoe de gemeente voor de komende vijf jaar aan deze ambitie wil bijdragen.
Een nieuw Grondstoffenbeleidsplan
In 2015 stemde de gemeenteraad in met het Afvalbeleidsplan ‘Van Afval naar Grondstof, van Idee naar Aanpak, Van Betalen naar Belonen’. Dit Afvalbeleidsplan had tot doel om tot maximaal 100 kilo huishoudelijk restafval per inwoner te komen via ‘verbeterde bronscheiding’. Dit nieuwe Grondstoffenbeleidsplan bouwt voort op de resultaten van dit Afvalbeleidsplan. Het Grondstoffenbeleidsplan wijzigt niet de basis, maar wel de focus van het uitgevoerde beleid2. Het afvalinzamelsysteem zoals de gemeente nu kent, is op orde; inwoners hebben de gelegenheid om goed grondstoffen zoals gft, pmd en opk3 van het restafval te scheiden en ook worden deze grondstoffen zo goed mogelijk verwerkt. Maar het kan wel beter.
Dit Grondstoffenbeleidsplan schetst waar het beter kan en moet. Alleen veel afval scheiden leidt niet per definitie tot meer hergebruik en recycling. Afval moet ook goed worden gescheiden, met het juiste afval in de juiste afvalbak. Ook is er winst te behalen in de mate van hergebruik en is vooral ook minder afval produceren een effectieve manier om duurzamer met grondstoffen om te gaan.
In Hoofdstuk 1 wordt allereerst geschetst waar de gemeente nu staat en welke algemene ambitie de gemeente heeft. Hoofdstuk 2 zet enkele belangrijke (beleids-)ontwikkelingen op een rij die van invloed zijn op het gemeentelijke grondstoffenbeleid. Hoofdstuk 3 presenteert vier doelstellingen voor het beleid voor de komende vijf jaar. Hoofdstuk 4 werkt deze doelstellingen uit in speerpunten, specifieke maatregelen inclusief financiële onderbouwing.
Hoofdstuk 1: Stand van zaken en ambitie
Dit hoofdstuk beschrijft de huidige stand van zaken van het afval- en grondstoffen-beleid in Dinkelland en de ambitie die die gemeente zichzelf stelt. Waar staat de gemeente nu en waar wil de gemeente naar toe?
De gemeente Dinkelland presteert goed als het gaat om afval en grondstoffen4 . Inwoners scheiden hun grondstoffen zoals pmd en gft goed van het overige afval, wat leidde tot 70 kilo fijn huishoudelijk restafval per inwoner in 2023. Ruim onder de doelstelling van 100 kilo. Figuur 1 laat de ontwikkeling van de hoeveelheid gescheiden grondstoffen en restafval per inwoner per jaar zien.
Figuur 1: Ontwikkeling restafval en grondstoffen per inwoner 2015-2023 (kg per inwoner)
Hoewel het afval scheiden door inwoners goed gaat in de gemeente is er een driettal aandachtspunten:
Tabel 1: Grondstoffen in het restafval gemeente Dinkelland
Een tweede aandachtspunt is de kwaliteit of vervuiling van de aangeboden grondstoffen, vooral pmd. Sinds 2020 is sprake van aanzienlijke afkeur van het pmd door vervuiling door ander afval (zie Tabel 2)5 . De vervuilingsgraad van het pmd valt niet binnen de acceptatienormen zoals door het Afvalfonds (Verpact) aan gemeenten gesteld.
1.2. Ambitie afval- en grondstoffenbeleid
De gemeente Dinkelland streeft, conform de landelijke en Europese ambitie (zie ook hoofdstuk 2) naar een volledig circulaire economie in 2050. Op het gebied van afval betekent dit dat uiterlijk op dat moment geen afval en grondstoffen meer worden verbrand (0%), maar volledig worden hergebruikt. Om dit stapsgewijs te realiseren kiest de gemeente Dinkelland voor een tussendoelstelling voor 2030: Deze is:
Een reductie van 50% te verbranden afval en grondstoffen6 t.o.v. het referentiejaar 2023.
In hoofdstuk 3 is deze ambitie vertaald in concrete (smart) doelstellingen.
Hoofdstuk 2: Beleidsontwikkelingen
Op Europees en landelijk niveau heeft een aantal wetten en regels direct invloed op het gemeentelijk beleid. Dit hoofdstuk zet de belangrijkste beleidsontwikkelingen uiteen, alsmede de impact die deze hebben op het gemeentelijke afval- en grondstoffenbeleid. Daarnaast wordt ook gekeken naar enkele relevante lokale en regionale beleidskaders.
2.1. Europese beleidsontwikkelingen
Europa heeft zich als doel gesteld om in 2050 het eerste klimaatneutrale continent te worden. Als leidraad is hiervoor de Green Deal opgesteld. Voor een klimaatneutraal Europa in 2050 moet de economische groei worden losgekoppeld van het gebruik van hulpbronnen, en moet worden overgestapt op circulaire productie- en consumptiesystemen. Hieruit vloeit de circulaire ambitie voort om in 2050 geen grondstoffen en afval te verbranden.
Kaderrichtlijn Afvalstoffen (Kra)
Het juridisch kader voor afvalbeheer wordt in hoge mate bepaald door Europese regels. Centraal daarin staat de Kaderrichtlijn Afvalstoffen. De richtlijn bevat het juridische kader voor de behandeling van afval in de EU. De richtlijn bepaalt dat bij het opstellen van wetgeving en beleidsinitiatieven voor de preventie en het beheer van afvalstoffen de volgende afvalhiërarchie als prioriteitsvolgorde moet worden gehanteerd: preventie, voorbereiding voor hergebruik, recycling, andere nuttige toepassingen (bijvoorbeeld energieterugwinning) en verwijdering.
Figuur 2: De ladder van Lansink: hoe hoger op de R-ladder, hoe duurzamer
2.2. Nederlandse wet- en regelgeving
In de Wet Milieubeheer (Hoofdstuk 10) staat omschreven dat gemeenten de wettelijke zorgplicht hebben voor de inzameling van huishoudelijk afval. De Wet verplicht de gemeenten ook een aantal fracties gescheiden in te zamelen. Deze zorgplicht is verder uitgewerkt in het Besluit Gescheiden Inzameling Huishoudelijke Afvalstoffen (GIHA) en in de gemeentelijke Afvalstoffenverordening.
Het LAP3 bestaat uit een beleidskader die het nationale beleid voor afvalpreventie, afvalbeheer en de doelstelling van het afvalbeleid beschrijft. Per afvalstroom zijn minimum standaarden voor verwerking benoemd. Daarnaast worden landelijke kwantitatieve en kwalitatieve afvaldoelen gesteld. Bijvoorbeeld ten aanzien van het hoeveelheid ingezamelde grondstoffen ter voorbereiding voor hergebruik en recycling. De opvolger, het Circulair Materialenplan (CMP1) treed op 1 januari 2026 in werking.
Gemeenten kunnen besluiten ook bedrijfsafval in te zamelen, bijvoorbeeld om het aantal vervoersbewegingen te minimaliseren. Hiermee concurreren zij met bedrijven. Om concurrentievervalsing te voorkomen, moeten overheden zich in die situatie aan een aantal gedragsregels houden, zoals het verplicht doorberekenen van alle kosten, een verbod bevoordeling eigen overheidsbedrijven, en een verplichte functiescheiding bestuur en uitvoering. Vanwege de impact van deze gedragsregels op de administratieve organisatie en de principiële keuze om niet in te grijpen in de marktwerking, zamelt ROVA geen bedrijfsafval in en heeft de gemeente Dinkelland geen reinigingsrechtklanten meer.
Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV)
De UPV maakt producenten en importeurs financieel en vaak ook organisatorisch verantwoordelijk voor het afvalbeheer van de producten die door hen op de markt worden gebracht. Op dit moment zijn voor de volgende producten UPV’s in werking:
In veel gevallen gaat het bij Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV) om producten waar ook de gemeentelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval voor geldt. Met name voor de producten verpakkingen en wegwerpplastic geldt dat gemeenten een duidelijke rol hebben bij de inzameling van deze producten. Voor textiel is (nog) niet duidelijk of hier een rol voor gemeenten is weggelegd. Deze UPV is sinds 1 juli 2023 van kracht. Er is ook een UPV voor luiers- en incontinentiemateriaal in de maak. De verwachting is dat dit de komende jaren in ieder geval nog niet leidt tot een vergrote capaciteit van duurzame luierverwerking. De impact van UPV’s op de inzameling van huishoudelijk afval wordt nauwlettend gevolgd om waar nodig aanvullende maatregelen te nemen.
Uitvoeringsprogramma VANG-HHA 2022
Het ‘Uitvoeringsprogramma Van Afval Naar Grondstoffen-Huishoudelijk Afval 2021 – 2025’ heeft als doel om de kwaliteit van de ingezamelde huishoudelijke afvalstromen te verhogen en daarmee de recycling te verbeteren. Het programma heeft als motto: met optimale afvalscheiding naar hoogwaardige recycling. De focus verschuift van het beperken van (huishoudelijk) restafval naar de kwaliteit en recyclebaarheid van de ingezamelde grondstoffen. Hiertoe zijn recycledoelstellingen opgesteld: 60% recycling in 2030 en 65% in 2035 (zie hoofdstuk 3).
Nationaal Programma Circulaire Economie 2023-2030 (NPCE)
Het NPCE bevat maatregelen om de komende jaren zuiniger om te gaan met grondstoffen. In het NPCE zijn de meest impactvolle productgroepen (prioritaire stromen) benoemd. Hiervoor zijn transitieagenda’s opgesteld. De productgroepen consumptiegoederen, elektronische apparaten, verpakkingen en wegwerpproducten, textiel, meubels, matrassen en kunststoffen zijn direct voor het thema afval en grondstoffen van belang. Voor huishoudelijk afval geldt dat wordt gestreefd naar zoveel mogelijk hergebruik dan wel recycling. In de uitwerking van het gemeentelijk afval- en grondstoffenbeleid wordt waar mogelijk aangesloten bij de transitieagenda’s van de prioritaire stromen.
2.4. Lokale en regionale beleidskaders
In dit plan (2024) is de ambitie van een Afvalloos Twente in 2030 opnieuw7 uitgesproken door 14 samenwerkende Twentse gemeenten op milieugebied. Het doel is om in 2030 te komen tot maximaal 50 kilo fijn huishoudelijk restafval per inwoner en 15 kilo grof huishoudelijk afval per inwoner. Speerpunten in dit plan zijn: afvalpreventie, restafvalreductie, kwaliteit stromen en terugwinnen grondstoffen via o.a. circulaire ambachtscentra.
Met het koersdocument ‘Circulaire Economie voor Twentse Gemeenten’ willen de samenwerkende gemeenten verdere invulling geven aan de versnelling naar een circulaire economie in de regio. De ambitie is 100% circulair in 2050. Als tussendoelstelling is geformuleerd een reductie van 50% van niet-hernieuwbare grondstoffen in 2030. Tot slot is als doel gesteld om vanaf 2035 periodiek de (markt-) waarde vast te stellen van grondstoffen en materialen die in gemeentelijk bezit of onderhoud zijn.
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de industrie de jaarlijkse CO2-uitstoot in 2030 heeft verminderd met 14,3 Mton CO2. Op 1 januari 2021 is de CO2¬-heffing ingegaan om te borgen dat deze doelstelling gehaald wordt. Deze heffing is vanaf 2024 ook van toepassing op installaties die restafval verbranden. De heffing loopt op van €3 per ton uitgestoten CO2 in 2026 tot €26 in 2030. Het verbranden van afval gaat door landelijke heffingen steeds meer geld kosten. De gemeente moet als gevolg hiervan de afvalstoffenheffing verhogen. Meer grondstoffen uit het restafval te halen is niet alleen goed voor het milieu maar zorgt ook voor een minder snelle toename van verbrandingskosten.
Dit hoofdstuk zet de doelstellingen uiteen voor het Grondstoffenbeleid van de gemeente Dinkelland voor de komende vijf jaar. Eerst wordt in algemene zin enkele richtingen uiteengezet. Daarna worden vier concrete doelstellingen geformuleerd.
3.1. Naar meer aandacht voor kwaliteit en circulariteit
De laatste jaren heeft de gemeente Dinkelland goede stappen gezet op het gebied van afval en grondstoffen. Gelet op de behaalde resultaten is er geen aanleiding om de huidige inzamelsystematiek van het huishoudelijk afval aan te passen. Dit nieuwe grondstoffenplan kent wel twee focusverschuivingen:
Uit deze focusverschuiving vloeien (her-)nieuwe doelen, speerpunten en maatregelen voort.
Dit plan kent vier hoofddoelstellingen voor de periode 2025-2030:
Hieronder worden de doelstellingen verder uitgewerkt en – waar mogelijk – geconcretiseerd.
3.3. Uitwerking doelstellingen
Doel 1: Verminderen totaal huishoudelijk afval gemeente (preventie)
Een eerste manier om het verbranden van afval en grondstoffen te verminderen is door te voorkomen dat afval ontstaat (preventie). Het gaat hierbij in eerste instantie om het niet gebruiken van producten (denk aan verpakkingsvrij winkelen) en in tweede instantie om producten zo lang mogelijk in de keten te houden (hergebruik).
>> In 2023 produceerde een inwoner van Dinkelland 427 kilo afval en grondstoffen. De gemeente wil deze hoeveelheid graag verminderen, maar koppelt hier geen concrete doelstelling aan8.
Doel 2: Verminderen huishoudelijk restafval per inwoner
In het huishoudelijk restafval zitten nog veel waardevolle grondstoffen (vooral gft) die als restafval worden verbrand. De reductie van de hoeveelheid huishoudelijk afval door meer grondstoffen te scheiden is en blijft belangrijk op weg naar een circulaire economie.
>>Het doel is om de hoeveelheid restafval te reduceren van 70 kilo per inwoner in 2023 naar 50 kilo inwoner in 2030. Dit is conform het streven van het plan Afvalloos Twente.
Doel 3: Verminderen vervuiling aangeboden grondstoffen
Alleen grondstoffen die niet vervuild zijn kunnen worden hergebruikt als basis voor nieuwe producten. Naast meer scheiden moeten inwoners van Dinkelland ook beter scheiden door het juiste afval in de juiste afvalcontainer te stoppen.
>> Het doel is om de hoeveelheid vervuiling te reduceren met 10% per afvalstroom (gewichtsprocenten). Het gaat hierbij om in eerste instantie pmd en gft.
Doel 4: Verhogen circulariteit en duurzame verwerking grondstoffen
Nog niet alle grondstoffen kunnen nu goed, hoogwaardig en/of duurzaam worden hergebruikt of gerecycled. Het is de verantwoordelijkheid van de gemeente om te kijken wat zij vanuit haar deel van de grondstoffenketen kan doen om de circulariteit en duurzaamheid van verwerking te verhogen.
Hierbij kan onder meer worden gekeken naar de zogeheten landelijke recycledoelstellingen: 60% recycling in 2030 en 65% in 2035. De gemeente Dinkelland heeft deze doelstellingen echter al gerealiseerd (70% in 2023).
>> De gemeente Dinkelland stelt zichzelf tot doel om in 2030 een recyclepercentage te realiseren van 75%. De gemeente kan deze doelstelling grotendeels realiseren door een reductie van de hoeveelheid restafval en afkeur/vervuiling.
Hoofdstuk 4: Speerpunten & maatregelen
Dit hoofdstuk zet de vier doelstellingen om in speerpunten en concrete maatregelen per doelstelling. De meeste maatregelen zijn uit te voeren binnen het reguliere budget. Aangegeven is voor welke maatregelen (incidenteel) aanvullend budget nodig is.
De gemeente Dinkelland wil de komende jaren inzetten op het voorkomen van afval door het stimuleren van afvalpreventie (niet aanschaffen van producten) en hergebruik van afgedankte producten. Het belangrijkste middel hiertoe is informeren en motiveren van inwoners. De gemeente focust op twee speerpunten:
4.2. Reductie verbranding grondstoffen via restafval
De gemeente gaat verder met het stimuleren van grondstoffen van het restafval scheiden. De focus ligt hierbij op het nog beter scheiden van gft en pmd, twee grondstoffenfracties die nog in veelvuldig in het restafval zitten (speerpunt 3).
Tabel 4: Speerpunten en maatregelen bij reductie restafval
|
In de ROVA-app wordt inzichtelijk hoeveel ledigingen restafval een huishouden al heeft gedaan dat jaar. |
Inzicht in het aantal ledigingen kan huishoudens stimuleren beter te scheiden |
|||
|
Plaatsen voorzieningen voor gescheiden inzameling gft bij hoogbouw |
||||
|
Inwoners kunnen bij de GRIP-wagen kleine hoeveelheid grof huishoudelijk afval brengen. De GRIP-wagen9 is een klein mobiel brengstation ter vervanging van de chemokar |
Om de kwaliteit van ingezamelde grondstoffen te verhogen, moet eerst zicht worden verkregen op wat die kwaliteit nu is (speerpunt 4). Daarnaast wordt ingezet op het stimuleren van inwoners op beter afval te scheiden (speerpunt 5) en ook tracht de gemeente bij de verwerking van grondstoffen te sturen op kwaliteit.
Om de circulariteit en duurzaamheid van verwerking van grondstoffen te vergroten wordt ingezet op duurzaamheidseisen in verwerkingscontracten (speerpunt 7). Daarnaast gaat de gemeente specifieker kijken naar hoe de circulariteit van bepaalde stromen kan worden vergroot zoals grof huishoudelijk afval (speerpunt 8).
Tabel 6: Speerpunten en maatregelen bij verhoging circulariteit
De gemeente voert ook enkele maatregelen door die bijdragen aan alle doelstellingen en/of niet onder een specifieke doelstelling vallen. In onderstaande tabel wordt e.e.a. samengevat.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-489791.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.