Besluit tot wijziging Beleidsregels aanvraagtermijn, drempel en draagkracht bijzondere bijstand 2018

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas;

 

gelet op artikel 35 lid 1 Participatiewet;

 

overwegende dat bij deelname aan een minnelijke of wettelijke schuldregeling men zich heeft verplicht om al het inkomen boven de beslagvrije voet of de VTLB in te zetten voor de schuldeisers, maakt dat in de Beleidsregels aanvraagtermijn, drempel en draagkracht bijzondere bijstand 2018 de volgende wijzigingen worden aangebracht:

  • -

    in het vijfde lid van artikel 4 vervalt onderdeel b;

  • -

    aan artikel 4 wordt een zevende lid toegevoegd.

b e s l u i t :

 

vast te stellen: de wijziging van de Beleidsregels aanvraagtermijn, drempel en draagkracht bijzondere bijstand 2018.

Artikel I  

De Beleidsregels aanvraagtermijn, drempel en draagkracht bijzondere bijstand 2018 wordt gewijzigd als volgt.

 

A.

 

In artikel 4 lid 5 vervalt onderdeel b en worden de leden a, c en d vernummerd tot a tot en met c, waarbij lid 5 komt te luiden:

 

  • 5.

    Voor de berekening van de draagkracht uit inkomen worden niet meegerekend:

    • a.

      het deel van het inkomen waarop executoriaal beslag is gelegd;

    • b.

      de eigen bijdrage op grond van de Wet langdurige zorg;

    • c.

      buitengewone lasten die voortkomen uit de algemene kosten van het bestaan en niet te voorkomen zijn.

B.

 

Aan artikel 4 wordt een zevende lid toegevoegd, luidende:

 

  • 7.

    Belanghebbenden die zijn toegelaten tot het minnelijk dan wel wettelijk traject schuldhulpverlening hebben geen draagkracht uit inkomen.

C.

 

De toelichting op het vijfde lid van artikel 4 komt te luiden:

 

Lid 5

In dit lid wordt beschreven in welke situaties een bepaald inkomen niet in ogenschouw wordt genomen. De belanghebbende heeft dan wel een hoger inkomen, doch kan niet over dit (hogere) inkomen beschikken.

 

Daarnaast is in dit lid opgenomen dat rekening wordt gehouden met buitengewone lasten. Het kenmerk van buitengewone lasten is dat zij een dwingend karakter hebben en onvermijdelijk zijn. Bijvoorbeeld extra hoge woonlasten, het verschil tussen maximale huur- en/of zorgtoeslag en het bedrag dat wordt ontvangen, buitengewone verwervingskosten, te betalen onderhoudsverplichtingen, etc. De kosten die een relatie hebben met de algemene kosten van bestaan. Deze uitgaven worden in mindering gebracht op het inkomen.

 

D.

 

De toelichting op het zevende lid van artikel 4 komt te luiden:

 

Lid 7

Bij toelating tot het minnelijk traject (MSNP) of het wettelijk traject (WSNP) schuldhulpverlening geldt dat alle middelen boven de beslagvrije voet of het vrij te laten bedrag (VTLB) worden afgedragen ten behoeve van de schuldregeling. De inwoner houdt een minimumbedrag over om van te leven. Daarin zit geen ruimte voor onvoorziene incidentele of periodieke noodzakelijke kosten. Mede gelet op het evenredigheidsbeginsel kan men stellen dat gedurende deelname aan het traject MSNP of WSNP er feitelijk geen sprake is van draagkracht. Iemand wordt nodeloos nadelig getroffen als naast de berekende afloscapaciteit voor de schuldregeling MSNP of WSNP wordt gesteld dat er (voldoende) draagkracht is voor bijzondere kosten. Alle reserveringsruimte is immers bedoeld voor de schuldeisers.

Artikel II  

Dit wijzigingsbesluit treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.

Nieuwerkerk aan den IJssel 12 november 2024.

Het college van burgemeester en wethouders,

J.F. Weber

burgemeester

M. Burgmans

gemeentesecretaris

Naar boven