Verkeersmaatregel Akersteenweg

Ruimte / Mobiliteit / 2024-929600

 

Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht neemt een verkeersbesluit voor het aanwijzen van een individuele gehandicaptenparkeerplaats.

 

Overwegingen

De Akersteenweg is een gebiedsontsluitingsweg in de gemeente Maastricht.

 

Er is een verzoek ingediend om een individuele gehandicaptenparkeerplaats te reserveren in de Akersteenweg, ter hoogte van huisnummer 40. De aanvrager kan zich namelijk niet of slechts met grote moeite anders dan over een korte afstand te voet voortbewegen.

 

In de directe omgeving van het woonadres van verzoeker zijn geen gehandicaptenparkeerplaatsen aanwezig waar verzoeker gebruik van zou kunnen maken.

 

De gemeente is van mening dat mindervalide weggebruikers de mogelijkheid moeten hebben om in de directe nabijheid van de eigen woning te kunnen parkeren aangezien zij daardoor in staat zijn om een actief en mobiel leven te leiden en aan het algemeen maatschappelijk verkeer kunnen deelnemen.

 

Gelet op het voorgaande wenst de gemeente gehoor te geven aan het verzoek om een individuele gehandicaptenparkeerplaats te reserveren, ten behoeve van het bij verzoeker in gebruik zijnde motorvoertuig, in de Akersteenweg, ter hoogte van huisnummer 40.

 

Deze maatregel wordt genomen om de bruikbaarheid van de weg en de vrijheid van het verkeer te waarborgen c.q. in deze te vergroten voor verzoeker.

 

De betreffende straat is in beheer en onderhoud bij de gemeente Maastricht;

 

Overeenkomstig artikel 24 van het BABW zijn de te nemen verkeersmaatregelen besproken met de Districtchef van politiedistrict Maastricht.

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien de Akersteenweg in hun besluit van 18 december 2017, Ruimte / Mobiliteit / 2017-42399

  • 2.

    door het plaatsen van het bord E6 van bijlage I van het RVV 1990 en onderbord OB309 (kenteken) een parkeervak in de Akersteenweg, ter hoogte van huisnummer 40 aan te wijzen als een individuele gehandicaptenparkeerplaats;

 

Bestaande maatregelen die in stand worden gehouden

 

  • 3.

    de borden B1 en B6 van Bijlage I van het RVV 1990 en haaientanden om de Akersteenweg aan te wijzen als voorrangsweg;

  • 4.

    de haaientanden om aan te geven dat het verkeer op de parallelweg van de Akersteenweg, ter hoogte van huisnummer 118, voorrang dient te verlenen aan het verkeer op de hoofdrijbaan van de Akersteenweg;

  • 5.

    de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 om aan te wijzen als eenrichtingsweg:

    • a.

      de parallelweg aan de noordzijde van de Akersteenweg in westelijke richting tussen de huisnummers 5a en 5s;

    • b.

      de parallelweg aan de zuidzijde van de Akersteenweg in oostelijke richting tussen de huisnummers 132 en 188;

    • c.

      de parallelweg bij het tankstation, ter hoogte van huisnummer 216, in oostelijke richting;

  • 6.

    het bord C4 van Bijlage I van het RVV 1990 om het verkeer komend van de 1 juliweg aan te geven dat de hoofdrijbaan van de Akersteenweg van die kant eenrichting is;

  • 7.

    het bord C15 van Bijlage I van het RVV om aan te geven dat het zuidelijk gelegen fietspad ten westen van de 1 juliweg gesloten is voor fietsen, bromfietsen en gehandicaptenvoertuigen;

  • 8.

    de borden D2 van Bijlage I van het RVV 1990 om alle bestuurders te gebieden het bord voorbij te gaan aan de zijde die de pijl aangeeft;

  • 9.

    de borden D4 en D6 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden om op de Akersteenweg motorvoertuigen te gebieden de rijrichting of één van de rijrichtingen te volgen die op het bord is aangegeven:

    • a.

      nabij de aansluiting met de Raadhuisstraat;

    • b.

      nabij de aansluiting met Onder de Kerk;

    • c.

      nabij de aansluiting met de 1 juliweg;

  • 10.

    het bord D4 van Bijlage I van het RVV 1990 en onderbord OB11 ten oosten van de kruising Akersteenweg / Burgemeester Cortenstraat om vrachtauto’s komende uit oostelijke richting te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven;

  • 11.

    de borden D6 van Bijlage I van het RVV 1990 om bestuurders te gebieden de rijrichting te volgen die op het bord is aangegeven:

    • a.

      ten westen en ten oosten van de kruising Akersteenweg/Dorpsstraat/Burgemeester Cortenstraat;

    • b.

      ter hoogte van de Akersteenweg huisnummers 226 en 216;

  • 12.

    het bord E4 van Bijlag I van het RVV 1990 en onderbord met de tekst “maximaal 10 minuten” om aan te geven dat deze gelegenheid een parkeergelegenheid is waar het parkeren is toegestaan voor de duur van maximaal 10 minuten om het informatiebord, ter hoogte van de Uiverstraat, te raadplegen;

  • 13.

    de borden G12a van Bijlage I van het RVV 1990 om de vrijliggende paden van de Akersteenweg aan te wijzen als fiets/bromfietspad;

  • 14.

    de borden L3 van Bijlage I van het RVV 1990 om de haltes aan de Akersteenweg aan te wijzen als bushaltes;

  • 15.

    de doorgetrokken strepen op het wegdek als bedoeld in artikel 76 van het RVV 1990 om aan te geven dat bestuurders deze strepen niet links mogen overschrijden en zich niet links van deze strepen mogen bevinden;

  • 16.

    de gele onderbroken streep als bedoeld in artikel 24 van het RVV 1990, om het parkeren van voertuigen te verbieden ter hoogte van de uitritten langs de Akersteenweg 5b t/m 5s;

  • 17.

    de gele doorgetrokken streep, als bedoeld in artikel 23 van het RVV 1990, om een stopverbod in te stellen aan de zuidzijde van de parallelweg van de Akersteenweg ter hoogte van huisnummer 92;

  • 18.

    het woord “BUS” op het wegdek van de haltekom aan de zuidzijde en aan de noordzijde van de Akersteenweg ter hoogte van de Uiverstraat om deze haltekommen aan te wijzen als busstrook als bedoeld in artikelen 1k en 81 van het RVV 1990, op grond waarvan deze alleen door de bestuurders van een bus en lijnbus mogen worden gebruikt;

  • 19.

    het woord “LIJNBUS” op het wegdek van de noordelijke rijstrook van het gedeelte van de Akersteenweg tussen de grens bebouwde kom tot het punt ter hoogte van huisnummer 190, om deze rijstrook aan te wijzen als busstrook, als bedoeld in de artikels 1j en 81 van het RVV 1990, op grond waarvan deze alleen door de bestuurder van een lijnbus mag worden gebruikt;

  • 20.

    de onderbroken streep en fietsvignetten om aan te wijzen als fietsstrook als bedoeld in artikel 1 lid n van het RVV 1990 de strook ter hoogte van de Akersteenweg huisnummer 14;

  • 21.

    de borden L2 van Bijlage I van het RVV 1990 en de zebramarkering om aan te wijzen als voetgangersoversteekplaats, als bedoeld in artikel 49 van het RVV 1990, de oversteekplaatsen:

    • a.

      de oversteekplaats ter hoogte van de Demertstraat;

    • b.

      de oversteekplaats ten westen van de Raadhuisstraat;

    • c.

      de oversteekplaatsen ten westen, zuiden, oosten en noorden van de kruising met de Dorpstraat/Burgemeester Cortenstraat;

    • d.

      de oversteekplaatsen ten westen en ten oosten van de splitsing met de Burgemeester Kessensingel.

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps.

 

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 19 november 2024

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

 

Naar boven