Gemeenteblad van Midden-Groningen
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Groningen | Gemeenteblad 2024, 478266 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Midden-Groningen | Gemeenteblad 2024, 478266 | beleidsregel |
Beleidsregels Re-integratie Participatiewet Midden-Groningen 2024
In dit besluit wordt verstaan onder:
jobcoaching: begeleiding van een werknemer. De begeleiding kan aangeboden worden door een interne jobcoach in dienst bij de werkgever of door een externe jobcoach in dienst bij een re-integratiebedrijf. De werkgever of het re-integratiebedrijf ontvangen een vergoeding volgen de “Afsprakenkaart jobcoaching” van de Arbeidsmarktregio Groningen-Noord-Drenthe (=Arbeidsmarkt Werk Inzicht);
Artikel 6 Ontheffingsmogelijkheden
De inwoner met arbeidsbeperkingen kan in aanmerking komen voor een ontheffing van één tot maximaal drie jaren, afhankelijk van de situatie, als een bedrijfsarts, psycholoog of arbeids-deskundige dit heeft geconstateerd en schriftelijk heeft vastgelegd in een rapport. Inwoners die voor één tot drie jaren ontheffing hebben worden begeleid door wijkcoaches;
De inwoner is mantelzorger voor bloed- of aanverwanten tot en met de tweede graad of pleegkind(eren). Onder bloed-of aanverwanten tot en met de tweede graad wordt ook begrepen de levenspartner waarmee een geregistreerd partnerschap is aangegaan of waarmee belanghebbende een gezamenlijke huishouding voert. De inwoner heeft geen arbeidsplicht voor het aantal uren dat hij of zij mantelzorger is. De duur van de ontheffing is maximaal drie jaar. Dit kan na onderzoek van het college verlengd worden met telkens maximaal drie jaar.
Hoofdstuk 5 Niet uitkeringsontvangers
Artikel 8 Doelgroep niet uitkeringsontvangers
De inwoner met een (hulp-)vraag gericht op re-integratie kan zich melden bij het sociaal ontwikkelbedrijf. De inwoner krijgt een gesprek met een medewerker. Hierin worden de wensen en mogelijkheden met betrekking tot ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid besproken. Ook kunnen voorzieningen worden ingezet;
Hoofdstuk 7 Plan van aanpak en Doelenformulier
Artikel 11 Plan van aanpak en Doelenformulier
Bij de toekenning van algemene bijstand aan personen van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd, wordt een plan van aanpak gemaakt. In Midden-Groningen is besloten te werken met een Doelenformulier in overeenstemming met art. 44a van de wet. Hierin staan de afspraken tussen de inwoner en de gemeente om opleiding, terugkeer naar betaald werk of passende plek mogelijk te maken. Hierbij is sprake van maatwerk;
Artikel 15 Werkervaringsplaats
De participatieplaats is werken met behoud van uitkering, bedoeld voor inwoners die algemene bijstand ontvangen en een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, die naar verwachting op den duur de stap kunnen zetten naar betaald werk. De inwoner moet 27 jaar of ouder zijn. Op een participatieplaats worden voor een langere tijd “additionele” werkzaamheden verricht. Centraal staat het leren werken of het (opnieuw) wennen aan werken;
Een arbeidstraining duurt maximaal zes maanden. Daarbij moet de omvang van de arbeidsopbrengst voor de werkgever afgezet worden tegen de kosten van de werkgever voor de opleiding of de begeleiding van de persoon. Zolang de verhouding ongeveer gelijk is, of in het nadeel van de werkgever uitkomt is deze duur aanvaardbaar;
Een proefplaatsing duurt één maand en kan tot maximaal twee maanden worden verlengd als dat nodig is om te bepalen of de inwoner geschikt blijkt te zijn voor het werk. In het uitzonderlijke geval dat twee maanden te kort is voor een goede diagnose kan verlenging plaatsvinden tot maximaal de wettelijke termijn van drie maanden;
Artikel 19 Sociale activering gericht op arbeid
Sociale activering is het verrichten van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten. Bij sociale activering kan het gaan om activiteiten die de gemeente zelf aanbiedt of die bij maatschappelijke organisaties plaatsvinden. Het gaat om werkzaamheden met een additioneel karakter die geen verdringing opleveren. De werkzaamheden zijn er in de regel op gericht dat de inwoner weer de stap richting de arbeidsmarkt zet. Soms is dat niet aan de orde en gaat het om weer onder de mensen te komen en contacten te hebben;
Artikel 20 Ondersteuning bij leer-werktraject
De gemeente kan een inwoner scholing aanbieden. Doel van de scholing is om de stap naar werk makkelijker te maken door het verwerven van kennis of vaardigheden.
De keuze voor scholing of een scholingstraject vindt plaats op basis van een gesprek met de inwoner en is maatwerk. De voortgang en afspraken worden vastgelegd in het ICT-programma dat daarvoor van toepassing is.
Artikel 22 Persoonlijke ondersteuning en jobcoaching
De ondersteuning wordt gegeven door een interne werkbegeleider bij het sociaal ontwikkelbedrijf of een jobcoach. Een werkbegeleider wordt ingezet als de behoefte aan begeleiding groter is dan de normale begeleiding die de werkgever moet bieden. Een jobcoach wordt ingezet als er bij de inwoner of werkgever behoefte is aan methodische ondersteuning die specifieke kennis vraagt en die gericht is op het vinden of behouden van werk dat bij de inwoner past;
Artikel 24 Loonkostensubsidie voor inwoners met een arbeidsbeperking
Artikel 27 Persoonlijke kosten in verband met werk of een traject naar werk
Voor reële verwervingskosten in verband met werk of kosten die gemaakt moeten worden voor het volgen van een traject, kan het college de werkelijk gemaakte kosten vergoeden, als het college van oordeel is dat dit nodig is om het werk te aanvaarden, te behouden of de kans op werk substantieel te verhogen;
Hoofdstuk 12 Beheersing Nederlandse taal
De Wet Taaleis geldt voor iedere inwoner met een bijstandsuitkering die jonger is dan de pensioengerechtigde leeftijd en waarvoor de arbeidsverplichting geldt. De wet verplicht inwoners met een bijstandsuitkering om de Nederlandse taal op minimaal referentieniveau 1F te beheersen. Dit houdt in dat de inwoner korte, eenvoudige teksten kan lezen en schrijven;
In het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is voorgesteld de taaleis art 18b PW te schrappen en te vervangen door een generieke participatieplicht. Het demissionair kabinet heeft op 21 juni 2024 ingestemd met dit wetsvoorstel. Het wetsvoorstel is momenteel in behandeling bij de Tweede Kamer. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is mede afhankelijk van wanneer behandeling van het wetsvoorstel plaats zal vinden in de Kamer. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen zal ook in de nieuwe wet door de inwoner moeten worden meegewerkt aan taalverwerving als re-integratievoorziening gericht op het verkrijgen, aanvaarden en behouden van een baan.
Artikel 37 Taalcursussen en leertrajecten
Het is de verantwoordelijkheid van de inwoner om zijn taalniveau te verbeteren om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten als het huidige taalniveau een belemmering blijkt voor arbeidsinschakeling. De inwoner kan gebruik maken van een algemene voorziening gericht op taalverbetering. Onder algemene voorziening valt in ieder geval:
Artikel 39 Voorbereidingsperiode
Het college continueert de algemene bijstand gedurende een voorbereidingsperiode van maximaal 12 maanden, als bedoeld in artikel 2, derde lid van het Bbz 2004, van een inwoner die algemene bijstand ontvangt en voornemens is een bedrijf of zelfstandig beroep te starten, voor zover het aannemelijk is dat de inwoner, zo nodig met (enige) begeleiding, in staat is om een kansrijke start als zelfstandige te maken;
Inwoners worden in de voorbereidingsperiode intensief begeleid door het Loket Zelfstandigen. Er vinden voortgangsgesprekken plaats en de ondernemersadviseurs van het Loket Zelfstandigen maken telkens de afweging of het continueren van de voorbereidingsperiode nog steeds verantwoord is. Als de voorbereiding naar verwachting van de ondernemersadviseurs niet leidt tot een start van een levensvatbaar bedrijf, stopt de voorbereidingsperiode.
Artikel 40 Startende ondernemers
Het college verleent de bijstand als bedoeld in artikel 23 van het Bbz 2004 telkens in perioden van maximaal 6 maanden. De ondernemersadviseur beoordeelt of de verwachting gerechtvaardigd is dat na afloop van de maximale uitkeringsduur (in totaal maximaal 36 maanden), sprake zal zijn van een levensvatbaar bedrijf of beroep.
Artikel 41 Sociaal levensvatbare zelfstandigen
Als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 22 van het Bbz 2004 wordt onder duurzaam verstaan een periode van minstens 5 jaar.
Artikel 43 Parttime ondernemers
Criteria en verplichtingen voor het parttime ondernemerschap
Er moet sprake zijn van op de uitkering te korten inkomsten. Als er naar verwachting geen inkomsten uit parttime ondernemen kunnen worden gegenereerd, verleent het college geen toestemming voor parttime ondernemerschap. De opstartfase is maximaal drie jaar. In het vierde en volgende jaren na de start moet het parttime bedrijf of beroep nettowinst maken;
Het college verleent geen toestemming of trekt de toestemming in als het parttime ondernemen meer uren kost dan 1.224 per kalenderjaar en/of de inkomsten uit het parttime ondernemerschap hoger zijn dan 8.000 euro. In uitzonderlijke gevallen kan hiervan worden afgeweken als de uitkomst onredelijk is voor de inwoner;
Artikel 44 Duur van de toestemming om parttime te ondernemen
Het college verleent voor onbepaalde duur toestemming om parttime te ondernemen.
Elk jaar beoordeelt de ondernemersadviseur of voortzetting van het parttime ondernemen voldoende rendeert voor de inwoner én de gemeente. Als de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden trekt het college de toestemming in.
Artikel 45 Marginale ondernemers
Voorwaarden en verplichtingen marginaal zelfstandige werkzaamheden.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-478266.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.