Gemeenteblad van Hengelo
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hengelo | Gemeenteblad 2024, 474521 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Hengelo | Gemeenteblad 2024, 474521 | beleidsregel |
Beleidsregels toepassing Wet Bibob gemeente Hengelo
De burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo, ieder voor zover het hun bevoegdheid betreft,
de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hierbij een instrument is om te beoordelen of partijen waar de gemeente beschikkingen en subsidies aan verleent (of heeft verleend), dan wel overheidsopdrachten aan gunt of vastgoedtransacties mee aangaat, integer zijn;
besluiten vast te stellen de volgende beleidsregel: “Beleidsregels toepassing Wet Bibob gemeente Hengelo”
Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen
Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
integriteitsclausule: een beding in een (intentie)overeenkomst waarin een voorbehoud wordt gemaakt dat de gemeente een eigen onderzoek kan uitvoeren in het kader van de Wet Bibob en dat van de vastgoedtransactie kan worden afgezien, deze ontbonden of beëindigd kan worden schadevergoeding of compensatie van kosten, wanneer er zich één van de situaties als bedoeld in artikel 9, derde lid, Wet Bibob zich voordoet;
para-commerciële rechtspersoon: een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich naast activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard richt op de exploitatie in eigen beheer van een horecabedrijf;
Artikel 1.2 Afwijking van de beleidsregels
Van de hiernavolgende bepalingen kan gemotiveerd afgeweken worden als de omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven. Er kan een eigen onderzoek worden uitgevoerd in afwijking van de hiernavolgende bepalingen als daar gegronde redenen toe zijn, er vragen ontstaan of bestaan over de organisatiestructuur of wijze van financiering, en er mogelijk sprake is van een vorm van gevaar als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob, indien:
Hoofdstuk 2 Publiekrechtelijke beschikkingen
Artikel 2.1 Toepassingsbereik bij beschikkingen
Artikel 2.2 Toepassingsbereik bij omgevingsvergunning activiteit bouw
Uitvoering van het Bibob-onderzoek zal in beginsel plaatsvinden ingeval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit, zoals bedoeld in artikel 5.1 Omgevingswet, waarbij de bouwkosten (conform de vingerende Legesverordening) hoger of gelijk zijn aan € 500.000 (exclusief BTW) én die behoort tot één of meerdere van de in bijlage 1 opgenomen risicocategorieën, of indien informatie, zoals bedoeld in artikel 1.2 van deze beleidsregels, hiertoe aanleiding geeft.
Artikel 2.3 Toepassingsbereik bij omgevingsvergunning activiteit milieu
Uitvoering van het Bibob-onderzoek zal in beginsel plaatsvinden ingeval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit ofwel MBA (artikelen 5.1 en 5.2 Omgevingswet), die behoort tot één of meerdere van de in bijlage 2 opgenomen risicocategorieën, of indien informatie, zoals bedoeld in artikel 1.2 van deze beleidsregels, hiertoe aanleiding geeft.
Artikel 2.4 Toepassingsbereik reeds verleende beschikkingen
Ingeval van een reeds verleende beschikking kan het bestuursorgaan uitvoering geven aan een Bibob-toets indien:
bekend wordt dat tegen betrokkene in een andere gemeente op grond van de Wet Bibob een mate van gevaar is geconstateerd en aan betrokkene daar een soortgelijke beschikking is verstrekt. In het geval dat aan betrokkene in meerdere gemeenten binnen het samenwerkingsverband RIEC eerder een beschikking is verleend, wordt het RIEC verzocht om het Bibob-onderzoek te coördineren.
Hoofdstuk 3 Privaatrechtelijke transacties
Artikel 3.2 Toepassingsbereik bij overheidsopdrachten
In aanbestedingsdocumenten zal worden opgenomen dat inschrijvende partijen er rekening mee moeten houden dat de gemeente Hengelo, voordat zij tot gunning overgaat, een Bibob-toets kan uitvoeren, of advies kan inwinnen als bedoeld in artikel 9, tweede lid Wet Bibob en/of het Bibob-register kan raadplegen.
Artikel 4.1 Gevolgen van weigering, gebrekkige of onvolledige informatie
De gemeente is bevoegd een aanvraag voor een beschikking buiten behandeling te laten in geval van het niet of niet volledig invullen van het Bibob-vragenformulier, dan wel het niet of niet volledig verstrekken van de op basis van het Bibob-vragenformulier verzochte gegevens en bescheiden, mits de betrokkene de gelegenheid heeft gehad tot herstel van dit verzuim binnen een redelijke termijn. De daartoe gesteld regels, zoals artikel 4:5 van de Awb zullen dan toegepast worden.
Artikel 4.2 Gevolgen van een Bibob-toets bij beschikkingen
De gemeente gaat in beginsel over tot een negatief besluit op de aanvraag (tot wijziging) van een beschikking, of intrekking van een reeds verleende beschikking als uit het Bibob-onderzoek of een daarop afgegeven advies van het Bureau, blijkt dat er sprake is van een ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 Wet Bibob of de wijze van financiering door betrokkene(n) onvoldoende aannemelijk en inzichtelijk is gemaakt naar het oordeel van de gemeente.
Artikel 4.3 Gevolgen van een beëindigde (zaken)relatie tussen betrokkene en een derde
Indien de betrokkene in relatie staat tot strafbare feiten die, al dan niet vermoedelijk, gepleegd zijn door een derde als bedoeld in artikel 3, vierde lid van de Wet Bibob, dan kan de gemeente de feiten van die derde na het verbreken van de relatie tussen de betrokkene en de derde, gedurende drie jaren volledig betrekken bij de beoordeling van het gevaar.
Voor het bepalen van het moment waarop de relatie tussen de betrokkene en de derde formeel en feitelijk is beëindigd, wordt bij de toepassing van het eerste lid uitgegaan van gegevens uit het handelsregister en/of andere documentatie die naar het oordeel van het bestuursorgaan voldoende uitsluitsel geeft over de beëindiging van de relatie.
Artikel 4.4 Gevolgen van een Bibob-toets bij vastgoedtransacties
De gemeente kan overgaan tot het afbreken van de onderhandelingen, indien uit het eigen onderzoek en/of een eventueel daarop afgegeven advies van het Bureau blijkt dat één van de onderstaande situaties zich voordoet:
betrokkene heeft nagelaten de op grond van artikel 7a van de Wet Bibob gevraagde gegevens en bescheiden te verschaffen en/of heeft nagelaten de vragen die hem door de gemeente zijn gesteld op basis van dat artikel binnen de door de gemeente gestelde termijn volledig en naar waarheid te beantwoorden;
Artikel 5.1 Intrekking oude beleidsregels
De beleidsregels Wet Bibob gemeente Hengelo, vastgesteld op 26 juni 2019, wordt ingetrokken;
Deze beleidsregel is vastgesteld door de burgemeester, respectievelijk het college van burgemeester en wethouders, op 5 november 2024 en treedt in werking de dag nadat deze bekend is gemaakt in het gemeenteblad;
De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. De gemeente beoogt met toepassing van de Wet Bibob te voorkomen dat zij ongewild criminele activiteiten faciliteert waardoor de veiligheid, de leefbaarheid, de rechtsorde of de bestuurlijke slagkracht worden aangetast. Door de inzet van de Wet Bibob wordt tevens de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd.
Op grond van de Wet Bibob is het mogelijk een onderzoek te doen naar de achtergrond (antecedenten/verdenkingen) van een persoon of onderneming. Het onderzoek is met name gericht op de organisatiestructuur en de financiële huishouding van de persoon en/of onderneming. Ook wordt gekeken met wie de persoon en/of onderneming een zakelijk samenwerkingsverband heeft of heeft gehad. Door middel van een eigen onderzoek door de gemeente en optioneel ondersteuning vanuit het RIEC en/of adviesaanvraag bij het Landelijk Bureau Bibob krijgt de gemeente zicht op integriteit van de persoon/onderneming.
Om de Wet Bibob toe te passen dient er sprake te zijn van een publiekrechtelijke beschikking (bijvoorbeeld een vergunning of subsidie) of een privaatrechtelijke handeling (overheidsopdracht of vastgoedtransactie).
Het centrale artikel in de wet is artikel 3 lid 1: "Voor zover bestuursorganen bij of krachtens de wet daartoe de bevoegdheid hebben gekregen, kunnen zij weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel een gegeven beschikking intrekken, indien ernstig gevaar bestaat dat de beschikking mede zal worden gebruikt om:
Hierin worden de twee weigeringsgronden genoemd, de zogenaamde a- en b-grond.
Een derde weigeringsgrond staat in artikel 3 lid 6 van de Wet Bibob: "Eenzelfde bevoegdheid tot weigering dan wel intrekking als bedoeld in het eerste lid hebben bestuursorganen, indien feiten en omstandigheden erop wijzen of redelijkerwijs doen vermoeden dat ter verkrijging van de aangevraagde dan wel gegeven beschikking een strafbaar feit is gepleegd. De weigering dan wel intrekking vindt slechts plaats, indien deze tenminste evenredig is met, ingeval van vermoedens, de ernst daarvan en met de ernst van het strafbare feit." Hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld valsheid in geschrifte of omkoping.
Het 'gevaar' wordt vastgesteld op basis van antecedenten van de betrokkene of aan betrokkene gerelateerde personen waarmee hij in een zakelijk samenwerkingsverband staat die erop wijzen of doen vermoeden dat strafbare feiten zijn gepleegd.
Privaatrechtelijke overeenkomsten kunnen op vergelijkbare gronden als bedoeld in artikel 3 (a- en b-grond) worden ontbonden, opgeschort of kunnen aanleiding geven om geen overeenkomst aan te gaan of onderhandelingen af te breken, als dit in de specifieke overeenkomsten is geregeld.
Deze beleidsregels zijn zo opgesteld dat in een zo vroeg mogelijk stadium de Wet Bibob kan worden ingezet. Wanneer er bijvoorbeeld plannen zijn om een nieuw hotel te realiseren, waarbij er sprake is van kavelverkoop, bouwactiviteiten en uiteindelijk ook een alcoholvergunning wordt aangevraagd, dan is het wenselijk om al bij de kavelverkoop een eigen onderzoek te starten. Dit voorkomt dat pas in een laat stadium de integriteit van de initiatiefnemer wordt getoetst.
Belangrijk hierbij is dat inzichtelijk is wie (uiteindelijk) zeggenschap heeft over de activiteiten (eindgebruiker) en hoe de financiering van het volledige project gaat plaatsvinden. Wanneer de initiatiefnemer niet de uiteindelijke eindgebruiker/betrokkene is, kan het zijn dat er uiteindelijk meerdere toetsmomenten zijn, bijvoorbeeld wanneer de eigenaar van het hotel, die de vastgoedtransactie aangaat en het bouwwerk realiseert, een andere partij is dan de gebruiker van het hotel, die de alcoholvergunning aanvraagt.
Het beginsel van subsidiariteit is een belangrijk uitgangspunt. Het Bibob instrumentarium moet worden gezien als een ultimum remedium. De toepassing van de Wet Bibob is een aanvullend middel op bestaande mogelijkheden om bijvoorbeeld een vergunning te weigeren en/of een vergunning/subsidie in te trekken. De gemeente dient nadrukkelijk eerst andere mogelijkheden te benutten die de reguliere wetgeving biedt. Van deze aanvullende mogelijkheid wordt in beginsel uitsluitend gebruik gemaakt als een vergunning niet op andere gronden en met gebruik van minder in de persoonlijke levenssfeer binnendringende instrumenten kan worden geweigerd of ingetrokken. Dus eerst moeten alle gangbare en minder vergaande opties worden benut.
Het proportionaliteitsbeginsel wordt tot uitdrukking gebracht door de informatie- en risico gestuurde wijze van toetsen. Door het benoemen van risicocategorieën en het informatie gestuurd uitvoeren van toetsen, worden niet alle partijen aan een Bibob-onderzoek onderworpen. Daarnaast moeten de gevolgen die voortvloeien uit de besluitvorming door het bestuursorgaan, als gevolg van en gebaseerd op de resultaten van het eigen onderzoek, evenredig zijn aan de mate van gevaar.
Het is belangrijk dat het bestuursorgaan de genomen beslissing goed motiveert en dat deze evenredig is. Dit is de vaste lijn in de jurisprudentie. Voorkomen moet worden dat er onnodige nadelige gevolgen zijn voor de betrokkenen van een nadelig besluit in de zin van de Wet Bibob. Er moet maatwerk worden toegepast en alle betrokken belangen moeten worden afgewogen. De evenredigheidstoets, zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze in de ‘Harderwijk-uitspraak’ (ECLI:NL:RVS:2022:285) heeft geformuleerd, geldt voor alle besluiten waarbij een bestuursorgaan beleidsruimte heeft. Dus ook bij besluiten die op de Wet Bibob en deze beleidsregels zijn gebaseerd.
Het bestuursorgaan kan bijvoorbeeld een vergunning weigeren of intrekken als er sprake is van een ernstig gevaar in de zin van artikel 3, eerste lid van de Wet Bibob, maar kan niet volstaan met deze conclusie. Op grond van artikel 3:4, tweede lid van de Awb moet de evenredigheid van het besluit worden beoordeeld. De drietraptoets speelt daarin een belangrijke rol: geschiktheid, noodzakelijkheid en evenwichtigheid. De uitkomst van het goed toepassen van de evenredigheidstoets kan tot gevolg hebben dat er bijvoorbeeld voorschriften worden verbonden aan de vergunning of deze deels wordt geweigerd/ingetrokken. Deze voorschriften moeten gericht zijn op het wegnemen of beperken van het gevaar.
In deze beleidsregels wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende onderdelen van de wet en in welke gevallen een eigen onderzoek wordt uitgevoerd. Dit komt mede doordat er niet op álle onderdelen in álle gevallen een eigen onderzoek wordt gedaan. Dit komt tot uitdrukking door het gebruik van 'zal worden toegepast’ en ‘kan worden toegepast’.
De reden hiervoor ligt in lijn met het proportionaliteitsbeginsel zoals eerder genoemd. Door het benoemen van risicocategorieën en het informatie gestuurd uitvoeren van toetsen, worden niet alle partijen aan een Bibob-onderzoek onderworpen. Er kan gemotiveerd afgeweken worden van de uitgangspunten om de Wet Bibob wel of niet toe te passen. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als op basis van ontvangen informatie of stukken toch een Bibob-onderzoek noodzakelijk wordt geacht. Anderzijds kan ook besloten worden om van een Bibob-onderzoek af te zien, bijvoorbeeld omdat alleen de rechtsvorm van een onderneming wordt gewijzigd of het gaat om een dusdanige kleine wijziging in de bedrijfsvoering en er verder ook geen aanleiding is om de Wet Bibob toe te passen.
Het onderzoek naar het zich voordoen van een situatie als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob bestaat uit twee fases:
Het eigen onderzoek behelst in ieder geval de controle en analyse van:
Ten aanzien van de financiering van de (aangevraagde) activiteit geldt dat deze aannemelijk en transparant dient te zijn. Daarom gelden de volgende bepalingen:
Het Bibob-vragenformulier dient volledig en naar waarheid te worden ingevuld. Het opzettelijk verschaffen van onjuiste informatie is strafbaar, net als het opzettelijk weglaten van informatie (art. 227a en 227b Wetboek van Strafrecht). De gemeente kan de vergunning in dat geval weigeren of intrekken. Indien er een vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de aangevraagde vergunning valsheid in geschrifte is gepleegd, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
De gemeente kan zich bij het eigen onderzoek laten ondersteunen door het RIEC om zo haar informatiepositie te versterken.
Aanvullend op het eigen onderzoek kan advies worden gevraagd aan het Bureau, indien:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-474521.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.