- 1.
subsidies toe te kennen aan verenigingen die niet aan de criteria voldoen conform het overzicht in bijlage 1 “Voorstellen uitzonderingen en wijzigingen subsidieregeling Waarderingssubsidies”;
- 2.
de subsidieregeling “Waarderingssubsidies voor verenigingen” aan te passen conform het voorstel in bijlage “1 Voorstellen uitzonderingen en wijzigingen subsidieregeling Waarderingssubsidies”.
Artikel 3, lid 1
artikel 3 lid 1 luidt nu “De waarderingssubsidie kan alleen worden aangevraagd door rechtspersonen.”
Hoewel dit artikel ook in de oude regeling stond, blijkt nu dat daar in het verleden niet op gecontroleerd is. Veel kleine verenigingen (met name ouderenverenigingen en koren) blijken geen volledige rechtsbevoegdheid te hebben omdat ze geen door een notaris opgestelde statuten bezitten. Het opstellen van dit soort statuten is veelal te duur voor kleine verenigingen. De Kamer van Koophandel vereist voor inschrijving wel statuten, en als deze niet door een notaris zijn opgesteld, schrijven ze de vereniging in als “vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid”.
De verenigingen waar het in dit geval om gaat, ontvangen op dit moment een maximale subsidie van €1100,-. Aangezien in de regeling is opgenomen dat tweejaarlijks de subsidiebedragen worden geïndexeerd, kan dit bedrag dus de komende jaren nog iets oplopen.
Om kleine verenigingen niet de verplichting op te leggen tot het laten opstellen van statuten door een notaris stellen we voor artikel 3 lid 1 van de regeling te wijzigen in:
“Waarderingssubsidies van meer dan €1500,- per jaar kunnen alleen worden aangevraagd door rechtspersonen. Waarderingssubsidies onder dit bedrag kunnen worden aangevraagd door verenigingen die staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid.”
Artikel 8, lid 2a
Als verplichte bijlage bij de subsidieaanvraag staat nu in artikel 8 lid 2a opgenomen “een afschrift van de statuten van de organisatie”. In de praktijk blijkt deze verplichting overbodig te zijn. Verenigingen dienen ingeschreven te zijn bij de Kamer van Koophandel. Bij inschrijving worden hier de statuten gecontroleerd en wordt de vereniging, afhankelijk van het soort statuten, ingeschreven als “vereniging met volledige rechtsbevoegdheid” of “vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid”. Extra controle van de statuten door de gemeente is dus niet nodig.
Daarom adviseren we deze verplichte bijlage te laten vervallen.
Bijlage 1, criteria en subsidiebedragen per soort vereniging, muziekverenigingen:
Hier staat nu: Muziekverenigingen ontvangen aanvullend een bedrag van €35,- per instrument bespelend lid.
Bij het opstellen van de regeling hebben we een eerlijker verdeling van de subsidiegelden nagestreefd. Daartoe is een bedrag per instrument bespelend lid opgenomen in de regeling. Op het moment van schrijven van de regeling zijn we uitgegaan van het aantal leden dat op dat moment bij ons bekend was. Om binnen de beschikbare budgetten te blijven is het bedrag voor instrument bespelende leden vastgesteld op € 35,- .
Bij controle van de aanvragen bleken deze aantallen echter een stuk lager dan eerder aangegeven en in prognoses meegenomen. Hierdoor komen de subsidies van vrijwel alle muziekverenigingen (fanfares en harmonieën) beduidend lager uit dan verwacht. Voor sommige verenigingen zou dit zelfs een vermindering van de subsidie van ruim €1.000,- betekenen. Om dit op te vangen stellen we voor het bedrag per instrument bespelend lid te verhogen tot €50,-. Dit is binnen de huidige budgetten mogelijk.