Gemeenteblad van Houten
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Houten | Gemeenteblad 2024, 473047 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Houten | Gemeenteblad 2024, 473047 | beleidsregel |
Nota Reserves en Voorzieningen 2021
Voor u ligt de nota reserves en voorzieningen 2021. De nota reserves en voorzieningen geeft het kader weer voor het instellen, muteren en opheffen van reserves en voorzieningen. Het onderscheid tussen reserves en voorzieningen is vooral ingegeven door de vrijheid waarmee middelen kunnen worden ingezet. De regels voor reserves en voorzieningen zijn opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
De nota reserves en voorzieningen wordt minstens elke 5 jaar geactualiseerd. De huidige notitie is
op 10 oktober 2017 door het college vastgesteld. In de geactualiseerde nota reserves en voorzieningen 2021 is ook het advies van de accountant uit het accountantsverslag 2020 verwerkt. Hierin adviseert de accountant om de nota zodanig aan te passen dat tussentijdse winstnemingen op grondexploitaties mogen worden toegevoegd aan de algemene reserve Concern weerstandsvermogen grondexploitaties. Deze aanpassing is in de nota reserves en voorzieningen 2021 opgenomen. Daarnaast is de nota integraal geactualiseerd. Als gevolg hiervan wordt de raad voorgesteld een aantal reserves en voorzieningen op te heffen omdat er geen goede grondslag voor deze reserve of voorziening meer is.
Vaststelling van een nota reserves en voorzieningen is een collegebevoegdheid. Omdat in deze nota voorgesteld wordt reserves op te heffen en een criterium voor ‘voeding’ aan de algemene reserve Concern weerstandsvermogen grondexploitaties toe te voegen, wordt voorgesteld deze nu door de raad te laten vaststellen.
Met deze nota stelt de raad het beleid van reserves en voorzieningen opnieuw vast en heeft de raad een transparant en actueel inzicht in welke reserves en voorzieningen de gemeente tot haar beschikking heeft.
Na het definiëren van de begrippen en kaders ten behoeve van de reserves en voorzieningen in hoofdstuk 2, wordt in hoofdstuk 3 de relatie met de planning & controlcyclus beschreven. In hoofdstuk 4 worden de reserves toegelicht, in hoofdstuk 5 de voorzieningen. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 de stand van de reserves en voorzieningen per 1 januari 2021 weergegeven.
Het kader voor reserves en voorzieningen wordt gevormd door artikel 42 tot en met 45 van het BBV. Daarnaast heeft de commissie BBV via notities, stellige uitspraken en richtlijnen het kader verder ingevuld. Het beleid van de gemeente met betrekking reserves en voorzieningen is in artikel 9 van de Financiële verordening vastgelegd.
In onderstaande tabel is het onderscheid tussen de reserves en de voorzieningen samengevat.
In de gemeentelijke financiële verordening (GW ex art 212) is vastgelegd dat het instellen dan wel opheffen van reserves en voorzieningen een raadsbevoegdheid is. Dit geldt ook voor stortingen in en onttrekkingen aan reserves en stortingen in voorzieningen. Hoewel het een raadsbevoegdheid is, gelden er wel enkele regels om tot deze besluitvorming te komen. Hieronder wordt specifiek op de reserves en voorzieningen nader ingegaan.
De reserves worden samen met het resultaat na bestemming gerekend tot het eigen vermogen (artikel 42/43 BBV). Er zijn twee soorten reserves:
Algemene reserves zijn reserves die gebruikt worden ter dekking van niet geraamde uitgaven. Voor deze reserves bestaat dus geen verplichting op grond van wet of statuten. Mutaties in de algemene reserves kunnen bijvoorbeeld ontstaan door:
Naast de vrije algemene reserve is er nog de beklemde algemene reserve. De beklemde algemene reserve is het ‘spaarpotje’ van de gemeente Houten in crisistijden. Daarom wordt deze reserve niet meegerekend bij de bepaling van de omvang van de weerstandscapaciteit voor het afdekken van geïnventariseerde risico’s. De beklemde algemene reserve mag niet worden ingezet als structureel dekkingsmiddel, maar wel om incidentele lasten te dekken. Deze reserve is alleen besteedbaar volgens de door de raad bij de begroting 2017 vastgestelde criteria (zie 2.1.3).
Een bestemmingsreserve wordt gedefinieerd als een reserve waaraan de raad een bepaalde bestemming heeft gegeven (BBV, art.43 lid 2). Een bestemmingsreserve is te besteden aan het doel waarvoor deze is ingesteld. De bestemming kan door de raad worden gewijzigd. Door periodiek de reserves te evalueren wordt voorkomen dat reserves blijven bestaan waarvan het beoogde doel niet meer relevant is.
Reserves kennen een aantal functies. De volgende functies zijn te onderscheiden:
Een buffer voor het opvangen van onverwachte tegenvallers. Reserves maken het mogelijk noodzakelijke financiële aanpassingen niet schoksgewijs te laten verlopen. Reserves kunnen een buffer zijn voor de in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen risico’s.
Reserves kunnen, wanneer zij in liquide vorm aanwezig zijn, rentedragend worden uitgezet bij een bankinstelling. Hierdoor worden rente inkomsten gegenereerd. Ook kan bij de financiering van kapitaaluitgaven gebruik worden gemaakt van reserves. Hierdoor kan bespaard worden op aan derden te betalen rentekosten. De bespaarde rente kan aan het vermogen worden toegevoegd of als structureel dekkingsmiddelen worden ingezet.
Reserves kunnen worden gebruikt als eigen financieringsmiddel, omdat ze onderdeel uitmaken van het totale vermogen.
Een bestedingsfunctie houdt in een reservering om te zijner tijd de realisering van bepaalde activiteiten mogelijk te maken.
Reserves kunnen worden gevormd om tarieven of baten en lasten over de jaren heen gelijkmatig te verdelen.
Bij het instellen van reserves worden, conform het BBV, de volgende criteria gehanteerd:
Conform de financiële verordening van de gemeente dient in het raadsbesluit aangegeven te worden:
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves mogen gedurende het jaar plaatsvinden op basis van het betreffende doel van de reserve. Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserve moeten zijn gedekt door een raadsbesluit. Dit kan expliciet bij de resultaatbestemming in het kader van de jaarrekening, maar ook vooraf bij de vaststelling of wijziging van de begroting. Tevens dienen dergelijke besluiten tijdig via een begrotingswijziging te zijn verwerkt.
Mutaties in de reserves worden verwerkt tot maximaal het bedrag dat via de begroting door de gemeenteraad is goedgekeurd. Daarboven is een raadsbesluit vereist.
Voor ‘onttrekkingen en stortingen beklemde algemene reserve’ heeft de raad bij de begroting 2017 criteria vastgesteld.
Onttrekkingen en stortingen aan de beklemde algemene reserve moeten minimaal aan één van deze criteria voldoen. Algemeen geldt dat voor zowel de onttrekking als de storting de oorzaak een éénmalig of tijdelijk karakter moet hebben. Daarnaast moet er bij voorkeur sprake zijn van een meerjarig effect.
Wanneer het doel op basis waarvan de (bestemmings-)reserve is gevormd op enig moment vervalt of de einddatum verstreken is, dan dient de reserve te worden opgeheven. Het saldo van de reserve valt dan vrij en wordt toegevoegd aan de vrije algemene reserve. Het opheffen van een reserve vindt plaats door middel van een raadsbesluit.
Voorzieningen zijn, in tegenstelling tot reserves, onderdeel van het vreemd vermogen. De middelen in een voorziening zijn niet vrij beschikbaar. Voorzieningen worden gevormd voor lasten die in de toekomst te verwachten zijn en waarvan de omvang niet bekend is, maar wel redelijkerwijs is in te schatten.
Voorzieningen worden gevormd voor:
Bij voorzieningen moet duidelijk aangegeven worden voor welke egalisatie van de exploitatiekosten de voorziening wordt ingesteld, dan wel met voor welke onzekere verplichtingen, verliezen of risico´s de voorziening wordt gevormd.
De looptijd van voorzieningen kan variëren. Deze kan een vaste begrensde periode betreffen, maar ook, bij een regelmatig terugkerend patroon, theoretisch oneindig zijn. Om onduidelijkheid hierover te voorkomen en om ongewenste tussentijdse wijziging van de looptijd tegen te gaan, zal helder moeten zijn welke looptijd aan de voorziening is verbonden, dan wel binnen welke grenzen deze looptijd valt. Bovendien moet aangegeven worden door wie de voorziening wordt beheerd. Het beheer betreft het zorgdragen voor de voeding van de voorziening en de verantwoording hierover.
Het gaat bij voorzieningen om min of meer onzekere verplichtingen die te zijner tijd tot schulden kunnen leiden, zoals garantieverplichtingen en dergelijke. Ook kunnen voorzieningen betrekking hebben op verplichtingen, samenhangend met het in de tijd onregelmatig verspreid zijn van bepaalde kosten, zoals bijvoorbeeld groot onderhoud. Voorts kunnen voorzieningen een schatting betreffen van de lasten voortvloeiend uit risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals reorganisaties. Indien de verplichting of het risico niet te kwantificeren is, dan dient hiervan melding te worden gemaakt in de risicoparagraaf onderdeel van de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Voor de gevolgen van toekomstige gebeurtenissen, die niet in relatie staan tot het bedrijfsgebeuren in de periode voorafgaande aan de balansdatum, kunnen geen voorzieningen worden gevormd. Posten als schulden en transitoria (posten die overlopen van het ene boekjaar naar het volgende boekjaar, bijvoorbeeld de post nog te betalen bedragen) vallen niet onder het begrip voorzieningen, omdat daarbij geen onzekerheid bestaat over de omvang en het tijdstip van opeisbaar worden van de schuld of over de omvang en het tijdstip van het ontstaan van de last.
Voor tarieven aan derden is een onderscheid gemaakt. Indien tarieven worden geheven, waarvan de besteding is gebonden – dat wil zeggen dat de middelen moeten worden teruggegeven, als ze niet aan het specifieke doel waarvoor ze zijn geheven worden besteed – dan vallen deze middelen onder de voorzieningen. Indien de besteding niet dusdanig is gebonden dat de middelen teruggegeven moeten worden, dan dienen ze onder de bestemmingsreserves gerangschikt te worden.
Middelen van derden, waarvan de aanwending is gebonden, worden niet in voorzieningen gestort, maar opgenomen als vooruitontvangen bedragen.
2.2.2 Instellen van voorzieningen
De vorming van voorzieningen is veel dwingender voorgeschreven door het BBV dan de vorming van reserves. De uitgangspunten voor het instellen van een voorziening en het in stand houden daarvan zijn binnen het BBV aan strikte regelgeving gebonden. Het vormen van voorzieningen is geregeld in artikel 44 BBV. Voorzieningen worden gevormd wegens:
Tot de voorzieningen worden ook gerekend van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. Uitgezonderd zijn voorschotbedragen ontvangen van de Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, bedoeld in artikel 49, onderdeel b BBV (artikel 44 lid 2 BBV).
Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een vergelijkbaar volume (artikel 44 lid 3 BBV).
Bij het instellen van een voorziening worden de volgende criteria gehanteerd:
In het raadsbesluit dient aangegeven te worden:
Bij een onderhoudsvoorziening wordt de jaarlijkse storting bepaald aan de hand van een meerjarig beheerplan.
Indien bij het opstellen van de jaarrekening zich een financieel risico voordoet dat van invloed is op het getrouwe beeld van de jaarrekening, zal hiervoor een voorziening moeten worden getroffen en/of een extra dotatie moeten worden gedaan. In afwijking op bovenstaande, zal dit zonder besluitvorming van de raad plaatsvinden.
2.2.3 Mutaties van voorzieningen
Toevoegingen aan voorzieningen vinden plaats ten laste van de exploitatie. Onttrekkingen worden rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt en blijven buiten de exploitatie. Toevoegingen aan voorzieningen vereisen een besluit van de gemeenteraad.
Bij voorzieningen is bepaald dat ze, naar beste schatting, dekkend moeten zijn voor de achterliggende verplichtingen en risico’s. Ze mogen niet groter of kleiner zijn dan de verplichtingen of risico’s waarvoor ze zijn ingesteld. Het is dan ook niet toegestaan om rente toe te rekenen aan voorzieningen, wel mag er inflatiecorrectie op zowel toevoegingen als uitgaven worden toegepast. Mutaties in voorzieningen, wegens toevoegingen of door vrijval, vloeien dus voort uit het aanpassen aan een nieuw noodzakelijk niveau. Mutaties wegens verminderingen vloeien voort uit aanwending voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld.
|
Noodzakelijk onderhoud en/of eventuele aanschaf van nieuwe kunstwerken. |
|
|
De reserve wordt jaarlijks gevoed met het niet bestede deel van het exploitatiebedrag voor onderhoud kunstobjecten. |
|
|
Financiering van lokale incidentele activiteiten op het gebied van re-integratie en participatie. |
|
|
Geen structurele besteding, maar op basis van aparte raadsbesluiten |
|
|
De kosten met betrekking tot fluctuaties die gepaard gaan met de organisatieontwikkeling op te vangen. |
|
|
|
|
Geen structurele voeding, maar op basis van aparte raadsbesluiten |
|
|
Projecten, onderzoeken en budget binnen het sociaal domein, waaronder:
|
|
|
Geen structurele voeding, maar op basis van aparte raadsbesluiten |
|
|
Realisatie van de Mobiliteitsvisie Eiland van Schalkwijk 2019-2027 |
|
|
Projecten op basis van de mobiliteitsvisie Eiland van Schalkwijk. |
|
|
Geen structurele voeding, maar op basis van aparte raadsbesluiten |
|
|
Mobiliteitsplan. In verband met prioritering vindt een jaarlijkse herijking plaats |
|
|
Geen structurele voeding, maar op basis van aparte raadsbesluiten |
|
|
Uitvoering 1e + 2e fase voorbereiding/implementatie (2020 t/m 2022) van het programmaplan. |
|
|
Op basis van het raadsbesluit ‘Perspectiefnota 2022’ d.d. 8 juli 2021 wordt in 2022 € 577.000 toegevoegd. |
|
4.1 Voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s
|
Het voorzien in middelen om de sociale woningbouw te ondersteunen |
|
|
Bij de jaarrekening 2020 is deze voorziening, inclusief saldo, omgezet in bestemmingsreserve Volkshuisvesting |
|
|
Het opvangen van fluctuaties in jaarlijkse onderhouds- en grootonderhoudskosten. |
|
|
In 2017 is deze voorziening omgezet in een bestemmingsreserve.. |
|
|
Door inzet van deze voorziening worden fluctuaties in de hoogte van het jaarlijks vast te stellen kostendekkende tarief voor rioolheffing zo veel mogelijk voorkomen. |
|
|
Financiering van de kosten voor baggerwerkzaamheden, welke eens in de tien jaar op aangeven van het hoogheemraadschap(HDSR) moeten plaatsvinden |
|
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-473047.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.