Artikel I
de Subsidieregeling gemeente Delft 2024 wordt als volgt gewijzigd:
A.
In hoofdstuk 10 wordt “artikel 11:5” Hoogte van de subsidie vervangen door “artikel 10:5” Hoogte van de subsidie.
B.
In hoofdstuk 10 wordt “artikel 11:6” Aanvraag tot subsidievaststelling vervangen door “artikel 10:6” Aanvraag tot subsidievaststelling.
C.
Onder vernummering van hoofdstuk 14 Overige Subsidies en Hoofdstuk 15 Slotbepalingen, naar hoofdstuk 16 Overige subsidies en Hoofdstuk 17 Slotbepalingen, worden aan de subsidieregeling Delft 2024 de volgende hoofdstukken toegevoegd:
Hoofdstuk 14 Investeringen opstallen sportverenigingen Delft
Artikel 14:1 Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- -
kleedruimte: ruimte met sanitaire voorzieningen, bestemd voor gebruik als kleedkamer ten behoeve van het beoefenen van een sport;
- -
multifunctioneel gebruik: gezamenlijk gebruik van een sportaccommodatie door een sportvereniging en minimaal één andere organisatie, voor verschillende activiteiten;
- -
project: samenstel van activiteiten gericht op het bouwkundig tot stand brengen of het bouwkundig verbeteren van een sportaccommodatie;
- -
renovatie: herstellen en indien nodig gedeeltelijk vernieuwen van een bestaande verenigingsopstal, waardoor deze weer aan de huidige maatstaven en normen voldoet;
- -
sportaccommodatie: voorziening, bestemd of in gebruik voor activiteiten van een sportvereniging;
- -
sportvereniging: een vereniging zonder winstoogmerk met volledige rechtsbevoegdheid, statutair gevestigd in Delft, die zich statutair ten doel stelt het in clubverband beoefenen van een amateursport, die lid is van een sportbond en waarvan iedereen lid kan worden;
- -
sportbond: overkoepelende organisatie van breedtesportverenigingen of -organisaties, die rechtstreeks lid is van het Nederlands Olympisch Comité Nederlandse Sport Federatie;
- -
technische levensduur: de duur waarbinnen de verenigingsopstal of kleedruimte kan worden gebruikt voor de activiteiten waarvoor deze is gerealiseerd;
- -
verenigingsopstal: een op Delfts grondgebied gelegen voorziening, bestemd en in gebruik voor activiteiten op het gebied van amateursport. Het betreft een ruimte bestemd voor het gebruik door een sportvereniging, inclusief kantine, kleedruimtes, (bestuurs-)kamers en opslagruimtes ten behoeve van het beoefenen van de sport en het versterken van het verenigingsleven.
Artikel 14:2 Doel
Het college kan subsidie verstrekken voor het stimuleren, verbeteren en realiseren van voldoende, kwalitatief goede en toegankelijke verenigingsopstallen in Delft.
Artikel 14:3 Doelgroep
Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken aan een rechtspersoon, zijnde een beheerstichting of een sportvereniging, die de in artikel 14:4 bedoelde activiteiten verricht in, aan of ten behoeve van een verenigingsopstal die zij in eigendom heeft. Een beheerstichting is een stichting, statutair gevestigd in Delft, die is belast met het beheer van een op Delfts grondgebied gelegen sportaccommodatie die bij één of meer sportverenigingen in gebruik is.
Artikel 14:4 Activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen
Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor:
- a.
werkzaamheden of aankopen ten behoeve van het vervangen en herbouwen van een verenigingsopstal waarvan de technische levensduur is verstreken;
- b.
werkzaamheden of aankopen ten behoeve van het bouwkundig verbeteren van een verenigingsopstal of kleedruimte. Onder het bouwkundig verbeteren vallen ook energiebesparende maatregelen;
- c.
werkzaamheden of aankopen ten behoeve van het bouwkundig geschikt maken van een verenigingsopstal voor niet-commercieel multifunctioneel gebruik. Onder niet-commercieel gebruik wordt verstaan activiteiten die niet zijn bedoeld voor of zijn gericht op zakelijk of persoonlijk financieel gewin;
- d.
werkzaamheden of aankopen ten behoeve van het vervangen van een kleedruimte, in of nabij de verenigingsopstal, waarvan de technische levensduur is verstreken;
- e.
het treffen van maatregelen ten behoeve van het verbeteren van de toegankelijkheid van een verenigingsopstal in combinatie met werkzaamheden of aankopen benoemd onder a, b, c of d van dit artikel, bedoeld in bijlage 1.B van de subsidieregeling BOSA van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Artikel 14:5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs te maken kosten die resteren na aftrek van de mogelijke eigen bijdrage van de aanvrager, mogelijke bijdragen van derden en van het college die naar het oordeel van het college direct verbonden zijn met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 14:4. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt nadat andere financieringsmogelijkheden aantoonbaar zijn uitgeput.
- 2.
In aanvulling op artikel 9, derde lid, van de ASV is het subsidiebedrag inclusief btw, indien en zover die niet op andere wijze kan worden vergoed.
Artikel 14:6 Activiteiten en kosten die niet voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
Niet voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
werkzaamheden of aankopen ten behoeve van de inventaris van een verenigingsopstal;
- b.
werkzaamheden of aankopen die direct toewijsbaar zijn aan commercieel gebruik van de verenigingsopstal. Onder commercieel gebruik wordt verstaan activiteiten die in de eerste plaats zijn bedoeld voor of zijn gericht op zakelijk of persoonlijk financieel gewin;
- c.
werkzaamheden of aankopen ten behoeve van vervangen, herbouwen, bouwkundig verbeteren, multifunctioneel maken van een verenigingsopstal of een kleedruimte die niet binnen het "basis op orde" niveau passen. Onder "basis op orde" wordt verstaan dat werkzaamheden, het afwerkingsniveau of inrichtingskeuzes sober en doelmatig zijn;
- d.
werkzaamheden of aankopen die roerende zaken betreffen, waaronder de aanschaf van zonnepanelen, een warmtepomp en vergelijkbare energiebesparende maatregelen;
- e.
werkzaamheden of aankopen die zijn verricht of aangeschaft voorafgaand aan de subsidieaanvraag;
- f.
projectkosten indien en voor zover de uitgaven die worden gedaan ook door vrijwillige inzet kunnen worden gerealiseerd. Onder projectkosten worden verstaan de noodzakelijke uitgaven voor het realiseren van een project;
- g.
kosten die betrekking hebben op de totstandkoming van het projectplan;
- h.
kosten die betrekking hebben op aankopen of werkzaamheden voor de verenigingsopstal die onder regulier onderhoud vallen. Onder regulier onderhoud wordt verstaan de sobere en doelmatige, periodieke werkzaamheden aan de opstal, gericht op het in een aanvaardbare conditie houden van de opstal;
- i.
onvoorziene kosten van het project voor zover deze meer bedragen dan 5% van de begroting voor het project;
- j.
kosten die al op een andere wijze worden of kunnen worden gefinancierd.
- 2.
In afwijking van het in het eerste lid, onder d, bepaalde, komen werkzaamheden of aankopen voor energiebesparende maatregelen wel in aanmerking voor subsidie, indien:
- a.
het een verenigingssporthal betreft die is gevestigd in de gemeente Delft en die in eigendom is van en wordt beheerd en geëxploiteerd door een Delftse beheerstichting of sportvereniging; en
- b.
de werkzaamheden of aankopen worden uitgevoerd om multifunctioneel gebruik door één of meerdere Delftse onderwijsinstellingen mogelijk te maken; en
- c.
voor de werkzaamheden of aankopen voorafgaand aan de aanschaf of realisatie toestemming door of namens het college is gegeven.
Artikel 14:7 Aanvraag en aanvraagperiode
- 1.
Een aanvraag om subsidie wordt met gebruikmaking van het aanvraagformulier digitaal ingediend bij het college.
- 2.
In aanvulling op artikel 9 van de ASV wordt bij de aanvraag in ieder geval ingediend:
- a.
een sluitende businesscase, bestaande uit:
- i.
een meerjarenbegroting van minimaal vijf jaar;
- ii.
per projectdeel minimaal één, bij voorkeur drie, gespecificeerde offerte(s) die is/zijn opgesteld met de eisen zoals gesteld in de VCA-checklist aannemers (Veiligheid, Gezondheid, Milieu Checklist Aannemers, opgesteld door de Stichting Samenwerken voor Veiligheid) met onderbouwing van de keuzes voor deze offertes. Ook wordt aangegeven welke offerte de voorkeur geniet met een onderbouwing daarvoor;
- iii.
een beschrijving waaruit blijkt dat de activiteiten bijdragen aan een betere aansluiting tussen de vraag naar en het aanbod van verenigingsopstallen voor de betreffende georganiseerde sport in Delft, waaruit tevens blijkt dat de investering een minimale levensduur kent van tien jaar;
- iv.
een eigendomsbewijs waaruit blijkt dat de sportvereniging of beheerstichting eigenaar is van de verenigingsopstal, met daarbij een akkoordverklaring voor nieuwbouw of verbouw van de eigenaar;
- v.
een door het bestuur ondertekend verslag van de (Buitengewone) Algemene Leden Vergadering met akkoordverklaring voor de uit te voeren activiteiten.
- b.
door de Algemene Leden Vergadering van de sportvereniging of het bestuur van de beheerstichting goedgekeurde jaarrekeningen van minimaal de afgelopen drie boekjaren;
- c.
een volledig ingevulde vragenlijst ten behoeve van het Vitaliteitsonderzoek sportverenigingen Delft;
- d.
indien en voor zover de activiteiten vergunningplichtig zijn een kopie van de verleende vergunningen.
- 3.
Indien meerdere partijen gebruik maken van dezelfde verenigingsopstal kan de aanvrager zijn aanvraag indienen namens deze partijen gezamenlijk mits:
- a.
de aanvraag een door alle bij de aanvraag betrokken besturen ondertekende verklaring bevat, waarin zij verklaren dat de aanvrager als penvoerder gemachtigd is om hen in het kader van de subsidieverstrekking in en buiten rechte te vertegenwoordigen, en dat alle gegevens die noodzakelijk zijn voor de verantwoording door de penvoerder van de besteding van de subsidie, op verzoek aan de penvoerder worden verstrekt;
- b.
de aanvraag een door alle betrokken besturen ondertekende samenwerkingsovereenkomst voor een periode van ten minste tien jaar bevat, waarin ten minste de volgende onderwerpen zijn geregeld:
- i.
een overzicht van alle betrokken partijen;
- ii.
afspraken met betrekking tot (gelijkwaardige) aansprakelijkheid;
- iii.
afspraken met betrekking tot gezamenlijk gebruik van de verenigingsopstal;
- iv.
afspraken met betrekking tot eigendom van de verenigingsopstal;
- v.
toelichting op de te nemen maatschappelijke rol van de partijen; en
- vi.
een overzicht van de uit te voeren activiteiten in de verenigingsopstal.
- 4.
Volledige aanvragen om subsidie kunnen in het kalenderjaar 2024 in de periode van 1 november tot en met 15 december 2024 worden ingediend.
- 5.
Volledige aanvragen om subsidie kunnen in de kalenderjaren 2025 en 2026 in de periode van 1 september tot en met 1 november worden ingediend. De aanvraag wordt ingediend in het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanvrager voornemens is met de activiteiten te starten.
- 6.
Indien een aanvraag om subsidie na de daarvoor gestelde termijn wordt ingediend, wordt door de aanvrager de reden van de late indiening vermeld. Het college besluit vervolgens of zij de subsidie zal verlenen.
Artikel 14:8 Subsidievoorwaarden en verplichtingen
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 14:4 kan uitsluitend worden verstrekt indien en voor zover:
- a.
de activiteit niet eerder start dan dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag; en
- b.
aan de aanvrager niet eerder een subsidie is verleend op grond van dit hoofdstuk; en
- c.
de totale werkzaamheden of aankopen die direct bijdragen aan de renovatie of nieuwbouw van een verenigingsopstal meer bedragen dan EUR 250.000 en voor een verenigingshal meer bedragen dan EUR 100.000; en
- d.
de aanvrager het stappenplan als bedoeld in punt 6 van het Handelingsperspectief gemeentelijke financiële ondersteuning opstallen sportverenigingen volledig heeft doorlopen voorafgaand aan het indienen van de subsidieaanvraag.
Artikel 14:9 Verplichtingen subsidieontvanger
- 1.
Onverminderd de artikelen 14, 15 en 16 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:
- a.
de subsidieontvanger draagt er zorg voor dat de verenigingsopstal waar de aanvraag betrekking op heeft gedurende tien jaren na het afronden van de werkzaamheden of activiteiten ter beschikking blijft voor de fysieke beoefening van sport in Delft;
- b.
indien de activiteiten van de subsidieontvanger plaatsvinden in of op gemeentelijk vastgoed moet de subsidieontvanger multifunctioneel gebruik toe staan;
- c.
indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 14:7, derde lid, rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen op de penvoerder, ongeacht welke bestuur feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
- 2.
Het college kan aan de verleningsbeschikking de verplichting verbinden, indien de uitoefening van de activiteiten van de subsidieontvanger niet plaatsvinden in of op gemeentelijk vastgoed, dat de subsidieontvanger de verenigingsopstal waarin de activiteiten plaatsvinden, in medegebruik geeft of verhuurt aan andere subsidieontvangers van de gemeente, teneinde multifunctioneel gebruik van het betreffende vastgoed te realiseren.
- 3.
Om multifunctioneel gebruik van het betreffende vastgoed te realiseren, kan het college in de verleningsbeschikking bepalen dat de subsidieontvanger de verenigingsopstal in medegebruik geeft of verhuurt aan andere maatschappelijke partners van de gemeente Delft.
Artikel 14:10 Voorschotten
Op basis van de bij de aanvraag ingediende bouwplanning en de daarbij behorende financiële planning stelt het college bij verleningsbeschikking een bevoorschottingsschema vast.
Artikel 14:11 Beslissing
- 1.
Het college beslist op een aanvraag om subsidie uiterlijk binnen dertien weken na ontvangst van de volledige aanvraag.
- 2.
Het college kan de termijn genoemd in het eerste lid éénmaal met maximaal acht weken verlengen.
Artikel 14:12 Aanvullende weigeringsgronden
In aanvulling op het bepaalde in artikel 12 van de ASV en artikel 1:7 van deze regeling wordt de subsidie geweigerd indien:
- a.
niet wordt voldaan aan de voorwaarden en bepalingen genoemd in deze regeling;
- b.
de aanvrager voor de activiteiten al subsidie ontvangt van het college of derden;
- c.
de aanvrager andere financieringsbronnen, waaronder leningen, niet aantoonbaar heeft uitgeput;
- d.
een door het college uitgevoerd onderzoek uitwijst, dat de aanvrager financieel of organisatorisch niet voldoende draagkrachtig is;
- e.
de subsidieverlening niet leidt tot een betere aansluiting tussen de vraag naar en het aanbod van verenigingsopstallen voor georganiseerde sport in Delft.
Hoofdstuk 15 Duurzaamheid Delft
Artikel 15:1 Definities
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- -
Arbeidskosten: kosten van het verrichten van arbeid voor het aanbrengen van het isolatiemateriaal en de benodigde constructie door een installatiebedrijf;
- -
Collectieve inkoopactie: inkoopactie waarbij het Regionaal Energieloket afspraken maakt met erkende isolatiebedrijven en bewoners een aanbod van isolatiemaatregelen met een goede prijs-kwaliteitverhouding aanbiedt;
- -
Energielabel: een energielabel als benoemd in artikel 1.1, eerste lid, van het Besluit energieprestatie gebouwen;
- -
Materiaalkosten: kosten van nieuw isolatiemateriaal, bijvoorbeeld minerale wol, gespoten isolatieschuim, dubbel glas, en de benodigde constructie, bijvoorbeeld een nieuw raamwerk om het isolatiemateriaal tussen te klemmen;
- -
Rd-waarde: warmteweerstand van het isolatiemateriaal, uitgedrukt in m2K/W;
- -
Slecht geïsoleerde woning: slecht geisoleerde woning als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Regeling houdende regels verstrekking specifieke uitkering aan gemeenten verduurzaming [...] van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties;
- -
SMP: soortenmanagementplan waarin maatregelen, gedragsregels en afspraken zijn opgesteld voor een gebied om onder andere isolatiemaatregelen en soortenbescherming mogelijk te maken;
- -
U-waarde: warmtegeleiding van glas, uitgedrukt in W/m2K.
Artikel 15:2 Doel
Het doel dat met deze subsidie wordt beoogd is het laten uitvoeren van energiebesparende isolatiemaatregelen bij bestaande slecht geïsoleerde woningen in Delft.
Artikel 15:3 Doelgroep
Het college kan subsidie verstrekken aan:
- a.
woningeigenaren. Onder woningeigenaar wordt verstaan: de natuurlijk persoon die de woning, welke niet valt onder een Vereniging van Eigenaren, ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd in eigendom heeft of krijgt en die daarin zelf hoofdverblijf heeft;
- b.
het bestuur van de Vereniging van Eigenaren als bedoeld in artikel 112, eerste lid, onderdeel e, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek; Het gaat hier om het bestuur van de Vereniging van Eigenaren welke optreedt namens de eigenaren van woningen in een appartementencomplex ten behoeve waarvan de subsidie wordt aangevraagd.
Artikel 15:4 Activiteiten en kosten die (niet) voor subsidie in aanmerking komen
- 1.
Het college kan uitsluitend subsidie verstrekken voor de volgende isolatiemaatregelen:
- a.
het aanbrengen van minimaal 20 m2 vloer- of bodemisolatie met een Rd-waarde van minimaal 3,5;
- b.
het aanbrengen van minimaal 20 m2 dakisolatie, met een isolatiewaarde met een Rd-waarde van minimaal 3,5, waarbij isolatie van de vloer van een niet-verwarmde vliering wordt beschouwd als dakisolatie;
- c.
het aanbrengen van minimaal 10 m2 gevelisolatie aan de binnenzijde of buitenzijde van de woning met een Rd-waarde van minimaal 3,5;
- d.
het aanbrengen van spouwmuurisolatie van minimaal 10 m2 met een Rd-waarde van minimaal 1,1;
- e.
het vervangen van minimaal 8 m2 bestaand glas (enkel of dubbel) door HR++ glas of beter met een U-waarde van 1,2 of lager;
- f.
het aanbrengen van minimaal 8 m2 energiezuinig glas voor monumenten/beschermd dorpsgezicht of vergelijkbare woningen met een U-waarde van 3,5 of lager;
- g.
het aanbrengen van een isolerende deur met een maximale U-waarde van;
- h.
het aanbrengen van CO2-gestuurde ventilatie of balansventilatie met warmteterugwinning (eventueel in combinatie met CO2-sturing).
- 2.
Materiaal- en arbeidskosten voor het aanbrengen van de isolatiemaatregelen komen voor subsidie in aanmerking.
- 3.
Niet voor subsidie in aanmerking komen:
- a.
isolatiemaatregelen die voor 1 januari 2024 zijn uitgevoerd;
- b.
isolatiemaatregelen bij een nieuwe op- of aanbouw van de bestaande woning;
- c.
maatregelen die verplicht zijn vanuit wet- of regelgeving, doordat ze bijvoorbeeld geëist worden in de bouwvoorschriften van het Bouwbesluit of regelgeving van de gemeente;
- d.
materiaalkosten of arbeidskosten enkel voor de afwerking, zoals onder meer gipsplaten en behang;
- e.
isolatie van de spouwmuur, tenzij er een vergunning is op grond van de Wet Natuurbescherming, bijvoorbeeld door een gebiedsvergunning met een SMP;
- f.
isolatie van het dak vanaf de buitenzijde, tenzij er vergunning is op grond van de de Wet Natuurbescherming, bijvoorbeeld door een gebiedsvergunning met een SMP.
Artikel 15:5 Aanvraag en aanvraagperiode
- 1.
Een aanvraag om subsidie via de Collectieve inkoopactie wordt ingediend bij het Regionaal Energieloket met gebruikmaking van het digitale aanvraagformulier ‘Subsidie voor isolatie via de collectieve actie’.
- 2.
Een aanvraag om subsidie buiten de Collectieve inkoopactie om wordt met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier digitaal ingediend bij het college.
- 3.
In afwijking van artikel 9 van de ASV wordt bij de aanvraag uitsluitend ingediend:
- a.
een beschrijving van de isolatiemaatregelen waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;
- b.
een factuur inclusief bijbehorend betaalbewijs, waaruit blijkt dat het isolatiebedrijf is erkend conform artikel 15:7, tweede lid, onder c, indien de aanvraag buiten de collectieve inkoopactie om is gedaan; en
- c.
een bewijs van het energielabel van de woning of woningen waar de aanvraag betrekking op heeft of een overzicht van de slecht geïsoleerde schildelen.
- 4.
De aanvraag dient uiterlijk op 1 april 2026 ontvangen te zijn.
Artikel 15:6 Wijze van verlenen en vaststelling
- 1.
In afwijking van artikel 21, eerste en tweede lid, van de ASV, wordt de subsidie die op basis van deze regeling wordt verleend, bij de verlening ambtshalve vastgesteld.
- 2.
Het vastgestelde subsidiebedrag wordt betaalbaar gesteld aan het isolatiebedrijf indien sprake is van een aanvraag via de Collectieve inkoopactie als bedoeld in artikel 15:5, eerste lid.
- 3.
Het vastgestelde subsidiebedrag wordt betaalbaar gesteld aan de aanvrager, indien sprake is van een aanvraag als bedoeld in artikel 15:5, tweede lid. Het college kan controleren of de gesubsidieerde activiteiten volgens de ingediende aanvraag zijn uitgevoerd, onder meer door het uitvoeren van een huisbezoek of het opvragen van bewijsstukken bij de aanvrager.
Artikel 15:7 Subsidievoorwaarden en verplichtingen
- 1.
Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 15:4 kan uitsluitend worden verstrekken indien:
- a.
de woning in Delft is gelegen;
- b.
de woning een woonbestemming heeft op grond van het geldende bestemmingsplan;
- c.
de woning gebouwd is vóór 1992;
- d.
de woning een WOZ-waarde heeft van maximaal € 429.300 in het jaar 2022;
- e.
sprake is van een slecht geïsoleerde woning.
- 2.
De subsidieontvanger is verplicht:
- a.
de activiteiten uiterlijk negen maanden na dagtekening van de verleningsbeschikking in zijn geheel te hebben laten uitgevoerd;
- b.
de activiteiten uit te laten voeren door een erkend isolatiebedrijf. Een erkend isolatiebedrijf is een installatiebedrijf dat werkt volgens de voorschriften van en is aangesloten bij Natuurvriendelijk isoleren, alsmede dat tenminste één van de onderstaande keurmerken bevat:
Artikel 15:8 Hoogte van de subsidie
- 1.
De hoogte van het subsidiebedrag voor de doelgroep als bedoeld in artikel 15:3 onder a is als volgt gerelateerd aan de WOZ-waarde in het jaar 2022:
|
WOZ-waarde woning
|
1 isolatiemaatregel
|
2 of meer isolatiemaatregelen
|
|
Bedrag
|
Bedrag
|
Bedrag
|
|
t/m € 300.000,-
|
€ 1.250,-
|
€ 2.500,-
|
|
t/m € 350.000,-
|
€ 800,-
|
€ 1.600,-
|
|
t/m € 429.300,-
|
€ 600,-
|
€ 1.200,-
|
- 2.
De hoogte van het subsidiebedrag aan het bestuur van de Vereniging van Eigenaren als bedoeld in artikel 15:3 onder b is:
- •
Voor 1 isolatiemaatregel € 750,- per woning met een maximum van € 10.000,- per Vereniging van Eigenaren;
- •
Voor 2 of meer isolatiemaatregelen € 2.000,- per woning met een maximum van € 50.000,- per Vereniging van Eigenaren.
Artikel 15:9 Subsidieplafond en verdeelsleutel
- 1.
Het subsidieplafond voor activiteiten als bedoeld in artikel 15:4 bedraagt € 150.000,- voor de aanvragen die zijn ontvangen in het kalenderjaar 2024 en € 500.000,- voor de aanvragen die zijn ontvangen in de kalenderjaren 2025 en 2026 tezamen.
- 2.
Het college beslist op volgorde van ontvangst van de aanvragen. Als datum van ontvangst, geldt de datum waarop de aanvraag volledig is.
- 3.
Subsidie kan slechts worden verstrekt voor zover een budget beschikbaar is gesteld en voor zover dit budget toereikend is.
- 4.
In het geval een subsidie niet volledig kan worden verleend als gevolg van het overschrijden van het subsidieplafond, vindt verlening, in overleg met de subsidieontvanger, alleen plaats wanneer de activiteit met het nog beschikbare bedrag kan worden uitgevoerd.
Artikel 15:10 Aanvullende weigeringsgronden
In aanvulling op de weigeringsgronden genoemd in artikel 12 van de ASV weigert het college de aanvraagindien de aanvrager direct of indirect middelen ontvangt uit het Volkshuisvestingsfonds.
Artikel II
Aan de artikelsgewijze toelichting wordt toegevoegd:
Hoofdstuk 15 Duurzaamheid Delft
Artikel 15:1 Definities
Een schildeel is slecht geïsoleerd als de waardes gelijk of lager zijn dan de waardes in de rechterkolom van de tabel.
|
Schildeel
|
Wanneer aanpakken
|
Indicatie dikte of Rc of U-waarde
|
|
Dak, hellend/plat
|
Geen, slechte of matige isolatie
|
Minder dan 9 cm aanwezig / Rc ≤ 2,0
|
|
Dak, zolder-/vlieringisolatie
|
Als er geen zolder-/vlieringisolatie aanwezig is
|
Rc ≤ 0,5
|
|
Gevel
|
Geen spouwmuurisolatie, voorzetwand of buitengevelisolatie aanwezig
|
Rc ≤ 1,1
|
|
Vloer-/bodemisolatie
|
Geen of slechte vloer- en bodemisolatie aanwezig
|
Minder dan 5 cm aanwezig / Rc ≤ 1,3
|
|
Glas
|
Enkel, oud dubbelglas en HR-glas
|
Ug waarde ≥ 1,6
|
Artikel 15:5 Aanvraag en aanvraagperiode
Op grond van artikel 12 van de ASV heeft het college de bevoegdheid om een subsidie aanvraag te weigeren in de situatie dat de activiteiten al zijn gestart, voorafgaand aan de subsidie aanvraag. Omdat met de specifieke uitkering Lokale Aanpak Isolatie expliciet de mogelijkheid wordt geboden om de subsidie te verstrekken voor subsidiabele activiteiten die reeds zijn uitgevoerd, wenst het college hier gedeeltelijk bij aan te sluiten. Dit betekent dat activiteiten die na 1 januari 2024 zijn uitgevoerd alsnog voor subsidie in aanmerking kunnen komen, als aan alle voorwaarden wordt voldaan.
Het college maakt in dit kader dan ook geen gebruik van de bevoegdheid op grond van artikel 12 van de ASV om subsidie te weigeren indien de activiteiten al voor de aanvraag zijn gestart.