Overwegingen ten aanzien van het besluit
dat de Jan Mankeslaan en Burgemeester Falkenaweg zijn gelegen binnen de bebouwde kom van Heerenveen en in beheer zijn bij de gemeente Heerenveen;
dat dit wegen zijn als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder b van de WVW 1994;
dat gelet op artikel 18, lid 1d, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), burgemeester en wethouders bevoegd zijn om verkeersbesluiten te nemen, te wijzigen en in te trekken;
dat de wegencategorisering in Heerenveen aansluit op de categorisering zoals opgenomen in het landelijke programma Duurzaam Veilig;
dat de Jan Mankeslaan is gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom;
dat op een erftoegangsweg de verkeersfunctie ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;
dat de Burgemeester Falkenaweg is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom;
dat op een gebiedsontsluitingsweg de verblijfsfunctie ondergeschikt is aan de verkeersfunctie;
dat de westzijde van de Jan Mankeslaan aansluit op de Burgemeester Falkenaweg;
dat aan de Jan Mankeslaan parkeerhavens naast de rijbaan ingericht zijn, aan de zijde van de Van Goghlaan;
dat desondanks bestuurders hun voertuig op de rijbaan van de Jan Mankeslaan parkeren, aan de zijde van de Coehoorn van Scheltingaweg;
dat dit onder meer nabij het kruispunt met de Burgemeester Falkenaweg plaatsvindt;
dat de geparkeerde voertuigen staan op de weghelft die is bedoeld voor bestuurders die vanaf de Jan Mankeslaan naar de Burgemeester Falkenaweg rijden;
dat, in het geval voertuigen op de rijbaan worden geparkeerd, voor bestuurders van motorvoertuigen onvoldoende ruimte op de rijbaan overblijft om elkaar te passeren;
de geparkeerde voertuigen nabij het kruispunt met de Burgemeester Falkenaweg de verkeersafwikkeling van motorvoertuigen tussen de Jan Mankeslaan en Burgemeester Falkenaweg in het geding brengen;
dat de geparkeerde voertuigen op de rijbaan van de Jan Mankeslaan als gevolg hebben dat bestuurders vanaf de Jan Mankeslaan naar de Burgemeester Falkenaweg pas laat kunnen inschatten of zij bestuurders uit de tegengestelde rijrichting treffen;
dat bestuurders vanaf de Jan Mankeslaan naar de Burgemeester Falkenaweg niet tijdig voorrang kunnen verlenen aan bestuurders uit tegengestelde rijrichting, in het geval geparkeerde voertuigen op hun weghelft staan;
dat hierdoor verkeersonveilige situaties ontstaan;
dat daarom op de Jan Mankeslaan tussen de Burgemeester Falkenaweg en de uitweg van Jan Mankeslaan nummer 2 een parkeerverbod voor het parkeren op de rijbaan wordt ingesteld, aan de zijde van de Coehoorn van Scheltingaweg;
dat vanwege de beperkte lengte van dit parkeerverbod de vermindering van de parkeercapaciteit in de Jan Mankeslaan beperkt blijft;
dat het instellen van het parkeerverbod wordt gerealiseerd door het aanbrengen van een gele onderbroken streep conform artikel 24 van het RVV 1990;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg, evenals het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met het uitvoeren van de hiervoor genoemde verkeersmaatregel;
dat het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in dit geval van ondergeschikt belang wordt geacht;
dat het treffen van genoemde verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;
dat de in dit verkeersbesluit genoemde maatregel niet leidt tot een toename van de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeerslawaai, zoals bedoeld in artikel 21a van het BABW, op geluidsgevoelige gebouwen;
dat verkeersbesluiten worden genomen na overleg met de (vertegenwoordiger van) de korpschef conform artikel 24 van het BABW die kan instemmen met deze maatregel.