Gemeenteblad van Neder-Betuwe
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2024, 453773 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Neder-Betuwe | Gemeenteblad 2024, 453773 | beleidsregel |
Beleidsregels re-integratie Participatiewet, IOAW en IOAZ Gemeente Neder-Betuwe 2024
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 3. Uitgangspunten bij de inzet van voorzieningen
Als een externe aanbieder of werkgever betrokken is bij de inzet van een voorziening, legt het college in een schriftelijke overeenkomst met die aanbieder of werkgever in elk geval vast: het (leer)doel, de activiteiten, de duur/omvang en de wijze waarop de begeleiding, terugkoppeling en rapportage zullen plaatsvinden.
Hoofdstuk 2. Algemene voorzieningen voor werkzoekenden
Het doel van sociale activering is deelname aan de maatschappij in de breedste zin van het woord. Door de inzet van sociale activering kan de werkzoekende een dag- en arbeidsritme opbouwen, kleine verantwoordelijkheden leren nemen en werknemersvaardigheden ontwikkelen. Hierdoor kunnen belemmeringen worden weggenomen en kunnen motivatie en competenties worden versterkt. Zodoende draagt het inzetten van sociale activering bij aan een traject naar werk.
Sociale activering wordt ingezet voor 3 maanden. In bijzondere gevallen kan het college de periode van sociale activering bij dezelfde werkgever/aanbieder telkens met 3 maanden verlengen. In een evaluatie van de voorgaande periode van 3 maanden moet dan worden onderbouwd waarom de periode van 3 maanden niet voldoende was en waarom met deze verlenging het doel wel bereikt gaat worden.
Artikel 5. Werkervaringsplaats
Een werkervaringsplaats wordt ingezet voor 3 maanden. In bijzondere gevallen kan het college deze periode met 3 maanden verlengen. In een evaluatie van de voorgaande periode van 3 maanden moet dan worden onderbouwd waarom de periode van 3 maanden niet voldoende was en waarom met deze verlenging het doel wel bereikt gaat worden.
Artikel 11. Reiskostenvergoeding gedurende traject gericht op arbeidsinschakeling
Het college vergoedt de reiskosten voor woon- werkverkeer, woon-opleidingsverkeer, inburgering of sociale activering als de reisafstand meer is dan tien kilometer, zoals die is vastgesteld volgens de snelste route via de ANWB routeplanner via www.anwb.nl
Artikel 12. Vervoersvoorziening anders dan reiskostenvergoeding
Als een werkzoekende noodzakelijke activiteiten in het kader van zijn traject gericht op arbeidsinschakeling aantoonbaar niet kan bereiken met eigen vervoer of het openbaar vervoer, dan kunnen wij - in plaats van de reiskostenvergoeding als bedoeld in artikel 11 - tijdelijk een passende aanvullende of alternatieve vervoersvoorziening toekennen. Denk aan vergoeding van de kosten van een haltetaxi, vergoeding van de kosten van een leen- of huurfiets of een fiets in bruikleen.
Bij de beslissing over een vervoersvoorziening als bedoeld in lid 2 let het college op de reisafstand woon-werkverkeer, de mate waarin openbaar vervoer beschikbaar is in combinatie met de werktijden, de mogelijkheden van de werkzoekende om zelf een vervoersvoorziening aan te schaffen en de ondersteuning die de werkgever kan bieden.
Artikel 15 Compensatie eigen bijdrage kinderopvang
Hoofdstuk 3. Specifieke voorzieningen voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking
Artikel 16. Doelgroep loonkostensubsidie
Een werkzoekende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie als is vastgesteld dat hij niet het wettelijk minimumloon kan verdienen, maar wel arbeidsvermogen heeft. In dat geval heeft de werkzoekende een verminderde loonwaarde.
Artikel 17. Onderzoek verminderde loonwaarde door UWV – nog geen dienstverband
Als van een werkzoekende zonder dienstverband nog niet duidelijk is of hij behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, dan kan het college het UWV in het kader van het traject gericht op arbeidsinschakeling vragen om dit te beoordelen door middel van een ‘onderzoek arbeidsvermogen’ (drempelfunctieonderzoek).
Als uit het onderzoek door het UWV blijkt dat de werkzoekende behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, dan kan het college de werkzoekende plaatsen in een dienstverband, waarbij in overleg met de werkgever eerst maximaal 6 maanden forfaitaire loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d lid 5 van de wet kan worden ingezet.
Artikel 18. Onderzoek arbeidspotentieel en loonwaarde doelgroep beschut werk
Ten aanzien van werkzoekenden met een indicatie beschut werk geldt in afwijking van artikel 16:
Artikel 19. Loonwaardemeting tijdens proefplaatsing
Tijdens een proefplaatsing als bedoeld in artikel 6 kan het college een loonwaardemeting doen, als er een redelijke indicatie is dat de werkzoekende een verminderde loonwaarde heeft. Daarvan kan sprake zijn:
als de werkzoekende naar het oordeel van de consulent blijvende of langdurige belemmeringen ondervindt bij de arbeidsinschakeling, blijkend uit: - opleidings-, uitkerings- en werkverleden van de werkzoekende; of - onderzoeken tijdens het traject gericht op arbeidsinschakeling, zoals Dariuzmeting, medisch/psychologisch onderzoek of praktijkobservatie.
Artikel 20. Onderzoek verminderde loonwaarde - plaatsing in dienstverband
Voor toepassing van lid 1 geldt als voorwaarde dat er een redelijke indicatie is dat de werkzoekende een verminderde loonwaarde heeft. Daarvan kan sprake zijn:
als de werkzoekende naar het oordeel van de consulent blijvende of langdurige belemmeringen ondervindt bij de arbeidsinschakeling, blijkend uit: - opleidings-, uitkerings- en werkverleden van de werkzoekende; of - onderzoeken tijdens het traject gericht op arbeidsinschakeling, zoals Dariuzmeting, medisch/psychologisch onderzoek of praktijkobservatie.
PERSOONLIJKE ONDERSTEUNING BIJ HET VERRICHTEN VAN OPGEDRAGEN TAKEN
Artikel 23. Jobcoaching in natura
Het college kan jobcoaching in natura toekennen, als de werknemer en de werkgever persoonlijke ondersteuning bij werk nodig hebben. De jobcoaching is erop gericht werknemer en werkgever te begeleiden, zodat de werknemer de aan hem opgedragen taken kan uitvoeren en de werknemer zijn werk kan behouden.
Het college kan een externe jobcoach inschakelen, als dat naar ons oordeel in een individueel noodzakelijk is, bijvoorbeeld omdat een bepaald specialisme vereist is of omdat de werkzoekende vanuit een ander leefgebied of een andere regeling al een jobcoach heeft. Het bepaalde in lid 3 en lid 4 van dit artikel is dan ook van toepassing.
Artikel 26. Vervoersvoorziening overig voor werkzoekenden met een arbeidsbeperking
Het college kan een vervoersvoorziening verstrekken aan een werkzoekende die door zijn arbeidsbeperking niet zelfstandig met eigen of openbaar vervoer kan reizen naar zijn proefplaats, opleidingslocatie of andere locatie die hij moet bezoeken in het kader van zijn traject gericht op arbeidsinschakeling.
Bij de beslissing over de vervoersvoorziening bedoeld in dit artikel let het college op de noodzaak van de betreffende reisbeweging, de alternatieven voor een proefplaats of opleiding dichter bij de woonplaats van de werkzoekende, de mogelijkheden van de werkzoekende om op een andere manier in de vervoersbehoefte te voorzien en de ondersteuning die de werkgever van de proefplaats in redelijkheid kan bieden.
Als de toepassing van deze beleidsregels in een individueel geval wegens bijzondere omstandigheden leidt tot onredelijke gevolgen, dan kan het college ten gunste van de werkzoekende afwijken van de beleidsregels.
Een persoon die gebruik maakt van een toegekende voorziening op grond van de beleidsregels genoemd in artikel 30 (hierna: de oude beleidsregels), die moet worden beëindigd op grond van de Beleidsregels re-integratie 2024, behoudt deze voorziening voor zover wordt voldaan aan de voorwaarden uit de oude beleidsregels, voor de duur:
Aldus vastgesteld door het college op 8 oktober 2024.
De secretaris,
mevrouw N. de Geus
De voorzitter
de heer A.J. Kottelenberg
In deze beleidsregels geeft het college van Gemeente Neder-Betuwe invulling aan zijn bevoegdheid om nadere regels te stellen over de ondersteuning van werkzoekenden bij de arbeidsinschakeling en de inzet van re-integratievoorzieningen daarbij. De wettelijke grondslag van de beleidsregels wordt gevormd door artikel 8a van de Participatiewet in samenhang met artikel 3 lid 4 van de Re-integratieverordening van gemeente Neder-Betuwe.
De beleidsregels bieden aan de ene kant duidelijkheid ten aanzien van voorwaarden waaronder de gemeente voorzieningen inzet. Dit komt de uitvoering van de Participatiewet en de
Re-integratieverordening ten goede en creëert rechtszekerheid voor werkzoekenden en werkgevers. Aan de andere kant laten de beleidsregels de nodige ruimte om in de uitvoeringspraktijk de ondersteuning en voorzieningen in te zetten die het beste passen in de individuele situatie van de werkzoekende.
Consulent: in deze beleidsregel is gekozen voor het bredere begrip “consulent”. Omschreven staat wat de taken en verantwoordelijkheden van de consulent zijn op het gebied van re-integratie. We laten daarbij ruimte aan de uitvoeringsorganisatie om deze functionaris anders te benoemen. Bijvoorbeeld: “consulent Werk en Inkomen”, “Werkcoach” of “Participatiecoach”
In dit artikel wordt bepaald hoe in inwoner vanuit de participatiewet kan worden ondersteund als re-integratie naar werk (nog) niet mogelijk is. Hierbij woord gesproken van “sociale activering”, in aansluiting op de Verordening Re-integratie 2023 Neder-Betuwe. Deze term komt naar verwachting in 2024 in de Participatiewet te vervallen. Dan zal gesproken worden van “maatschappelijke participatie”.
In deze artikelen worden verschillende vormen van re-integratieondersteuning beschreven en wordt bepaald op welke wijze deze door het college worden ingezet. Inhoudelijk is hierbij aangesloten bij de (regionaal afgestemde) verordening en het instrumentarium zoals ingezet in de overige gemeentelijke deelnemers aan het Werkgeversservicepunt Regio Rivierenland. Naast instrumenten gericht op het versterken van de werkzoekende (zoals opbouw van werkervaring en scholing) zijn dit ook voorzieningen waarmee drempels om deel te nemen aan de arbeidsmarkt worden verlaagd (zoals tegemoetkoming in reiskosten of kinderopvangkosten tijdens re-integratie).
De Participatiewet biedt mogelijkheden om werkgevers van mensen met een verminderde loonwaarde, hiervoor te compenseren door middel van loonkostensubsidie. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe in verschillende constructies wordt bepaald wat de loonwaarde is.
In deze artikelen wordt beschreven op welke manier en in welke vorm werkgevers met een werknemer/werknemers met een verminderde loonwaarde of andere ondersteuningsbehoefte ondersteuning kunnen ontvangen op de werkvloer.
In deze artikelen wordt beschreven op welke wijze het college invulling geeft aan verstrekking van een aantal ondersteunende voorzieningen, zoals vervoersvoorzieningen en andere voorzieningen voor mensen met een arbeidsbeperking.
In dit artikel wordt uit oogpunt van doelmatigheid beschreven welke randvoorwaarden worden gehanteerd bij het bieden van re-integratievoorzieningen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-453773.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.