|
Artikel 5 Hoogte van de subsidie
Voor de in artikel 3 genoemde activiteiten gelden de volgende maximale subsidiebedragen:
- 1.
Voor peuteropvangplaatsen voor peuters van niet-toeslagouders, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1, bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette peuteropvangplaats door een individuele peuter: maximaal 320 uren maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs, minus de geldende inkomensafhankelijke ouderbijdrage;
- 2.
Ten behoeve van niet-groepsgebonden werkzaamheden bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette peuteropvangplaats door een individuele peuter, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1: maximaal 60 uur maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs;
- 3.
Voor VE-peuteropvangplaatsen voor doelgroeppeuters, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette VE-peuteropvangplaats door een individuele peuter maximaal: 640 uur maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs, waarvan:
- a.
maximaal 320 uren maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs, minus de geldende inkomensafhankelijke ouderbijdrage; en
- b.
maximaal 320 uren maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs;
- 4.
Ten behoeve van niet-groepsgebonden werkzaamheden bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette VE-peuteropvangplaats door een individuele peuter, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2: maximaal 60 uur maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs;
- 5.
Ten behoeve van ondersteuning en begeleiding van doelgroeppeuters bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette VE-peuteropvangplaats door een individuele peuter, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2: maximaal EUR 1.325;
- 6.
Ten behoeve van VE-gerelateerde scholingskosten, zoals bedoeld in artikel 3 lid 3, bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per VE-peutergroep: maximaal EUR 4.505;
- 7.
Ten behoeve van de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4, bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per doelgroeppeuter in een VE-groep: EUR 424;
- 8.
Voor verlengde peuteropvangplaatsen en VE-peuteropvangplaatsen gelden dezelfde maximale subsidiebedragen als genoemd in lid 1 tot en met 7;
- 9.
Voor peuteropvangplaatsen en VE-peuteropvangplaatsen in Dijk en Waard voor peuters niet woonachtig in de gemeente Dijk en Waard gelden dezelfde maximale subsidiebedragen als genoemd in lid 1 tot en met 7;
|
Artikel 5 Hoogte van de subsidie
Voor de in artikel 3 genoemde activiteiten gelden de volgende maximale subsidiebedragen:
- 1.
Voor peuteropvangplaatsen voor peuters van niet-toeslagouders, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1, bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette peuteropvangplaats door een individuele peuter: maximaal 320 uren maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs, minus de geldende inkomensafhankelijke ouderbijdrage;
- 2.
Ten behoeve van niet-groepsgebonden werkzaamheden bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette peuteropvangplaats door een individuele peuter, zoals bedoeld in artikel 3 lid 1: maximaal 60 uur maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs;
- 3.
Voor VE-peuteropvangplaatsen voor doelgroeppeuters, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2 bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette VE-peuteropvangplaats door een individuele peuter maximaal: 640 uur maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs, waarvan:
- a.
maximaal 320 uren maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs, minus de geldende inkomensafhankelijke ouderbijdrage; en
- b.
maximaal 320 uren maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs;
- 4.
Ten behoeve van niet-groepsgebonden werkzaamheden bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette VE-peuteropvangplaats door een individuele peuter, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2: maximaal 60 uur maal de uurprijs van de houder, tot de maximum uurprijs;
- 5.
Ten behoeve van ondersteuning en begeleiding van doelgroeppeuters bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per bezette VE-peuteropvangplaats door een individuele peuter, zoals bedoeld in artikel 3 lid 2: maximaal EUR 1.389;
- 6.
Ten behoeve van VE-gerelateerde scholingskosten, zoals bedoeld in artikel 3 lid 3, bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per VE-peutergroep: maximaal EUR 4.723;
- 7.
Ten behoeve van de inzet van een pedagogisch beleidsmedewerker voorschoolse educatie, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4, bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per doelgroeppeuter in een VE-groep: EUR 445;
- 8.
Voor verlengde peuteropvangplaatsen en VE-peuteropvangplaatsen gelden dezelfde maximale subsidiebedragen als genoemd in lid 1 tot en met 7;
- 9.
Voor peuteropvangplaatsen en VE-peuteropvangplaatsen in Dijk en Waard voor peuters niet woonachtig in de gemeente Dijk en Waard gelden dezelfde maximale subsidiebedragen als genoemd in lid 1 tot en met 7;
- 10.
Ten behoeve van de aanschaf van VVE-materialen, zoals bedoeld in artikel 3 lid 7, bedraagt de subsidie per jaar (40 weken), per VE-peutergroep: maximaal EUR 950.
|