Gemeenteblad van Goes
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2024, 430231 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Goes | Gemeenteblad 2024, 430231 | beleidsregel |
Beleidsregels subsidies Samenleving gemeente Goes 2024
1. Subsidiëring peuteropvang en voorschoolse educatie
Deze beleidsregels hebben betrekking op de subsidiering van de voorschoolse educatie aan peuters uit Goes vanaf de leeftijd van 2 jaar. De subsidie kan worden aangevraagd door aanbieders van peuteropvang die geregistreerd staan in het landelijke register kinderopvang (www.landelijkregisterkinderopvang.nl).
Subsidie kan worden verleend aan de Goese kinderopvangvoorziening, welke een voorschools programma aanbiedt voor reguliere peuteropvang (kinderen in de voorschoolse leeftijd) en/of voorschoolse educatie aan kinderen in de voorschoolse leeftijd met een indicatie voor deelname aan voorschoolse educatie (VE).
Peuteropvang en voorschoolse educatie worden voor iedereen financieel bereikbaar gemaakt en daarmee wordt een hoog bereik van de voor VE-geïndiceerde kinderen gerealiseerd. De subsidie draagt eraan bij dat kinderen zonder ontwikkelingsachterstand in groep 1 van het basisonderwijs kunnen beginnen.
De geïndiceerde peuters zijn kinderen die op de reguliere groep uitvallen op het gebied van spraak- en taalontwikkeling, sociale emotionele ontwikkeling, zelfredzaamheid, cognitieve ontwikkeling of gedrag. Regulier is peuteropvang voor maximaal 8 uur per week gedurende 40 weken per jaar. Aanvullend hierop op wordt maximaal 8 uur voorschoolse educatie aangeboden (dus: 8 uur reguliere opvang plus 8 uur aanvullend aanbod).
De subsidie kan worden aangevraagd door aanbieders van peuteropvang die geregistreerd staan in het landelijke register kinderopvang (www.landelijkregisterkinderopvang.nl). Er wordt een jaarlijkse subsidie verstrekt gebaseerd op het aantal peuters in de peuteropvang, verdeeld over vier categorieën:
Peuters/ouders worden in één van de vier categorieën ingedeeld.
In onderstaande tabel is dit weergegeven.
De subsidieopbouw wordt toegelicht in de subsidiebeschikking.
6. Specifieke subsidievoorwaarden
De specifieke subsidievoorwaarden worden opgenomen in de subsidiebeschikking en zijn mede afhankelijk van de subsidieaanvraag. Specifieke subsidievoorwaarden kunnen zijn: het aantal locaties voor peuteropvang en voorschoolse educatie, het aantal peuters, de deskundigheidsbevordering van de medewerkers, het voorschoolse programma waarmee wordt gewerkt en het inzetten van een hbo pedagogisch beleidsmedewerker ten behoeve van de verhoging van de kwaliteit van voorschoolse educatie.
De aanvrager dient bij de aanvraag naast de gegevens over de uren en aantal kinderen, ook een onderbouwing te voegen van de behoefte aan het te subsidiëren aanbod.
Nieuwe aanvragers voegen bij de eerste subsidieaanvraag een jaarrekening en een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel toe.
Omdat de subsidiebijdrage per peuter afhankelijk is van aanspraak op kinderopvangtoeslag en afhankelijk is van een indicatie wordt deze informatie bij de aanvraag verstrekt. Voor de aanvraag is een specifiek voor deze beleidsregels vastgesteld formulier beschikbaar.
De subsidie wordt vastgesteld op basis van de daadwerkelijke bezetting en de daadwerkelijk bestede uren per kind van het vooraf gestelde subsidietarief. Voor de subsidieverantwoording wordt een standaardformulier vastgesteld. Als bijlage bij dit formulier dienen de jaarstukken, waaronder een accountantsverklaring, te worden overgelegd.
Vóór 1 mei van het lopende kalenderjaar informeert de subsidieontvanger de gemeente door middel van een tussenrapportage. Deze tussenrapportage bevat per geplaatste peuter de volgende gegevens:
De subsidie kan lager worden vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag. Dit kan het gevolg zijn van een lager aantal kinderen dan vooraf ingeschat was of als gevolg van een afwijking in het verwachte inkomen en de bijbehorende bijdrage van ouders. De subsidieverlening vindt plaats op basis van een gemiddeld inkomen en de vaststelling op basis van het daadwerkelijke inkomen en de in rekening gebrachte ouderbijdrage. Na vaststelling wordt met de aanvrager afgerekend en vindt – indien van toepassing – terugvordering of verrekening plaats.
Als uit de verantwoording blijkt dat de te ontvangen subsidie hoger moet zijn dan het toegekende subsidiebedrag wordt de subsidie vastgesteld op het toegekende subsidiebedrag.
Als het bestuur van de kinderopvangvoorziening constateert dat in de loop van het kalenderjaar de toegekende subsidie ontoereikend is voor een voorschools aanbod, kan zij een herziening van het toegekende subsidiebedrag verzoeken bij de gemeente. Dit kan zijn als gevolg van een hoger aantal kinderen dan vooraf verwacht werd, of als gevolg van een afwijking in het verwachte inkomen en de bijbehorende bijdrage van ouders.
Als de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen heeft het college de bevoegdheid om na een eenmalig rappel over te gaan tot ambtshalve vaststelling.
In afwijking van de ASV gelden hier geen regels voor de opgebouwde reserve. Omdat de hoogte van de subsidie wordt vastgesteld per kind en het hier een wettelijke taak betreft.
Jaarlijks stelt het college de maximale subsidiebijdrage per uur vast. Deze is gekoppeld aan de indexering van de landelijke kinderopvangtoeslagregeling en bestaat uit een inkomensafhankelijke component en een vaste component.
a. Inkomensafhankelijke subsidiebijdrage per uur
De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage is gelijk aan de kinderopvangtoeslag en geldt uitsluitend voor kinderen van ouders die geen aanspraak hebben op kinderopvangtoeslag. De inkomensafhankelijke subsidiebijdrage wordt vastgesteld op basis van het Besluit kinderopvangtoeslag die elk jaar wordt vastgesteld.
b. Vaste subsidiebijdrage per uur
De vaste subsidiebijdrage per uur is een subsidiebijdrage die geldt voor alle kinderen en dient om de ouderbijdrage te dempen. Deze subsidiebijdrage dekt - tot een vastgesteld maximum uurtarief - het verschil tussen het kostendekkend uurtarief van de aanbieder en het normtarief voor de ouderbijdrage dat aanbieders bij ouders in rekening brengen.
Het maximum uurtarief voor de subsidiebijdrage (a.) bedraagt in 2022 € 11,66. Het normtarief voor de ouderbijdrage (b.) bedraagt in 2022 € 9,53. Deze bedragen worden jaarlijks door het college vastgesteld.
In onderstaande figuur is de opbouw van de subsidiebijdrage per uur nader toegelicht:
Doel van schoolbegeleiding is het doen van activiteiten ten behoeve van (de verbeteringsdoelen van) de schoolorganisatie of het onderwijs aan een school die dienen tot begeleiding, ontwikkeling, advisering, informatieverstrekking en evaluatie, activiteiten tot bevordering van een optimale schoolloopbaan van leerlingen en activiteiten ter uitvoering van het gemeentelijk onderwijs-en jeugdbeleid.
Activiteiten in het kader van “onderwijsinnovatie” en “zorg en begeleiding algemeen”, gericht op een structurele verbetering van de onderwijskwaliteit. Hieronder wordt mede verstaan verbetering van de kwaliteit van leerkrachten (maar geen nascholing), het team en de onderwijs- en zorgstructuur van de school (niet voor individuele leerlingen).
De aanvraag voor subsidie op grond van de beleidsregels schoolbegeleiding dient jaarlijks voor 1 oktober, voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd, te worden ingediend vergezeld van een onderbouwde begroting met toelichting.
Een verzoek tot vaststelling van de subsidie dient jaarlijks voor 1 mei van het jaar dat volgt het betrokken kalenderjaar ingediend te worden. Deze aanvraag tot vaststelling dient vergezeld te gaan van een jaarrekening voorzien van een accountantsverklaring (indien vereist), een jaarverslag en een eindrapportage bestaande uit een inhoudelijke verantwoording, een door de scholen bekrachtigde verklaring dat de diensten in overeenstemming met de overeenkomst zijn geleverd, een financiële verantwoording in overeenstemming met het door de gemeente en de schoolbegeleidingsdienst overeengekomen format, de resultaten van de effectmeting.
Het jaarlijks in de gemeentebegroting opgenomen bedrag voor schoolbegeleiding wordt verdeeld tussen de schoolbegeleidingsdiensten. De verdeling vindt plaats naar rato van het aantal leerlingen dat op teldatum voorafgaand aan het jaar van exploitatie stond ingeschreven op de door deze schoolbegeleidingsdiensten te begeleiden basisscholen in de gemeente.
De missie van het jeugdbeleid is dat we willen dat jongeren gezond en veilig kunnen opgroeien en hun talenten en mogelijkheden kunnen benutten. We willen ouders, jongeren en initiatieven rondom jongeren faciliteren, ondersteunen, stimuleren en zo nodig zelf initiëren. Dit doen we aan de hand van de volgende uitgangspunten:
Dit doen we binnen de domeinen gezondheid, veiligheid en talent.
Bij de berekening van de subsidie gaat het college uit van het aantal actieve leden op 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.
Verder wordt voor de berekening van de subsidie gewerkt met onderstaande categorieën:
De basissubsidie kan, afhankelijk van de categorie, uit de volgende onderdelen bestaan een:
Met betrekking tot de subsidie voor uniformen geldt dat deze alleen bestemd is voor leden die de uniformen daadwerkelijk nodig hebben voor de uitvoeringen. Op basis van de combinatie categorie en de onderdelen waaruit de basissubsidie kan bestaat, kan de totale subsidie worden vastgesteld.
De subsidie voor de categorie a (muziekverenigingen, drumbands en majoretteverenigingen) bestaat uit de onderdelen:
De subsidie voor de categorie b (zangverenigingen of –gezelschappen en koren) Bestaat uit de onderdelen:
De subsidie voor de categorie c (opera- en operetteverenigingen of –gezelschappen, musicalverenigingen) bestaat uit de onderdelen:
De subsidie voor de categorie d (toneel- en cabaretverenigingen of –gezelschappen) bestaat uit de onderdelen:
De subsidie voor de categorie e ((volks)dansverenigingen of –gezelschappen) bestaat uit de onderdelen:
De subsidie voor de categorie f is gericht op overige gezelschappen en organisaties. Dit betreffen de volgende organisaties. Voor deze organisaties is een vaste basissubsidie vastgesteld die jaarlijks wordt geïndexeerd:
Deze specifieke beleidsregels gaan over subsidies voor ontmoetingsactiviteiten die voor ouderen in de gemeente Goes worden georganiseerd. Deze beleidsregels hebben in eerste instantie betrekking op het in stand houden van de bestaande ouderensozen. Het betreft hier niet het ouderenwerk van SMWO of een wijksteunpunt. Deze beleidsregels hebben ook tot doel om de oude subsidieverdeling, die historisch zo tot stand is gekomen, eenduidig en transparant te maken waardoor voor alle ouderensozen dezelfde regels gaan gelden.
6. Specifieke subsidievoorwaarden
Er wordt subsidie verstrekt als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
Voor bovenstaande regels geldt het principe van pas toe of leg uit. Dit houdt in dat het uitgangspunt is dat deze regels worden toegepast. Als dit niet wenselijk of mogelijk is, gelet op de beleidsdoelstellingen die met de subsidie beoogd worden, kan hiervan worden afgeweken. In de aanvraag moet dit gemotiveerd uitgelegd worden, dit ter beoordeling van het college.
8. Wijk- en dorpsbudget en het bewonersorganisatiebudget
In januari wordt het bewonersorganisatiebudget voor dat jaar verleend. De vaststelling en vervolgens de betaling van dit budget vindt plaats na het indienen van het overzicht van de gemaakte kosten en het uitgegeven wijknieuws of dorpsbladen over het voorgaande kalenderjaar.
In januari wordt voor dat jaar ook het wijk- of dorpsbudget vastgesteld. Dit wordt bijgeschreven op de hiervoor vastgestelde begrotingspost in de gemeentelijke begroting.
Het jaarlijks toegekende wijk- of dorpsbudget kan met het opgeven van een bestedingsdoel voor een maximale periode van 3 jaar gespaard worden. Zonder bestedingsdoel is sparen niet mogelijk.
Als de bewonersorganisatie van de toegekende middelen een uitgave wil doen kan het een aanvraag indienen door middel van het hiervoor opgestelde aanvraagformulier.
Aan elke bewonersorganisatie wordt jaarlijks een organisatiebudget toegekend van maximaal € 2.500.
Dit als vergoeding van organisatiekosten, te denken aan overheadkosten en kosten voor public relations. Mocht er een budget overblijven dan kan dit resterende bedrag met verantwoording gebruikt worden voor andere doeleinden die bijdragen aan de leefbaarheid van het dorp/wijk.
Aanvullend wordt het resterende bedrag dat voor dit doel beschikbaar is verdeeld over de bewonersorganisaties in de wijken en de dorpen. Deze verdeling vindt plaats aan de hand van het inwonersaantal per wijk of dorp per 1 december van het voorafgaande jaar.
9. Wijk- en dorpsaccommodaties
Deze specifieke beleidsregels gaan over subsidies voor het beheer van de onderstaande wijk- en dorpsaccommodaties:
Bovengenoemde accommodaties zijn in beheer bij beheerstichtingen die voor dat doel zijn opgericht. Deze kunnen een jaarlijkse subsidie aanvragen als tegemoetkoming in de kosten van het beheer. Voor de hoogte van de subsidie wordt verwezen naar punt 8.
10. Kleedaccommodaties buitensport
6. Specifieke subsidievoorwaarden
Om in aanmerking te komen voor subsidie dient de sportvereniging een aanvraag voor subsidie in te dienen. Dit kan niet eerder dan dat de controle van het voorgaande jaar heeft plaatsgevonden. Sportverenigingen kunnen daarom ook een aanvraag voor subsidie indienen van januari t/m juni van datzelfde jaar.
De sportvereniging stelt de gemeente in staat om jaarlijks inspecties uit te voeren, waarbij beoordeeld wordt of de onderhoudsplanning aan zijn onderhoudsverplichting voldoet; op basis van het goedkeuringsbesluit na dit bezoek van de gemeente wordt de voorlopig verstrekte subsidie definitief vastgesteld.
Als bij de controle blijkt dat de sportvereniging niet voldaan heeft aan haar onderhoudsplicht krijgt de sportvereniging drie maanden de tijd om alsnog aan haar verplichting te voldoen. Op basis van een tweede controlemoment wordt al dan niet besloten de voorlopig verstrekte subsidie alsnog vast te stellen.
Jaarlijkse exploitatiesubsidie.
Bedrag per kleedkamer op basis van standaardregel aantal kleedkamers per speelveld (en dus niet op basis van aantal aanwezige kleedkamers). Voor de totale subsidie is 59% exploitatiesubsidie en 41% onderhoudsvergoeding. Jaarlijks vindt een indexatie plaats van dit subsidie op basis van de VZG-norm.
11. Sportstimulering voor mensen met een beperking
Deze specifieke beleidsregels zijn van toepassing op organisaties die een structureel wekelijks sportaanbod hebben voor mensen met een beperking. De activiteiten moeten plaatsvinden in de gemeente Goes plaatsvinden en hebben vooral ten doel sport en bewegen te bevorderen. Topsport, sport- en beweegtherapie en sportevenementen vallen dus niet onder deze subsidieregels.
Het bevorderen van sportdeelname van Goese inwoners met een beperking.
De gemeente is gebaat bij sportaanbieders die vitaal, deskundig, daadkrachtig en ondernemend zijn. Daarnaast is de gemeente gebaat bij sportaanbieders die inzetten op hun maatschappelijke rol.
Samenwerking als instrument om nieuwe mensen te werven en het aanbod onder de aandacht te brengen van de doelgroep is een verplichting en moet aantoonbaar zijn.
De subsidie voor organisaties die een sportaanbod hebben voor mensen met een fysieke of mentale beperking of chronische aandoening wordt afgemeten aan de omvang van het aantal actievedeelnemers. De subsidie is bedoeld als tegemoetkoming in de meerkosten die de organisatie van sport- en beweegactiviteiten voor bijzondere doelgroepen met zich meebrengt. Er wordt uitgegaan van de volgende verdeling:
12. Subsidiëring initiatieven beweegvisie en breedtesport evenementen
Steeds minder mensen bewegen voldoende. Dit zorgt voor gezondheidsachterstanden en het vergroot de zorgkosten. Bewegen en sporten zorgt ervoor dat mensen naast meer in beweging komen ook meedoen in de maatschappij en ergens bij horen. Als deelnemer, vrijwilliger of toeschouwer. Dit zijn belangrijke elementen voor een positieve gezondheid.
2. Voorwaarden subsidie initiatieven Beweegakkoord en breedtesport evenementen
Deze beleidsregels hebben betrekking op de subsidiering van activiteiten die overeenkomen met de doelstellingen van het Beweegakkoord van de gemeente Goes. De subsidie kan worden aangevraagd door aanbieders van sport- en bewegen in de gemeente Goes.
We spreken van een nieuw initiatief wanneer een sportactiviteit nog niet bestaat en inwoners aan het bewegen brengt die nog niet actief waren. We spreken van een breedtesport evenement wanneer een sportorganisatie eenmaal in een jaar een evenement organiseert voor een grote groep inwoners met een minimale deelname van 100 sporter.
Subsidie kan worden verleend aan een sportaanbieder die een evenement organiseert dat:
Of aan een sportorganisatie die een met een nieuw initiatief nieuwe sportdeelnemers werft.
Verslavingspreventie is een van de speerpunten in de gezondheidsnota. De raad heeft daarnaast een lokaal plan van aanpak preventie alcohol, drugs en tabak vastgesteld. De vijf belangrijkste preventiedoelstellingen van dit plan van aanpak zijn:
Om deze doelstellingen te bereiken zetten we in op voorlichting en educatie en richten ons op versterking van draagvlak, geven van informatie en ondersteuning waar nodig. Daarnaast zetten we in op vroegtijdig signaleren van dreigende problematiek.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-430231.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.