Terinzagelegging van de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau voor de milieueffectrapportage procedure hernieuwbare elektriciteit

 

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

 

overwegende dat:

 

  • -

    in de Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag (RES) 1.0 (RIS 308458) door de gemeenten, waterschappen en provincie binnen de RES-regio Rotterdam Den Haag (het gebied van de MRDH) zoekgebieden zijn vastgesteld voor de grootschalige opwekking van 2,8 tot 3,2 TeraWattuur (TWu) hernieuwbare elektriciteit. Met deze opwekking wordt door de RES-regio een bijdrage geleverd aan de nationale opgave van de opwekking van 35 TWu hernieuwbare elektriciteit op land, die in het Klimaatakkoord is opgenomen;

  • -

    momenteel planvorming plaatsvindt om vast te stellen op welke precieze locaties binnen deze zoekgebieden opwekking van hernieuwbare elektriciteit daadwerkelijk mogelijk en wenselijk is. Binnen de gemeente Den Haag betreft het alleen zonne-energie;

  • -

    ten behoeve van deze planvorming beslissingsondersteunende informatie over de milieueffecten van de opwekking van hernieuwbare elektriciteit benodigd en gewenst is. Dit inzicht in milieueffecten stelt de in de RES samenwerkende overheden in staat om (ruimtelijke) keuzes af te wegen en te onderbouwen. Het kan als noodzakelijk hulpmiddel dienen bij de verankering van de keuzes in de RES in het gemeentelijke omgevingsbeleid, zoals de omgevingsvisie, programma’s of omgevingsplannen. Door deze informatie beschikbaar te hebben wordt de kans verkleind op vertraging later in het proces;

  • -

    deze benodigde en gewenste informatie over de milieueffecten van de opwekking van hernieuwbare elektriciteit vergaard dient te worden door een milieueffectrapportage (m.e.r-) procedure uit te voeren;

  • -

    het niet efficiënt zou zijn als iedere betrokken overheid separaat een m.e.r.-procedure zou initiëren, en dat deze procedure daarom op regionale schaal wordt geïnitieerd en doorlopen. Elk college van iedere betrokken partij dient daarbij zelf te besluiten om de m.e.r.-procedure te starten, en zal derhalve zelf besluiten om in te stemmen met de concept NRD en met de terinzagelegging voor wat betreft haar eigen bevoegdheid/ beheersgebied;

  • -

    twee belangrijke stappen in de m.e.r.-procedure de publicatie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en de publicatie van het plan Milieueffectrapport (planMER) betreffen.

  • -

    zowel de concept NRD als later het concept planMER formeel worden gepubliceerd en ter inzage worden gelegd. Bij deze terinzageleggingen staat het eenieder vrij om een zienswijze in te dienen. Na de periode van terinzagelegging worden de zienswijzen beantwoord, en wordt aangegeven of de ingediende zienswijzen aanleiding zijn om de NRD en/of de planMER aan te passen;

  • -

    over de vrijgave van de NRD en voor het planMER voor terinzagelegging telkens een collegebesluit wordt genomen, voor zover het de bevoegdheden inzake deze m.e.r.-procedure van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Den Haag betreft;

 

besluit:

  • I.

    in te stemmen met bijgevoegde ‘concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau RES Rotterdam Den Haag’ voor zover het de bevoegdheden/beheersgebied van Den Haag betreft;

 

  • II.

    in te stemmen met het ter inzage leggen van de ‘concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau RES Rotterdam Den Haag’ voor inspraak;

 

  • III.

    eenieder gedurende zes weken, van 7 oktober 2024 tot en met 15 november 2024, de mogelijkheid te geven om hun zienswijze kenbaar te maken op de ‘concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau RES Rotterdam Den Haag’;

 

  • IV.

    de kennisgeving te publiceren in het Gemeenteblad met informatie over het indienen van zienswijzen.

 

Den Haag, 3 september 2024

Het college van burgemeester en wethouders,

 

de secretaris,

Ilma Merx

 

de burgemeester,

Jan van Zanen

 

 

Zie pagina 3 en 4 voor een nadere toelichting op het collegebesluit.

 

 

Toelichting

 

In de Regionale Energiestrategie Rotterdam Den Haag 1.0 (juli 2021; RIS 308458) is door de betrokken gemeenten, waterschappen en de provincie de regionale doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit (zonne- en windenergie) vastgesteld. Het doel is om in 2030 2,8 tot 3,2 TWu hernieuwbare elektriciteit op te wekken. Met deze opwekking wordt door de RES-regio een bijdrage geleverd aan de nationale opgave van de opwekking van 35 TWu hernieuwbare elektriciteit op land, die in het Klimaatakkoord is opgenomen.

 

In de RES 1.0 zijn ten behoeve van het realiseren van deze regionale doelstelling zoekgebieden vastgesteld voor de grootschalige opwekking van zonne- en windenergie. Er worden door de gemeente Den Haag individueel en in RES-verband plannen gemaakt en uitgevoerd om binnen deze zoekgebieden in Den Haag zonne-energie op te wekken om zo als gemeente een goede bijdrage te leveren aan het realiseren van de RES-doelstelling. In de brief aan de voorzitter van de commissie Leefomgeving ‘Voortgang realisatie RES-doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit’ (RIS 319226) van 25 juni 2024 bent u over de stand van zaken van deze planvorming geïnformeerd.

 

Nadat bepaald is op welke precieze locaties binnen de RES-zoekgebieden de opwekking van zonne-energie mogelijk en wenselijk is worden deze locaties vervolgens verankerd in het gemeentelijke omgevingsbeleid. Dit kan in de gemeentelijke omgevingsvisie, een gemeentelijk programma en/of in omgevingsplannen.

 

M.e.r .-procedure opwekking hernieuwbare elektriciteit

Een belangrijke stap ten behoeve van bovengenoemde planvorming voor de opwekking van zonne-energie betreft het doorlopen van een m.e.r.-procedure. Deze m.e.r.-procedure levert benodigde en gewenste beslissingsondersteunende informatie op over de verschillende te verwachten milieueffecten die (mogelijke) plannen voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit zullen hebben. Het betreft verwachte effecten op milieuthema’s als ruimtelijke kwaliteit, natuur, leefomgeving, bodemkwaliteit en waterkwaliteit.

 

De informatie over milieueffecten die de m.e.r.-procedure oplevert is vervolgens voor iedere betrokken overheid bruikbaar bij verdere planvorming. Inzicht in milieueffecten stelt de provincie en gemeenten in staat om (ruimtelijke) keuzes af te wegen en te onderbouwen. Het planMER kan als noodzakelijk hulpmiddel dienen bij de genoemde verankering van de keuzes in het gemeentelijke omgevingsbeleid. Door deze informatie beschikbaar te hebben wordt de kans verkleind op vertraging later in het proces. De milieu-informatie die het planMER bevat kan tevens gebruikt worden bij de lokale participatie bij de bovengenoemde planvorming. Op die manier kan het gesprek met de omgeving gevoerd worden op basis van feitelijke milieu-informatie.

 

Het zou niet efficiënt zijn als iedere betrokken overheid separaat een m.e.r.-procedure zou initiëren. Om die reden wordt deze procedure op regionale schaal geïnitieerd en doorlopen. Elk college van iedere betrokken partij dient daarbij zelf te besluiten om de m.e.r.-procedure te starten, en zal derhalve zelf besluiten om in te stemmen met de concept NRD en met de terinzagelegging voor wat betreft haar eigen bevoegdheid/ beheersgebied.

 

Twee belangrijke stappen in de m.e.r-procedure zijn:

  • De Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD).

    - De NRD bevat de onderzoeksagenda en uitgangspunten voor het uit te voeren onderzoek.

    - In de NRD wordt beschreven welke milieuthema’s en indicatoren in het planMER worden onderzocht. Dat wordt de reikwijdte genoemd.

    - Daarnaast geeft de NRD informatie over de manier waarop de effecten van de RES 1.0 onderzocht worden en met welke diepgang (bijvoorbeeld kwalitatief of kwantitatief). Dit wordt het detailniveau genoemd.

 

  • Het milieueffectrapport, oftewel het planMER.

    - Het planMER geeft inzicht in de milieueffecten van de RES.

    - Dit planMER is een bijlage bij het te nemen besluit om de RES 1.0-zoekgebieden uit te werken tot concrete zoeklocaties en deze ook te verankeren in lokaal omgevingsbeleid.

 

De m.e.r.-procedure is inmiddels gestart met het opstellen van de concept NRD. Deze concept NRD is begin juli 2024 in het BNE van de MRDH besproken. De concept NRD is in bijlage 1 opgenomen.

 

Vervolgens wordt de concept NRD door ieder betrokken college van B&W met een collegebesluit vastgesteld en daarna 6 weken ter inzage gelegd. Ieder die dat wil kan tijdens deze periode van terinzagelegging een zienswijze indienen. Na de periode van terinzagelegging worden de zienswijzen beantwoord, en wordt aangegeven of de ingediende zienswijzen aanleiding zijn om de NRD aan te passen.

 

Ook de concept PlanMER zal te zijner tijd op vergelijkbare wijze aan de hand van een collegebesluit worden vastgesteld en ter inzage worden gelegd, waarna ook hier zienswijzen op kunnen worden ingediend. De planMER dient in 2025 gereed te zijn.

 

Naast de mogelijkheid voor de omgeving om een zienswijze op de NRD of op het planMER in te dienen, zal ook de Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) om advies worden gevraagd. De Commissie m.e.r. is een wettelijk ingestelde onafhankelijke nationale organisatie die advies geeft over de reikwijdte en het detailniveau van het onderzoek en over de vraag of het planMER de juiste milieu-informatie voor besluitvorming bevat. De zienswijze van de Commissie m.e.r. op de NRD wordt samen met de zienswijzen op de NRD waar relevant meegenomen in het planMER. Een advies van de Commissie m.e.r. op het planMER kan ook leiden tot het advies om het planMER aan te vullen.

 

De planMER dient voor de provincie Zuid Holland als onderbouwing voor mogelijke wijziging van de provinciale Omgevingsverordening in 2025. De planMER dient daarom ook aan provinciale vereisten op dit punt te voldoen. Het verbinden van de provinciale Routekaart (waarover de gemeenteraad in de genoemde brief ‘Voortgang realisatie RES-doelstelling voor de opwekking van hernieuwbare elektriciteit’ (RIS 319226, 25 juni 2024) is geïnformeerd) met het planMER proces biedt mogelijkheden om met minder parallelle processen en inspanningen tot resultaten te komen.

 

De energietransitie richt zich naast de opwek en het transport van hernieuwbare elektriciteit ook op de opwek en het transport van hernieuwbare warmte. Er zijn op dit moment onvoldoende redenen om warmte mee te nemen in deze planMER. Een MER voor warmte zal wel op gemeentelijk niveau nodig zijn voor een gemeentelijk warmteprogramma.

 

Inspraak

De inspraakperiode omvat een formele inspraaktermijn van 6 weken, van 7 oktober tot en met 15 november 2024. De kennisgeving van de inspraaktermijn wordt gepubliceerd in het Gemeenteblad. De concept ‘Notitie Reikwijdte en Detailniveau RES Rotterdam Den Haag’ is gedurende deze periode online ter inzage beschikbaar op de website van de RES-regio Rotterdam Den Haag.

Eenieder kan zijn/hun reactie (zienswijze) tijdens de inspraakprocedure schriftelijk kenbaar maken bij de RES-regio Rotterdam Den Haag door een e-mail te sturen naar het e-mailadres, dat in de kennisgeving wordt vermeld.

 

Na de inspraakprocedure zullen de ontvangen zienswijzen van een reactie worden voorzien in een afzonderlijk Nota van Beantwoording

 

Naar boven