Gemeenteblad van Maassluis
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maassluis | Gemeenteblad 2024, 427877 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Maassluis | Gemeenteblad 2024, 427877 | beleidsregel |
Duurzaamheidseducatieplan 2025 – 2028 Gemeente Maassluis
In de begroting van 2024 is aan de raad gecommuniceerd dat er in 2024 zou worden gewerkt aan het vormgeven van een vernieuwde duurzaamheidseducatie aanpak. De gemeente Maassluis wil de functie van duurzaamheidseducatie weer opnieuw invullen en ziet kansen om dit te doen op een vernieuwde en gemoderniseerde wijze. Een nieuwe aanpak biedt kansen, o.a. door:
Per augustus 2024 is de locatie van het Duurzaamheidscentrum opgezegd en sinds de zomer van 2023 zijn de activiteiten in het duurzaamheidscentrum stilgevallen door het vertrek van de coördinator. Tijd voor nieuwe invulling van duurzaamheidseducatie in Maassluis. In dit Duurzaamheidseducatieplan 2025 – 2028 wordt daarom de nieuwe aanpak voor duurzaamheidseducatie uiteengezet.
1.2 Landelijke schets natuur- en duurzaamheidseducatie (NDE)
Landelijk zijn er verschillende vormen van natuur-, milieu en duurzaamheidseducatie (NDE). De Vereniging Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling (vereniging GDO) is de landelijke koepel van 140 NDE centra/diensten en 90 gemeenten aangaande duurzaamheidseducatie. GDO is de landelijk expertorganisatie op het vlak van NDE en GDO is daarin verbonden met SME. Grofweg worden voor NDE vier rollen onderscheiden:
In bijlage II zijn voorbeelden hiervan weergegeven.
In de eerste helft van 2024 is vanuit de interdepartementale werkgroep van 5 ministeries (OCW, IenW, LNV, EZK, BZK) het uitvoeringsplan Duurzaamheid in het Onderwijs aan de Tweede Kamer gestuurd. De drie actielijnen zijn (1) ondersteuningsstructuur, (2) duurzaamheid in schoolomgeving zichtbaar maken, en (3) jongerenparticipatie. Deze drie actielijnen bieden kansen voor duurzaamheidseducatie Maasssluis en geven zicht op mogelijke financiering vanuit de Rijksoverheid. In de aanpak zoals in dit beleidsplan geschetst zijn deze drie actielijnen meegenomen.
Dit Duurzaamheidseducatieplan 2025 - 2028 is tot stand gekomen op basis van bureaustudie en gesprekken met interne en externe stakeholders. Meegenomen zijn de stand van zaken van duurzaamheidseducatie in Maassluis en bestaand beleid. Er zijn relevante actoren gesproken uit onderwijs, praktijk en beleid:
2. Doelstelling, visie en doelgroep
Er zijn vier doelstellingen geformuleerd voor duurzaamheidseducatie in Maassluis. Elk doel is voorzien van een richtinggevend streefbeeld.
Het doel van de vernieuwde duurzaamheidseducatie is dat leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs (4-18 jaar):
De visie van de gemeente Maassluis op duurzaamheidseducatie luidt:
Wanneer er wordt gekeken naar de vier rollen die worden onderscheiden voor natuur- en duurzaamheidseducatie (NDE) in paragraaf 1.2 verandert de rol van duurzaamheidseducatie van ‘Ondersteuner basisonderwijs/ groene inspirator’ naar ‘Ondersteuner en procesbegeleider onderwijs’. In het verleden was de gemeente zelf als organisatie aanbieder en ondersteuner van duurzaamheidseducatie vanuit het duurzaamheidscentrum, waarbij de focus lag op het aanbieden van lessen en lesmaterialen over natuur / milieu aan het PO en de inzet van vrijwilligers voor activiteiten. Door de inzet van duurzaamheidseducatie zoals geschetst in dit plan wordt niet alleen het aanbod van lessen en activiteiten verzorgd, maar ook ondersteuning en begeleiding in het overall proces van duurzaamheid in de hele school (zowel voor PO als VO). Bijvoorbeeld bij het opzetten van projectweken, samenwerking met maatschappelijke partners en soms veranderprocessen naar een duurzame school als begeleider van het Eco-Schools programma. Daarmee sluit duurzaamheidseducatie in de gemeente Maassluis aan op:
Daarnaast gaat de gemeente uit van de Whole School Approach (WSA). De WSA geeft scholen handvaten om de verbinding te maken tussen het onderwijs, de bedrijfsvoering en het gebouw van de school, samenwerking met de omgeving en de visie. In figuur 1 is dit schematisch weergegeven. Alle zes elementen van de WSA dragen bij aan een verduurzaming van school en het onderwijs. Een landelijke aanpak hiertoe wordt ontwikkeld.
Figuur 1: Schematische weergave van de Whole School Approach (WSA)
Of en in welke mate de Whole school approach meegenomen wordt is sterk afhankelijk van de wens van de scholen en schoolbesturen zelf. Van belang is dat de ondersteuning vanuit duurzaamheidseducatie Maassluis de expertise heeft of opbouwt om de scholen op de WSA te kunnen ondersteunen. Daartoe kan ook de expertise van de landelijke organisatie voor duurzaamheidseducatie, GDO, worden ingezet.
De doelgroepen van het duurzaamheidseducatieplan zijn basisonderwijs (PO) groepen 1 t/m 8 en voortgezet onderwijs (VO) klassen 1 t/m 6. Het duurzaamheidseducatie-aanbod is afgestemd op de leerfase en ontwikkeling van verschillende leeftijden en groepen. Zo is er passend aanbod voor alle leerlingen en zijn leerlingen op meerdere momenten tijdens de schooltijd bezig met het onderwerp duurzaamheid.
3. Aanpak duurzaamheidseducatie Maassluis - inhoud
3.1 Behoeftes en wensen primair en voortgezet onderwijs
Het primair onderwijs heeft behoefte aan een duidelijk aanbod waar zij gebruik van kunnen maken. Bij voorkeur is de keuze aan de voorkant gemaakt, zodat leerkrachten niet verdwalen in een veelheid aan mogelijkheden. Randvoorwaarde dient te zijn dat het aanbod voldoet aan de kerndoelen en eindtermen die de rijksoverheid voor het basisonderwijs heeft vastgesteld. De partij die het aanbod voor de scholen gaat verzorgen zal de expertise moeten hebben om de lessen en materialen te kunnen beoordelen.
In de gesprekken gaven de scholen aan dat lessen minder gebruikt worden en dat vooral gastlessen en buitenactiviteiten (buitenlessen, excursies, te bezoeken locaties) voor hen een grote toegevoegde waarde bieden. De bestuurders/directeuren en leerkrachten van de scholen hebben aangegeven wel een contactpersoon in de eigen organisatie aan te willen wijzen voor duurzaamheidseducatie (veelal was dat al zo toen het duurzaamheidscentrum er nog was) en dat zij het aanbod jaarlijks willen evalueren. Deelname aan een netwerk van coördinatoren is echter een te zware belasting voor de beperkt beschikbare tijd.
De twee locaties van de Lentiz onderwijsgroep; Revius Mavo en Revius Lyceum hebben de behoefte om met duurzaamheid verder aan de slag te gaan. Vanuit de subsidie Basisvaardigheden zien zij goede mogelijkheden. Ook al wordt duurzaamheid in het schoolplan niet genoemd, heeft Revius in het onderwijs zelf een goede basis voor duurzaamheid. Zij bieden:
In al deze delen is aandacht voor duurzaamheid. De VO-scholen hebben vooral behoefte aan een makelaarsrol vanuit duurzaamheidseducatie, zodat zij geholpen worden met welke excursies, gastlessen, projecten en activiteiten zij in kunnen zetten. Daarnaast is het mogelijk om een NDE-contactpersoon in de eigen organisatie / per school aan te stellen.
Natuur, milieu en duurzaamheid is een brede thematiek. De Sustainable Development Goals (SDG’s) bevatten ecologische, economische en sociale elementen; eigenlijk alles waar de gemeente mee te maken heeft. Het aanbod duurzaamheidseducatie in Maassluis houdt de ecologische thema’s als basis aan. Dit is effectiever en sluit aan bij wat nationaal en internationaal op dit vlak gebeurt. Met de ecologische thema’s als basis, worden leefomgeving en de sociale en economische kant binnen de thema’s meegenomen waar relevant. Naast het aanbod op de ecologische thema’s, behoort een les over de SDG’s en projectdagen/-weken waarin andere of bredere thematiek opgepakt kunnen worden, tot de mogelijkheden.
De thema’s binnen het aanbod duurzaamheidseducatie Maassluis zijn als volgt:
Duurzaamheidseducatie zal bestaan in verschillende vormen en op verschillende plekken:
Al het aanbod wordt als een geheel gezien waar de school/leerkracht gebruik van kan maken. Landelijk wordt daarvoor vaak de term ‘leerecosysteem’ gebruikt voor alles wat er aan aanbod rond de school beschikbaar is en waar de school gebruik van kan maken c.q. mee samen kan werken ten behoeve van goed onderwijs. De basis is dat school en leerkracht/docent vanuit de onderwijsvrijheid en hun expertise eigen keuzes maken.
Naast het leren over duurzaamheid op en rond de school, bestaat het aanbod uit betekenisvolle locaties in en om Maassluis waar:
Het is een kansrijk concept om zo de leerlingen betrokkenheid te laten ontwikkelen bij alles wat er in Maassluis is te zien en te doen; de locaties zijn kenmerkend voor Maassluis en omgeving. Voor de aanbieders en het netwerk van partners daaromheen is het een kans om het onderwijs te betrekken.
Vervoer naar en van locatie kan, afhankelijk van de locatie, op verschillende manieren worden ingericht. Denk aan wandelen, fietsen, OV en oudervervoer. Voor transport kunnen de scholen gebruik maken van Buzz010 (buzz010.nl) wat deels gefinancierd wordt door Fonds Schiedam Vlaardingen. Bij Buzz010 kunnen scholen in het primair onderwijs in onder andere Maassluis excursievervoer naar educatieve bestemmingen boeken tegen gereduceerd tarief.
De keuze van vervoer biedt ruimte om expliciete aandacht te geven aan het thema ‘mobiliteit’ in het kader van duurzaamheid. Hoe kunnen we zo duurzaam mogelijk op excursie, wat zijn de voor- en nadelen van types vervoer, hoe richten we dit zo duurzaam mogelijk in? De partij die duurzaamheidseducatie voor de scholen gaat ondersteunen zal de scholen hierbij vraaggericht gaan ondersteunen.
Figuur 2 (volgende pagina) geeft de themalocaties in Maassluis en omgeving weer die in het aanbod duurzaamheidseducatie zijn opgenomen. Dit is een richting, het staat leerkrachten en docenten vrij om daarin zelf te kiezen of ook aanvullend andere locaties te bezoeken. Dit geldt ook voor het overige aanbod. Het overzicht van locaties die basis- en voortgezet onderwijs scholen kunnen bezoeken zal jaarlijks (en zoveel vaker als wenselijk) worden geactualiseerd.
Tot de locaties kunnen aanvullend ook schooltuinen en kinderboerderijen horen. Schooltuinieren kan kleinschalig rond de school zelf of grootschaliger op een vaste locatie. Alliantie Schooltuinen (‘ieder kind een schooltuin’), het Programma Jong Leren Eten en het Programma Gezonde School steunen deze ontwikkeling.
3.5 Duurzaamheidseducatie-aanbod in Maassluis
Voor het aanbod voor de scholen in Maassluis is een overzicht ontwikkeld dat is opgenomen in bijlage I. Dit overzicht is een basisversie van waaruit jaarlijks (en zoveel vaker als wenselijk) actualisatie zal plaatsvinden. De in §3.1 aangegeven randvoorwaarde is dat het basisaanbod voldoet aan de kerndoelen en eindtermen die de rijksoverheid heeft vastgesteld. Het aanbod geeft een overzicht in vorm, thema, doelgroep en locatie, zodat docenten gemakkelijk een keuze kunnen maken. Het aanbod is helder en niet te veel omvattend. Onderwijsvrijheid betekent dat iedere school zelf kiest welk onderwijs gegeven wordt. En daarbinnen is iedere docent verantwoordelijk welke lesmaterialen, activiteiten, gastlessen etc. daartoe ingezet worden. Het aanbod dat de gemeente neerzet is richtinggevend, een docent hoeft er geen gebruik van te maken en kan ook aanvullend andere dingen doen. Maar het gebruik van dit aanbod wordt wel gestimuleerd vanuit de gemeente.
In aanvulling op het educatieve basisaanbod zoals weergegeven in bijlage 1 kunnen scholen ook gebruik maken van het rijke aanbod dat via GDO en via Wikiwijs ontsloten is. Deze lessen kunnen verzorgd worden door de leerkracht/docent of door een gastdocent. Tevens kunnen scholen deelnemen aan landelijke programma’s die door de ministeries en andere partijen worden aangeboden, zoals Jong Leren Eten, Gezonde School, GLOBE, Eco-Schools, verkiezing duurzame docent en dergelijke.
4. Aanpak duurzaamheidseducatie Maassluis - organisatie
4.1 Kwaliteit, flexibiliteit en continuïteit
De manier waarop duurzaamheidseducatie in Maassluis wordt georganiseerd, moet kwaliteit, flexibiliteit en continuïteit waarborgen.
Duurzaamheidseducatie is een expertise, zowel qua inhoud als qua didactiek en de samenwerking met de partijen in de omgeving van de scholen. Om dit aan te kunnen bieden moet de expertise aanwezig zijn om te kunnen beoordelen of het beschikbare aanbod voldoet aan de kerndoelen en eindtermen. Om scholen te ondersteunen en duurzaamheidslessen te geven, is daarnaast kennis nodig over de behoeften en (on)mogelijkheden bij scholen, alsmede wat er bij gemeenten, maatschappelijke organisaties en bedrijven speelt op het gebied van duurzaamheid.
Duurzaamheidseducatie moet goed aansluiten bij wat er in Maassluis en de regio aan initiatieven is vanuit overheid, ondernemers, organisaties en onderwijs. Dit vergt een goed netwerk en de nodige flexibiliteit om als makelaar tussen vraag en aanbod te kunnen fungeren.
Na de sluiting van het duurzaamheidscentrum is het van belang dat de relaties met de scholen snel aangehaald worden. Daarom is een snelle start wenselijk, waarbij gekeken moet worden naar de haalbaarheid in verband met het organiseren en inrichten van de duurzaamheidseducatie. De verwachting is dat de ondersteuning van de scholen rond januari 2025 operationeel kan zijn. Voor schooljaar 2025 – 2026 is het streven dat alle scholen gebruik maken van het aanbod.
Daarnaast moet zeker voor de komende vier (idealiter acht) jaar gegarandeerd zijn dat duurzaamheidseducatie blijft bestaan, zodat de scholen weten dat zij op aanbod kunnen rekenen en hier rekening mee kunnen houden in de planning.
4.2 Meerjarige opdracht aan deskundige organisatie
Duurzaamheidseducatie zonder centrum kan organisatorisch op verschillende manieren vormgegeven worden. De gemeente heeft overwogen:
Op basis van voorgaande beschouwing op kwaliteit, continuïteit en flexibiliteit, en op basis van expertise en de gesprekken gevoerd met scholen en gemeente, is de conclusie dat het verlenen van een meerjarige opdracht aan een deskundige organisatie op het gebied van duurzaamheidseducatie de beste oplossing is.
In de regio is één organisatie actief die duurzaamheidseducatie (wat breder is dan alleen biodiversiteit en voedsel) verzorgt, zo ook voor Schiedam. Dit is Code Groen. Zij beschikken over de nodige expertise (kennis en ervaring) en een regionaal netwerk (flexibiliteit). Deze organisatie kan invulling geven aan de ondersteuning van de scholen vanaf kalenderjaar 2025 en heeft een hoge bestaanszekerheid (continuïteit). Er zijn geen andere regionale aanbieders die dit kunnen bieden aan Maassluis.
Met Code Groen kunnen afspraken gemaakt worden welke inhoudelijke accenten er gelegd worden. Hiermee wordt geborgd dat voldaan wordt aan het beleid zoals in dit duurzaamheidseducatieplan verwoord. Code Groen kan alle educatie uit het concept aanbod (bijlage I) aanbieden of coördineren, alsmede overig aanbod vanuit landelijke programma’s of andere aanbieders, waarbij zij erop toezien dat het aanbod voldoet aan de kerndoelen en eindtermen. De keuze voor Code Groen is pragmatisch, effectief en haalbaar. Het zal veel tijd kosten om binnen de gemeente of via een nieuwe stichting NDE op te zetten en de benodigde kennis te ontwikkelen. Het beschikbare budget is daarnaast te klein om ervoor te kiezen dit autonoom op te tuigen.
Op basis van de werkzaamheden voor de coördinatie en uitvoering van duurzaamheidseducatie zoals geschetst in dit plan is een kostenindicatie uiteengezet in de onderstaande indicatieve budgetten.
|
Jaarlijkse coördinatie en ondersteunen van de duurzaamheideducatie |
||
|
Reis- / materiaalkosten / licentiekosten / budget contactmiddag |
||
Op de volgende pagina worden nog enkele punten toegelicht.
Het aanbod zal in de uitvoeringsfase ook digitaal ontsloten moeten worden. De website nmegids.nl is een online catalogus en reserveringssysteem voor natuur- en milieueducatie-aanbod van veel NME-centra in Nederland. In het budget zijn de kosten voor het gebruik van de NME-gids opgenomen. Voor het eenmalig inrichten van de NME gids is er een voorstel waarbij Fonds Schiedam Vlaardingen bereid is een groot deel van de kosten op zich te nemen. Dit zou betekenen dat het eenmalig inrichten van de NME gids de gemeente Maassluis naar verwachting € 2.200,- zou kosten in plaats van € 7.200,- wanneer dit doorgaat.
Aanvullende mogelijkheden voor financiering
Aanvullende mogelijkheden voor financiering kunnen verder verkend worden in de uitvoeringsfase. In de gesprekken zijn daarover genoemd:
In de gesprekken werd genoemd dat vanuit de aanleg van de windmolens een stichting wordt/zou worden opgericht die compensatie van het uitzicht en de negatieve effecten zou verzorgen. Inzet op aanleg van groen en het betrekken van leerlingen bij duurzaamheid, natuur en duurzame energie zou daar goed onder kunnen vallen. Dit is een optie om nader te verkennen.
Van de uitvoerende organisatie kan verwacht worden dat zij deze sporen zelf en in samenwerking met het onderwijs en de gemeente Maassluis verkent.
Na vaststelling van het Duurzaamheidseducatieplan 2025 – 2028 informeert het college de raad via een raadsinformatiebrief en wordt het onderwijs nader geïnformeerd. Daarnaast wordt in het vierde kwartaal van 2024 een meerjarige opdracht verleend in de vorm van een tweejarige opdracht, met de mogelijkheid om de opdracht tweemaal met één jaar te verlengen. De intentie is vier jaar in totaal, om de continuïteit voor het onderwijs te waarborgen. De huidige verwachting is dat het aanbod voor het onderwijs vanaf januari 2025 operationeel is. Voor schooljaar 2025 – 2026 is het streven dat alle scholen gebruik maken van het aanbod.
Bijlage I. Concept Overzicht duurzaamheidseducatie Maassluis
Onderstaand aanbod is het basisaanbod wat met de uitvoerende partij en de scholen verder geoptimaliseerd zal worden.
Landelijk aanbod (alle leerjaren PO, VO)
Aanbod Maassluis groep 1/2 (PO)
Aanbod Maassluis groep 3/4 (PO)
Aanbod Maassluis groep 5/6 (PO)
Bijlage II. Natuur en duurzaamheidseducatie in Nederland
Hieronder volgt een bondige uitweiding van de verschillende centra die in dit rapport als voorbeeld zijn aangehaald.
Natuur en milieueducatie (NME) is begonnen als natuureducatie in het begin van de vorige eeuw. In de jaren zeventig van de vorige eeuw is daar milieueducatie bijgekomen en sinds ongeveer de eeuwwisseling hebben we het over natuur- en duurzaamheidseducatie (NDE). Met de duurzaamheidseducatie zijn ook de sociaaleconomische thema’s erbij gekomen.
Binnen de rijksoverheid zijn de ministeries van LNV en I&W het meest betrokken. Wat opvalt is dat het ministerie van OCW hier niet actief bij betrokken was. OCW maakt de kerndoelen voor het onderwijs en de scholen kunnen daar vervolgens vanuit de onderwijsvrijheid zelf invulling aan geven. Het ministerie van OCW bemoeit zich niet met specifieke thema’s. De vakministers zijn vervolgens vanuit hun beleidsdossiers aan de slag om hun onderwerp in het onderwijs te krijgen. Dit heeft geleid tot programma’s als Duurzaam Door (2013, 2017), NME Nota kiezen, leren meedoen (2008) Leren voor Duurzame Ontwikkeling (2004) Leren voor Duurzaamheid (2000), NME extra impuls (1996), NME impuls (1992) en Kaderplan NME (1988). En daarnaast zijn er thematische programma’s zoals vanuit LNV Jong Leren Eten en vanuit VWS Gezonde School.
Vanuit provincies vond/vindt coördinatie plaats van NME in hun provincie. En sinds het natuurdossier gedecentraliseerd is naar de provincies is de relatie met NME-organisaties aangehaald.
Voor gemeenten geldt dat NME of NDE geen kerntaak is. De taak van de gemeenten als het gaat om onderwijs is gericht op (1) onderwijshuisvesting, (2) voorkomen van onderwijsuitval en dus handhaven van de leerplicht en (3) het overleg met besturen en directies over de vorige onderwerpen in de zogenaamde ‘Lokale Educatieve Agenda (LEA)’. Ook voor gemeenten geldt dat zij inhoudelijke dossiers zoals biodiversiteit, klimaat, energie, afval etc. graag in het onderwijs terug wil zien. Vandaar dat zij programma als Schooltuinieren en lokale NME/NDE-centra ondersteunen.
In Nederland zijn ongeveer 140 NME/NDE-centra die de scholen en soms de samenleving in 200 van de 342 gemeenten ondersteunen. Ongeveer 1/3 van deze NME-voorzieningen is een gemeentelijke afdeling of centrum en ongeveer 2/3 is een stichting die in het merendeel van de gevallen subsidie ontvangt van de gemeente.
Veel van de NME/NDE-centra zijn bekend in de gemeenten doordat zij ook een kinderboerderij, moestuin of horeca hebben. Veel (groot)ouders zijn er met hun jonge (klein)kinderen geweest en veel kinderen hebben er herinnering aan uit hun basisschooltijd. Maar er zijn ook centra die als duurzaamheidscentrum de buurt informeren over energie, klimaat en biodiversiteit. Hieronder gaan we in op de type NME/NDE-voorzieningen.
Door de oogharen kan een viertal ‘profielen’ of ‘rollen’ gedistilleerd worden. Dat zijn de volgende rollen:
Type 1: ondersteuner basisonderwijs/ groene inspirator
Dit is veelal een type NDE-centrum of -dienst die veel contact heeft met de scholen als het gaat om groene activiteiten, inzet van vrijwilligers voor die activiteiten en het aanbieden van lesmaterialen en leskisten over natuur, milieu en duurzaamheid. Dit type centrum is sterk verbonden met de locatie (veelal met moestuin en kinderboerderij). Zij zijn actieve ondersteuner van de leerkracht in voornamelijk het basisonderwijs. Voorbeeld NME Wolfslaar Breda, NME Den Haag
Type 2: ondersteuner en procesbegeleider onderwijs
Dit type NDE-centrum of -dienst maakt meer onderscheid tussen de locatie en de functie van NDE. Waar mogelijk wordt aan de leerkrachten in het basisonderwijs en docenten in het voortgezet onderwijs en mbo-ondersteuning boden op de onderwerpen waar de school, leerkracht of docent om vraagt. Daarbij gaat het niet alleen om lesmaterialen en locaties maar ook om ondersteuning bij het opzetten van projectweken, samenwerking met maatschappelijke partners en soms veranderprocessen naar een duurzame school als begeleider van het Eco-Schools programma. Het centrum of de dienst heeft een goed beeld van wat een duurzame school kan zijn en werkt met de Sustainable development goals en de Whole School Approach. Voorbeeld: NME De Bastei Nijmegen, NME Arnhem
Type 3: begeleider onderwijs en samenleving (van educatie naar sociaal leren en participatie)
Dit type NDE-centrum of-dienst combineert educatie, communicatie en participatie als instrumenten voor duurzaamheid. Je ziet dat dergelijke centra ook actief zijn in de energietransitie zoals energieloket en mensen betrekken met energiecoaches, bestrijden energiearmoede, energiemarkten, wijkuitvoeringsplannen, wijk van het aardgas af, etc. Sommige centra zijn ook heel actief om de gemeente groener en schoner te maken met campagnes, acties, ondersteunen van buurtinitiatieven of zelf beheren van stukken buurt-groen. Voorbeeld CNME Maastricht, Natuurstad Rotterdam
Type 4: transitie-ondersteuners
Dit type NDE-centrum of -dienst is sterk verbonden met gemeentelijke dossiers zoals klimaat energie, biodiversiteit, circulair, vergrijzing, tegengaan eenzaamheid bij ouderen etc. Zij zijn echter niet allen een ‘gemeentelijk instrument’. Zij verbinden ook de lokale/regionale netwerken van ondernemers, overheid, onderwijs en omgeving, zodanig dat deze spelers samen de transitie vormgeven en nieuwe oplossingen uitdenken. Als centrum ben je dan voornamelijk gastheer en facilitator. Voorbeeld: RCE Friesland, NMCX Haarlemmermeer
Type 1: ondersteuner basisonderwijs/groene inspirator
In samenwerking met lokale onderwijsinstellingen heeft de gemeentelijke afdeling Natuur- en Milieu Educatie (NME) in Breda een plan ontwikkeld om de natuur beter te integreren in het basisonderwijs. Het plan omvat een divers aanbod van Natuur- en Milieu Educatie op thema's als afval, water, groen, energie, klimaat en boerderij. Milieuwethouder Wilbert Willems benadrukt het belang van kinderen in contact brengen met natuur en milieu, omdat dit een positieve invloed heeft op hun houding en educatie de nodige kennis en vaardigheden biedt voor complexe vraagstukken.
Daarnaast worden activiteiten van andere natuur- en milieueducatieaanbieders, zoals Staatsbosbeheer en IVN, opgenomen. Jaarlijks worden vijftien scholen bezocht om individuele ondersteuningsbehoeften te identificeren en passend advies te geven voor natuuronderwijs. Het Bezoekerscentrum Wolfslaar, onderdeel van de afdeling NME, voorziet alle 62 basisscholen in Breda van lespakketten en inhoud voor projectweken rond natuur- en milieueducatie.
Scholen en kinderopvangorganisaties in Breda kunnen via de website het aanbod voor natuur- en duurzaamheidseducatie bekijken, reserveren of downloaden. Dit aanbod is onderverdeeld in thema's zoals grondstoffen en afval, duurzaam leven & energie, boerderij beleving en voedsel, natuur, dieren en planten, en water. Boerderij Wolfslaar fungeert als makelaar tussen organisaties met educatieve activiteiten en scholen met specifieke educatievragen. Voor vragen kunnen geïnteresseerden contact opnemen via wolfslaar@breda.nl.
Boerderij Wolfslaar, gelegen op het historisch landgoed Wolfslaar, biedt een breed scala aan natuur- en boerderijactiviteiten, waaronder moestuinieren, stadslandbouw en lokale en streekproducten. Voor verschillende doelgroepen worden activiteiten als kinderfeestjes, speurtochten, excursies, workshops, lezingen en markten georganiseerd. Het Tuinhuis van Charlotte op de boerderij biedt (h)eerlijk eten en drinken, terwijl de Winkel diverse boerderij- en lokale producten, moestuin- en bloemenzaden, nestkasten, cadeauartikelen en wandel- en fietsroutes aanbiedt.
Milieueducatie in Den Haag heeft als doel kinderen en jongeren tot 16 jaar bewuste keuzes te laten maken voor een duurzame samenleving. Dit wordt bereikt door het vergroten van kennis en vaardigheden, en het bieden van rijke ervaringen op het gebied van natuur en milieu, met een focus op duurzame basisvorming. Onderdeel van de dienst Stadsbeheer vormt Milieueducatie samen met Archeologie het bedrijfsonderdeel A&NME, bestaande uit teams zoals Milieueducatie, School in Bos, en Stadslandbouw en Stadsboerderijen. Deze teams werken complementair aan elkaar en streven gezamenlijke doelen na, in lijn met duurzame basisvorming.
Natuur en Milieueducatie fungeert als de verbindende schakel tussen beleid en onderwijs, zoekt samenwerkingen met organisaties en individuen in en rondom Den Haag die zich ook inzetten voor duurzaamheid en leefbaarheid in de stad. Hierdoor kan een breed en gevarieerd educatief programma worden aangeboden, waarbij bewuste keuzes worden gemaakt over wat intern wordt aangeboden en wat door anderen beter kan worden verzorgd. Het initiatief van Milieueducatie Den Haag om duurzaamheid te integreren in het onderwijscurriculum, in samenwerking met lokale NME-organisaties en scholen, heeft geleid tot een grotere nadruk op duurzaamheidsonderwijs in lokale scholen en heeft het bewustzijn bij studenten over milieuproblemen en klimaatverandering vergroot. Deze samenwerking benadrukt de gemeentes inzet voor duurzaamheidsonderwijs in nauwe samenwerking met NME-organisaties en scholen. Voor meer informatie kan de website https://www.milieueducatiedenhaag.nl/ worden geraadpleegd.
Type 2: ondersteuner en procesbegeleider onderwijs
NME Nijmegen fungeert als het centrale aanspreekpunt voor activiteiten, informatie, begeleiding en bijscholing op het gebied van natuur- en milieueducatie. Als verbindende schakel tussen natuur- en milieuorganisaties, scholen, bewoners en de gemeente Nijmegen streeft NME Nijmegen ernaar jong en oud te laten genieten van natuur- en milieueducatie, met als doel hen te betrekken en aan te zetten tot duurzaam leven. Dit wordt gerealiseerd door sterke verbindingen en samenwerkingen tussen verschillende partijen, passend bij maatschappelijke ontwikkelingen en geldend beleid.
Museum De Bastei, gelegen aan de Waalkade in de oudste stad van Nederland, vertelt het verhaal van de rivier en verbindt het verleden, heden en toekomst. De locatie, ideaal voor het thema van de oudste stad, de drukst bevaren rivier van Europa en het rijke nationaal landschap de Gelderse Poort, vormt een brug tussen historie en eigentijdse kwesties. De Bastei Academie biedt een interactieve ervaring waar bezoekers de rivier kunnen vormgeven en bijdragen aan de toekomst van het rivierenlandschap.
Het educatieve aspect omvat veldlessen, groepsbezoeken aan het museum en de uitleenservice van meer dan 40 verschillende leskisten. Scholen uit de gemeente Nijmegen kunnen bij NME Nijmegen terecht voor advies en informatie over NME-voorzieningen in de buurt. De transformatie van museum De Stratemakerstoren tot De Bastei werd op 12 februari 2014 goedgekeurd door de Nijmeegse gemeenteraad, met investeringen van de provincie, Europa en Staatsbosbeheer. De Bastei, gelegen aan de oostelijke Waalkade, fungeert als centrum voor natuur en cultuurhistorie en biedt een directe verbinding tussen stad, rivier en natuur. Voor meer informatie: https://www.debastei.nl/nl
Natuurcentrum Arnhem onthult een boeiende wereld waar het verhaal van de natuur met trots wordt gedeeld. Het centrum nodigt bezoekers uit om te worden ondergedompeld in de ongerepte natuur in en rondom Arnhem. De focus ligt op de bezoeker en diens relatie met de omringende natuur, met de overtuiging dat een nauwe interactie met de natuur essentieel is voor een verantwoorde omgang ermee. Gezamenlijk wordt er getracht de groene stad tot leven te brengen, waarbij participatie in educatieve en inspirerende activiteiten wordt gestimuleerd.
De locaties van Natuurcentrum Arnhem bieden een breed scala aan ervaringen, toegankelijk voor alle leeftijden. Van het authentieke boerenleven op stadsboerderijen tot de weelderige natuur in het bezoekerscentrum, bezoekers kunnen zich laten verrassen door mini-dierensafari's en informatieve tours. Speciaal voor basisschoolkinderen worden educatieve lessen aangeboden, gericht op biodiversiteit, duurzaamheid en gezonde voeding, waarbij actieve deelname wordt aangemoedigd.
Natuurcentrum Arnhem overstijgt zijn educatieve rol door ook inspiratie te bieden binnen de wijken. In samenwerking met scholen, buurtbewoners en organisaties wordt getracht Arnhem te vergroenen, met initiatieven als groene schoolpleinen en ondersteuning van buurtmoestuinen. De groene initiatieven van het centrum zijn te ontdekken op een interactieve kaart, en bezoekers worden uitgenodigd om bij te dragen aan een groenere en betere toekomst voor Arnhem. Voor meer informatie wordt naar info@natuurcentrumarnhem.nl verwezen.
Type 3: begeleider onderwijs en samenleving (van educatie naar sociaal leren en participatie)
Al 25 jaar streven we naar het verbinden van mens en natuur voor een groenere en duurzamere wereld. In nauwe samenwerking met inwoners, scholen, gemeenten, bedrijven en groene organisaties werken we aan voorlichting, educatie, advies, groenaanleg en (ecologisch) natuurbeheer. Onze expertise op het gebied van natuur en duurzaamheid helpt anderen om zich bewuster met de natuur bezig te houden en hun leefomgeving te vergroenen. We stimuleren de overgang van grijze naar groene denkwijzen en acties. Als het centrum voor natuur- en milieueducatie in Maastricht focussen we op het ecologisch beheren van natuurgebieden, educatie en voorlichting, en het beheren van Natuurtuinen Jekerdal in samenwerking met vrijwilligers. We werken nauw samen met inwoners, gemeenten, scholen, bedrijven en organisaties in Zuid-Limburg, waar je bij ons terecht kunt om jouw buurt te vergroenen en verduurzamen.
Een lokaal initiatief in Maastricht heeft samengewerkt met scholen en lokale overheden om educatieve materialen en bronnen te delen. Dit omvat een digitaal platform dat lesplannen, educatieve tools en informatie over duurzaamheidsinitiatieven toegankelijk maakt. Het initiatief heeft de verspreiding van educatieve bronnen en duurzaamheidsinformatie verbeterd, waardoor scholen efficiënter toegang hebben tot online lesmateriaal en beter kunnen profiteren van lokale duurzaamheidsinitiatieven.
Voor meer informatie, bezoek https://www.cnme.nl/.
Stichting Natuurstad Rotterdam bevordert duurzaam denken en handelen door middel van recreatie, educatie en participatie. Op hun 8 bijzondere kinderboerderijen en 14 inspirerende (school)tuinen ontdekken en leren bezoekers, zowel jong als oud, over natuur, milieu en duurzaamheid.
De organisatie streeft ernaar om Rotterdam groener te maken, vooral omdat de toenemende verstedelijking en digitalisering de afstand tot de natuur vergroten. Ze geloven dat bewustwording van onze afhankelijkheid van de natuur essentieel is. Kennis en waardering van milieu en natuur vormen de basis voor gezond en duurzaam gedrag, wat het welbevinden van alle Rotterdammers bevordert.
Met bevlogen medewerkers biedt Natuurstad Rotterdam leerzame ervaringen met planten, dieren en het milieu. Op hun 25 hectare groen, verspreid over de stad, ontvangen ze jaarlijks meer dan 1.000.000 bezoekers, waaronder 50.000 leerlingen, die tijdens interactieve lessen spelenderwijs ontdekken en leren.
Als initiatief hebben NME-organisaties in Rotterdam samengewerkt met lokale gemeenschappen en vrijwilligers om groene ruimtes en natuurgebieden te herstellen en te behouden. Vrijwilligers nemen actief deel aan boomplantacties, zwerfvuilopruiming en het behoud van stadsnatuur.
Dit initiatief heeft geresulteerd in een grotere betrokkenheid van de gemeenschap bij natuurbehoud en milieubescherming. Lokale natuurgebieden en groene ruimtes worden nu onderhouden en hersteld door actieve participatie van burgers, waardoor Rotterdam een groenere en duurzamere stad wordt.
Voor meer informatie, bezoek https://www.natuurstad.nl/.
Type 4: transitie-ondersteuners
In Friesland is het doel om tegen 2025 tot de top 5 van Europese regio's te behoren in de overgang naar een circulaire economie en een duurzame samenleving. De Vereniging Circulair Fryslân (VCF) werd opgericht in 2016 en heeft inmiddels meer dan 100 leden, waaronder lokale overheden, onderwijsinstellingen en diverse bedrijven. De VCF-leden worden ondersteund door experts om missie-gedreven projecten op te zetten die een positieve impact hebben op sociale en ecologische duurzaamheid.
SPARK the Movement, aangesloten bij VCF, motiveert leerlingen en studenten van basis- tot universitair onderwijs om bij te dragen aan het regionale transformatieve leerproces. RUG|Campus Fryslân is een cruciale partner in de Regionale Circulaire Economie (RCE). Campus Fryslân, met vertegenwoordiging van diverse disciplines, stelt internationale studenten en onderzoekers in staat om wetenschappelijke vraagstukken vanuit verschillende perspectieven te benaderen.
RCE Fryslân gelooft in de kracht van iedereen om een verschil te maken en samen te werken aan een eerlijkere, groenere wereld. De doelstelling is om een goed uitgeruste regionale leergemeenschap te vormen, variërend van docenten tot burgers, en in 2025 te bereiken dat het leren om evenwicht te brengen tussen zelfzorg, zorg voor andere levende wezens en zorg voor de planeet een reguliere praktijk is binnen alle vormen van onderwijs.
Huidige activiteiten omvatten onder andere het ZWERMN-platform, een raamwerk voor Education for Sustainable Development (EDO), Groene Pedagogiek, lerarenopleidingen voor Education for Sustainable Development (ESD), circulaire vaardigheden, en betrokkenheid bij de Europese Education for Climate Coalition. Aankomende activiteiten omvatten het Pocket Garden-project in samenwerking met RCE Ruhr/Sevengardens, het Erasmus+ Project Global Roots gericht op kunst en EDO voor transformatief leren, het Horizon 2020-project Kitchen of Ideas in samenwerking met Universität Vechta/RCE Oldenburg Munsterland, en de RCE Europe Meeting in februari 2022 (onder voorbehoud).
Voor meer informatie wordt verwezen naar https://www.rcenetwork.org/
NMCX Centrum voor Duurzaamheid zet zich actief in voor het vergroenen en klimaatbestendiger maken van Haarlemmermeer en omliggende gebieden. Door het organiseren van evenementen, verstrekken van informatie en advies, en het verzorgen van educatie op scholen, werkt de stichting samen met bewoners, bedrijven, scholen, en diverse regionale partners.
Als onafhankelijke stichting, opgericht in 2008, staat NMCX voor Natuur- en Milieu Centrum, waarbij de 'X' symbool staat voor kruisbestuiving en verwijst naar de oorspronkelijke naam van Hoofddorp, 'Kruisdorp'. Met steun van de gemeente Haarlemmermeer en diverse partners biedt NMCX een breed scala aan duurzaamheidsactiviteiten voor bewoners, scholen, en bedrijven.
Groene Kapstok, een initiatief van NMCX, verzorgt educatieve programma's over diverse duurzaamheidsthema's voor basisscholen (PO) en middelbare scholen (VO) in Haarlemmermeer. Daarnaast begeleidt en adviseert Groene Kapstok scholen bij het verduurzamen van hun schoolomgeving. Ook biedt NMCX educatie over water en klimaatadaptatie, waarbij samenwerkingen met Jeugdland Hoofddorp en het programma Waterweg worden ingezet om leerlingen op een speelse en educatieve manier bewust te maken van klimaatverandering en adaptatiemaatregelen.
Voor meer informatie wordt verwezen naar https://www.nmcx.nl/
|
IKC Startpunt (Maassluis Oost - 1) |
|
|
IKC Panta Rhei (Maassluis Midden - 2) |
|
|
OKC De Westhoek (Maassluis West - 3) |
|
|
IKC Vindingrijk (Maassluis West - 4) |
|
|
De Dijck (Maassluis Midden - 5) |
|
|
IKC de Kindertuin (Maassluis Oost - 6) |
|
|
IKC Ichthus (Maassluis West - 7) |
|
|
De Groene Hoek (Maassluis Midden - 8) |
|
|
IKC De Regenboog (Maassluis West - 9) |
|
|
Het Balkon (Balkon - 10) |
|
|
IBS de Reiziger (Maassluis West 4) |
|
|
Montessorischool Maassluis (Maassluis Midden - 11) |
|
|
SBO De Parasol (Maassluis Midden - 12) |
|
|
De Diamant (Maassluis Midden - 13) |
|
|
Lentiz Reviuslyceum (Maassluis Oost - 14) |
|
|
Lentiz Revius MAVO (Maassluis Midden - 15) |
|
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-427877.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.