|
Bestaand
|
Nieuw
|
|
8.2. Bekendmaking als de rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan
Als een rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan, is de wijze van bekendmaking van de belastingaanslag ter beoordeling aan de ontvanger. Bij deze beoordeling kunnen onder andere de volgende factoren een rol spelen:
- -
het recht waarnaar de rechtspersoon is opgericht;
- -
het belang van een snelle bekendmaking in verband met vrees voor onverhaalbaarheid.
|
8.2. Bekendmaking als de rechtspersoon (vermoedelijk) is opgehouden te bestaan
De wijze van bekendmaking van de belastingaanslag, bedoeld in artikel 8 tweede lid van de Wet, is ter beoordeling van de ontvanger. Bij deze beoordeling kunnen onder andere de volgende factoren een rol spelen:
- -
het recht waarnaar de rechtspersoon is opgericht;
- -
het belang van een snelle bekendmaking in verband met vrees voor onverhaalbaarheid.
|
|
19.1.6 Doorbreken beslagverboden en vordering
Bij de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de wet (het vereenvoudigd beslag op vorderingen van de belastingschuldige op derden) bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid een wettelijk beslagverbod gedeeltelijk te negeren. Van deze mogelijkheid maakt de ontvanger alleen gebruik als de belastingschuldige kan worden gekwalificeerd als een notoire wanbetaler in de zin van artikel 19, tweede lid, van de wet.
De vordering waarbij een beroep wordt gedaan op de verruimde beslagmogelijkheid vindt steeds separaat plaats en wordt vooraf schriftelijk aangekondigd aan de belastingschuldige, onder vermelding van het bijzondere karakter daarvan.
De vordering kan niet plaatsvinden voor kinderbijslag onder welke benaming dan ook. In voorkomend geval wordt voor de toepassing van de verruimde beslagmogelijkheid uitgegaan van het maximale bereik: een tiende deel van het bedrag dat op grond van de wet niet vatbaar is voor beslag.
|
19.1.6 Doorbreken beslagverboden en vordering
Bij de toepassing van artikel 19, eerste lid, van de wet (het vereenvoudigd beslag op vorderingen van de belastingschuldige op derden) bestaat onder voorwaarden de mogelijkheid een wettelijk beslagverbod gedeeltelijk te negeren.
De vordering waarbij een beroep wordt gedaan op de verruimde beslagmogelijkheid vindt steeds separaat plaats en wordt vooraf schriftelijk aangekondigd aan de belastingschuldige, onder vermelding van het bijzondere karakter daarvan.
De vordering kan niet plaatsvinden voor kinderbijslag onder welke benaming dan ook. In voorkomend geval wordt voor de toepassing van de verruimde beslagmogelijkheid uitgegaan van het maximale bereik: een tiende deel van het bedrag dat op grond van de wet niet vatbaar is voor beslag.
|
|
25.1.15 Verzoekschriften aan andere instellingen
De ontvanger houdt de invordering aan als een verzoekschrift is ingediend bij de raad, het college of de gemeentelijke ombudsman.
Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger [na voorafgaande toestemming van het college] toch invorderingsmaatregelen treffen.
|
25.1.15 Verzoekschriften aan andere instellingen
De ontvanger houdt de invordering aan als een verzoekschrift is ingediend bij de raad, het college of de (gemeentelijke)ombudsman tot op dat verzoekschrift is beslist.
Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger [na voorafgaande toestemming van het college] toch invorderingsmaatregelen treffen.
|
|
26.1.11 Verzoekschriften aan andere instellingen
De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij het college, de raad of de gemeentelijke ombudsman.
Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger [na voorafgaande toestemming van het college] toch invorderingsmaatregelen treffen.
|
26.1.11 Verzoekschriften aan andere instellingen
De ontvanger houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij het college, de raad of de (gemeentelijke) ombudsman tot op dat verzoekschrift is beslist.
Als naar het oordeel van de ontvanger aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kan de ontvanger [na voorafgaande toestemming van het college] toch invorderingsmaatregelen treffen.
|