Gemeenteblad van Woensdrecht
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Woensdrecht | Gemeenteblad 2024, 416489 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Woensdrecht | Gemeenteblad 2024, 416489 | beleidsregel |
Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Woensdrecht 2025
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht;
Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de Algemene subsidieverordening gemeente Woensdrecht 2023;
vast te stellen de navolgende subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Woensdrecht 2025 met inbegrip van de daarbij behorende bijlagen.
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze subsidieregels wordt verstaan onder:
Peuterplaats VE: een aanbod aan voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters. De plek bevindt zich op een peuteropvang locatie die in het LRK staat geregistreerd als VE-gecertificeerd. De doelgroep peuters krijgen maximaal 960uur voorschoolse educatie aangeboden, verdeeld over de 18 maanden dat ze naar de peuteropvang gaan. Deze uren dienen over minimaal 4 dagdelen per week en minimaal 3 weekdagen te worden verspreid.
Peuteropvang: educatieve opvang voor kinderen vanaf 2 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, gericht op ontwikkeling stimulerende voorbereiding op de basisschool en die voldoet aan de eisen uit de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen met het daarbij behorende Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. Peuteropvang wordt uitgevoerd op peuteropvang locaties in groepen van maximaal 16 peuters per groep. De ontwikkeling van alle peuters wordt gevolgd middels een observatiesysteem dat de peuter/kleuterontwikkeling en/of de leervorderingen op een gestructureerde wijze voor alle kinderen in beeld brengt.
VE (voorschoolse educatie): hier opgevat als peuteropvang voor kinderen vanaf 2,5 jaar tot het moment waarop zij naar de basisschool uitstromen, waarin via een VVE programma op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling. VVE-programma: een programma waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
Deze subsidieregels hebben als doelstelling het mogelijk maken van de uitvoering van peuteropvang, inclusief voorschoolse educatie, voor de periode van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025.
Artikel 5 Bij de subsidieaanvraag in te dienen gegevens
Voor het aanvragen van subsidie dienen de volgende gegevens en stukken overlegd te worden:
Artikel 7 Hoogte van de subsidie
Voor de in artikel 6 lid 2 genoemde doelgroep bedraagt de maximale subsidie per bezette peuterplaats per jaar: maximaal 16 uren per week x 40 weken x maximaal € 12,35 per uur minus de geldende ouderbijdrage zoals in artikel 10a verwoord. De ouderbijdrage wordt berekend voor de eerste 8 uur aangeboden VE per week. De tweede 8 uur is voor ouders gratis.
Elke locatie die voorschoolse educatie aanbiedt, ontvangt in 2025 een locatiesubsidie van € 2.500. Dit geldt per gecertificeerde VE-locatie die als dusdanig is opgenomen in het LRK. Deze subsidie kan ingezet worden voor o.a. opleidingskosten, samenwerking met ouders, verkleinen van groepen en aanpassen van het aanbod op basis van de populatie.
Het definitieve subsidiebedrag wordt vastgesteld na afloop van de subsidieperiode, op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen. Dit betreft: het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplaats (reguliere peuter en doelgroeppeuter), het gehanteerde uurtarief, en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen en kan een terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplaats heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd.
Artikel 8 Voorwaarde om voor subsidie in aanmerking te komen
Er is sprake van een warme overdracht van peuters naar de basisschool. Dit houdt het volgende in: in de overdracht geeft de peuteropvang locatie (als voorschoolse voorziening) persoonlijk - en bij voorkeur in aanwezigheid van de ouders – informatie mee over de ontwikkeling van het kind, onder andere op gebied van taal, spel, motoriek en hoe het kind met andere kinderen omgaat.
Onverminderd de weigeringsgronden als bedoeld in artikel 11 van de Asv en de subsidievoorwaarden als opgenomen in deze subsidieregels, kan de subsidie in ieder geval worden geweigerd indien voor een van de vestigingen van de houder vanaf het moment van subsidieaanvraag tot het moment van subsidieverlening bestuursrechtelijke handhaving van kracht is of wordt.
Artikel 9 Toetsing recht op een gesubsidieerde peuterplaats
Indien het verwachte verzamelinkomen over 2025 tussentijds wijzigt is ten opzichte van het verzamelinkomen dat op het eerder ingeleverde formulier “Inkomensgegevens t.b.v. inkomensafhankelijke ouderbijdrage kinderopvang” is aangegeven, opnieuw ingevuld te worden en ingediend. De ouderbijdrage wordt een maand na indiening van het formulier gewijzigd
Artikel 10a De ouderbijdrage voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag zoals genoemd in artikel 6 lid 1 en lid 2
De hoogte van de ouderbijdrage wordt door de houder bepaald op basis van het verwachte verzamelinkomen over 2025. Dit verwachte inkomen wordt bepaald aan de hand van het door ouders ingevulde formulier “Inkomensgegevens t.b.v. inkomensafhankelijke ouderbijdrage kinderopvang”, zoals genoemd in artikel 9 lid 1 en lid 2.
Artikel 10b De ouderbijdrage voor ouders met recht op kinderopvangtoeslag zoals genoemd in artikel 6 lid 3
Artikel 12 Subsidie ten behoeve van de pedagogisch beleidsmedewerker/coach VE
Artikel 13 De subsidieverlening
Indien gedurende de periode waarop de subsidieverlening betrekking heeft voor de betreffende peuteropvang locatie bestuursrechtelijke handhaving van kracht wordt, kan dat het herzien of intrekken van het besluit tot subsidieverlening tot gevolg hebben en kan de subsidie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
Artikel 14 Verantwoording subsidie
De houder levert uiterlijk voor 1 juni 2026 een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij het college. Deze aanvraag tot vaststelling bevat:
Voor de verstrekte subsidies geldt dat het college bij houder nadere gegevens kan opvragen om de rechtmatigheid van de besteding van de subsidie conform de opgelegde voorwaarden te controleren. Daartoe is de houder verplicht het college desgewenst inzage te geven in diens administratie betreffende onder meer:
Artikel 15 Vaststelling subsidie
Het definitieve subsidiebedrag wordt vastgesteld na afloop van de subsidieperiode, op basis van de gegevens uit de eindrapportage van de houder. Deze vaststelling vindt plaats op basis van het werkelijke aantal bezette peuterplaatsen. Dit betreft: het aantal afgenomen uren per werkelijk bezette peuterplaats (kostwinner en VVE), het gehanteerde uurtarief, en de totaal in rekening gebrachte ouderbijdragen en kan een terugvordering tot gevolg hebben als houder minder bezette peuterplaats heeft gerealiseerd dan het aantal waarop de hoogte van de subsidieverlening was gebaseerd.
Het college beslist in alle voorkomende gevallen waarin deze nadere regels niet voorzien. Daarnaast is het college bevoegd om in bijzondere gevallen gemotiveerd van deze regeling af te wijken.
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als “Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Woensdrecht 2025”.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-416489.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.