Gemeenteblad van Renkum
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Renkum | Gemeenteblad 2024, 405568 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Renkum | Gemeenteblad 2024, 405568 | beleidsregel |
Beleidsregel uitwegen gemeente Renkum 2024
Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Renkum;
overwegende dat er behoefte bestaat aan duidelijke criteria, uitleg en nadere invulling van de weigeringsgronden voor een vergunning voor een uitweg;
gelet op artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening 2020 en artikel 14 lid 3 van de Wegenwet;
gelezen het voorstel van d.d. 27-08-2024;
besluit vast te stellen het volgende ‘Beleidsregel uitwegen gemeente Renkum 2024’.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen omgevingsvergunning voor het maken, veranderen en gebruiken van uitwegen als bedoeld in artikel 2:12 APV en wordt toegepast bij de beoordeling van alle aanvragen omgevingsvergunning voor een uitweg.
Een uitweg, ook wel inrit, uitrit of oprit genoemd, is de openbare ruimte die dienst doet als aansluiting voor rijdend wegverkeer vanaf een particulier erf op de openbare weg. De aansluiting van een voet- of tuinpad van eigen perceel op de openbare weg/trottoir is geen uitweg. Daarop is deze beleidsregel dan ook niet van toepassing. Feitelijk gaat het dus om de toestemming die nodig is om met een (motor)voertuig naar een perceel te gaan, waarbij in veel gevallen aanpassing van de openbare ruimte noodzakelijk is.
openbare parkeerplaats: een in openbaar gebied voor een ieder (feitelijk) toegankelijke parkpeerplaats. Deze hoeft niet speciaal door middel van markeringen op het wegdek te zijn aangegeven. Een plaats buiten een gemarkeerde parkeerplaats, die zich op een rijbaan van de weg bevindt waar het niet verboden is om te parkeren, is ook als een openbare parkeerplaats te beschouwen.
breedte uitweg: de effectieve breedte van een uitweg waar deze uitmondt op de rijbaan. De ruimte benodigd voor boogstralen maakt geen onderdeel uit van de breedte van de uitweg. De breedte van een uitweg wordt gemeten op de perceelgrens tussen particulier erf en openbare ruimte, zoals weergegeven in afbeelding 1: maat A.
Afbeelding 1. Voortuin, zij-tuin en opmeten breedte uitweg
Hoofdstuk 2 Procedures, kosten en handhaving
Bij de aanvraag voor een vergunning dient de aanvrager op tekening aan te geven waar op het perceel de gewenste uitweg gerealiseerd zou moeten worden. Iedere vergunningsaanvraag zal getoetst worden aan deze beleidsregel en op locatie beoordeeld worden op de civieltechnische en andere relevante consequenties door een medewerker van de gemeente.
De kosten van het aanleggen, verwijderen of wijzigen van een uitweg op particulier grondgebied en in de openbare ruimte zijn voor de aanvrager. Mochten er naast de aanleg van de uitweg andere aanpassingen nodig zijn, dan zijn deze kosten ook voor de aanvrager. Vooraf wordt er een opgave gedaan van de aanlegkosten. Nadat de aanvrager hiermee akkoord is gegaan wordt overgegaan tot de aanleg van de uitweg.
De aanleg van (het gedeelte) de uitweg op gemeentegrond wordt door de gemeente verzorgd. In specifieke gevallen kan hiervan gemotiveerd afgeweken worden, bijvoorbeeld als de uitweg niet onderbroken wordt door bijvoorbeeld een voetpad. De gemeente bepaalt dan wel met welke materialen en technieken de uitweg wordt aangelegd. De toe te passen materialen zijn veelal hetzelfde als gebruikt bij andere uitwegen in de omgeving.
De gemeente treedt op tegen niet vergunde uitwegen, dat wil zeggen alle uitwegen die door een particulier zijn aangelegd zonder te beschikken over een daarvoor door de Omgevingsdienst Regio Arnhem (ODRA) verleende vergunning, en doet dit als volgt:
Wanneer aan de juridisch tot het betreffende perceel gerechtigde door de gemeente alsnog vergunning voor het maken of veranderen van een uitweg wordt verleend en de zonder vergunning gerealiseerde uitweg niet voldoet aan de inrichtingseisen zal de gemeente de uitweg hieraan aanpassen. Alle kosten hiervoor komen voor rekening van de juridisch tot het betreffende perceel gerechtigde.
Hoofdstuk 3 Criteria beoordeling uitweg
Artikel 5 Verkeersveiligheidscriteria
Als het veilig en doelmatig gebruik van de weg in het geding komt wanneer een uitweg veranderd of aangelegd wordt, wordt de uitwegvergunning geweigerd indien de beoogde uitweg komt te liggen:
Artikel 6 Criteria ten aanzien van bruikbaarheid van de weg
Het wegverkeer mag geen overmatige hinder ondervinden van de aanwezigheid en het gebruik van de uitweg. Zo dient onder meer te worden afgewogen of door de aanleg van een uitweg de parkeerproblematiek verergert dan wel de verkeersdoorstroming negatief wordt beïnvloed. In verband met de bruikbaarheid van de weg, wordt de uitwegvergunning geweigerd als:
een uitweg toegang biedt tot een ruimte met langs liggende vaste obstakels die korter is dan 5 meter diep (waardoor een gemiddelde personenauto niet volledig op het perceel past en uitsteekt over de openbare weg) of smaller is dan 2,65 meter (waardoor een risico bestaat dat een voertuig in verband met kunnen in- en uitstappen van de auto deels op de openbare weg wordt geparkeerd);
Artikel 7 Criteria ter bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving
De aanwezigheid van een uitweg dient geen onevenredig negatief effect te hebben op het uiterlijk aanzien van de omgeving. Met omgeving wordt bedoeld de openbare ruimte, het straatbeeld en de stedenbouwkundige, cultuurhistorische, landschappelijke waarden. Ten aanzien van uitweg en parkeren gelden de volgende criteria:
Artikel 8 Criteria ter bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente
Ter bescherming van groenvoorzieningen van de gemeente dient rekening te worden gehouden met de volgende uitgangspunten:
als er een nieuwe uitweg wordt aangelegd ter vervanging van een oude uitweg (maar op een andere plaats), dient de oude uitweg te worden verwijderd, waarna de weg en het openbaar groen ter plaatse van de opgeheven uitweg door de gemeente in de oorspronkelijke staat wordt hersteld, waarbij alle kosten hiervoor voor rekening van de aanvrager zijn.
Artikel 9 Bescherming van afwatering en riolering
Het maken of veranderen van een uitweg mag niet leiden tot een verslechtering van de afwatering en/of riolering.
Artikel 10 Waarborgen werkzaamheden nutsbedrijven
Een uitwegvergunning wordt in het belang van het functioneren van de aanwezige (nuts)-voorzieningen op of aan de weg geweigerd indien door het maken van een uitweg of het veranderen van een bestaande uitweg nadelige gevolgen optreden voor het functioneren van de nutsvoorzieningen, bijvoorbeeld verdeelkasten. Indien mogelijk kan van weigering worden afgezien indien de aanvrager de kosten voor verplaatsing van deze voorzieningen wil dragen.
Hoofdstuk 4 Inrichtingseisen uitweg
Artikel 11 Inrichtingseisen en -criteria voor uitwegen
Binnen de bebouwde kom gelden de volgende inrichtingseisen voor uitwegen:
bij bedrijfspanden die vanaf de weg rechtstreeks toegankelijk zijn voor motorvoertuigen geldt, per naar de weg gerichte toegangsdeur bestemd voor motorvoertuigen in het bedrijfspand, een uitweg met een maximumbreedte overeenkomstig de breedte van de toegangsdeur + 2 meter. De locatie van deze uitwegen ligt in het hart van de genoemde toegangsdeuren;
Afbeeldingen: verbeelding van criteria van uitwegen bij woningen
Hoofdstuk 5 Intrekken of wijzigen van verleende uitwegvergunning/opheffen bestaande uitweg
Artikel 12 Intrekkingsgronden uitwegvergunning
Het college kan besluiten tot intrekken of wijzigen van een verleende vergunning en/of tot opheffing van de uitweg als:
de uitweg niet binnen één jaar is aangelegd na verlening van een uitwegvergunning. De vergunninghouder kan éénmalig een verlenging van deze termijn verkrijgen voor een periode van drie maanden. Een dergelijke verlenging dient de vergunninghouder schriftelijk te verzoeken en uiterlijk twee maanden voor de einddatum van de verstrekte vergunning door ons ontvangen zijn;
Hoofdstuk 6. Overige relevante aspecten
Artikel 13 Aanvraag uitweg binnen de gemeentegrens met aansluiting op een Provinciale weg
Voor een uitweg die aansluit op een Provinciale weg dient conform de Omgevingsverordening Gelderland, artikel 4.68, lid a bij de Provincie Gelderland een vergunning te worden aangevraagd. De fysieke aanleg wordt niet door de gemeente verzorgd.
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen omgevingsvergunning voor een uitweg die zijn ingediend na inwerkingtreding van deze beleidsregel. Voor aanvragen omgevingsvergunning voor een uitweg die zijn ingediend voor inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt getoetst aan de Beleidsregels uitwegen 2012 (vastgesteld 4 december 2012), tenzij deze beleidsregel in het voordeel van de aanvrager uitpakt. Bestaande rechten in de vorm van legale uitwegen worden gerespecteerd. De gemeente kan in uitzonderlijke situaties een uitweg aanpassen of opheffen en de vergunning intrekken of wijzigen. Bijvoorbeeld als de gemeente bij onderhoudswerkzaamheden constateert dat geen gebruik meer wordt gemaakt of kan worden gemaakt van een uitweg.
Artikel 15 Afwijkingsbevoegdheid college
Het college is bevoegd om van de in artikel 9 beschreven inrichtingseisen af te wijken en maatwerk toe te passen, indien de aanvrager met onderbouwing kan aantonen dat:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-405568.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.