Gemeenteblad van Noord-Beveland
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Reactietermijn |
|---|---|---|---|---|
| Noord-Beveland | Gemeenteblad 2024, 365700 | omgevingsvergunning | 07-10-2024 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Reactietermijn |
|---|---|---|---|---|
| Noord-Beveland | Gemeenteblad 2024, 365700 | omgevingsvergunning | 07-10-2024 |
Herstelbesluit verzoek om intrekking verleende omgevingsvergunning Windpark Jacobahaven
Op 16 maart 2019 hebben wij een aanvraag ontvangen van Windpark Jacobahaven B.V. om een omgevingsvergunning voor de realisatie van Windpark Jacobahaven op de percelen aan de Jacobahaven 4, 5 en 6 in Kamperland (kadastraal bekend gemeente Wissenkerke, sectie A, perceelnummers 2654, 2655 en 2656). Windpark Jacobahaven bestaat uit drie windturbines met bijbehorende voorzieningen. In de aanvraag is vermeld dat de drie windturbines een vernieuwing vormen van drie bestaande windturbines. Voor het Windpark Jacobahaven is, gezamenlijk met de windturbineparken ‘Roggeplaat West’, ‘Roggeplaat’, ‘Neeltje Jans’, ‘Poolvoet’, Mattehaven en ‘Noordland’ een milieueffectrapportage opgesteld. Naar aanleiding van de uitkomsten van deze milieueffectrapportage heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: “Commissie m.e.r.”) aanbevelingen gedaan voor het Windpark Jacobahaven. De Commissie m.e.r. heeft concreet aanbevolen te onderzoeken of de milieubelasting (slagschaduw en geluid) verminderd kan worden.
Wij hebben de beslissing op de ingekomen aanvraag gecoördineerd voorbereid met het nieuwe bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Windpark Jacobahaven’ (“het bestemmingsplan”). Bij besluit van 24 oktober 2019 heeft onze gemeenteraad dit bestemmingsplan vastgesteld. Met het bestemmingsplan is de ontwikkeling van Windpark Jacobahaven planologisch mogelijk gemaakt. In navolging op het bestemmingsplan hebben wij bij besluit van 31 oktober 2019 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw en exploitatie van Windpark Jacobahaven. Het raadsbesluit tot vaststelling van het bestemmingsplan en ons besluit tot verlening van de omgevingsvergunning zijn gecoördineerd bekendgemaakt.
Bij uitspraak van 25 november 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2821) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“de Afdeling”) de beroepen tegen het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning ongegrond verklaard. Sindsdien zijn het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning onherroepelijk.
Bij brief van 29 maart 2021 (ontvangen op 1 april 2021) is ons college verzocht om intrekking van de omgevingsvergunning. Op 20 augustus 2021 hebben wij een ontwerpbesluit genomen om dit verzoek af te wijzen. Wij hebben de zienswijzen van verzoekers betrokken bij de definitieve besluitvorming op het verzoek van verzoekers. Op 12 november 2021 hebben wij het verzoek tot intrekking van de verleende omgevingsvergunning definitief afgewezen.
Tegen dit besluit hebben verzoekers beroep ingesteld. De rechtbank concludeert dat aan het besluit tot weigering van het verzoek van verzoekers een motiveringsgebrek kleeft. Wij hebben volgens de rechtbank miskend dat de schending van het Unierecht ten aanzien van de windturbinebepalingen uit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling (“de windturbinebepalingen”) wel degelijk door kan werken naar een verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning. In het verlengde daarvan heeft het college volgens de rechtbank ook niet onderkend dat er wel redenen kunnen zijn waarin tot opschorting of intrekking van die onherroepelijke vergunning moet worden overgegaan.
De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit moet worden vernietigd en dat het college moet onderzoeken of bij de verlening van de omgevingsvergunning is aangesloten bij de windturbinebepalingen. Als dit niet het geval is, dienen wij met een op de situatie toegesneden motivering te motiveren dat er sprake is van actuele, deugdelijke en op zichzelf staande normen. Indien wij tot de conclusie komen dat er wel is aangesloten bij de windturbinebepalingen, dan dienen wij eveneens een andere beoordeling te maken en opnieuw te beoordelen of de omgevingsvergunning moet worden opgeschort, ingetrokken of dat er nadere voorschriften aan de omgevingsvergunning moeten worden verbonden.
Hoewel wij het niet eens zijn met de rechtbankuitspraak en daartegen ook hoger beroep heeft ingesteld bij de Afdeling, is ervoor gekozen – om onder het grootst mogelijke protest – toch gevolg te geven aan deze uitspraak. Wij zullen (met inachtneming van de rechtbankuitspraak) opnieuw beslissen op de bezwaren van verzoekers tegen het weigeringsbesluit van 12 november 2021. In verband daarmee hebben wij dit weigeringsbesluit heroverwogen. Hierbij stuur ik u het resultaat van onze heroverweging toe.
In de brief van 29 maart 2021 (ontvangen op 1 april 2021) verzoeken verzoekers om intrekking van bovenvermeld besluit tot verlening van een omgevingsvergunning. Het doel van het verzoek is dat de windturbines die op grond van dit besluit zijn toegestaan, in de toekomst niet meer zullen zijn toegestaan om zo de door verzoekers ervaren hinder tegen te gaan.
De onderbouwing van het intrekkingsverzoek is als volgt samen te vatten:
het toepasselijke bestemmingsplan en voornoemde omgevingsvergunning sluiten voor de gehanteerde normstelling ten aanzien van geluid en slagschaduw aan bij het Activiteitenbesluit milieubeheer (en ook de daarbij behorende Activiteitenregeling milieubeheer). Het Activiteitenbesluit milieubeheer kwalificeert als een plan of programma in de zin van artikel 2 onder a van de SMB-richtlijn. Voor het Activiteitenbesluit milieubeheer had dientengevolge een milieueffectbeoordeling moeten worden verricht. Dit is niet gebeurd en dat is in strijd met Unierecht;
het arrest Kühne en Heitz (C-453/00) houdt in dat een bestuursorgaan een definitief besluit opnieuw dient te onderzoeken naar aanleiding van een nieuwe uitleg van Unierecht. Dit volgt tevens uit het arrest Byankov (ECLI:EU:C:2012:608). Op grond van het arrest C-261/18 moeten besluiten die op grond van het met Unierecht strijdige regelgeving zijn genomen aan een nieuwe milieueffectbeoordeling worden onderworpen;
Ontwerp herstelbesluit en zienswijzen
Op 9 november 2023 hebben wij een ontwerp herstelbesluit aan u en verzoekers toegezonden, waarin wij het voornemen kenbaar hebben gemaakt om het verzoek te weigeren en de omgevingsvergunning ongewijzigd in stand te laten. Dit ontwerp herstelbesluit is daarnaast op 9 november 2023 gepubliceerd in het Gemeenteblad en heeft ter inzage gelegen. Tegen dit ontwerp herstelbesluit hebben verzoekers op 20 december 2023 een zienswijze naar voren gebracht. Wij hebben deze zienswijze beoordeeld en betrokken bij het voorliggend besluit. De reactie op de zienswijze hebben wij weergegeven in de zienswijzenota, die als bijlage (*) 4 aan dit besluit is gehecht.
Met het voorliggend besluit wijzen het verzoek van 29 maart 2021 om intrekking of opschorting van de omgevingsvergunning O2019127 voor de bouw van 3 windturbines, het uitvoeren van een werk geen bouwwerkzaamheden zijnde, het gebruiken van gronden of bouwwerken in afwijking van een bestemmingsplan en het oprichten en in werking hebben van een inrichting of mijnbouwwerk als bedoeld in de artikelen 2.1 lid 1 aanhef onder a, onder b, onder c en onder e Wabo op de adressen Jacobahaven 5, 6 en 7 in Kamperland af. Dit herstelbesluit lichten wij hierna verder toe.
De motivering van ons herstelbesluit is als volgt:
Bij de verlening van de omgevingsvergunning van 31 oktober 2019 is bij het verlenen van de activiteit ‘milieu’ uitgegaan van de windturbinebepalingen als norm voor de beoordeling van de nadelige gevolgen voor het milieu (zo blijkt uit hoofdstuk 4 van de omgevingsvergunning). Dit betekent dat de volgende normenkaders zijn toegepast:
Omdat voor recreatieobjecten geldt dat deze niet als geluid- of slagschaduwgevoelig worden aangemerkt, wordt hiervoor niet getoetst aan dezelfde normen. Wel is in het bestemmingsplan beoordeeld of ter plaatse van de recreatieobjecten sprake is van een goed woon- en leefklimaat, teneinde te voldoen aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening. Daarbij is onder andere meegewogen wat de huidige akoestische- en slagschaduwbelasting is, het feit dat deze objecten niet bestemd zijn voor permanente bewoning, het feit dat de slagschaduwbelasting gelijk zal blijven en de lokale situatie waarbij de huidige akoestische situatie mede wordt bepaald door wegverkeersgeluid van de N57.
Specifiek spelen daarbij vijf onderdelen een rol:
bij het vaststellen van het bestemmingsplan ‘Recreatieparken de Banjaard’ in 2013 is het volgende overwogen: “De windturbines vormen geen belemmering voor dit bestemmingsplan en het bestemmingsplan leidt ook niet tot en beperking voor de bedrijfsvoering van de windturbines”. Daaruit kan worden geconcludeerd dat destijds is geoordeeld dat met de bestaande milieubelasting als gevolg van de huidige windturbines sprake is van een goede ruimtelijke ordening;
voor ongeveer 50% van de recreatieobjecten binnen recreatiepark de Banjaard geldt dat sprake is van een geluidbelasting lager dan 40 dB Lden. Voor 90% van de recreatieobjecten geldt dat de belasting lager is dan 45 dB Lden. In de hoogste geluidbelastingsklasses neemt de belasting af in de toekomstige situatie, waarmee ook aannemelijk is dat het potentieel aantal gehinderden zal afnemen;
voor slagschaduw zal geen verslechtering optreden ten opzichte van de huidige situatie, aangezien een stilstandvoorziening wordt ingesteld die ervoor zorgt dat de optredende slagschaduw maximaal gelijk is aan de huidige situatie. Bovendien treedt de eventueel resterende slagschaduwbelasting op vóór 09.00 uur ’s ochtends en bedraagt deze voor het meest maatgevende toetspunt (recreatiewoning Banjaard Noord) slechts 7:43 uur per jaar, ofwel circa 0,18% van de daglichtperiode per jaar.
Tot slot geldt dat het project voldoet aan het beleid op het gebied van windenergie van de provincie Zeeland en geeft daaraan invulling doordat de repowering van het Windpark Jacobahaven deel uitmaakt van de provinciale taakstelling. Het windpark voorziet derhalve in een maatschappelijke behoefte en taakstelling: het mede mogelijk maken van de energietransitie. Het belang van het beperken van hinder is afgewogen tegen het belang van de energietransitie.
In de memo van Pondera d.d. 13 juli 2023 met projectnummer 723118, welke memo is gehecht aan dit besluit en hier integraal deel van uitmaakt, is bekeken welke inhoudelijke motivering ten grondslag ligt aan de afweging die destijds bij het verlenen van de omgevingsvergunning is gemaakt en of hernieuwde inzichten naar aanleiding van de einduitspraak ‘Delfzijl Zuid Uitbreiding’ (ECLI:NL:RVS:2023:1433) leiden tot een ander inzicht voor wat betreft de normen ten aanzien van geluid en slagschaduw, of dat deze normen nog hanteerbaar zijn.
Pondera concludeert dat de windturbinebepalingen voor Windpark Jacobahaven nog steeds hanteerbaar zijn. Daarbij is volgens Pondera van belang dat:
Op basis van de conclusies uit het rapport van Pondera, de ingekomen zienswijze en de reactie van Pondera op het rapport van DGMR (d.d. 6 maart 2024 – bijgevoegd bij de zienswijzenota), en gelet op de betrokken belangen, concluderen wij dat er geen aanleiding is om andere normen te stellen voor Windpark Jacobahaven, dan is gedaan ten tijde van de vergunningverlening. De gehanteerde normen zijn actuele, deugdelijke en op zichzelf staande normen hanteerbaar voor Windpark Jacobahaven. Gelet op het vorengaande is er geen aanleiding om tot opschorting of intrekking van de verleende omgevingsvergunning over te gaan. Noch bestaat er aanleiding om nadere voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden voor de aspecten ‘geluid’ en ‘slagschaduw’. Datzelfde geldt voor de aspecten ‘externe veiligheid’ en ‘lichtschittering’.
Verzoekers stellen dat zij gezondheidsschade ondervinden en dat met zich mee zou brengen dat de onderhavige omgevingsvergunning in strijd is met het voorzorgsbeginsel dat in artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is opgenomen en alleen al om die reden had moeten worden ingetrokken.
Dit betreft een argument dat ziet op het mogelijk ontstaan van gezondheidsschade, zoals al door de Afdeling is behandeld in de beroepsprocedure omtrent het coördinatiebesluit voor Windpark Jacobahaven. In de uitspraak van 25 november 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2821) heeft de Afdeling geoordeeld dat er geen bewijs is voor directe effecten van windturbines op de gezondheid.
De huidige wetenschappelijke inzichten leiden niet tot een andersluidend oordeel. Het RIVM heeft in 2020 en in 2023 in uitgebreid onderzoek bevestigd dat er geen directe link is tussen ernstige gezondheidsschade en windturbinegeluid. Sindsdien zijn er geen nieuwe wetenschappelijke inzichten die zouden moeten leiden tot het oordeel dat het voorzorgsbeginsel noopt tot intrekking van de omgevingsvergunning. Ter onderbouwing hiervan verwijzen wij naar het driemaandelijks overzicht van relevante literatuur over windenergie en gezondheid van het RIVM (https://www.rivm.nl/documenten/driemaandelijks-overzicht-van-relevante-literatuur-over-windenergie-en-gezondheid-q2-0). In dit kader verwijzen wij ook naar de einduitspraken van de Afdeling van 12 april 2023 over Windpark Karolinapolder (ECLI:NL:RVS:2023:1446, r.o. 41.3) en ‘Delfzijl Zuid Uitbreiding’ (ECLI:NL:RVS:2023:1433, r.o. 27.3), waarin de Afdeling recent is ingegaan op het voorzorgsbeginsel, gezondheidsschade en de norm van 47 dB Lden.
Gelet op het vorengaande zien wij geen aanleiding om nu tot intrekking of opschorting van de omgevingsvergunning over te gaan wegens strijd met artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Ook zien wij geen aanleiding om nadere voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden, vanwege het aspect ‘gezondheid’.
Voorts stellen verzoekers dat het vergunnen van de windturbines een verdeling van schaarse rechten inhoudt. Deze zijn volgens verzoekers niet op een eerlijke en transparante wijze verdeeld, hetgeen volgens verzoekers in strijd is met het Unierecht.
De gemachtigde van verzoekers heeft tijdens de zitting bij de rechtbank op 1 februari 2023 verklaard dat zijn cliënten niet zelf windmolens wilden oprichten. Het ging verzoekers om het creëren van een situatie waar sprake gaat zijn van een of meer aanvaardbare rechten. Ons college dient volgens verzoekers de geldende jurisprudentie in acht te nemen. Op grond van artikel 8:69a Awb kunnen verzoekers slechts opkomen tegen normschendingen die hun eigen belang raken. Nu verzoekers niet zelf windmolens wilden oprichten, dienen de normen van Unierechtelijke regels ten aanzien van aanbesteding en mededingen niet ter bescherming van de belangen van verzoekers. Zij komen immers op voor de bescherming van hun woon- en leefklimaat.
Volledigheidshalve wensen wij evenwel te verduidelijken dat de omgevingsvergunning niet leidt tot de verdeling van schaarse rechten. Over de toedeling van schaarse rechten stelt de staatsraad advocaat-generaal Widdershoven dat algemene planologische besluiten, zoals onder meer een besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, het gebruik van gronden weliswaar territoriaal of kwantitatief bindend kunnen beperken, maar zelf geen besluiten zijn die schaarse rechten toedelen (ECLI:NL:RVS 2018:1847). De Afdeling is hierin meegegaan in de uitspraak van 19 december 2018 (ECLI:NL: RVS:2018:4198 r.o. 17.5).
Zelfs al zou de omgevingsvergunning leiden tot een verdeling van schaarse rechten, dan volgen wij niet waarom in dit geval in strijd is gehandeld met de bepalingen uit het Unierecht over de verdeling van schaarse publieke rechten (en de mededinging daarvan).
Eenieder heeft de mogelijkheid gekregen om initiatieven voor de productie van windenergie in te dienen bij het gemeentebestuur van Noord-Beveland. Dit is kenbaar gemaakt op transparante wijze. Gelet daarop zijn de toestemmingen voor Windpark Jacobahaven in overeenstemming met de bepalingen uit het Unierecht over de verdeling van schaarse publieke rechten (en de mededinging daarvan).
Wij zien geen aanleiding om nu tot intrekking of opschorting van de omgevingsvergunning over te gaan wegens het aspect ‘schaarse rechten’. Ook zien wij geen aanleiding om nadere voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden, vanwege het aspect ‘schaarse rechten’.
Op basis van de bevindingen en conclusies van Pondera oordelen wij dat de normen waarvan is uitgegaan bij het verlenen van de omgevingsvergunning actueel, deugdelijk, op de situatie toegesneden en nog steeds hanteerbaar zijn. Wij zijn van oordeel dat de betrokken belangen niet rechtvaardigen om een aanvullende (hogere) geluidnorm of andere milieunorm voor te schrijven. Wij overwegen daarbij dat de normen waarvan is uitgegaan bij de milieubeoordeling die aan de omgevingsvergunning ten grondslag ligt nog steeds voldoende milieubescherming bieden, mede gelet op het belang van de rechtszekerheid, het belang van de vergunninghouder om uit te gaan van de omgevingsvergunning, het belang van de opwek van duurzame elektriciteit, de omstandigheid dat de akoestische situatie verbetert en de omstandigheid dat bij recreatiewoningen sprake is van een afwijkende verblijfsduur in verhouding tot gebouwen die voor permanente bewoning worden gebruikt.
Kort en goed, zien wij geen aanleiding om nu tot intrekking of opschorting van de omgevingsvergunning over te gaan of om nadere voorschriften aan de omgevingsvergunning te verbinden.
Volledigheidshalve merken wij nog het volgende op:
Voor de exploitatie van Windpark Jacobahaven gelden de bepalingen uit de ‘tijdelijke overbruggingsregeling windturbineparken’ (Staatsblad 2022, 181; Staatscourant 2022, 15886). Deze overbruggingsregeling bevat – tijdelijke – regels voor bestaande en vergunde windturbineparken met inhoudelijk dezelfde normen als de windturbinebepalingen. De normen uit de tijdelijke overbruggingsregeling zijn rechtstreeks van toepassing zijn op de exploitatie van Windpark Jacobahaven. Deze normen borgen de milieubescherming van de gezondheid in de omgeving van het Windpark Jacobahaven.
Wij hebben kennisgenomen van het ontwerpbesluit van de staatssecretaris van I&W tot wijziging van het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit (Besluit windturbines leefomgeving), alsmede het bijbehorende plan-MER. Hierin zijn nieuwe standaardwaarden voor windparken opgenomen. Op grond van het overgangsrecht behorend bij het ontwerpbesluit zullen de nieuwe standaardwaarden niet gaan gelden voor Windpark Jacobahaven. In het overgangsrecht is opgenomen dat als voor vergunde windturbines andere waarden golden dan de nieuwe standaardwaarden, deze van kracht blijven totdat de windturbines of het windpark worden vervangen (zie ontwerp artikel 3.14b Bal en de specifieke artikelen over het ‘overgangsrecht’ en ‘eerbiedigende werking’ behorend bij de regels over de nieuwe standaardwaarden). Dit betekent dat de normen die volgen uit de tijdelijke overbruggingsregeling van toepassing blijven op de exploitatie van Windpark Jacobahaven.
In de tijdelijke overbruggingsregeling en de ontwerpregeling (en de daarbij behorende plan-MER) zien wij geen aanleiding om de omgevingsvergunning voor Windpark Noord-Beveland op te schorten of in te trekken. Wij merken op dat in de tijdelijke overbruggingsregeling en de ontwerpregeling geen normen zijn opgenomen die betrekking hebben op hinder voor recreatiewoningen.
Het herstelbesluit en de bijbehorende stukken leggen wij met ingang van heden gedurende 6 weken digitaal ter inzage via het digitale publicatieblad op officiëlebekendmakingen.nl. De documenten hangen als ‘Bekijk documenten’ aan deze publicatie (zie linker kolom). Het herstelbesluit en de bijbehorende stukken liggen ook fysiek ter inzage op het gemeentehuis (Voorstraat 31 Wissenkerke). Vanwege de beperkte openingstijden van het gemeentehuis adviseren wij u telefonisch een afspraak te maken om de stukken in te zien (tel: 14 0113).
Burgemeester en wethouders van Noord-Beveland,
De volgende vier bijlagen zijn hieronder bijgevoegd en maken deel uit van het voorliggend herstelbesluit.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-365700.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.