Gemeenteblad van Tilburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2024, 361360 | gemeenschappelijke regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Tilburg | Gemeenteblad 2024, 361360 | gemeenschappelijke regeling |
Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Bernheze, Boekel, Boxtel, Dongen, Gilze en Rijen, Goirle, 's-Hertogenbosch, Heusden, Hilvarenbeek, Land van Cuijk, Loon op Zand, Maashorst, Meierijstad, Oisterwijk, Oss, Sint-Michielsgestel, Tilburg, Vught en Waalwijk,
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;
onder gelijktijdige intrekking van de geldende regeling vast te stellen de
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van een andere wettelijke regeling van toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van 'de gemeente', 'de raad', 'burgemeester en wethouders' en 'de burgemeester' respectievelijk gelezen: 'de GGD', 'het algemeen bestuur', 'het dagelijks bestuur' en 'de voorzitter'.
Hoofdstuk 3 De bestuursorganen - samenstelling
Artikel 6 Het algemeen bestuur
Het college waarvan het algemeen bestuur een lid aanwijst als lid van het dagelijks bestuur heeft het recht een tweede lid van het algemeen bestuur aan te wijzen. Wanneer het eerst aangewezen lid geen deel meer uitmaakt van het dagelijks bestuur, vervalt het recht van het college om een tweede lid in het algemeen bestuur aan te wijzen.
Hoofdstuk 3 De bestuursorganen - werkwijze
Artikel 9 Verantwoording en inlichtingen
Elk lid van het algemeen bestuur is aan het college en de raad van de gemeente waarvan het college hem als lid heeft aangewezen verantwoording schuldig voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid. Hij legt deze verantwoording zo snel mogelijk af nadat het college of de raad hem daarom heeft gevraagd.
Artikel 11 Het dagelijks bestuur
Het dagelijks bestuur vergadert ten minste zesmaal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of ten minste drie leden van het dagelijks bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, waarna de vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt.
Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van zijn bevoegdheden voor zover als mogelijk in mandaat of volmacht opdragen aan de directeur. Een door het dagelijks bestuur vast te stellen organisatieverordening beschrijft de taken van de directeur en de wijze waarop het dagelijks bestuur toeziet op de uitvoering daarvan.
De ombudscommissie van de gemeente ’s-Hertogenbosch behandelt de verzoekschriften zoals bedoeld in artikel 9:18, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 16 Organisatieverordening
Het dagelijks bestuur stelt in een organisatieverordening regels vast over de inrichting van de organisatie, de bevoegdheden en de medische verantwoordelijkheid.
Het dagelijks bestuur stelt bij of krachtens een verordening nadere regels voor de financiële administratie en het geldverkeer.
De gemeenten zorgen ervoor dat de GGD altijd over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen. Als blijkt dat een gemeente weigert deze uitgaven op haar begroting te zetten, verzoekt het algemeen bestuur zonder uitstel aan gedeputeerde staten om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
Hoofdstuk 6 Toetreden, uittreden, wijzigen en opheffen
Het algemeen bestuur evalueert het functioneren van de regeling en betrekt de raden bij die evaluatie.
Vastgesteld door het college van de gemeente
in zijn vergadering van 21 mei 2024
de secretaris,
de voorzitter,
Gemeenschappelijke regeling GGD Hart voor Brabant - toelichting
Deze regeling sluit zoveel mogelijk aan bij de bepalingen in de Wet gemeenschappelijke regelingen en/of de Gemeentewet. Hieronder volgt, waar nodig, een toelichting op de artikelen. Overal waar 'hij' of 'zijn' staat, zou ook 'zij' of 'haar' kunnen staan.
De Wet publieke gezondheid (artikel 14) verplicht gemeenten om een gezondheidsdienst in te stellen en in stand te houden voor de uitvoering van taken genoemd in die wet. Om deze verantwoordelijkheid optimaal te behartigen, stelden de gemeenten deze gemeenschappelijke regeling in.
In de aanhef staan enkele uitgangspunten voor het bestuursmodel dat is vastgelegd in de regeling.
Het bestuursmodel van de GGD hangt nauw samen met de relatie tussen gemeenten en GGD en de werkwijze van de GGD. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor hun gezondheidsbeleid en de functies van de GGD zijn bij uitstek overheidstaken.
De gemeente stuurt de GGD aan vanuit zijn gezondheidsbeleid. De GGD moet daarbij genoeg keuzevrijheid bieden en voldoende flexibel zijn om aan te sluiten op de lokale wensen. Maar hij moet ook bedrijfsmatig optimaal kunnen opereren om daarmee de risico's voor de gemeenten te minimaliseren.
De uitgangspunten bij de vormgeving van de bestuurlijke structuur zijn dan ook:
Van belang is dat de GGD een slagvaardige bedrijfsvoering heeft, die leidt tot het behalen van de doelen. Daarbij kunnen de gemeenten inhoudelijke kaders stellen en op afstand toezicht houden op het beheer van de GGD.
Het algemeen bestuur richt zich vooral op de beleidskaders, de begroting en de rekening. Het dagelijks bestuur richt zich onder andere op de toezicht op de directie.
Toelichting op enkele artikelen
Artikel 4 van deze regeling beschrijft het pakket van de GGD in globale termen. Hierdoor houdt het algemeen bestuur zijn bevoegdheid om zelf de omvang en de inhoud van dat pakket bij te stellen als hij dat nodig vindt. Het moment daarvoor is de jaarlijkse vaststelling van de begroting.
De Wet publieke gezondheid (hierna: Wpg) beschrijft de basistaken van de gemeenten. De uitvoering van het uniform pakket kan per gemeente verschillen: niet alle gemeenten of klanten zullen evenveel gebruik maken van dit uniforme aanbod. Soms is dit afhankelijk van incidenten (bijv. een infectieziekte of een crisis op een school), soms van de bevolking (bijvoorbeeld bij gezondheidsverschillen) of van het beroep dat men doet op de GGD. En de klant is ook niet verplicht om gebruik te maken van het GGD-aanbod (bijvoorbeeld bij gezondheidsonderzoeken of lespakketten).
Het begrip 'plustaak' is bewust niet gedefinieerd. Dit geeft het algemeen bestuur de mogelijkheid om producten uitdrukkelijk als plustaak te benoemen. Maar het is ook mogelijk om dit begrip een louter financiële betekenis te geven, bijvoorbeeld door als plustaak te benoemen: elk product waarvoor betaald wordt buiten de gemeentelijke bijdrage. Gemeenten en derden kunnen er op contractbasis voor kiezen deze taken bij de GGD af te nemen.
Hieronder volgen nog enkele relevante bepalingen uit de Wet publieke gezondheid.
De GGD voert de taken uit de Wet op de lijkbezorging alleen uit als de gemeente een arts die werkt voor de GGD heeft aangewezen als gemeentelijk lijkschouwer. Deze lijkschouwers voeren daarnaast (plus)taken uit voor de politie: medische arrestantenzorg.
Voor de taken zelf: zie artikel 3, artikel 7, artikel 10 en https://wetten.overheid.nl/BWBR0005009/2018-08-01#HoofdstukII_Paragraaf1_Artikel10aartikel 10a van de Wet op de lijkbezorging.
De medewerkers van de GGD voeren daarnaast forensisch-medische taken uit voor bijvoorbeeld politie en Openbaar Ministerie (plustaak).
Openbare geestelijke gezondheidszorg
Openbare geestelijke gezondheidszorg (oggz): deze gemeentelijke taak is een onderdeel van de maatschappelijke ondersteuning die de Wmo 2015 noem in artikel 1.1.1: het “ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen (…).”
Toezichtstaken Wet maatschappelijke ondersteuning 2025
De GGD voert deze plustaak uit voor zover de colleges dat aan hem opdragen; het is een plustaak, die de GGD ook – op verzoek – kan uitvoeren voor gemeenten buiten zijn werkgebied.
Het gaat daarbij dan bijvoorbeeld om de diensten: Kwaliteitstoezicht Wmo en Advies- en Meldpunt calamiteiten.
Het bestuur was al gewend om, naast de kadernota, zijn vierjarig beleidsplan aan de raden voor te leggen. Die werkwijze staat nu in de regeling. Het artikel maakt het voor het bestuur ook mogelijk om andere meerjarige beleidsplannen aan de raden voor te leggen.
De kadernota gaat vooraf aan de begroting en bevat de hoofdlijnen van het beleid voor het komende jaar en de globale financiële gevolgen daarvan.
Hoofdstuk 3 De bestuursorganen - samenstelling
De bestuursorganen van een gemeenschappelijke regeling zoals de GGD staan geregeld in (http://wetten.overheid.nl/BWBR0003740/2015-01-01#HoofdstukI_Afdeling2_Paragraaf2_Artikel12artikel 12 van) de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 9 Verantwoording en inlichtingen
De beschrijving van de verantwoordings- en inlichtingenplicht van (de leden van het) dagelijks en algemeen bestuur volgt helemaal de bepalingen in artikel 16 en artikel 19a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
In het artikel staat nu ook een bepaling over het informeren van de raden over de besluiten die het algemeen bestuur nam en over andere wezenlijke ontwikkelingen.
Artikel 10 Het algemeen bestuur
Artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen regelt enkele zaken rond de vergaderingen van het algemeen bestuur, waaronder de openbaarheid. Het bepaalt ook dat een groot aantal bepalingen in de Gemeentewet van toepassing is.
De vergaderfrequentie van het algemeen bestuur volgt de planning & controlcyclus van de GGD. Deze cyclus sluit aan bij de beleidscyclus van de gemeenten. Hierdoor kunnen gemeenten tijdig invloed uitoefenen op het beleid en de financiële kaders van de GGD en deze daarna meenemen in hun eigen beleid.
Artikel 11 Het dagelijks bestuur
Lid twee van dit artikel bepaalt dat artikel van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing zijn op de vergaderingen van het dagelijks bestuur.
Voor de bevoegdheden van het dagelijks bestuur geldt artikel 33a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De bepalingen over het instellen van commissies staan in de artikelen 24 en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Artikel 13 Inwonerparticipatie
Het dagelijks bestuur mandateert/verstrekt een volmacht voor een deel van zijn bevoegdheden binnen voorwaarden aan de directeur en houdt daarop toezicht. Accountancy en controlling verzekeren de bestuurlijke positie. De keuze voor een brede mandatering van de directeur wordt vooral ingegeven door het feit dat bilaterale afspraken tussen GGD en gemeenten een belangrijke rol spelen bij de aansturing van de GGD. Voor de relatie tussen dagelijks bestuur en directie is er een organisatieverordening.
Artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen verklaart de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
De regels over de begroting staan in artikel 34 en artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Gemeenten kunnen hierdoor tijdig invloed uitoefenen op de begroting, die het dagelijks bestuur opstelt nadat het algemeen bestuur de kadernota heeft vastgesteld.
Het algemeen bestuur stelt de begroting in juli vast en daarbij ook de (verplichte) gemeentelijke bijdrage voor het basispakket.
De GGD volgt hierbij de indexsystematiek van de gemeente Tilburg. Jaarlijks voorspelt deze gemeente de loon- en prijsstijgingen en corrigeert dan ook voor de werkelijke ontwikkeling in het vorige jaar. Naast deze aanpassing voor nominale ontwikkelingen is er principe geen budgetaanpassing.
Het is goed om regelmatig te evalueren hoe het gaat met de regeling, ook al is het een wettelijk verplichte. Het streven is om deze evaluatie te koppelen aan het (vierjarig) beleidsplan.
Het is een evaluatie van en door het algemeen bestuur, waarbij hij ook de gemeenten betrekt, bijvoorbeeld door het verzamelen van de ervaringen van wethouders en raadsleden. Afhankelijk van de resultaten kan zo’n evaluatie leiden tot het aanpassen van de werkwijzen of van de regeling.
De wet verplicht gemeenten om in ieder geval afspraken te maken over de gevolgen van uittreden door een gemeente voor het vermogen van de rechtspersoon. Vandaar de toevoeging van een tweede zin aan lid 2 van dit artikel. Bij het beschrijven van de gevolgen van het uittreden beschrijft en berekent het algemeen bestuur daarbij in ieder geval: de gevolgen voor het personeel, de contracten, de huisvesting en de investeringen.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-361360.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.