Verkeersmaatregel Aureliushof

Ruimte / Mobiliteit / 2024-896677

Burgemeester en Wethouders van Maastricht

 

Gelet op:

  • artikel 18, lid 1 onder d van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994) ingevolge verkeersbesluiten worden genomen door burgemeester en wethouders voor zover zij betreffen het verkeer op wegen, welke niet in beheer zijn bij het Rijk, de provincie of een waterschap dat deze bevoegdheid op grond van “Mandaatregeling Gemeente Maastricht 2010” is gemandateerd aan het afdelingshoofd Mobiliteit;

  • artikel 15, lid 1, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor de plaatsing of verwijdering van de in artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer opgenomen verkeerstekens, evenals voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

  • artikel 15, lid 2, van de WVW 1994 dient er een verkeersbesluit te worden genomen voor het aanbrengen of verwijderen van infrastructurele maatregelen die leiden tot een beperking of een uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken;

  • artikel 12 van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) ingevolge het plaatsen en verwijderen van de in dit artikel genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit;

  • artikel 14 van het BABW, wordt de plaatsing van onderborden, zoals bedoeld in artikel 8, lid 2 en lid 3 van het BABW, in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht;

  • artikel 24 van het BABW ingevolge verkeerbesluiten worden genomen na overleg met de gemandateerde van de korpschef van het nationale politiekorps;

 

Overwegende :

dat de Aureliushof een gebiedsontsluitingsweg is in de gemeente Maastricht;

 

dat er ter hoogte van de Aureliushof 160 een parkeerkoffer aanwezig is;

 

dat deze parkeerkoffer een smal wegprofiel heeft en schuine steekparkeervakken;

 

dat het verkeer in twee richtingen elkaar niet kan passeren;

 

dat hierdoor conflicten ontstaan tussen automobilisten die de parkeerkoffer betreden en verlaten;

 

dat hierdoor een slechte doorstroming en een onoverzichtelijke verkeerssituatie ontstaat;

dat het daarom wenselijk is de parkeerkoffer aan te wijzen als eenrichtingsweg;

 

dat gezien de schuine steek parkeervakken het meest logisch is om het eenrichtingsverkeer zo in te stellen dat de automobilisten vooruit de parkeervakken in kunnen rijden;

 

dat het eenrichtingsverkeer zal zorgen voor een eenduidige doorstroming en rustiger verkeersbeeld;

 

dat deze maatregelen worden genomen voor het verzekeren van de veiligheid op de weg en het beschermen van weggebruikers en passagiers;

 

dat de locatie is weergegeven op de bijgevoegde tekening als behorend bij dit verkeersbesluit;

 

dat betreffende straat in beheer en onderhoud is bij de gemeente Maastricht;

 

dat overeenkomstig artikel 24 van het BABW de te nemen verkeersmaatregelen besproken zijn met de Districtchef van politiedistrict Maastricht;

 

BESLUITEN:

  • 1.

    in te trekken het bepaalde ten aanzien van de Aureliushof in hun besluit van 5 februari 2014 /SEB / Stedelijke Inrichting / 2014-05540;

  • 2.

    door het plaatsen van de borden C2 en C3 van Bijlage I van het RVV 1990 de parkeerkoffer ter hoogte van Aureliushof 160 aan te wijzen als eenrichtingsweg;

  • 3.

    door het plaatsen van het bord B6 van bijlage I van het RVV 1990 en het doorzetten van de haaientanden over de breedte van de weg, een voorrangsregeling in te stellen zodanig dat bestuurders voorrang moeten verlenen aan kruisende bestuurders bij het uitrijden van de parkeerkoffer ter hoogte van Aureliushof 160;

  • 4.

    door het verwijderen van de haaientanden als bedoeld in artikel 80 van het RVV 1990 de voorrangsregeling bij de inrit van de parkeerkoffer op te heffen;

  • 5.

    door het in stand houden van de borden B1 en B6 van bijlage I van het RVV 1990 de Aureliushof aan te wijzen als voorrangsweg;

  • 6.

    door het in stand houden van het bord E6 van Bijlage I van het RVV 1990, het parkeervak nabij de ingang van het buurtcentrum, aan te wijzen als algemene gehandicaptenparkeerplaats;

  • 7.

    door het in stand houden van de borden G7(Zone) van Bijlage I van het RVV 1990 en onderborden met de tekst “Fietsen toegestaan Brom(snor-)fietsen verboden” het gedeelte van de paden in het groengebied omsloten door de Appiushof/Romeinse Baan/Aureliushof/Veliahof aan te wijzen als voetgangerszone waarbij fietsen is toegestaan en brom- en snorfietsen zijn verboden;

  • 8.

    door het in stand houden van de borden G7 van Bijlage I van het RVV 1990 de resterende paden in het groengebied gelegen tussen Veliahof/Aureliushof/Hazendanslaan aan te wijzen als voetpad.

 

 

Namens het college van burgemeester en wethouders van Maastricht,

Wethouder Aarts,

voor deze,

 

E. Westbroek

Teammanager Mobiliteit

 

(Deze brief is digitaal goedgekeurd en daarom niet met de hand ondertekend)

 

Maastricht, 21 augustus 2024

 

Bezwaar en voorlopige voorziening

Op grond van het bepaalde in de artikelen 8:1 juncto artikel 7:1 juncto artikel 6:4 van de Awb kan, door degenen wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen een termijn van zes weken, ingaande op de dag na de dag waarop dit besluit is bekendgemaakt c.q. is verzonden of uitgereikt, bij ons college een bezwaarschrift worden ingediend.

 

U kunt het bezwaarschrift digitaal of schriftelijk indienen.

 

Als u het bezwaarschrift digitaal wilt indienen, kunt u dit doen via https://www.gemeentemaastricht.nl/bezwaarschrift-indienen. U vindt hier een formulier waarmee u bezwaar kunt maken.

 

U kunt het bezwaarschrift ook per post indienen.

 

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

. de naam en het adres van de indiener;

. de dagtekening;

. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

. de gronden van het bezwaar.

Wij verzoeken u in het bezwaarschrift ook uw telefoonnummer en (zo mogelijk) uw

e-mailadres te vermelden.

 

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan het college van Burgemeester en wethouders van Maastricht, Postbus 1992, 6201 BZ Maastricht.

 

Het indienen van bezwaar heeft geen schorsende werking. Om de inwerkingtreding van het besluit en de gevolgen daarvan op te schorten kan om een voorlopige voorziening worden verzocht. Het verzoek om een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg, bestuursrecht, postbus 950 te 6040 AZ te Roermond.

Van de verzoeker van een voorlopige voorziening wordt een griffierecht geheven. U wordt door de griffie van de rechtbank geïnformeerd over de hoogte van het griffierecht en de wijze van betaling.

 

U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening indienen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.

 

Bijlage

Naar boven