1. Voor het innemen van een standplaats is op grond van artikel 5.18, eerste lid van de
APV een vergunning benodigd.
2. De standplaats mag niet in strijd zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.
3. Standplaatsen mogen slechts worden ingenomen op de locaties als genoemd in het
stippenplan en bijbehorende kaart A en B.
4. lndien het een standplaats op particuliere grond betreft, wordt de vergunning pas
verleend als de eigenaar van de grond schriftelijke toestemming heeft verleend voor
het gebruik van de grond ten behoeve van een standplaats.
5. Van de standplaatsvergunning moet ook daadwerkelijk gebruik worden gemaakt. Dat
houdt in dat de standplaats ook moet worden ingenomen. Is dit niet het geval kan de
standplaatsvergunning worden ingetrokken.
6. Het gebruik van de standplaats is dusdanig dat de (verkeers)veiligheid is
gewaarborgd en dat geen overlast/hinder kan optreden voor derden.
7. De fysieke middelen ten behoeve van een standplaats of objecten die daarvoor
worden gebruikt mag/mogen op geen enkele wijze vast in de grond verankerd
worden.
8. De standplaats moet na vertrek schoon worden achtergelaten.
9. Terrasmeubilair is niet toegestaan.
10. Versterkte muziek is niet toegestaan.
11. De standplaats mag slechts worden ingenomen tijdens de winkelopeningstijden zoals
beschreven in de Winkeltijdenwet en/of Winkeltijdenverordening.
12. Tijdens evenementen en warenmarkten mogen standplaatshouders de aan hen
toegekende standplaats op het marktterrein/evenemententerrein niet exploiteren,
tenzij het gebruik van deze standplaats onderdeel uitmaakt van het ter plekke
georganiseerde evenement/warenmarkt.
13. Gebruik van gemeentelijke stroomkasten, indien beschikbaar, is alleen toegestaan
indien wij hier toestemming voor verlenen. Voor gebruik van gemeentelijke
stroomkasten, indien beschikbaar, wordt een jaarlijks vast te stellen tarief gerekend.