Gemeenteblad van Zaanstad
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2024, 341795 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Zaanstad | Gemeenteblad 2024, 341795 | beleidsregel |
Beleidsregels aanpak hondenbijtincidenten gemeente Zaanstad 2024
Artikel 5 – In bewaringneming van de hond
Artikel 6 – Opheffen aanlijn- en/of muilkorfgebod
Artikel 7 – Handhaving en sancties
Artikel 8 – Overname van gebod bij verhuizing
Artikel 9 – Relatie met strafrecht
Artikel 10 – Uitzonderingen op toepassing van deze beleidsregels
Stappenplan bijtincidenten honden
Stap 1. Registratie bijtincidenten
Stap 2. Beoordeling bijtincident
Stap 5. Heroverweging van het gebod
De gemeente ontvangt veel meldingen over hondenoverlast, variërend van loslopende honden tot gevaarlijke honden en bijtincidenten. Dit zorgt voor diverse uitdagingen binnen de gemeente. Bijtincidenten verstoren de openbare orde doordat ze onrust en een gevoel van onveiligheid veroorzaken. Bovendien zijn bijtincidenten een terugkerend probleem waarbij mensen, andere honden of katten worden gebeten, vaak met ernstige verwondingen tot gevolg. Deze incidenten hebben niet alleen materiële gevolgen, zoals medische kosten en beschadigde eigendommen, maar ook immateriële schade, zoals psychologische en emotionele trauma’s die leiden tot angstgevoelens.
Tot op heden ontbreekt het aan vastgesteld beleid en een gestructureerde aanpak voor het omgaan met bijtincidenten in de gemeente en een preventieve aanpak daarin. Deze beleidsregels geven inzicht hoe de gemeente Zaanstad optreedt tegen de verschillende soorten bijtincidenten.
Op grond van artikel 2:59 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) heeft de burgemeester de bevoegdheid om de eigenaar of houder van een gevaarlijke of hinderlijke hond een aanlijngebod en/of een aanlijn- en muilkorfgebod op te leggen. Deze beleidsregels verduidelijken welke maatregelen de burgemeester onder verschillende omstandigheden kan nemen.
Door deze beleidsregels vast te stellen, streeft de gemeente naar een uniforme aanpak met betrekking tot meldingen over bijtincidenten, waardoor voor eenieder duidelijk is welke maatregelen de gemeente kan toepassen.
|
Wanneer een hond een ander dier of persoon bijt, waarbij sprake is van geen of gering letsel waarbij geen medische behandeling noodzakelijk is. |
|
|
Wanneer een hond ernstig letsel toebrengt aan een persoon of dier. Wanneer meer dan één keer binnen twee jaar een bijtincident plaatsvindt. In ieder ander geval dat door de burgemeester als ernstig wordt aangemerkt. |
|
|
Van een zeer ernstig bijtincident is sprake wanneer een hond een ander dier of persoon bijt of aanvalt, waarbij een persoon zwaar lichamelijk letsel (als bedoeld in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht) heeft opgelopen of is overleden of dat een ander dier blijvend letsel heeft opgelopen of is overleden. |
|
|
Wanneer er bij een persoon of dier een medische behandeling noodzakelijk is als gevolg van het bijtincident. Hierbij kan worden gedacht aan die diepe verwonding met spierschade, weefselverlies, schade aan bloedvaten, zenuwen en/of botten |
|
|
Een hond die vanwege zijn gedrag een hoog risico vormt op het ontstaan van een bijtincident dan wel een ernstig bijtincident heeft |
|
|
Een hond aanlijnen met een deugdelijke lijn die niet langer is dan |
|
|
Een muilkorf die is vervaardigd van kunststof, leer of beide stoffen. De muilkorf is door middel van een leren riem rond de hals aangebracht op zo'n manier dat verwijdering zonder tussenkomst van een persoon niet mogelijk is. De muilkorf is zodanig ingericht dat de hond geen mens of dier kan bijten, de afgesloten ruimte binnen de korf geeft de hond de mogelijkheid tot een opening van zijn bek en er zijn geen scherpe delen binnen de korf |
|
|
Een op de eigenaar en hond gerichte individuele gedragscursus, gegeven door een lokale, gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Deze gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij stichting Dierbaar https://huisdierenspecialist.nl/dierenspecialisten of bij de www.nvgh.nl of bij de www.sppd.nl. |
|
|
Een onderzoek waarbij de hond op verschillende onderdelen wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient altijd te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Deze gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij stichting Dierbaar bij de https://huisdierenspecialist.nl/dierenspecialisten of bij de www.nvgh.nl of bij de www.sppd.nl. De gedragstest wordt door de eigenaar uitgevoerd en daaruit zal moeten blijken dat de door de burgemeester voorgenomen maatregel niet noodzakelijk is. |
|
|
Een uitgebreid onderzoek in opdracht van de gemeente, naar het gedrag van de hond en het recidivegevaar voor een bijtincident, met daarbij een advies voor een overheidsinstantie. Dit wordt uitgevoerd door de Hondencampus. Het afnemen van een risico-assessment geschiedt gedurende de in bewaringneming van de hond. |
De burgemeester acht een hond hinderlijk, in de zin van artikel 2:59 APV, als een hond een persoon of een ander dier bijt, maar daarbij geen sprake is van ernstig letsel of ernstige gevolgen. De burgemeester geeft de eigenaar of houder van de hond een waarschuwing en kan daarbij een aanlijngebod opleggen.
Artikel 6 – Opheffen aanlijngebod en/of een aanlijn- en muilkorfgebod
De eigenaar of houder van de hond kan na één jaar nadat een aanlijngebod en/of een aanlijn- en muilkorfgebod als bedoeld in het eerste lid van artikel 2 en 3 is opgelegd, de burgemeester schriftelijk verzoeken om het opgelegde gebod op te heffen. Vereist is dat in de periode waarin een aanlijngebod en/of een aanlijn- en muilkorfgebod van kracht is geweest, geen incidenten met de hond hebben plaatsgevonden.
Artikel 7 – Handhaving en sancties
Afhankelijk van de aard en ernst van het incident of de overtreding en een eventueel volgend bijtincident, legt de burgemeester een sanctie op volgens onderstaande handhavingstabel. Gezien bijtincidenten veel van elkaar kunnen verschillen in omstandigheden, is het van belang om evenredige en passende maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen. Een hond kan met of zonder duidelijke reden bijten. Hierdoor kan de burgemeester afwijken van de sancties zoals vastgelegd in de handhavingstabel.
Artikel 9 – Relatie met strafrecht
Indien de feiten en/of omstandigheden na een bijtincident daartoe aanleiding geven, informeren wij de politie. De politie beoordeelt of de zaak wordt overgedragen aan het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie kan vervolgens overwegen of het instellen van strafvervolging tegen de eigenaar of houder van de hond noodzakelijk is. Dit kan dan zijn terzake van mishandeling, vernieling, geen voldoende zorg dragen voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier, aanhitsen van een dier of indien overtreding van de APV aan de orde is. Het strafrecht is in dat geval aanvullend op het bestuursrecht. Verder kan de politie bij zeer ernstige incidenten ook zelf direct optreden op basis van het strafrecht.
Artikel 10 – Uitzonderingen op toepassing van deze beleidsregels
In uitzonderlijke gevallen of bij zeer ernstige situaties kan de burgemeester afwijken van deze beleidsregel. Dit wordt gedaan indien sprake is van verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor. De burgemeester kan dan overgaan tot het toepassen van spoedeisende bestuursdwang op grond van artikel 5:31, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht of op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet, en het bevel geven om direct over te gaan tot in bewaringneming van de hond.
Stappenplan bijtincidenten honden
Stap 1. Registratie bijtincidenten
Inwoners van de gemeente Zaanstad kunnen bij de politie melding of aangifte doen van een bijtincident. De politie registreert de melding of aangifte en stelt de gemeente hiervan op de hoogte. Wanneer er een aangifte wordt opgenomen, wordt door de politie gelijk beoordeeld of strafvervolging mogelijk is.
Soms worden ook meldingen van bijtincidenten bij de gemeente gedaan. De gemeente zorgt ervoor dat meldingen van bijtincidenten voor registratie ook naar de politie worden doorgestuurd.
Elk bijtincident moet worden geregistreerd. In de registratie dient minimaal worden vastgelegd:
Stap 2. Beoordeling bijtincident
Na het verzamelen van de gegevens wordt het incident door de burgemeester beoordeeld en gekwalificeerd. Hierbij worden alle feiten en omstandigheden van het bijtincident meegewogen om te bepalen of het incident als licht, ernstig of zeer ernstig moet worden aangemerkt. Dit omvat een gedetailleerde beoordeling van het gedrag van de bijtende hond, de eigenaar/houder van de hond en het slachtoffer.
Hierbij wordt ook gekeken of de gebeten hond het bijtgedrag heeft uitgelokt, door bijvoorbeeld los te lopen in de directe nabijheid van de bijtende hond of door ander gedrag te vertonen dat het natuurlijke bijtgedrag kan aanwakkeren. Op basis van deze evaluatie legt de burgemeester passende maatregelen op voor beide honden, afgestemd op de ernst van het incident.
In de beleidsregels wordt onderscheid gemaakt tussen drie soorten bijtincidenten:
Van een zeer ernstig bijtincident is sprake wanneer een hond een ander dier of persoon bijt of aanvalt, waarbij een persoon zwaar lichamelijk letsel (als bedoeld in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht) heeft opgelopen of is overleden of dat een ander dier blijvend letsel heeft opgelopen of is overleden.
Indien sprake is van een licht bijtincident, dan wordt een waarschuwingsbrief verzonden aan de eigenaar/houder van de hond. Hierin staat dat het vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid onacceptabel is dat een persoon of dier gebeten wordt. Voorts vragen we in de waarschuwingsbrief aan de eigenaar/houder van de hond dat hij alle maatregelen treft om herhaling van een nieuw incident te voorkomen. De burgemeester kan in voorkomende gevallen ook besluiten om een aanlijngebod op te leggen. Tegen een waarschuwingsbrief staat geen bezwaar en beroep open, omdat een waarschuwing geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb.
3.2 Voornemen tot bestuursrechtelijk traject
Indien sprake is van een ernstig bijtincident is het uitgangspunt dat de burgemeester besluit tot gevaarlijk verklaring van de hond op grond van artikel 2:59 APV. De consequentie hiervan is het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod.
De eigenaar/houder ontvangt een voorgenomen besluit tot gevaarlijk verklaring waarin de aanleiding wordt beschreven en de voorgenomen maatregel(en) zijn opgenomen.
Vervolgens zijn er drie mogelijkheden:
Binnen veertien dagen kan de eigenaar/houder een zienswijze tegen het voorgenomen besluit indienen. Deze termijn van veertien dagen kan korter zijn als de burgemeester dit gezien de feiten en omstandigheden noodzakelijk acht.
Is de eigenaar/houder het niet eens met het voornemen dan mag hij voor eigen rekening een gedragstest uit laten voeren, om aan te tonen dat de hond niet hinderlijk of gevaarlijk is. Dit is een onderzoek waarbij de hond op verschillende onderdelen wordt getest op risicovol gedrag en waarbij een inschatting wordt gemaakt van het risico op recidive. De gedragstest dient altijd te worden afgenomen door een gediplomeerde en geaccrediteerde gedragstherapeut met daarbij een individueel, therapeutisch (trainings)advies. Deze gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij stichting Dierbaar https://huisdierenspecialist.nl/dierenspecialisten of bij de www.nvgh.nl of bij de www.sppd.nl.
De gedragstest wordt op kosten van de eigenaar uitgevoerd en uit het advies zal moeten blijken dat de door de burgemeester voorgenomen maatregel niet noodzakelijk is. Zie voor meer informatie: https://www.uu.nl/organisatie/veterinaire-service-en-samenwerking/hond-maatschappij
Als de gedragstest wordt uitgevoerd, dient de eigenaar of houder van de hond de rekening voorafgaand aan de test te voldoen. In overleg met de onderzoeker en de eigenaar/houder wordt een datum, tijdstip en locatie afgesproken waarop de test kan worden afgenomen. Binnen drie weken na afname van de test (of zoveel langer als door omstandigheden deze test later wordt uitgevoerd) ontvangt de burgemeester van de onderzoeker een advies over het gedrag van de hond. De burgemeester neemt in beginsel het advies van de onderzoeker over in het definitieve besluit aan de eigenaar/houder van de hond.
In Zaanstad wordt in alle gevallen waarbij een aanlijn- en muilkorfgebod is opgelegd of een voornemen hiertoe is kenbaar gemaakt, dringend aanbevolen om een gedragscursus te volgen die door een gedragstherapeut wordt voorgeschreven. Deze gedragstherapeut moet zijn aangesloten bij stichting Dierbaar https://huisdierenspecialist.nl/dierenspecialisten of bij de www.nvgh.nl of bij de www.sppd.nl.
3.4 Besluit tot opleggen van aanlijn- en/of muilkorfgebod
Het besluit kan een aanlijngebod en/of muilkorfgebod voor onbepaalde tijd zijn. Als dat besluit is genomen, moet de hond vanaf dat moment meteen worden aangelijnd en, indien van toepassing, een muilkorf dragen. Een besluit tot het opleggen van de geboden is een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, waartegen bezwaar en beroep openstaat.
De eigenaar of houder kan binnen zes weken, nadat het besluit aan de eigenaar/houder bekend is gemaakt, bezwaar maken tegen het besluit. De bezwaarprocedure schorst de werking van het besluit echter niet.
Op basis van de aard en ernst van de overtreding wordt een sanctie opgelegd zoals bepaald in artikel 7 van de beleidsregels.
In gevallen waarin (herhaaldelijk) een overtreding van het opgelegde gebod wordt geconstateerd, kan de burgemeester een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen op grond van afdeling 5.3.1 e.v. van de Awb. Ook kan de burgemeester een last onder dwangsom of bestuursdwang opleggen indien het aanlijn- en/of muilkorfgebod is overtreden en daardoor opnieuw een bijtincident heeft plaatsgevonden.
Zolang geen sprake is van een acuut (dreigende) onveilige situatie voor de openbare ruimte, wordt in eerste instantie de last onder dwangsom opgelegd. Indien niet aan de last onder dwangsom wordt voldaan, verbeurt de eigenaar of houder een geldbedrag (de dwangsom) per overtreding. De hoogte van de dwangsom is bepaald in het Uitvoeringsbeleid hoogte van dwangsommen en lengte van begunstigingstermijn1. Wanneer de dwangsom niet effectief blijkt, kan de last onder bestuursdwang worden opgelegd.
Indien niet aan de last onder bestuursdwang wordt voldaan, wordt bestuursdwang toegepast en zal de hond in bewaring worden genomen, daarmee wordt de overtreding beëindigd en wordt herhaling voorkomen. In de volgende situaties kan de burgemeester overgaan tot het in bewaring nemen van hond:
situaties waarin de eigenaar de hond niet onder controle heeft, bijvoorbeeld door de hond zonder toezicht te laten loslopen in openbare ruimtes of door de hond aan te zetten tot agressief gedrag, door ontsnappingsgevaar of doordat de eigenaar niet bereid is maatregelen te treffen om herhaling van een bijtincident te voorkomen; en
De inbewaringneming mag maximaal vier weken duren, uitzonderingen daargelaten. De hond ondergaat een risico-assessment, waarbij ook het welzijn van de hond wordt meegewogen. Afhankelijk van de uitslag wordt de hond onder voorwaarden teruggeplaatst bij de eigenaar, herplaatst bij een andere eigenaar of wordt de hond geëuthanaseerd.
De kosten die gepaard gaan met het toepassen van bestuursdwang zijn voor rekening van de eigenaar. Hierbij kan gedacht worden aan de kosten van transport, opslag, verzorging en het uitvoeren van een risico-assessment.
Bij een ernstig bijtincident waarin nog niet eerder een aanlijngebod en/of muilkorfgebod is opgelegd, en waarbij met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te verwachten is dat de eigenaar of houder het aanlijngebod en/of muilkorfgebod zal overtreden, kan de burgemeester een preventieve last opleggen tot het naleven van het gebod. Het doel van de preventieve last onder bestuursdwang of dwangsom is voorkomen dat de overtreding zich voordoet. Zolang geen sprake is van een acuut (dreigende) onveilige situatie voor de openbare ruimte, wordt in eerste instantie de last onder dwangsom opgelegd. Wanneer de dwangsom niet effectief blijkt, kan de last onder bestuursdwang worden opgelegd.
De burgemeester is op grond van artikel 5:31, tweede lid van de Awb, bevoegd overtredingen van wettelijke voorschriften met spoed te beletten of te beëindigen. De burgemeester besluit tot in bewaringneming van de hond als:
4.2 Kostenverhaal artikel 5:25 Awb
In de situatie dat de burgemeester bestuursdwang toepast, komen alle kosten (zoals vervoer, opvang/verblijf, (medische) verzorging, risico-assessment etc.) volledig voor rekening van de eigenaar of houder van de hond en worden op hem/haar verhaald.
4.3 In bewaringneming door burgemeester bij (vrees voor) verstoring van de openbare orde
De burgemeester is op grond van artikel 172, derde lid, van de Gemeentewet bevoegd bij verstoring van de openbare orde of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, de bevelen te geven die hij noodzakelijk acht voor de handhaving van de openbare orde.
Artikel 172 lid 3 van de Gemeentewet is alleen bedoeld voor ‘onmiddellijke handhaving van de openbare orde’. Op deze grondslag een hond in bewaring nemen kan alleen als uiterst middel; er moet sprake zijn van verstoring van de openbare orde die niet met minder ingrijpende maatregelen kan worden hersteld. Van een opgelegd muilkorfgebod is dan nog geen sprake, want dan verdient het de aanbeveling om spoedeisende bestuursdwang toe te passen vanwege de extra mogelijkheden en kostenverhaal. De motivatieplicht voor het in bewaring nemen van een hond op de titel van artikel 172 lid 3 Gemeentewet is daarom erg hoog.
Het doen van een bevel tot afgifte op grond van artikel 172 lid 3 Gemeentewet kan wanneer ernstige vrees bestaat voor het ontstaan van verstoring van de openbare orde. Dit kan wanneer de burgemeester een aanlijn- of muilkorfgebod niet toereikend acht. Dit kan bijvoorbeeld in geval van risico’s voor de veiligheid van omwonenden als een hond in een onbewaakt ogenblik zonder muilkorf ontsnapt uit de tuin. Uit jurisprudentie blijkt dat dan wel sprake is van een hond en zijn houder met ‘voorgeschiedenis’ zoals het niet volgen van een verplichte training of het al eerder bijten na een ontsnapping en ontstane onrust in de buurt. Ingrijpen op grond van artikel 172 is bedoeld voor kortdurend ingrijpen, maar niet voor vergaande maatregelen. De gemeente is zelf verantwoordelijk voor het vervoer en opslaan van de hond. De uitvoering daarvan verloopt via de Hondencampus die dieren tevens in bewaring kan nemen.
De hond kan nadat de openbare orde is hersteld, worden teruggegeven aan de eigenaar, waarbij mogelijk een aanlijn- en muilkorfgebod wordt opgelegd.
Stap 5. Heroverweging van het gebod
Voor het indienen van een schriftelijk verzoek tot opheffing van een gebod gelden de volgende voorwaarden:
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-341795.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.