Gedragscode voor burgemeester en wethouders gemeente Oostzaan

Voorwoord

Geachte raadsleden en wethouders van Oostzaan,

De voorliggende gedragscode is het resultaat van een bijzonder traject. De raad en het college van Oostzaan hebben intensief samengewerkt met raad en college van Wormerland om te komen tot deze gezamenlijke gedragscode.

 

Raden en colleges hebben afzonderlijk van elkaar inhoud en vorm van de op te stellen codes besproken. Om de hieruit voorkomende concepten te bespreken is een werkgroep samengesteld. Deze werkgroep bestond uit een afvaardiging van beide colleges, raden, beide burgemeesters en griffiers. De bespreking heeft geleid tot het prachtige resultaat van gezamenlijke gedragscodes. Deze codes bieden heldere normen voor het werk en dragen bij aan het vergroten van het bewustzijn van integriteitsrisico’s. Zowel de inhoud van de codes als het doorlopen traject geven weer hoe belangrijk we onze integriteit vinden. Het opstellen van de code is dan ook geen eindpunt maar een stap in een continu proces waarin we afwegen en reflecteren op ons handelen.

 

Marvin Polak

 

Inleiding

In Oostzaan vinden we een integere overheid belangrijk, willen we verantwoordelijkheid nemen en kijken we om naar elkaar. Onze democratie en de manier waarop wij in de gemeente besluiten nemen en beleid maken, kunnen niet zonder een integere organisatie en integere politici. De gemeenteraad en het college van B&W zijn hiervoor verantwoordelijk en kunnen daarop worden aangesproken. In het bevorderen van het integere handelen van politici zijn bijzondere rollen weggelegd voor de burgemeester als bevorderaar van bestuurlijke integriteit (artikel 170 lid 2 Gemeentewet), de griffier en de gemeentesecretaris als eerste adviseur van de raad dan wel de burgemeester en het college van B&W.

 

Niet alleen de vraag wat is toegestaan is belangrijk, maar ook hoe we vinden dat we als gemeente moeten handelen. In Oostzaan streven we naar een bestuur, waar onze inwoners en bedrijven vertrouwen in mogen stellen. Dat betekent dat we verantwoordelijkheid nemen en bereid zijn verantwoording af te leggen. Van politieke ambtsdragers wordt het goede voorbeeld verwacht. Zonder dat zal het vertrouwen in de democratische rechtsstaat en de overheid worden beschadigd. Startpunt is de formele eed of de belofte die de politieke ambtsdrager bij het aantreden in de functie aflegt.

 

Integriteit gaat ook over de manier waarop wij ons werk doen en de onderlinge omgangsvormen. Wij vinden een respectvolle omgang met inwoners en organisaties, tussen raadsleden onderling en tussen raadsleden, collegeleden en medewerkers belangrijk, zonder dat dit ten koste gaat van ieders eigen politieke inhoud en stijl. Integer handelen is iets wat steeds opnieuw in de praktijk gebracht moet worden. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is onvoldoende. Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling. De gedragscode helpt om het gesprek tussen politieke ambtsdragers te ondersteunen.

 

Deze gedragscode heeft betrekking op de burgemeester en de wethouders van Oostzaan. De gedragscode bevat de gemaakte afspraken, richtlijnen en waarden die wij binnen onze gemeente belangrijk vinden. Bij twijfels, vragen of discussies kan de gedragscode houvast bieden of duidelijkheid geven over de norm.

 

Politieke ambtsdragers moeten zich houden aan de wet en aan de gedragscode. Wanneer zij dat niet doen, kunnen zij daarop worden aangesproken. Om die reden heeft de gemeenteraad van Oostzaan ook een handhavingsprotocol opgesteld. Dit is een protocol waarin staat hoe te handelen bij twijfel of vermoedens van integriteitsschendingen.

 

Kernwaarden

In Oostzaan zien en benadrukken we het belang van een integere overheid.

  • We zijn op de hoogte van de wettelijke integriteitsnormen.

  • We gaan zorgvuldig om met de bevoegdheden en verantwoordelijkheden die wij als overheid hebben.

  • We begrijpen dat we een voorbeeldfunctie hebben richting onze inwoners.

  • We beseffen dat dilemma’s horen bij het werk en dat we ruimte moeten bieden voor het bespreken van dilemma’s.

  • We organiseren ten minste jaarlijks een moment om samen te reflecteren op en stil te staan bij integriteitsnormen.

  • We organiseren ten minste bij aanvang van iedere raads- en bestuursperiode een moment om samen te reflecteren op de gedragscodes en het handhavingsprotocol en onderschrijven deze of stellen deze zo nodig bij.

In Oostzaan zijn we bereid verantwoordelijkheid te nemen.

  • We zijn open en transparant over onze keuzes en afwegingen.

  • We tonen ons bereid verantwoording af te leggen als het om onze afwegingen in integriteitsdilemma’s gaat.

  • We respecteren de rol en het samenspel van de democratische organen.

In Oostzaan kijken we om naar elkaar.

  • We richten de ogen op de inhoud, niet op de persoon.

  • We geven elkaar feedback en verwelkomen de feedback die we krijgen van anderen.

  • We beseffen dat integriteit niet bedoeld is om iemand onterecht in slecht daglicht te zetten.

  • We proberen elkaar te waarschuwen voor een misstap, in plaats van achteraf te beschuldigen.

1. Afspraken over het voorkomen van belangenverstrengeling

WETTELIJK KADER

Artikel 41b en 67 Gemeentewet (nevenfuncties)

Artikel 36b en 68 Gemeentewet (onverenigbare functies)

Artikel 41c, 69 en 15 Gemeentewet (verboden handelingen en overeenkomsten)

Artikel 58 en 28 Gemeentewet (onthouden deelname aan beraadslaging en stemming)

 

KERN

Het college van B&W is het uitvoerend bestuur van de gemeente. Van collegeleden wordt verwacht dat zij het algemeen belang dienen. Collegeleden mogen hun invloed daarom niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen van zichzelf, of van een persoon of organisatie waarbij zij persoonlijk betrokken zijn. Collegeleden moeten actief en uit zichzelf belangenverstrengeling tegengaan en waar mogelijk ook voorkomen dat de schijn wordt gewekt dat andere belangen in het spel zijn.

ARTIKEL 1.1 MELDEN VAN FUNCTIES NAAST HET COLLEGELIDMAATSCHAP

  • 1.

    Collegeleden maken de functies openbaar die zij naast hun burgemeester- of wethouderschap vervullen. Dit doen zij door de secretaris bij hun aantreden de informatie te geven over de functies die zij vervullen. Als zij gedurende het burgemeester- of wethouderschap nieuwe nevenfuncties willen accepteren of de omstandigheden met betrekking tot bestaande nevenfuncties veranderen, informeren zij de secretaris hierover direct. Ook toekomstige functies worden gemeld, op het moment dat collegeleden weten dat zij deze functies gaan vervullen.

  • 2.

    Het voornemen tot aanvaarding van een betaalde of onbetaalde nevenfunctie maakt het collegelid kenbaar aan de raad. Collegeleden vervullen geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede vervulling van hun burgemeester- of wethouderschap. De gemeenteraad bepaalt uiteindelijk of de combinatie van functies wenselijk is.

  • 3.

    De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      de omschrijving van de functie;

    • b.

      de organisatie waarvoor de functie wordt verricht;

    • c.

      per wanneer de functie wordt verricht;

    • d.

      of het al dan niet een functie betreft die voortvloeit uit het burgemeester- of wethouderschap; en

    • e.

      of de functie betaald of onbetaald is.

  • 4.

    De secretaris legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet en fysiek op het gemeentehuis beschikbaar.

ARTIKEL 1.2 MELDEN VAN FINANCIËLE BELANGEN

  • 1.

    Collegeleden informeren het college over hun financiële belangen (zoals aandelen, opties en derivaten) in ondernemingen en over vastgoedposities voor zover die relevant zijn voor besluitvorming die het college of in de raad aan de orde is.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval:

    • a.

      een omschrijving van het belang (aard en omvang);

    • b.

      indien aan de orde: de organisatie waarin het financiële belang bestaat;

    • c.

      de aanvangsdatum van het financiële belang.

ARTIKEL 1.3 AFSPRAKEN BIJ VERBODEN HANDELINGEN EN VERBODEN OVEREENKOMSTEN

  • 1.

    Collegeleden die van plan zijn een handeling te verrichten of een overeenkomst aan te gaan zoals genoemd in artikel 15 lid 1 Gemeentewet, bespreken dit in het college.

  • 2.

    Als een collegelid de ontheffing wil vragen zoals genoemd in artikel 15 lid 2 Gemeentewet, dan ondersteunt de secretaris bij het aanvragen van de ontheffing.

ARTIKEL 1.4 ONTHOUDEN DEELNAME BERAADSLAGING EN STEMMING

  • 1.

    Collegeleden doen niet mee aan de beraadslaging en stemming als er sprake is van een situatie die strijd oplevert met artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet. Zij verlaten de vergadering bij het betreffende agendapunt. Dit wordt aangetekend in de besluitenlijst.

  • 2.

    Collegeleden beïnvloeden de besluitvorming in dat geval ook niet op andere manieren en momenten.

  • 3.

    Collegeleden die ter vergadering aanwezig zijn en voor wie artikel 58 en artikel 28 Gemeentewet niet van toepassing zijn, kunnen zich in onderling overleg onthouden van beraadslaging en/of stemming, indien meedoen aan de beraadslaging of stemming ongewenste effecten zou hebben of ongewenste beeldvorming zou oproepen.

ARTIKEL 1.5 TEGENGAAN VAN EEN DRAAIDEURCONSTRUCTIE

  • 1.

    Voormalig collegeleden mogen gedurende een jaar na het eind van het burgemeester- of wethouderschap niet als externe partij betaalde werkzaamheden verrichten voor of namens de gemeente. Uitzondering hierop is het raadslidmaatschap.

  • 2.

    Het college draagt voormalig collegeleden niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij.

2. Afspraken over de omgang met geschenken en uitnodigingen

WETTELIJK KADER

Artikel 41a en 65 Gemeentewet (eed of belofte)

 

KERN

Collegeleden leggen een eed of belofte af: zij mogen hun invloed en stem niet laten kopen of beïnvloeden door gekregen of in de toekomst beloofd geld, goederen, diensten of uitnodigingen.

ARTIKEL 2.1 OMGANG MET GESCHENKEN, FACILITEITEN EN DIENSTEN

  • 1.

    Collegeleden nemen van derden geen geschenken aan en accepteren geen faciliteiten of diensten waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat die hen uit hoofde van of vanwege hun functie als collegelid worden aangeboden, tenzij het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of een fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal € 50.

  • 2.

    Bij twijfel over de intentie van de gever, over wat passend is als de geschatte waarde hoger is dan € 50, of anderszins, overleggen de collegeleden in het college. In dat geval wordt de afweging schriftelijk vastgelegd.

ARTIKEL 2.2 UITNODIGINGEN

  • 1.

    Collegeleden accepteren lunches/diners, excursies, evenementen, recepties en andere uitnodigingen alleen als dat behoort tot de uitoefening van het werk als collegelid en de aard ervan niet overmatig is.

  • 2.

    Een voorgenomen deelname aan werkbezoeken, excursies en evenementen die in relatie staan met de functie van collegelid en voor rekening van anderen dan de gemeente komen, melden de collegeleden in het college voorafgaand aan het werkbezoek, de excursie, of het evenement. Daarbij moet ook worden gemeld wie de kosten voor zijn rekening neemt wanneer de kosten niet worden betaald door de gemeente. Er hoeft geen melding te worden gedaan wanneer het gaat om een uitnodiging door een andere overheidsorganisatie. Mocht voorafgaande melding niet mogelijk zijn, dan meldt het collegelid het werkbezoek, de excursie of het evenement uiterlijk binnen één week na deelname.

  • 3.

    Bij twijfel over doelmatigheid of overmatigheid van de uitnodiging, of anderszins, overleggen de collegeleden in het college. In dat geval wordt de afweging schriftelijk vastgelegd.

ARTIKEL 2.3 (BUITENLANDSE) DIENSTREIZEN

  • 1.

    Een uitnodiging voor een (buitenlandse) dienstreis met overnachting wordt alleen geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van belang is voor de gemeente en deze naar zijn aard niet overmatig is.

  • 2.

    Collegeleden leggen een voorgenomen (buitenlandse) dienstreis als bedoeld in lid 1 ter goedkeuring voor in het college. Zij geven daarbij informatie over het doel en de duur van de reis, de bijbehorende beleidsoverwegingen, de samenstelling van het gezelschap dat meereist, de kosten voor de gemeente, welke kosten voor rekening van anderen komen en de manier waarop van de reis verslag wordt gedaan. Deze informatie wordt schriftelijk vastgelegd.

3. Afspraken over de omgang met gemeentelijke voorzieningen

WETTELIJK KADER

Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers

Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers

 

KERN

De gemeente werkt met belastinggeld. Collegeleden gaan daarom op een voorzichtige manier om met gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen en gebruiken die alleen waar ze voor zijn bedoeld.

ARTIKEL 3.1 GEMEENSCHAPPELIJKE RUIMTES

Collegeleden houden zich aan de regels voor het gebruik van algemene interne voorzieningen, zoals vergaderruimtes.

ARTIKEL 3.2 ONKOSTENVERGOEDINGEN EN DECLARATIES

Collegeleden houden zich aan de regels die gelden voor onkostenvergoedingen en declaraties. Zij declareren geen zaken die door de onkostenvergoedingen worden gedekt.

ARTIKEL 3.3 GEBRUIK ICT- MIDDELEN

Collegeleden houden zich bij gebruik van de ICT-middelen van de gemeente, zoals telefoons, tablets en computers, aan de daartoe geldende regels.

4. Afspraken over de omgang met informatie

WETTELIJK KADER

Artikel 54 Gemeentewet (beslotenheid)

Artikel 87, 88, 89 en 292 Gemeentewet (geheimhouding)

Artikel 169 Gemeentewet (informatieplicht)

 

KERN

Collegeleden gaan zorgvuldig en correct om met de informatie die zij hebben. Zij streven met elkaar naar een open en transparante overheid. Soms is informatie geheim en daar moeten collegeleden zich aan houden.

ARTIKEL 4.1 TRANSPARANTIE

Collegeleden handelen naar letter en geest van de Gemeentewet en de Wet open overheid. Zij streven ernaar open en transparant te zijn over het gevoerde bestuur en de beweegredenen daarvoor.

ARTIKEL 4.2 OMGANG MET GEHEIME INFORMATIE

  • 1.

    Geheime informatie wordt door collegeleden veilig gebruikt en bewaard.

  • 2.

    De term ‘vertrouwelijk’ wordt zo min mogelijk gebruikt. Vertrouwelijke informatie heeft geen formele status en de term ‘vertrouwelijk’ wordt alleen gebruikt bij wijze van informele afspraak.

  • 3.

    Informatie die (nog) geheim is maar waarover collegeleden wel kennis van hebben, wordt niet gebruikt om er zelf of voor anderen voordeel uit te halen.

5. Afspraken over omgangsvormen

WETTELIJK KADER

Artikel 52 Gemeentewet (reglement van orde)

 

KERN

Collegeleden gaan binnen en buiten de vergaderzaal op respectvolle wijze om met elkaar, raadsleden, fractieassistenten, medewerkers en inwoners. Zij gedragen zich als een goede ambassadeur van de gemeente en houden de eer en het aanzien van de gemeente hoog. Collegeleden zorgen er met elkaar voor dat er sprake is van een veilige werksfeer voor bestuurders en ambtenaren.

ARTIKEL 5.1 OMGANGSVORMEN ALGEMEEN

  • 1.

    Binnen en buiten het gemeentehuis behandelen collegeleden elkaar, raadsleden, fractieassistenten, de griffie en de griffiemedewerkers, de gemeentesecretaris en andere medewerkers op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij maken zich niet schuldig aan pestgedrag, (seksuele) intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook openlijk grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag worden niet geaccepteerd.

  • 2.

    Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken collegeleden actief elkaars sociale veiligheid en die van medewerkers. Dat doen collegeleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag.

ARTIKEL 5.2 OMGANGSVORMEN IN VERGADERING

  • 1.

    Collegeleden houden zich tijdens de college-, raads- en commissievergaderingen aan het Reglement van Orde en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op. Collegeleden spreken in het debat via de voorzitter.

  • 2.

    Optreden tegen ongewenste omgangsvormen tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de in de vergadering aanwezige personen. De voorzitter kan een collegelid tot de orde.

6. Overige afspraken

ARTIKEL 6.1 EENDUIDIGE INTERPRETATIE

De gemeenteraad en het college bevorderen de eenduidige interpretatie van deze gedragscode. Bij niet-geregelde onderwerpen of onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de raad daarin op voorstel van de voorzitter en na het college daarin gehoord te hebben.

ARTIKEL 6.2 TOEZICHT OP NALEVING

  • 1.

    Het college ziet erop toe dat burgemeester en wethouders de gedragscode naleven en legt zo nodig verantwoording af aan de raad.

  • 2.

    Bij vermoedens van een integriteitsschending of van ervaren ongewenst gedrag, geldt het handhavingsprotocol van de gemeente Oostzaan.

Naar boven