Vaststelling Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop

De gemeente Utrecht heeft het Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, met digitale naam NL.IMRO.0344.BPWINDRIJNENREIJER-VA01 op 6 juni 2024 vastgesteld. Ook is de omgevingsvergunning voor de windturbines met registratienummer HZ_WABO-22-26676 verleend. Bij het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning is een gecombineerde plan- en projectmerprocedure doorlopen.

Plangebied

Het Windpark Rijnenburg en Reijerscop ligt in het gebied Rijnenburg en Reijerscop, ten zuiden van de Utrechtse wijk De Meern en ten zuidwesten van knooppunt Oudenrijn. Het plangebied ligt ten zuiden van de Rijksweg A12 en ten westen van de Rijksweg A2. Het windturbinepark komt te staan in een lijnopstelling van drie windturbines in Rijnenburg en een solitaire windturbine in Reijerscop. Het plangebied van dit bestemmingsplan is per windturbine begrensd tot het gebied waar de windturbines worden gebouwd (opstellocaties), inclusief de overdraai van de rotorbladen en de bijbehorende voorzieningen zoals de kraanopstelplaatsen, transformatorstation inclusief inkoopruimte en de onderhoudswegen.

Doel

Het Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop, bevat regels die het windturbinepark (bestaande uit vier windturbines) inclusief bijbehorende functies zoals kraanopstelplaatsen, transformatorstation inclusief inkoopruimte en onderhoudswegen mogelijk maken.

Wijzigingen in het bestemmingsplan bij de vaststelling

De gemeenteraad heeft bij de vaststelling van het bestemmingsplan het plan gewijzigd. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn (de wijzigingen zijn aangegeven met vet - cursief (dit is de oude tekst) en onderstrepingen (dit is de gewijzigde tekst)):

  • -

    Aanpassing artikel 3 lid 3.1 sub 6 a en d van de planregels van het bestemmingsplan:

  • 6.

    ter plaatse van de aanduiding 'Vrijwaringszone – windturbine' is overdraai van de rotor van een windturbine toegestaan, alsmede:

a.kraanopstelplaatsen ten behoeve voor de van de bouw en het onderhoud van windturbines, met dien verstande dat waarbij maximaal 1 kraanopstelplaats per windturbine is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.500 m² per kraanopstelplaats en dat deze op minimaal 1,5 meter vanaf peil wordt aangelegd;

d.een transformatorstation inclusief inkoopruimte onder de volgende voorwaarden:

  • -

    de maximale oppervlakte van het transformatorstation inclusief inkoopruimte bedraagt 300 m2, waarbij maximaal één transformatorstation inclusief inkoopruimte voor het gehele windpark is toegestaan;

  • -

    de maximale bouwhoogte van het transformatorstation inclusief inkoopruimte en bijbehorende voorzieningen bedraagt 4meter5,5 meter, met dien verstande dat de maximale bouwhoogte voor bliksemafleiders 10 meter 11,5 meter bedraagt.

  • -

    een transformatorstation inclusief inkoopruimte wordt op minimaal 1,5 meter vanaf peil aangelegd.

- Aanpassing artikel 4 lid 4.1 sub 1 en 2 van de planregels van het bestemmingsplan:

De voor 'Bedrijf - Windturbine' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • 1.

    windturbines die elektrische energie opwekken met een vermogen van 3 MW of meer per windturbine;

  • 2.

    kraanopstelplaatsen voor de bouw en het onderhoud van windturbines, waarbij maximaal 1 kraanopstelplaats per windturbine is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.500 m2 per kraanopstelplaats en dat deze op minimaal 1,5 meter vanaf peil wordt aangelegd;

  • -

    Aanpassing artikel 4 lid 4.2.1 sub 9 van de planregels van het bestemmingsplan:

de bouwhoogte van een windturbinefundament bedraagt ten hoogste 3,5 meter boven peil en heeft een maximale oppervlakte van 800 m2. Een windturbinefundament wordt op minimaal 1,5 meter vanaf peil aangelegd.

- Aanpassing artikel 4 lid 4.2.2 sub 4 van de planregels van het bestemmingsplan:de hoogte van de schakelkasten en transformatoren bedragen ten hoogste 3 meter 4,5 meter en de oppervlakte van schakelkasten op de grond bedraagt ten hoogste 25 m² per windturbine. De schakelkasten en transformatoren worden op minimaal 1,5 meter vanaf peil aangelegd.- Aanpassing artikel 4 lid 4.3.1 van de planregels van het bestemmingsplan:

Uiterlijk 3 maanden nadat de windturbines permanent buiten gebruik zijn genomen, worden de windturbines, kraanopstelplaatsen, schakelkasten, transformators, kabels en leidingen, toegangswegen en het transformatorstation inclusief inkoopruimte verwijderd. De fundering van de windturbines wordt onder het maaiveld afgeknipt, waarbij voorkomen moet worden dat er lekkages optreden in watervoerende lagen door het verwijderen van de funderingspalen.

- Aanpassing artikel 4 lid 4.3.8 van de planregels van het bestemmingsplan:

plaatsing van windturbines is alleen toegestaan indien zij voldoen aan de veiligheidseisen opgenomen in NEN-EN-IEC 61400-1, NEN-EN-IEC 61400-2of NEN-EN-IEC 61400-3.

- Aanpassing artikel 4 van de planregels van het bestemmingsplan:

Met betrekking tot de meest oostelijke windturbine (nabij Knooppunt Oudenrijn) is een aanduiding op de verbeelding en een verbod en vergunningplicht aan artikel 4 (in lid 4.4) van de planregels van het bestemmingsplan toegevoegd waarmee onder voorwaarden van het verbod afgeweken kan worden. Dit nieuwe lid luidt volgt:

4.4 Verbod en binnenplanse vergunningplicht voor in gebruik nemen gronden voor meest oostelijke windturbine

  • 1.

    Het is verboden om zonder omgevingsvergunning ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - windturbine' de gronden in gebruik te nemen voor een windturbine.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders verlenen een omgevingsvergunning als bedoeld onder 1, indien geen onaanvaardbaar verhoogd veiligheidsrisico voor het verkeer van Knooppunt Oudenrijn ontstaat door de meest oostelijke windturbine. Hierbij baseren burgemeester en wethouders zich op een advies van Rijkswaterstaat en een gezamenlijk door gemeente en Rijkswaterstaat uit te laten voeren verkeersveiligheidsonderzoek.

  • -

    Artikel 4 lid 4.1 van de planregels van het bestemmingsplan is, vanwege lid 4.4, als volgt aangepast:

De voor 'Bedrijf - Windturbine' aangewezen gronden zijn, met inachtneming van lid 4.4, bestemd voor:

  • -

    De volgende begrippen zijn ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan geschrapt: (sta)caravan, aanduidingsgrens, agrarisch bedrijf, antenne-installatie, antennedrager, recreatiewoning en vergunning.

  • -

    Onderstaande begrippen ‘omgevingsvergunning’ en ‘hinderlijke slagschaduw’ zijn aangepast:

    • -

      De omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet, voor activiteiten die geregeld worden in het omgevingsplan. Of voor inwerkingtreding van de Omgevingswet: de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Een vergunning als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; na inwerkingtreding van de Omgevingswet: een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet.

    • -

      Het gebied waarbinnen 'hinderlijke slagschaduw' kan optreden wordt berekend onder de volgende aannames; minimale zonhoek is 5 graden3 graden en minimale zonafdekking is 20%.

- Aanpassing artikel 4 lid 4.2.1 sub 3 van de planregels van het bestemmingsplan:

de maximale bouwhoogte van een windturbine bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven waarde, waarbij dat ten hoogste 180 meter is, met dien verstande dat artikel 11 lid 11.2 sub 1 niet toegepast mag worden voor het extra verhogen van de bouwhoogte van de windturbines;

- Aanpassing artikel 4 lid 4.3.5 sub 1 van de planregels van het bestemmingsplan:

Wanneer Het in gebruik hebben en houden van het windpark is niet toegestaan als niet uiterlijk binnen 12 maanden na aanleg van de toegangsweg behorende bij de tweede windturbine (vanaf het westen geteld) wordt aangelegd, is het in gebruik hebben en houden van het windpark niet toegestaan totdat de compensatiemaatregelen zijn gerealiseerd overeenkomstig het Groencompensatieplan Windpark Rijnenburg, zoals opgenomen in bijlage 1 van de regels. Deze groencompensatie wordt in stand gehouden zo lang de toegangsweg behorende bij de tweede windturbine (vanaf het westen geteld).

- Aanpassing artikel 4 lid 4.3.1 van de planregels van het bestemmingsplan:Uiterlijk 3 maanden12 maanden nadat de windturbines permanent buiten gebruik zijn genomen, worden de windturbines, kraanopstelplaatsen, schakelkasten, transformators, kabels en leidingen, toegangswegen en het transformatorstation inclusief inkoopruimte verwijderd. De fundering van de windturbines wordt onder het maaiveld afgeknipt, waarbij voorkomen moet worden dat er lekkages optreden in watervoerende lagen door het verwijderen van de funderingspalen.

Alle wijzigingen en een toelichting op de wijzigingen vindt u in het vaststellingsrapport.

Combi-Milieueffectrapport (CombiMER)

Voor het bestemmingsplan is een gecombineerde plan- en projectmerprocedure doorlopen. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark valt namelijk onder de regels voor milieueffectrapportage. In het Besluit m.e.r. zijn windparken opgenomen in onderdeel C en D van de bijlage van het besluit. Het betreft de categorieën:

  • -

    C22.2: de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark, bestaande uit 20 windturbines of meer

  • -

    D22.2: de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark met een gezamenlijk vermogen van 15 MW of meer, of bestaande uit 10 windturbines of meer.

Het gezamenlijk opgesteld vermogen van de windturbines bedraagt meer dan 15 MW. Dit betekent dat er :

  • -

    een plan-mer-plicht geldt voor het bestemmingsplan;

  • -

    een project mer- beoordelingsplicht voor de omgevingsvergunning geldt voor de windturbines.

Het doel van mer is de effecten op milieu, inclusief leefomgeving, natuur en landschap, volwaardig en integraal te betrekken bij de besluitvorming over een plan of project. Voor het Energielandschap Rijnenburg en Reijerscop is daarom een gecombineerd plan/project-milieueffectrapport (CombiMER) opgesteld, voor zowel windenergie als zonnevelden. Het CombiMER beschrijft de milieueffecten van windenergie en zonnevelden. Het CombiMER is opgenomen in bijlage 4 van het bestemmingsplan.

Gelijktijdig met de ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan is aan de onafhankelijke Commissie mer advies gevraagd over het MER. Dit is wettelijk verplicht. Op 8 september 2023 bracht de Commissie mer haar voorlopig toetsingsadvies uit.

Het advies van de Commissie mer is verwerkt in het MER. Op pagina 4 van het MER staat een overzicht van de wijzigingen. Ook is een extra opstellingsalternatief toegevoegd en beoordeeld. Het aangevulde MER is opnieuw ter toetsing aan de Commissie mer voorgelegd. Op 24 januari 2024 oordeelde de Commissie mer:

"De Commissie waardeert de degelijkheid, zorgvuldigheid en kwaliteit van het aangevulde MER. De Commissie is dan ook van oordeel dat het aangevulde MER de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over het energielandschap waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen."

Gemeentelijke coördinatieregeling

Op 6 juli 2017 heeft de gemeenteraad een coördinatiebesluit genomen op grond van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) over de toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling voor de besluiten van dit project. Destijds was echter nog niet (helemaal) duidelijk welke besluiten onder de reikwijdte van de coördinatieregeling zouden vallen. Daarnaast blijkt uit jurisprudentie dat in een coördinatiebesluit de uitvoeringsbesluiten specifiek moeten zijn opgenomen. Daarom is op 22 juni 2023 opnieuw een coördinatiebesluit door de gemeenteraad genomen (ter vervanging van het coördinatiebesluit van 6 juli 2017), waarin de uitvoeringsbesluiten specifiek zijn opgenomen. De gemeente werkte voor 22 juni 2023 al wel in lijn met de gemeentelijke coördinatieregeling.

Wanneer de gemeentelijke coördinatieregeling wordt toegepast vindt een gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking plaats van de gecoördineerde besluiten, die de procedure van het bestemmingsplan volgt. Tegen de besluiten die met toepassing van de coördinatieregeling gelijktijdig bekend worden gemaakt staat direct beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Burgemeester en Wethouders (B&W) bevorderen een gecoördineerde voorbereiding van de (ontwerp)besluiten. B&W kunnen ook andere bestuursorganen verzoeken om medewerking te verlenen, die voor het slagen van de coördinatie nodig is. B&W hebben Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht gevraagd om de gemeentelijke coördinatieregeling van toepassing te verklaren op de aanvraag om ontheffing van de Wet natuurbescherming (Wnb). Gedeputeerde Staten heeft met dit verzoek ingestemd. De gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking leidt tot een samenhangende, overzichtelijke en snellere procedure. De gemeentelijke coördinatieregeling wordt toegepast voor de volgende (ontwerp)besluiten:

  • -

    bestemmingsplan;

  • -

    omgevingsvergunning voor de activiteiten bouw, uitvoeren van een werk en milieu;

  • -

    ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming.

Omgevingsvergunning

Voor het windturbinepark is een omgevingsvergunning nodig en deze is verleend voor de activiteiten ‘het bouwen van een bouwwerk’ (artikel 2.1 lid 1 sub a van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)), ‘het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden in gevallen waar dat bij een bestemmingsplan is bepaald’ (artikel 2.1 lid 1 sub b van de Wabo) en ‘het oprichten van een inrichting’ (artikel 2.1 lid 1 sub e van de Wabo).

Ontwerpbesluit Wnb ontheffing

Tegelijkertijd met het ontwerpbestemmingsplan, het bijbehorend Combi-Milieueffectrapport en de ontwerpomgevingsvergunning heeft het ontwerpbesluit van de Wnb ontheffing (met zaaknummer Z2023-00000888) ter inzage gelegen. In aanvulling op de eerdere onderzoeken is medio 2023 nader onderzoek gedaan naar de vliegbewegingen van de grutto en de territoria van de weidevogels in het plangebied. Dit nadere onderzoek heeft geleid tot een wijzigingsverzoek op de eerdere ontheffingsaanvraag. Dit wijzigingsverzoek leidt er toe dat een gewijzigd ontwerpbesluit van de Wnb ontheffing ter inzage is gelegd voor de periode 22 juni 2024 tot en met 2 augustus 2024, waartegen zienswijzen ingediend kunnen worden. Voor de Wnb ontheffing blijft de gemeentelijke coördinatieregeling gelden. De Wnb ontheffing wordt door de wijzigingen echter wel op een later moment bekendgemaakt.

Het vaststellingsbesluit, vaststellingsrapport, bestemmingsplan, Combi-Milieueffectrapport en omgevingsvergunning bekijken

U kunt vaststellingsbesluit, het vaststellingsrapport, het bestemmingsplan, het Combi-Milieueffectrapport en de omgevingsvergunning bekijken van vrijdag 26 juli 2024 tot en met donderdag 5 september 2024, op:

  • -

    ruimtelijkeplannen.nl en omgevingswet.overheid.nl/regels-op-de-kaart (hier kunt u niet de omgevingsvergunning en het aanvraagformulier vinden, deze vindt u via de publicatie van 25 juli 2024 in het Gemeenteblad);

  • -

    op deze site waar u kunt doorklikken naar het Chw bestemmingsplan, Windpark Rijnenburg en Reijerscop (hier kunt u niet de omgevingsvergunning en het aanvraagformulier vinden, deze vindt u via de publicatie van 25 juli 2024 in het Gemeenteblad);

  • -

    de begane grond van het Stadskantoor, Stadsplateau 1. U hoeft hiervoor geen afspraak te maken. Ook alle bijlagen zijn op papier in te zien op het Stadskantoor.

Beroep instellen bij de rechter

Bent u het niet eens met het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning? Dan kunt u, binnen zes weken in beroep gaan tegen de vaststelling van het bestemmingsplan of de verlening van de omgevingsvergunning. De termijn van zes weken gaat in op de dag nadat de stukken ter inzage zijn gelegd (op donderdag is de publicatiedatum, vrijdag is de dag van de terinzagelegging, dus de beroepstermijn start op zaterdag).

U stelt beroep in door een brief (beroepschrift) te sturen naar:

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State

Postbus 20019

2500 EA Den Haag

U moet hiervoor betalen (griffierechten). U kunt niet via e-mail in beroep gaan.

Zet al uw argumenten in het beroepschrift.

Voor dit bestemmingsplan geldt de Crisis- en herstelwet. Dit betekent in dit geval dat alle beroepsgronden binnen de beroepstermijn bekend moeten zijn. Het is niet toegestaan om buiten de beroepstermijn nog (aanvullende) beroepsgronden aan te voeren.

Verzoek voorlopige voorziening

Als u in beroep gaat, blijven het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning gelden. Het kan best een tijd duren voordat de Afdeling Bestuursrechtspraak uitspraak doet. Wilt u tegenhouden dat er al wordt gebouwd? Dan kunt u, als u beroep heeft ingesteld, ook een 'verzoek om een voorlopige voorziening' indienen. Wordt uw verzoek toegekend? Dan gelden het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning niet tot er een beslissing is genomen over het beroep.

Ook voor een verzoek om een voorlopige voorziening moet u betalen (griffierechten).

Meer weten?

Wilt u meer weten over het indienen van beroep of een verzoek om voorlopige voorziening, kijk dan op raadvanstate.nl/bestuursrechtspraak/hoger-beroep.

Naar boven