Derde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant

Het college van burgemeester en wethouders van Etten-Leur maakt bekend dat de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant hebben besloten tot het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant.

 

De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Etten-Leur, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert

 

overwegende dat de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022, voor 1 juli 2024 een aanpassing van de gemeenschappelijke regeling vereist;

 

gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen;

 

b e s l u i t e n :

 

vast te stellen de: Derde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant

Artikel I  

De Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant als volgt te wijzigen:

 

  • A.

    Aan artikel 6 wordt een nieuw 2e lid ingevoegd luidend:

    Naast de beleidsvoorbereiding zoals genoemd in het eerste lid en met inachtneming van artikel 4:81, 1e lid van de Algemene wet bestuursrecht, kan het Werkplein Hart van West-Brabant beleidsregels vaststellen met betrekking tot de aan hen gedelegeerde bevoegdheden zoals genoemd in het 1e lid en voor zover de financiële gevolgen binnen de vastgestelde begroting van het Werkplein blijven en louter begunstigend beleid voor de inwoners betreft.

  • B.

    In artikel 6 worden de oude leden 2 tot en met 7 vernummerd naar 3 tot en met 8.

  • C.

    De tekst van artikel 7 lid 1 wordt vervangen door:

    Het Werkplein Hart van West-Brabant is ten behoeve van de deelnemers belast met het uitvoeren van de basistaken zoals opgenomen in artikel 6.

  • D

    De tekst van artikel 8 lid 1 wordt vervangen door:

    Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van de in artikel 7 genoemde taken kunnen het dagelijks bestuur en elk van de deelnemers afzonderlijk, schriftelijke werkafspraken in de vorm van overeenkomsten maken. De beschrijving van de te leveren dienst, de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder de diensten worden geleverd, kunnen worden vastgelegd in deze dienstverleningsovereenkomst tussen de gemeente(n) en het algemeen bestuur.’

  • E.

    Titel Hoofdstuk 10 wordt gewijzigd in: <<Programmabegroting>>

  • F.

    Artikel 33 komt te vervallen.

  • G.

    Artikelen 34 tot en met 36 worden vernummerd naar 33 tot en met 35.

  • H.

    De titel van het (vernummerde) artikel 33 wordt vervangen door <<Programmabegroting Werkplein hart van West-Brabant>>.

  • I.

    De tekst van (vernummerd) artikel 33 lid 1 wordt vervangen door:

    Het dagelijks bestuur stelt jaarlijks een programma- en productenbegroting op voor het komende kalenderjaar, waarin is opgenomen:

    • a.

      Een weergave van de inzet en activiteiten die het Werkplein pleegt ten behoeve van de uitvoering van het takenpakket;

      Raming van de kosten gemoeid met deze inzet en activiteiten, alsmede de uitvoeringskosten;

    • b.

      De concreet te realiseren taakstellingen;

    • c.

      Een hoofdstuk betreffende het te voeren personeelsbeleid;

    • d.

      Een hoofdstuk betreffende automatisering;

    • e.

      Een hoofdstuk betreffende de organisatieontwikkeling, inclusief uit te voeren projecten;

    • f.

      De bijdrage per afzonderlijke gemeente voor de uitvoering van het beleid, zoals opgedragen aan de Werkplein Hart van West Brabant, alsmede de bijdrage in de uitvoeringskosten per deelnemende gemeente.

  • J.

    De tekst van (vernummerd) artikel 35 wordt vervangen door:

    • 1.

      Het dagelijks bestuur zendt vóór 1 februari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders (kaderbrief) aan de raden van de deelnemende gemeenten.

    • 2.

      Het dagelijks bestuur stelt de ontwerpbegroting en meerjarenraming met toelichting op en zendt deze vóór 1 april toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.

    • 3.

      De ontwerpbegroting en meerjarenraming, alsmede de eventuele nota van wijzigingen, worden voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het bepaalde in de Wgr en de Gemw is van overeenkomstige toepassing.

    • 4.

      De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijzen van de raden zijn vervat, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

    • 5.

      Het dagelijks bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt

    • 6.

      De vastgestelde meerjarenbegroting geldt als kaderstelling voor de afzonderlijke colleges en als taakstellende opdracht voor het Werkplein Hart van West-Brabant.

    • 7.

      Het algemeen bestuur stuurt de begroting en meerjarenraming binnen 2 weken na vaststelling toe aan de deelnemers.

    • 8.

      Het dagelijks bestuur zendt de begroting en de meerjarenraming binnen twee weken na vaststelling, doch uiterlijk vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde staten.

    • 9.

      Jaarlijks worden in overleg met de deelnemers de termijnen vastgesteld voor de indiening en toezending van de stukken alsmede de behandeling daarvan, zodat aansluiting wordt gemaakt tussen de planning & control- cyclus van de gemeenten met die van het Werkplein Hart van West-Brabant.

    • 10.

      Als in de Nota Verbonden Partijen andere termijnen zijn opgenomen dan in het voorgaande vermeld, zijn deze van toepassing.

  • K.

    Er wordt een nieuw artikel 36 met titel << Wijziging van begroting>> ingevoegd luidend:

    Het derde tot en met vijfde lid van artikel 35 zijn van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, dit voor zover deze leiden tot een hogere gemeentelijke bijdrage.

  • L.

    De tekst van artikel 38 lid 1 wordt vervangen door:

    De directe produktkosten, met uitzondering van de kosten van de re-integratie en activering van cliënten, worden rechtstreeks toegerekend aan de gemeente waarvoor de kosten zijn gemaakt.

  • M.

    Aan artikel 38 lid 2 wordt toegevoegd:

    • f.

      de kosten van re-integratie en activering worden aan de afzonderlijke deelnemers toegerekend op basis van de participatiebudgetten die de deelnemende gemeenten van het Rijk ontvangen.

  • N.

    De tekst van artikel 39 lid 2 wordt vervangen door:

    De uitvoerings- en organisatiekosten worden onderscheiden naar kosten basistakenpakket en plustaken. De kosten voor uitvoering van het vooraf vastgestelde basistakenpakket worden aan elke deelnemende gemeente toegerekend op basis van een vastgestelde verdeelsleutel zijnde het gewogen gemiddelde van het aantal periodiek uitkeringsgerechtigden en inwoneraantal. De verdeelsleutel voor het basistakenpakket wordt vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor besluiten tot vaststellen van de verdeelsleutel is een tweederde meerderheid vereist. De kosten voor uitvoering van de vooraf vastgestelde plustaken worden op basis van individuele afspraken aan de betreffende gemeente toegerekend.

  • O.

    Artikel 39 lid 3 komt te vervallen.

  • P.

    Er wordt een nieuw artikel 41 met titel <<Informatie over de uitvoering>> ingevoegd luidend:

    • 1.

      Driemaal per jaar wordt aan de deelnemers een bestuursrapportage verstrekt.

    • 2.

      Het dagelijks bestuur zendt de bestuursrapportages ter kennisneming toe aan de raden van de deelnemende gemeenten;

    • 3.

      De bestuursrapportages bevatten informatie over de gepleegde inzet en activiteiten ten behoeve van de uitvoering van het takenpakket en de resultaten die daarmee gerealiseerd zijn.

    • 4.

      De tweede bestuursrapportage omvat tevens een weergave van de gemaakte product-, uitvoerings- en organisatiekosten in de eerste zes maanden van het begrotingsjaar en een prognose voor deze kosten voor het gehele begrotingsjaar

  • Q.

    De artikelen 41 tot en 46 worden vernummerd naar 42 tot en met 47.

  • R.

    In (vernummerd) artikel 42 lid 4 wordt <<uiterlijk 1 april>> vervangen door <<uiterlijk 30 april>> .

  • S.

    Aan vernummerd artikel 42 wordt lid 7 toegevoegd, luidend:

    Als in de Nota Verbonden Partijen andere termijnen zijn opgenomen dan in het voorgaande vermeld, zijn deze van toepassing.

  • T.

    De titel van hoofdstuk 13 wordt gewijzigd in: <<Uittreding, wijziging, evaluatie, geschillen en opheffing>>.

  • U.

    De tekst van (vernummerd) artikel 46 lid 2 wordt vervangen door:

    Indien het algemeen bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het dagelijks bestuur het door het algemeen bestuur vastgestelde voorstel ter besluitvorming toekomen aan de deelnemers. Voordat definitieve besluitvorming plaatsvindt, worden de raden in de gelegenheid gesteld om hierover hun zienswijze te geven.

  • V.

    Er wordt een nieuw artikel 48 met titel <<Evaluatie>> ingevoegd luidend:

    • 1.

      Het algemeen bestuur kan éénmaal per 4 jaar besluiten tot evaluatie van de regeling. Ter voorbereiding op dit besluit peilt het algemeen bestuur vooraf de wensen van de betrokken gemeenteraden. Het algemeen bestuur bepaalt op welke wijze en door wie de evaluatie wordt uitgevoerd.

    • 2.

      Het algemeen bestuur rapporteert aan de colleges het resultaat van de uitgevoerde evaluatie onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies.

  • U.

    De artikelen 47 tot en met 51 worden vernummerd naar 49 tot en met 53.

Artikel II  

Dit besluit wordt aangehaald als ‘Derde wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke Sociale Dienst Werkplein Hart van West-Brabant’ en treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking ervan.

Aldus vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten:

Etten-Leur, 2 juli 2024

Halderberge, 30 april 2024

Moerdijk, 9 juli 2024

Roosendaal, 25 juni 2024

Rucphen, 23 april 2024

Zundert, 2 juli 2024

Naar boven