Kennisgeving voornemen tot uitgifte van onroerende zaken (gronden en/of opstallen) gemeente Breda

 

Publicatiedatum: 18 juli 2024 (reageren binnen 20 kalenderdagen)

 

Ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021 ECLI:NL:HR:2021:1778, Hoge Raad, 20/00123, moeten overheidslichamen, gelet op het gelijkheidsbeginsel en transparantiebeginsel, kennisgeven van het voornemen om te besluiten tot het aangaan van een overeenkomst waarbij sprake is van de uitgifte van onroerende zaken en zakelijke rechten.

Gemeente Breda (‘de gemeente’) geeft in dat kader te kennen dat zij voornemens is om een recht van opstal te vestigen ten behoeve van Onroerendgoedmaatschappij De Mark B.V. op het perceel kadastraal bekend gemeente Breda, sectie B, nummer 7431 gedeeltelijk (zoals aangegeven op bijgaande tekening), gelegen aan de Grote Markt te Breda. Het opstalrecht houdt in: het in eigendom hebben, exploiteren, onderhouden, vervangen en/of verwijderen van een vluchttrap ten behoeve van het pand Grote Markt 50-50a te Breda.

Motivering

Onroerendgoedmaatschappij De Mark B.V. (hierna: De Mark B.V.) is eigenaar van het pand Grote Markt 50-50a te Breda. De Mark B.V. heeft op 20 januari 2019 een vergunning aangevraagd en op 10 april 2019 verkregen voor de verbouwing van het pand Grote Markt 50-50a (Besluit omgevingsvergunning BAG-ID: 0758100000018639 kenmerk Z2019-000362). Onderdeel van de vergunningaanvraag is het plaatsen van een vluchttrap, die uitkomt op de grond die eigendom is van de gemeente. Een alternatieve vluchtweg was niet voorhanden;

De gemeente acht het wenselijk dat de veiligheid van de bewoners van het pand Grote Markt 50-50a is gewaarborgd. Daarvoor is het nodig om een vluchttrap te plaatsen, die uitkomt op het genoemde perceel van de gemeente. De gemeente wil het gebruik van de grond van de Gemeente vastleggen middels een recht van opstal.

Naar het oordeel van de gemeente is de beoogde gerechtigde de enige serieuze gegadigde die in aanmerking komt voor het hiervoor vermelde recht van opstal.

Vervaltermijn

Indien u zich niet kunt verenigen met deze voorgenomen onderhandse uitgifte door de gemeente, omdat u meent daarvoor zelf als gegadigde in aanmerking te komen en u bovendien daadwerkelijk in staat en bereid bent om het betreffende object onder marktconforme condities af te nemen van de gemeente, dan kunt u dat binnen 20 dagen na de datum van de onderhavige publicatie kenbaar maken. Dat kunt u alsdan doen door een kortgedingprocedure aanhangig maken bij de daartoe bevoegde voorzieningenrechter van de rechtbank Breda. In dat geval dient u de gemeente hiervan onverwijld in kennis te stellen middels betekening van de dagvaarding op het adres van de gemeente, bij gebreke waarvan het recht vervalt om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige aanspraak in welke vorm of hoedanigheid dan ook te baseren, althans zijn uw rechten daarop uitgewerkt. Een digitaal afschrift van de dagvaarding dient u tevens per e-mail aan contact@breda.nl te verzenden.

Naar boven