Gemeenteblad van Winterswijk
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Winterswijk | Gemeenteblad 2024, 311999 | beleidsregel |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Winterswijk | Gemeenteblad 2024, 311999 | beleidsregel |
Beleidsnota Bodycams boa’s gemeente Winterswijk
Bij de handhaving van de lokale veiligheid, de leefbaarheid en openbare orde is een belangrijke rol voor de buitengewoon opsporingsambtenaren (hierna: BOA) weggelegd. Tijdens de uitvoering van hun werkzaamheden krijgen de BOA’s steeds vaker te maken met verbaal geweld en agressie. Hierbij kan gedacht worden aan belediging en bedreiging. De toename van agressie zorgt ervoor dat de BOA’s zich niet altijd even veilig voelen. De gemeente Winterswijk heeft daarom in 2021 besloten om de BOA’s (domein 1) uit te rusten met een bodycam. Bodycams hebben een de-escalerend effect op gedrag tegen handhavers. Het filmen met een bodycam is feitelijk een observatie met behulp van een technisch middel: een vorm van versterkte waarneming. De bodycam is bevestigd aan het lichaam of de uitrusting van de BOA. De bodycam registreert datgene waarop hij gericht is, meestal de gebeurtenissen die de BOA zelf meemaakt, ziet en/of hoort. In dit stuk wordt het beleid betreffende het gebruik van deze bodycams besproken.
Het dragen van een bodycam heeft meerdere doeleinden, namelijk:
Het verhogen van de veiligheid van de BOA, oftewel het bevorderen van de Veilige Publieke Taak (VPT);
Door gebruik van bodycams wordt correct gedrag tegenover handhavers gestimuleerd en kunnen incidenten die ondanks het gebruik van bodycams toch plaatsvinden, worden vastgelegd. Dit draagt bij aan transparant handelen door de handhavers en aan een objectieve weergave van de context waarin incidenten plaatsvinden. Bovendien heeft het zichtbaar dragen van bodycams een preventieve werking, waardoor ongewenst gedrag kan worden voorkomen.
De BOA zal de bodycam te allen tijde tijdens zijn werkzaamheden dragen. De BOA zet de bodycam aan in het geval van (dreigende) agressie en/of (verbaal) geweld jegens de BOA of derden. De BOA beslist zelfstandig wanneer hij de bodycam inschakelt. De opname geschiedt in beginsel enkel in de openbare ruimte en openbare gebouwen. Bij een (integrale) instap in een pand is het mogelijk om de bodycam op te laten nemen. Dit omdat het een explosieve situatie kan zijn in een kleine ruimte. Dit is ten behoeve van de veiligheid van de werknemers. De BOA bepaalt zelf of hij dit nodig acht. Doordat de bodycam de twee minuten (120 seconden) voordat de opnameknop wordt ingedrukt opneemt, wordt ook de aanleiding van de confrontatie vastgelegd. Dit voorkomt verschillende perspectieven in het handelen van de BOA en zorgt voor een objectief beeld. Een uitgebreide werkinstructie omtrent de bodycam is opgenomen in bijlage 1.
4. Juridische overwegingen omtrent privacy
Het gebruik van een bodycam levert, kortgezegd, een inbreuk op de privacy van de burger op (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM). Dit recht is niet absoluut, dat wil zeggen dat het recht onder specifieke voorwaarden mag worden ingeperkt. Het recht op privacy mag ingeperkt worden indien hiervoor een wettelijke grondslag is. Door het gebruik van bodycams worden beeld- en geluidsopnames verwerkt die persoonsgegevens (elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon) betreffen. Hierdoor valt deze verwerking onder het algemene regime van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG). In artikel 5 en artikel 6 AVG worden een aantal beginselen inzake de verwerking van persoonsgegevens geformuleerd. Hierna zullen de belangrijkste hiervan worden besproken.
Indien de camerabeelden onderdeel uitmaken van een Proces Verbaal in de vorm van mogelijk bewijsmateriaal, waarbij een overdracht plaatsvindt van de beelden naar de politie, vallen de gegevens niet langer onder de AVG, maar onder de Wet Politiegegevens (Wpg).
De bepalingen uit de ‘beleidsregels cameratoezicht’ van de Autoriteit Persoonsgegevens zijn eveneens van toepassing.
Artikel 6 AVG bevat een limitatieve opsomming van de gronden die een gegevensverwerking rechtvaardigen. Tevens moet volgens artikel 6 AVG bij elke verwerking voldaan zijn aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de inbreuk op de belangen van de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel. Het subsidiariteitsbeginsel houdt in dat het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt in redelijkheid niet op een andere, voor de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokkene minder nadelige wijze mag kunnen worden verwerkt.
Bij het gebruik van bodycams is sprake van een inbreuk op de privacy van de burger. De rechtvaardigingsgronden voor deze inbreuk zijn:
4.1.1 Gerechtvaardigd belang van de verantwoordelijke
Met de inzet van bodycams wordt getracht om incidenten en onrechtmatige gedragingen te voorkomen. Met de veiligheid van de BOA in combinatie met de preventie van ongewenst gedrag tegenover de BOA is een gerechtvaardigd belang gemoeid.
Het belang van de verantwoordelijke is goed werkgeverschap en bescherming van personeel door de verantwoordelijke.
Uit evaluatiemomenten is gebleken dat het gebruik van bodycams een positieve invloed heeft gehad en heeft op het veiligheidsgevoel van de BOA’s en dat deze een bijdrage hebben geleverd aan het voorkomen dan wel de-escalatie van ongewenst gedrag.
Bovendien, maar dit is niet het hoofddoel, kunnen beelden van een bodycam worden gebruikt als bewijsmateriaal in een strafzaak en dienen als ondersteunend materiaal inzake bestuurlijke handhaving.
Artikel 6 lid 1 sub f AVG fungeert dan ook als grondslag voor het gebruik van de bodycam en daarmee de inbreuk op de privacy. Vanwege de transparantie is voor de start van de pilot in 2021, toestemming gevraagd en verkregen van de ondernemingsraad.
Aan het vereiste van proportionaliteit wordt voldaan doordat strikte voorwaarden aan het gebruik van bodycams wordt gesteld, deze voorwaarden komen verder in dit stuk naar voren. Deze voorwaarden zijn onder andere:
Er wordt met regelmaat aandacht besteed aan de veiligheid van de BOA’s en er worden maatregelen getroffen. Alle BOA’s doen jaarlijks examen RTGB (Regeling Toetsing Geweldbeheersing BOA). De uitrusting en bevoegdheden van de BOA zijn in 2022 uitgebreid met de bevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste lid en derde lid vervoersfouillering van de Politiewet 2012 en het vrijheidsbeperkend middel handboeien, deze kunnen, naast de inzet van de bodycams, worden ingezet bij escalerende situaties om de in de inleiding gestelde doelen te bereiken.
4.1.4 Privacy van de geobserveerde
Ter waarborging van de privacy zijn werkinstructies en een uitleesprotocol opgesteld. Voor iedere verwerkingsgrondslag schrijft de Wpg (Wet Politiegegevens) voor hoe lang de gegevens mogen worden verwerkt en bewaard en wanneer ze moeten worden vernietigd. Mocht naar aanleiding van een incident een uitleesverzoek komen, dan wordt dit alleen verstrekt indien voldaan wordt aan het opgestelde uitleesprotocol. Indien er vanuit de politie/justitie een uitleesverzoek komt, worden de beelden ter beschikking gesteld. Een uitleesverzoek kan schriftelijk worden aangevraagd. Hierbij gelden de voorwaarden dat de verzoeker een aantoonbaar belang heeft bij inzage van de beelden en dat het niet in strijd is met de bepalingen zoals opgenomen in de AVG. Dat houdt bijvoorbeeld in dat derden (niet de verzoeker) die eveneens op de beelden te zien zijn, voor verzoeker onherkenbaar worden gemaakt. De opgevraagde beelden worden, alvorens deze ter inzage worden aangeboden, getoetst op inhoud, zodat informatie van/over derden voor verzoeker niet inzichtelijk is.
Op de website van de gemeente Winterswijk is tevens informatie gepubliceerd over de inzet van de bodycam. Hierbij wordt tevens verwezen naar het privacy-protocol van de gemeente Winterswijk.
4.1.5. Bijzondere persoonsgegevens
De hoofregel is dat verwerking van bijzondere persoonsgegevens niet is toegestaan. Bijzondere persoonsgegevens zijn onder andere gegevens over iemands godsdienst, ras, politieke overtuigingen, gezondheid of seksuele leven. Op camerabeelden kunnen bijzondere persoonsgegevens zichtbaar zijn. Echter beschouwt de Autoriteit Persoonsgegevens camerabeelden niet als een bijzonder persoonsgegevens indien het doel van de verwerking niet gericht is op het verwerken van bijzondere persoonsgegevens.
De bodycam wordt duidelijk herkenbaar op het uniform gedragen. Als de BOA de bodycam wil aanzetten, zal hij (mits mogelijk) de betreffende persoon hiervan eerst op de hoogte stellen. Zodra de bodycam aangezet is, zal het herkenbaar zijn dat de bodycam aan het opnemen is. Als de BOA daadwerkelijk aan het opnemen is, waarschuwt hij dat er opgenomen wordt (mits mogelijk).
Via de gemeentelijke website wordt de burger op de hoogte gebracht over de inzet van de bodycam. Op deze website zal de burger ook veel voorkomende vragen en antwoorden tegenkomen. Hierbij wordt tevens verwezen naar het privacy-protocol van de gemeente Winterswijk. Daarnaast kan de burger altijd contact opnemen met de gemeente bij vragen. Ook zullen andere informatiestromen aangewend worden ten behoeve van de informatievoorziening.
Persoonsgegevens mogen alleen voor uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde doeleinden worden verzameld. Deze gegevens mogen vervolgens niet verder op een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt. Dit betekent dat de beelden in beginsel alleen kunnen worden gebruikt voor de volgende situaties:
4.4 Integriteit en vertrouwelijkheid
Persoonsgegevens moeten door het nemen van passende en technische organisatorische maatregelen op een dusdanige manier worden verwerkt dat een passende beveiliging ervan gewaarborgd is. De gegevens dienen te worden beschermd tegen ongeoorloofde of onrechtmatige verwerking en tegen onopzettelijk verlies, vernietiging of beschadiging. Bij ontvreemding van de bodycam kunnen de beelden niet zomaar worden uitgelezen. Het bekijken van de beelden kan enkel via de daartoe ingerichte omgeving. Daarbij worden de beelden na elke dienst van de camera verwijderd. In 2021 heeft voor de verwerking een DPIA plaatsgevonden. Hiervoor wordt verwezen naar een werkinstructie en een uitleesprotocol.
5. Protocol: Werkinstructies gebruik bodycam
De BOA zal tijdens zijn werkzaamheden te allen tijde de bodycam dragen. De bodycam zal alleen door de BOA worden aangezet in het geval van (dreigende) agressie en (verbaal) geweld jegens de BOA of derden. Bovenstaande is onderhevig aan de opvatting en perspectief van de BOA. De bodycam wordt uitgezet indien de BOA van mening is dat de dreigende situatie voorbij is.
Regelmatig zullen de BOA’s met de (team)manager contact hebben over hun bevindingen in het gebruik van de bodycam. De (team)manager is verantwoordelijk over de handhaving van de gestelde protocollen omtrent uitlezen en bewaartermijnen enzovoort. De Privacy Officer controleert hierbij de (team)manager.
6. Protocol: Beheer beeldmateriaal
De gemaakte beelden worden opgeslagen in de Cloud. Deze dienst wordt verzorgd en aangeboden door Zepcam. De Cloud is volledig versleuteld en alleen een klein aantal mensen hebben toegang tot deze Cloud. De (team)manager(s) is de beheerder(s) van de opnamen. Er wordt toezicht gehouden door de Functionaris Gegevensbescherming. De leverancier heeft geen toegang tot de camerabeelden. Er vindt logging plaatst op de raadpleging van de beelden. De Privacy Officer beheert deze logging.
De bewaartermijn voor camerabeelden is conform de AVG wetgeving 10 dagen. Deze bewaartermijn is noodzakelijk voor het doel om incidenten vast te leggen. Indien in deze 10 dagen geen uitleesverzoek voor een incident is gekomen, worden de beelden definitief en automatisch verwijderd. Is er wel een uitleesverzoek ontvangen, dan worden deze specifiek gelabelde beelden bewaard (indien nodig langer dan de eerder genoemde 10 dagen) totdat er een definitief besluit is genomen op het uitleesverzoek. Indien iemand een inzageverzoek heeft gedaan worden deze beelden tot één jaar na het voorval bewaard en daarna vernietigd. Als de beelden moeten worden uitgelezen dan wordt dit gedaan volgens het opgestelde uitleesprotocol.
Bijlage 1 Werkinstructie bodycams
Bij gebruik van de bodycam worden de volgende gebruiksregels gehanteerd:
Bij aanvang van de dienst ontvangt iedere BOA een bodycam (met uniek typenummer), waarna deze zal worden gekoppeld aan de betreffende BOA (met uniek personeelsnummer). De registratie van de uitgiften wordt beveiligd opgeslagen.
Op het moment dat de BOA het voor zijn eigen veiligheid of voor de veiligheid van derden nodig acht, wordt de opnameknop van de bodycam ingedrukt. Op het moment van het indrukken neemt de bodycam de voorgaande 120 seconden ook op. Het activeren van de bodycam geschiedt, mits dit mogelijk is en de situatie dit toelaat, pas na het waarschuwen van de betreffende individuen. De BOA geeft dan aan, mits dit mogelijk is en de situatie dit toelaat, dat hij de bodycam laat opnemen. Als de BOA direct moet handelen hoeft hij deze waarschuwing niet te geven.
Als de BOA opnamen heeft gemaakt, dan dient hij dit vast te leggen. De volgende gegevens legt hij vast:
Bijlage 2 Uitleesprotocol bodycams
De beelden zijn versleuteld en worden in een beveiligde omgeving in de cloud opgeslagen.
De bewaartermijn van de gemaakte opnamen is 10 dagen. Als er in die periode geen uitleesverzoek is ontvangen, worden de opnamen definitief vernietigd. Het vernietigen van de opnamen wordt geautomatiseerd uitgevoerd. Indien er een uitleesverzoek is ontvangen in verband met een opsporingsonderzoek of voor andere (reeds) genoemde doeleinden worden de opnames pas vernietigd als de procedure is afgehandeld.
Het is altijd te herleiden welke BOA de opnamen heeft gemaakt.
Wie kunnen een verzoek tot uitlezen doen?
Het proces tot uitlezen van de gemaakte beelden start met een verzoek tot uitlezen van de opnamen. Een verzoek tot uitlezing van de opnamen kan gedaan worden door:
De politie of het Openbaar Ministerie.
Dit kan in het geval van een opsporingsonderzoek (artikel 126nd van het Wetboek van Strafvordering), waarbij de gemaakte opnamen als bewijsmateriaal kan dienen. De opnamen worden digitaal verstrekt aan de aanvrager (politie of OM). De aanvrager is hierna verantwoordelijk voor de gemaakte opnamen.
Een burger die gefilmd is, mag een uitleesverzoek indienen. In beginsel heeft de betrokkene alleen recht op inzag in beeldopnamen waarop de betrokkene te zien is. Als dit verzoek ingewilligd wordt, kan één van de beheerders en de betrokken burger samen de beelden bekijken. Alleen de betrokkenen of een gemachtigde persoon mag de beelden bekijken. Vooraf aan het bekijken van de beelden moet de betrokkene of gemachtigde een geldig identiteitsbewijs laten zien.
De betrokken BOA die zijn eigen optreden wil evalueren.
Indien een BOA de opnamen wil bekijken ter zelfreflectie, leerdoeleinden of ter onderbouwing van een proces-verbaal kan deze een verzoek indienen tot uitlezen. Indien dit verzoek goedgekeurd wordt door de beheerder(s) en de Privacy Officer zal één van de beheerders samen met de BOA de beelden bekijken. De opnamen zullen niet gebruikt worden als personeelsvolgsysteem of ter beoordeling van de BOA.
Waar moet een uitleesverzoek aan voldoen?
Een uitleesverzoek dient per brief te worden gericht aan:
Of per mail aan bodycam@winterswijk.nl
Ook is het mogelijk dat de burger via de gemeentelijke website (middels DigiD) een verzoek tot inzage doet.
In beginsel doet men een verzoek tot inzage zo veel mogelijk schriftelijk of digitaal. Als men er op deze manier niet uitkomt, is het mogelijk om een afspraak te maken om op het gemeentekantoor (Stationsstraat 25) het verzoek tot inzage in te dienen.
Men dient zich in alle gevallen te identificeren. Het identificeren van de verzoeker wordt door de daartoe aangewezen beheerder(s)/functionaris uitgevoerd. Een identiteitsbewijs mag niet worden gekopieerd.
Het uitleesverzoek bevat minimaal:
Registratie van uitleesverzoeken
Alle verzoeken tot uitlezen van gemaakte opnamen worden apart geregistreerd. Zo is achteraf te herleiden wanneer de bodycams zijn ingezet en met welk doel, maar ook van welke bodycam de beelden afkomstig waren, wie de drager was, wie de beelden heeft ingezien en aan wie ze eventueel verstrekt zijn.
De verzoeker tekent ter bevestiging van de inzage onder de vermelding van datum en tijd.
Het verzoek wordt ter archivering door de aangewezen beheerders opgeslagen in het zaaksysteem.
Toe- of afwijzen van uitleesverzoeken
Het uitlezen van de gemaakte opnamen dient altijd, in overleg, goedgekeurd te worden door de beheerder(s) en de Privacy Officer samen. Deze zullen de noodzaak van het ter beschikking stellen of verstrekken van opnamen beoordelen. De Privacy Officer heeft geen toegang tot de beelden. Het identificeren van de verzoeker wordt eveneens door de aangewezen beheerder(s) uitgevoerd.
Als de gemeente Winterswijk het verzoek tot inzage weigert, zijn de bezwaar- en beroepsregels uit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing (artikel 29 lid 1 Wet Politiegegevens en hoofdstuk 3, afdeling 4, artikel 21 Algemene verordening gegevensbescherming).
Verwerking en verspreiding beeldmateriaal
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-311999.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.