2. Toelage raadslid onderzoekscommissie
Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een maandelijkse toelage toegekend. De hoogte van de toelage wordt vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad om een onderzoekscommissie in te stellen. De toelage per jaar is nooit hoger dan driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden
- 1.
Voor reizen als bedoeld in artikel 3.1 van de Regeling rechtspositie decentrale politieke ambtsdragers en artikel 3.1.7 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers worden aan een raads- of commissielid vergoed:
- a.
de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer;
- b.
bij gebruik van een eigen vervoersmiddel het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt alsmede de parkeer- of stallingskosten, veerkosten en tolkosten;
- 2.
Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed.
- 3.
Als een raadslid of commissielid een functionele beperking heeft, kan incidenteel een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking worden gesteld.
- 4.
De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen, gemaakt voor de uitoefening van de functie, worden ten laste van de gemeente vergoed.
8. Betaling en declaratie van onkosten
[…]
- 2.
Een aanvraag om een vergoeding van de onkosten als bedoeld in dit artikel gaat vergezeld van een declaratieformulier en bewijsstukken. Het vereiste om bewijsstukken te overleggen geldt niet wanneer de vergoeding een forfaitair bedrag betreft.
- 3.
Het declaratieformulier en de bewijsstukken worden binnen twee maanden na factuurdatum of betaling door raads- en commissieleden ingediend bij de griffier.
[…]
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
2. Toelage raadslid onderzoekscommissie
In de vigerende verordening staat dat een raadslid dat lid is van een onderzoekcommissie voor de duur van de activiteiten een maandelijkse toelage van € 250 per maand wordt toegekend. De hoogte van dit bedrag kan onderdeel zijn van het besluit waarbij de commissie wordt ingesteld (zie artikel 96 Gemeentewet). Het heeft de voorkeur in algemene verordeningen als de Verordening Rechtspositie Raads- en commissieleden Goes 2019 geen harde bedragen op te nemen, aangezien deze onderhevig kunnen zijn aan indexering, waardoor de verordening tussentijds op een klein onderdeel moet worden aangepast. Om dit laatste te voorkomen wordt in de verordening opgenomen dat de hoogte van de toelage wordt vastgesteld bij het besluit van de gemeenteraad om een onderzoekscommissie in te stellen.
3. Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden
Voor de vergoeding van reiskosten aan raads- en commissieleden voor dienstreizen binnen het grondgebied van de gemeente waren al regels gesteld in het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. Voor dienstreizen buiten de gemeente kon dit nog niet omdat de Gemeentewet daarvoor geen grondslag bood. Inmiddels is dat wel het geval en is het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdrager zo aangepast dat het in een vergoeding voor alle dienstreizen voorziet. In lijn hiermee wijzigt dit besluit ook de bepalingen in de verordening.
8. Betaling en declaratie van onkosten
Lid 2. Als politieke ambtsdragers onkosten declareren dienen zij daarbij in beginsel bewijsstukken te verstrekken. In de Circulaire Introductie bij gemeenten van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers is kenbaar gemaakt dat dit niet aan de orde is als de vergoeding een forfaitair bedrag betreft. In verband met vragen hierover, wordt dit ook in de verordening tot uitdrukking gebracht.
Lid 3. De kennelijke verschrijving in Artikel 8, derde lid wordt gerepareerd.