Uitwerkingsplan Ateliers en Broedplaatsen 2023-2026

‘Tilburg Thuis voor Talent’

 

Voorwoord

 

Voor u ligt het uitvoeringsplan Ateliers en Broedplaatsen 2023-2026. Dit plan helpt ons in onze ambitie naast een #stadvanmakers ook een #stadvoormakers te zijn. Makers, organisaties, (ondersteunings)instellingen, talentontwikkeling, publiek, ze zijn allemaal nodig voor een sterke culturele sector. Naast het werken aan breed en herkenbaar aanbod, werken we ook aan goede verbindingen tussen onderwijs, gezondheid, zorg, cultuur en samenleving. En aan voorzieningen die dit maximaal ondersteunen. Het is en blijft onze ambitie om cultuur beschikbaar te maken voor álle Tilburgers.

 

Om dat te kunnen doen willen we cultuur inzetten als aanjager van gebiedsontwikkeling en de transformatie voor de stad. Dat betekent dat we (het creëren van) ruimte voor makers en organisaties en kunst en cultuur als integraal onderdeel van de ontwikkeling van de stad zien. Voldoende ateliers, creatieve werkruimten en broedplaatsen die aansluiten bij het potentieel van onze makers zijn daar onderdeel van. Zonder deze faciliteiten ontstaat er een leemte in de kunst- en cultuurproductie van Tilburg, zoals ook werd benadrukt in de stadsgesprekken over cultuur.

 

In de afgelopen jaren hebben we gezien we hoe deze creatieve ruimtes zowel de artistieke maar ook de sociale structuren van onze stad hebben versterkt. Denk aan de transformaties in de Spoorzone, Tilburg-West, en de Kanaalzone. Leegstaande gebouwen en verwaarloosde ruimtes zijn omgetoverd tot creatieve hotspots. Door talent hier de ruimte te geven zijn er mooie veranderingen in onze wijken, verbeterde leefomstandigheden, en een hechtere band tussen ons als Tilburgers ontstaan.

 

In de komende jaren zetten we ons in Tilburg nog meer in voor het creëren van nieuwe ruimtes voor makers en het behouden van wat al bestaat. We bevorderen duurzame huisvesting en eigenaarschap, niet alleen voor beheerorganisaties maar ook voor de makers zelf. Zodat er een gedeelde verantwoordelijkheid en betrokkenheid ontstaat. Tilburg is niet alleen een #stadvanmakers maar ook een #stadvoormakers.

 

Laten we samenwerken, dromen en de transformatie die van Tilburg die bruisende creatieve stad maken blijven aanjagen. We zijn trots op wat we tot nu toe met elkaar bereikt hebben en kijken uit naar de toekomst waar de creativiteit kan stromen en de verbeelding leidend is.

 

Marcelle Hendrickx

Wethouder Kunst en Cultuur

 

1. Inleiding en samenvatting vooraf

 

Tilburg is een inclusieve stad. Een stad van en voor Makers, waarin alle Tilburgers zich kunnen ontplooien, hun eigen identiteit kunnen versterken en kennis kunnen nemen van de identiteit van de ander. Makers vormen een belangrijke schakel in de culturele infrastructuur van Tilburg. We willen ze graag binden aan de stad en het culturele fundament verstevigen. Makers moeten de mogelijkheid krijgen om in Tilburg hun vak uit te oefenen en hun talent verder te ontwikkelen. Een goed productieklimaat is onlosmakelijk verbonden met de beschikbaarheid van voldoende, adequate atelier-, oefenruimtes en creatieve broedplaatsen voor makers. Zonder deze voorzieningen valt er een gat in de productie van kunst en cultuur in Tilburg.

 

Met het vaststellen van Cultuur raakt ons: Cultuurplan Tilburg 2021-2024 heeft de gemeenteraad de (flankerende) opdracht gegeven om te zorgen voor een groter structureel aanbod aan werkruimtes, broedplaatsen, ateliers, oefenruimtes en ‘regelloze’ ruimtes voor makers. Dit streven werd door de raad inhoudelijk onderstreept en financieel ondersteund met het vaststellen van Meer voor elkaar: akkoord gemeente Tilburg 2022-2026: “Daarnaast investeren we in het makersklimaat door het aantal fysieke broedplaatsen, atelier- en oefenruimtes te vergroten. Naast extra structurele middelen stellen we hiervoor € 1 miljoen extra beschikbaar”.

 

Het College heeft op 18 oktober 2022 besloten om de aanvullende structurele € 100.000,- uit het akkoord ‘meer voor elkaar’ toe te voegen aan de jaarlijkse subsidie aan Stichting Ateliers Tilburg (hierna: SAT) voor je jaren 2023-2024. In bijgaand bestedingsplan bestemmen we hiervoor ook voor de jaren 2025-2026 structureel € 100.000,-.

 

Bouwstenen

Om de incidentele € 1 miljoen op de juiste manier in te zetten is een inventarisatie gedaan naar de behoefte van het veld via drie ‘bouwstenen’. Er is een behoefte-onderzoek bij makers uitgezet, daarnaast is op 10 mei 2023 een bijeenkomst georganiseerd met het thema ‘Ruimte voor makers’ met Centrum Architectuur en Stedenbouw Tilburg (hierna: CAST) en er zijn meerdere gesprekken gevoerd met stakeholders en experts op het gebied van huisvesting voor makers.

 

Doelstellingen

Op basis van deze voorbereidende activiteiten zijn onderstaande doelstellingen geformuleerd. Op 2 oktober 2023 heeft de gemeenteraad, met het raadsbesluit ‘Kader Uitvoeringsplan Ateliers en Broedplaatsen 2023-2026’, deze doelstellingen geaccordeerd en het College opgedragen de volgende doelstellingen te realiseren:

  • Ruimte voor creativiteit: het realiseren van structureel en betaalbaar aanbod van minimaal 250 ateliers en een streefcijfer van 300 ateliers;

  • Platform en kennisdeling: Gemeente Tilburg en SAT als een kennisinstituut voor makers;

  • Focus op disciplines en aansluiting op educatieve instellingen: ruimte voor muziek en circus;

  • Kunst in de wijk en gebiedsontwikkelingen: ateliers, broedplaatsen en regelloze ruimtes als aanjager en belangrijk onderdeel van gebiedsontwikkelingen;

  • Eerlijke verdeling en actief gebruik van ruimte: aandacht voor transparantie en doorstroming.

Instrumenten

Om deze bovengenoemde doelstellingen te realiseren heeft het College de volgende (beleids)instrumenten uitgewerkt in voorliggend uitvoeringsplan:

  • Investeringsbudget Ateliers Tilburg

  • Atelierfonds & Kennisvouchers

  • Broedplaatsen & Regelloze ruimtes (investeringsbudget)

    Naast het reserveren van middelen voor SAT en individuele makers in kunstenaarsinitiatieven bestemmen we budget voor eenmalige investeringen in nieuwe (particuliere) initiatieven, broedplaatsen en regelloze ruimtes.

  • SAT als Kennisinstituut

  • Landelijk Onderzoek Broedplaatsen en de Stad

De uitwerking van deze bouwstenen, doelstellingen en instrumenten zijn in de volgende hoofdstukken beschreven en vormen de inhoudelijke basis voor het uitwerkingsplan ‘Tilburg Thuis voor Talent’ 2023-2026.

2. Definities

 

Hieronder volgen de definities die wij hanteren voor de meest belangrijke begrippen in dit beleidsstuk:

 

Atelier- en oefenruimte en studio: een werkplaats voor professionele makers waarin het produceren van kunst en cultuur het primaire gebruik van de ruimte is. Atelier- en oefenruimtes kunnen solitaire ruimtes zijn of ruimtes gelegen in verzamelgebouwen.

De term ‘ateliers’ wordt in dit kader gehanteerd als verzamelterm voor ateliers, oefenruimtes, (muziek)studio’s, werkruimtes en broedplaatsen voor makers.

 

Atelierwoning: een combinatie van een woning en werkplaats voor een professionele kunstenaar. Het is belangrijk om te vermelden dat dit geen wettelijke term is. Als gemeente moeten we dus altijd op sturen om ervoor te zorgen dat dit wel wordt ingevuld conform deze definitie.

 

Broedplaats: Een broedplaats is een verzamelplek van meerdere studio’s, atelier- en oefenruimtes waarin gebruikers samen komen en creëren, ideeën uitwisselen, produceren en een gevoel van collectiviteit hebben. Vaak, maar niet uitsluitend, hebben broedplaatsen een overkoepelde discipline waarbinnen de gebruikers werken. Kenmerkend voor broedplaatsen is dat ze vaak een gemeenschappelijke (expositie)ruimte hebben.

 

Betaalbaar: Betaalbaarheid is van veel verschillende factoren afhankelijk. De vuistregel die we hanteren is dat betaalbaarheid een vierkante meterprijs van maximaal € 11,- per maand betreft.

 

Professioneel: Iemand die een kunstvakopleiding heeft afgerond of via zelfstudie een vergelijkbaar niveau heeft verkregen en een actieve beroepspraktijk heeft.

 

Permanente of structurele huisvesting: huisvesting dat in eigendom is of huisvesting met een minimale huurperiode van vijf jaar.

3. Bouwstenen

 

Om de middelen op de juiste manier in te zetten is een inventarisatie gedaan naar de behoefte van het veld via de volgende drie ‘bouwstenen’:

 

3.1 Behoefteonderzoek makers

Om zicht te krijgen op de behoeftes en wensen van Tilburgse makers omtrent atelier- en werkruimtes is een behoefteonderzoek uitgezet. De enquête is middels een nieuwsbrief onder Tilburgse makers verspreid. Het onderzoek is door 85 respondenten ingevuld. In de bijlage is de uitkomst van het onderzoek te vinden. Hieronder volgen de belangrijkste conclusies uit het onderzoek.

 

1) Prijs is het belangrijkst

De (huur)prijs is met afstand het belangrijkste aspect bij het kiezen voor een ruimte. De meerderheid van de makers is bereid maximaal €400,- per maand aan huur te betalen. De grootte, voorzieningen en faciliteiten, en locatie van een ruimte zijn de belangrijkste onderdelen bij het bepalen van een redelijke prijs.

 

2) Behoefte aan verschillende huurperiodes

Makers geven aan het liefst een ruimte per jaar of per maand te kunnen huren. Oudere makers hebben een voorkeur voor meer zekerheid – zij zouden vaker meer betalen voor een ruimte wanneer het zeker is dat zij hier langer gebruik van kunnen maken. Anderzijds geven jongere makers juist vaker de voorkeur aan een kortere huurperiode.

 

3) Podiumkunstenaars en muzikanten op zoek naar (nieuwe) ruimtes

Ongeveer de helft van de respondenten geeft aan behoefte te hebben aan een (nieuwe) ruimte. Deze behoefte is vooral prominent bij makers die zich bezighouden met podiumkunsten en muziek. Muzikanten hebben voornamelijk behoefte aan ruimtes die geluidsdicht zijn, podiumkunstenaars aan een goede (dans)vloer en hoog plafond. Beiden groepen vinden het belangrijk dat een ruimte 24/7 toegankelijk is.

 

4) Gezocht: ruimte binnen de ringbanen

De meeste makers geven voorkeur aan een centrale locatie: het liefst in het centrum of buiten het centrum, maar binnen de ringbanen. De helft van de makers is bereid meer te betalen voor een centrale locatie.

 

3.2 Stadsgesprek ‘Ruimte voor Makers’ (i.s.m. CAST)

Op 10 mei 2023 stond Club Smederij in het teken van een Stadsgesprek over ruimte voor makers. CAST organiseerde samen met Gemeente Tilburg een stadsgesprek met de vraag of er nog voldoende ruimte is voor makers.

 

Uit het gesprek met CAST kwam duidelijk naar voren dat er in Tilburg een groeiende behoefte aan meer ruimte voor makers is. Kunstenaars, muzikanten en andere creatieve geesten hebben moeite om geschikte en permanente huisvesting te vinden. Deze kwestie roept echter vragen op over de rendabiliteit van het huisvesten van makers.

 

Een voorbeeld van deze uitdagingen noemde Anneroos Goosen van Het Concreet, een lab voor experimentele muziek in Tilburg. Het Concreet ervaart problemen bij het vinden van een geschikte ruimte die voldoet aan hun specifieke eisen en waar zij meer eigenaarschap over kunnen hebben. Bovendien hebben audiocollectieven in het algemeen moeite met het vinden van passende ruimtes in de stad. Hierop aansluitend wordt ook gesproken over het aanbieden van geschikte ruimtes voor de discipline circus, die ook specifieke eisen stelt aan een ruimte.

 

Het is van cruciaal belang dat cultuur- en vastgoedorganisaties samenwerken in het vinden van oplossingen. Leegstandsbeheer en beschikbaarstelling van panden kunnen hierbij een rol spelen.

Er wordt ook gepleit voor meer betrokkenheid van ontwikkelaars bij het creëren van ruimtes voor makers. Dit vereist meer samenwerking en een gezamenlijke inspanning om aan de behoeften van de creatieve gemeenschap te voldoen. Daarnaast is er behoefte aan meer aandacht voor de dorpen rondom Tilburg, zodat kunst en cultuur zich niet alleen beperken tot de stad zelf.

 

De rol van kunstenaars in wijken en bouwen aan een community wordt ook besproken. Kunst kan dienen als een katalysator voor sociale interactie en gemeenschapsopbouw. Het belang van dynamiek in woongebieden wordt benadrukt, waarbij verwezen wordt naar succesvolle placemaking in de Spoorzone en Strijp-S (Eindhoven).

 

Kortom, Tilburg staat voor de uitdaging om voldoende ruimte te bieden aan makers en kunstenaars. Het belang van een goede infrastructuur, samenwerking tussen verschillende partijen en een bredere betrokkenheid bij het creëren van ruimtes wordt erkend. Met de inzet van de gemeente en betrokken organisaties kan Tilburg een bloeiende creatieve gemeenschap bevorderen en de stad verrijken met kunst en cultuur.

 

3.3 Interviews stakeholders

De afgelopen maanden zijn interviews afgenomen met verschillende experts en stakeholders om input op te halen voor dit uitvoeringsplan. De interviews hebben direct bijgedragen aan het formuleren van de doelstellingen als opgenomen in het volgende hoofdstuk.

De vragen waren gericht op het onderzoeken van lokale kansen en mogelijkheden, (inter)nationale ontwikkelingen en innovatieve ideeën voor een toekomstbestendig atelier- en broedplaatsenbeleid.

 

Voor dit uitwerkingsplan hebben wij twee wetenschappers geïnterviewd die academisch onderzoek doen en hebben gedaan naar broedplaatsen, culturele werkruimten in relatie tot de overheid. We spraken met dr. Ir. B.A.M. (Bart) de Zwart, lector vastgoed aan de Hanzehogeschool Groningen en dr. Ferry van de Mosselaar, senior docent-onderzoeker aan de Fontys Hogeschool Tilburg.

 

Met ons atelierbeleid slaan wij de brug tussen de cultuursector en de vastgoedsector. Daarom vonden wij het van belang om ook Alexander Ramselaar te interviewen; een financieel expert op met kennis van het cultureel bedrijf én de vastgoedwereld. Hij heeft zijn expertise met ons gedeeld en meegeschreven en gedacht over het Atelierfonds en de Kennisvouchers.

 

Naast Ateliers Tilburg zijn er een aantal andere organisaties die wij gesproken hebben die ateliers beheren óf gaan beheren; PaRaDoX, Superblaaw, ENTERcreativehub en Strijbos & Van Rijswijk. Zij zijn ervaren met het realiseren, verbouwen en verhuren van ateliers en werkplaatsen en hebben hun kennis, wensen en deskundigheid met ons gedeeld.

 

Wij hebben gesproken met Tilburgse makers en creatief ondernemers die voornemens zijn ateliers en werkruimte te beheren of hebben aangegeven hier hulp bij te kunnen gebruiken.

4. Doelstellingen

 

Op basis van de in het voorgaande hoofdstuk beschreven bouwstenen zijn de volgende doelstellingen bepaald.

 

4.1 Ruimte voor creativiteit: het realiseren van structureel en betaalbaar aanbod van minimaal 250 ateliers en een streefcijfer van 300 ateliers

Uit het behoefteonderzoek is gebleken dat zowel de beschikbaarheid van voldoende ateliers als de betaalbaarheid de belangrijkste factoren voor makers zijn. De meeste Tilburgse makers geven aan maximaal € 400,- per maand te kunnen betalen voor een atelier en qua ruimteoppervlak gemiddeld 40 m2 nodig hebben.

 

De afgelopen jaren is een aanbod van minimaal 200 betaalbare ateliers gehanteerd. Met de inzet van de huidige middelen breiden we dit aanbod uit naar minimaal 250 ateliers en een streefcijfer van 300 ateliers. We gaan samen met SAT op zoek naar geschikte panden. Hierbij kijken we naar zowel particulier als maatschappelijk vastgoed en gemeentelijk eigendom. Zo onderzoekt SAT of zij leegstand voor particulier, maatschappelijk en mogelijk gemeentelijk vastgoed kan beheren.

 

Daarnaast zetten we in op het ondersteunen van makers en gezelschappen in het vinden van structurele huisvesting. Zo realiseren we meer eigenaarschap bij makers zelf. Dit doen we door makers tegemoet te komen middels het instrument Kennisvouchers. Deze Kennisvouchers kunnen makers gebruiken voor het doen van marktonderzoek en het opstellen van een businessplan. Met een goed businessplan voor een geschikt pand kunnen de instellingen zélf een beroep doen op financiële ondersteuning bij het op te richten Atelierfonds.

 

Het is van belang om over de beschikbaarheid van voldoende ateliers en de betaalbaarheid de komende periode het goede gesprek te blijven voeren met makers en benchmarks te blijven uitvoeren op lokaal, regionaal en nationaal niveau.

 

4.2 Platform en kennisdeling: Gemeente Tilburg en SAT als een kennisinstituut voor makers

SAT vervult in onze stad een belangrijke rol in de facilitering van goede en betaalbare werkruimtes voor makers en kunstenaars. De organisatie verzorgt een ‘basisvoorraad’ aan betaalbare ateliers, oefenruimtes en broedplaatsen waarin kunstenaars kunnen werken.

De laatste jaren is SAT steeds meer uitgegroeid tot een organisatie die niet alleen ateliers beheert, maar ook een platform én community biedt aan haar huurders. Een plek waar huurders niet enkel komen voor werkzaamheden in hun eigen atelier, maar ook om andere makers te ontmoeten, elkaar te inspireren, kennis op te doen en samen te werken.

Met de inzet van de aanvullende structurele ateliermiddelen breiden we de rol van SAT uit tot een kennisinstituut voor makers. Met deze rol zorgt SAT lokaal voor advisering over de huisvesting van Tilburgse makers en lokaal, regionaal en (inter-)nationaal voor afstemming en samenwerking met andere beheerorganisaties.

 

Deze functie van Gemeente Tilburg en SAT kennisinstituut wordt uitgevoerd via de volgende taken:

  • SAT organiseert samen met Gemeente Tilburg kennisbijeenkomsten en creëert een netwerk én kennisinstituut voor zowel huurders als niet-huurders.

  • Als kennisinstituut deelt SAT haar kennis en netwerk met andere Tilburgse (particuliere) beheerorganisaties en makers. Daarbij valt o.a. te denken aan (gemeenschappelijke inkoop van) energie, onderhoud en andere aspecten van het beheren van vastgoed.

  • Gemeente Tilburg onderzoekt samen met SAT innovatieve mogelijkheden voor het verwerven van ateliers én het beheren van ateliers. Zo is SAT aan het onderzoeken of ze leegstand voor particulier, maatschappelijk en mogelijk gemeentelijk vastgoed kan beheren.

  • Gemeente Tilburg zet in op kennisdeling via de Kennisvouchers voor makers voor het inhuren van expertise op het gebied van (financiering van) structurele en betaalbare huisvesting. Ook verbindt de gemeente de beleidsvraag vanuit cultuur aan het aanbod van vastgoed in de stad en vormt de schakel tussen nu nog losstaande werelden.

  • Gemeente Tilburg schrijft zich in als partner in een nationaal onderzoek van Hanzehogeschool Groningen, Fontys Hogeschool en de Hogeschool Rotterdam.

4.3 Focus op disciplines en aansluiting op educatieve instellingen: ruimte voor muziek en circus

Tilburg heeft een rijk aanbod aan cultuureducatieve instellingen en kunstvakopleidingen. De aantrekkingskracht op studenten in de creatieve sector is groot. Zo staan de Rockacademie, het Conservatorium, de dansopleidingen en de opleiding Fontys Academy of Circus and Performance Art (hierna: ACaPA) hoog aangeschreven. Vanuit het hele land en van ver buiten de landsgrenzen komen nieuwe studenten naar Tilburg om opgeleid te worden tot professioneel artiest. Deze studenten en jonge makers vormen een belangrijke schakel in de culturele infrastructuur van Tilburg. Om hen te binden aan de stad en het vestigingsklimaat te verbeteren en het huidige gebrek aan werkruimte op te lossen focussen we de komende periode daarom op het realiseren van aanbod voor de disciplines muziek en circus.

 

Echter, voor alumni van deze opleidingen is op dit moment geen plek om te repeteren, te experimenteren en nieuwe voorstellingen te produceren. Hierdoor zijn zij genoodzaakt uit te wijken naar oefenlocaties in andere steden, zoals Rotterdam. Dat heeft tot gevolg dat een deel van de alumni Tilburg direct na de studie verlaat.

Aan een oefenruimte voor circusartiesten en muzikanten worden bepaalde randvoorwaarden gesteld, bijvoorbeeld op het gebied van hoogte, indeling van de ruimte, beveiligingsinstallaties en geluidsisolatie. Door deze randvoorwaarden blijken maar weinig panden geschikt voor de huisvesting.

Door ons de komende periode te richten op het vinden en/of creëren van adequate oefenruimtes voor deze disciplines verbeteren we het vestigingsklimaat en behouden we getalenteerde artiesten in de stad.

 

4.4 Kunst in de wijk en gebiedsontwikkelingen: ateliers, broedplaatsen en regelloze ruimtes als aanjager en belangrijk onderdeel van gebiedsontwikkelingen

Meer dan in het verleden is een integrale gebiedsgerichte manier van werken nodig. Daarbij past een intensieve samenwerking met inwoners, maatschappelijke partners, bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen. De opgave van een gebied, verwoord in wijk- en dorpsagenda’s, is niet overal hetzelfde. We houden bij de uitwerking van opgaven en het benutten van kansen rekening met het karakter, het schaalniveau en de specifieke behoefte van een gebied.

 

We staan daarbij aan de vooravond van een grootschalige Tilburgse verstedelijkingsopgave. In de Update Stedelijke Ontwikkelingsstrategie Wonen is vastgelegd dat er 25.000 extra woningen worden gebouwd in de periode tot 2040. Deze opgave wordt grotendeels via een verdichting van de bestaande stad en dorpen gerealiseerd. We beschouwen dit als een kans om verder te bouwen aan aantrekkelijke en toekomstbestendige gemeente en stellen ons hierbij de interne opgave om de relatie vastgoed en cultuur te verstevigen en de meerwaarde van beide domeinen voor elkaar beter te benutten. Dit gaat verder dan woningbouw. Kunst en cultuur maakt een integraal onderdeel uit van het invulling geven aan het samenleven in de toekomst. Kunst en cultuur draagt bij aan een aantrekkelijke en leefbare openbare ruimte en aan ruimtelijke kwaliteit in de breedste zin van het woord. Ook draagt kunst en cultuur bij aan onderlinge verbondenheid en het bieden van een plek aan diversiteit aan culturen.

 

De afgelopen jaren is regelmatig in de praktijk gebleken dat het kunstenaars zijn die een gebied ‘maken’. Waar verschillende kunstzinnige initiatieven, regelloze ruimtes en culturele broedplaatsen ontstaan wordt een wijk levendig, krijgt de wijk herkenbaarheid en een identiteit. De komende periode zetten we in op het borgen van bestaande plekken en ondersteunen van nieuwe initiatieven. We zetten daarbij specifiek in op het voorkomen van gentrificatie; makers en maakplekken blijven structureel en permanent onderdeel van onze gebieden en wijken. Dit betekent dus ook dat er principiële keuzes gemaakt dienen te worden om gemeentelijk en maatschappelijk vastgoed te behouden om in te zetten voor een culturele invulling zoals ateliers.

 

We willen als gemeente actief inzetten op het ‘professionaliseren’ van maatschappelijke en culturele partijen en initiatieven zodat deze zich als gelijkwaardige partners kunnen presenteren bij financiering- en huisvestingsvraagstukken. Hierdoor worden maatschappelijke en culturele partijen gehoord en gezien als gesprekspartner voor bijvoorbeeld banken, vastgoedontwikkelaars en beleggers. Binnen de gemeentelijke afdelingen wordt dit al gedaan door afstemming en samenwerking bij bijvoorbeeld de maatschappelijke vastgoedtafel, de stedelijke ontwikkeling en gebiedsteams.

 

4.5 Eerlijke verdeling en actief gebruik van ruimte: aandacht voor transparantie en doorstroming

Gelet op de grote vraag naar ateliers is het van belang rekening te houden met een eerlijke en transparante toekenning van ateliers aan makers. Jaarlijks studeert een groot aantal studenten van Tilburgse cultuur-educatieve instellingen en vakopleidingen af en komen er meer makers (terug) naar Tilburg. Hierdoor wordt de vraag naar ateliers steeds groter. Een goede doorstroming is hiervoor van belang. Dit behoeft een kritische blik op het gebruik van de ruimte; waaraan moet een huurder voldoen en waarvoor wordt de ruimte ingezet? Wij vragen aan SAT een systematiek te ontwikkelen waarin toekenning van huurders aan ruimte én evaluatie van gebruik van ruimte transparant en eerlijk wordt georganiseerd.

 

5. Instrumenten

 

Om de bovengenoemde doelstellingen te realiseren hebben we verschillende (beleids)instrumenten uitgewerkt.

 

5.1 Investeringsbudget Ateliers Tilburg

Om het aanbod van ateliers en werkruimte structureel te vergroten en betaalbaarheid te borgen bestemmen we investeringsbudget voor SAT. SAT kan een beroep doen op de gemeente om deze middelen in te zetten via het aanvragen van eenmalige subsidies. De middelen dienen te worden ingezet voor aankoop of het langdurig huren van panden voor realiseren van werkruimten, ateliers en broedplaatsen.

Voor deze middelen stellen we Ateliers Tilburg én onszelf de volgende harde doelstellingen:

  • -

    Het aantal betaalbare en structurele ateliers vergroten;

  • -

    Een focus aanbrengen op muziekstudio’s;

  • -

    Uiterlijk 2026 een (gemeenschappelijke) ruimte realiseren voor Circus.

5.2 Atelierfonds

Makers in de culturele en creatieve sector zijn vaak afhankelijk van verhuurders, hebben vaak tijdelijke contracten, ervaren veel onzekerheid en bouwen bovendien geen ‘vermogen’ op. Door deze afhankelijkheid van anderen wordt hun maakpraktijk kwetsbaar. De gemeente ambieert langdurige, structurele huisvesting (en toekomstperspectief) voor haar makers.

 

Met de oprichting van het Atelierfonds kunnen makers met een gedegen businesscase financiële ondersteuning van de gemeente krijgen. Makers kunnen een aanvraag indienen voor een bijdrage in de financiering voor de aankoop van een pand, voor investeringen om een (huur)pand structureel gereed te maken als atelier(complex) of bestaande ateliers te verbeteren. Zo creëren we meer eigenaarschap bij makers en bieden we hen perspectief voor de toekomst.

 

De subsidie kan worden aangevraagd door professionele makers of culturele organisaties om een investering te doen die de beschikbare ateliervoorraad vergroot, de looptijd van een atelier(complex) substantieel verlengt of de functionaliteit van een bestaand atelier ten behoeve van de culturele en creatieve sector substantieel versterkt. Zie bijlage voor de subsidieregeling Atelierfonds 2024-2026.

 

Om makers te ondersteunen in het opstellen van een businessplan en het doen markt- en bouwonderzoek richten we de ‘Kennisvouchers’ op (zie 5.3).

 

5.3 Kennisvouchers

Met ‘Kennisvouchers’ ondersteunen we makers in het realiseren van geschikte huisvesting. We werken hiervoor samen met een expert op het gebied van financiën en huisvesting voor makers.

 

De gemeente biedt makers de mogelijkheid om een Kennisvoucher aan te vragen voor hulp bij het verrichten van gedegen onderzoek en het opstellen van een businessplan. Met een goed businessplan voor een geschikt pand kunnen makers zélf een beroep doen op financiële ondersteuning bij het Atelierfonds. Zo bieden we makers de mogelijkheid zélf financiering te zoeken voor koop of langdurige huur van huisvesting en stellen we hen tevens in staat om hun professionele ontwikkeling te bevorderen en nieuwe vaardigheden te verwerven die essentieel zijn in de culturele en creatieve sector.

 

Beoogde trajecten Kennisvouchers

Bij de Kennisvouchers leveren we maatwerk. Dat wil zeggen dat afhankelijk van de behoefte, omvang, complexiteit en duur van het traject zal de inzet van de Kennisvouchers per propositie variëren. Het traject start met contact met de Gemeente Tilburg. Hier wordt in overleg met de gegadigde besloten of een kennisvoucher het juiste instrument is voor desbetreffende persoon. Vervolgens is het traject in drie fases te onderscheiden:

 

1. Intake

Ieder traject start met een intake met onze financieel expert. Dit kost gemiddeld drie uur inclusief inlezen, voorbereiding, het gesprek en acties nadien. Op basis van de intake wordt een inschatting gemaakt van de inzet van de financieel expert.

 

2. Businesscase

Voor het opstellen van de businesscase kan de financieel expert voor 5 tot 10 uur ingezet worden. Uitgangspunt daarbij is dat de gegadigde zelf zoveel mogelijk doet, zodat de nevendoelstelling van ‘learning on the job’ ook wordt gerealiseerd.

 

3. Begeleiding van financiering

Het bieden van begeleiding bij het daadwerkelijk realiseren van de financiering, een eventuele onderhandeling met de eigenaar en de inzet van bijvoorbeeld een taxateur, notaris e.d. wordt geschat op 5 tot 10 uur.

 

Bij een succesvol traject kan een beroep worden gedaan op subsidie bij het Atelierfonds.

 

5.4 Broedplaatsen & Regelloze ruimtes (investeringsbudget)

Naast het reserveren van middelen voor SAT en individuele makers in kunstenaarsinitiatieven bestemmen we budget voor eenmalige investeringen in nieuwe (particuliere) initiatieven, broedplaatsen en regelloze ruimtes.

 

Een investering in een regelloze ruimte en/of broedplaats is een investering in onze jongeren, jonge kunstenaars en buurtbewoners. Met de investering creëren we plekken die dienen als de kloppende harten voor onze wijken en buurten. Plekken waar mensen samenkomen, ideeën uitwisselen en waar creativiteit gedijt. Voor jongeren bieden deze ruimtes een kans waar ze zélf werken aan creatieve ontwikkeling en zelfexpressie. Zo creëren we in de synergie van deze ruimtes, de wijk en de culturele invullingen een meerwaarde voor niet alleen culturele maar ook educatieve doelen. Zo verwerven jongeren vaardigheden die niet alleen van onschatbare waarde zijn voor hun persoonlijke groei, maar ook voor de culturele rijkdom en ontwikkeling van onze stad.

 

Met het investeringsbudget voor regelloze ruimtes en broedplaatsen ondersteunen we de kracht van inwonersparticipatie; de wijk wordt actief betrokken bij de vormgeving en exploitatie van deze ruimtes. Dit leidt tot eigenaarschap en betrokkenheid van de bewoners. Zo investeren we niet alleen in onze (culturele) toekomst, maar versterken we ook de sociale cohesie en betrokkenheid van inwoners op een manier die de wijken specifiek en de stad als geheel ten goede komt.

Voor de realisatie van de broedplaatsen en ruimtes richten we ons daarom ook op de verantwoordelijkheid van de gebiedsteams, stedelijke ontwikkeling en afdeling vastgoed binnen de gemeente.

 

De afgelopen jaren zijn in Tilburg vier regelloze ruimtes ontstaan met steun van de gemeente: De Nachtzuster (SAT), Metro (Schouwburg Concertzaal Tilburg), de Kraakkelder (Theater De Nieuwe Vorst) en Studio Noord (ContourdeTwern).

 

De komende jaren zetten we in op de borging van deze ruimtes én investeren we in nieuwe ruimtes. We focussen daarbij op een goede spreiding over Tilburg en staan open voor alle initiatieven. Wat een regelloze ruimte precies is, dat beslist de initiatiefnemer zelf. Als gemeente ondersteunen en begeleiden we het initiatief waar nodig, maar het is aan de initiatiefnemers zélf om de ruimte te realiseren en te programmeren.

 

5.5 Ateliers Tilburg als Kennisinstituut

We breiden de rol uit van SAT naar een kennisinstituut voor makers. We vragen SAT om op lokaal, regionaal en nationaal niveau samen te werken met andere atelierstichtingen en om benchmarks op prijs en gebruik van ruimte te (blijven) voeren.

Als kennisinstituut deelt SAT haar kennis en netwerk met andere Tilburgse (particuliere) beheerorganisaties en makers. Daarbij kijken we de komende jaren ook naar (gemeenschappelijke inkoop van) energie, onderhoud en andere aspecten van het beheren van vastgoed.

 

5.6 Landelijk Onderzoek Broedplaatsen en de Stad | Regieorgaan SIA / RAAK (Tilburg, Rotterdam, Groningen)

Gemeente Tilburg heeft zich als partner ingeschreven voor het onderzoeksproject ‘Kennis-/onderzoeksprogramma Broedplaatsen & Overheid’ van de Hogeschool Fontys, Hanzehogeschool Groningen en de Hogeschool Rotterdam.

 

Zij zijn voornemens om begin 2024 te starten met een nieuw kennis-/onderzoekersprogramma over de positie van broedplaatsen in Nederlandse steden en hebben hiervoor in juni 2023 bij het Rijk een onderzoek-financiering aangevraagd. In het onderzoek wordt een relatie gelegd tussen de functie van broedplaatsen als werklocatie voor de creatieve, ambachtelijke en innovatieve maaksector enerzijds en hun rol als aanjager van maatschappelijke waardencreatie in stedelijke ontwikkelingsprocessen anderzijds.

 

Het kennis-/onderzoeksprogramma heeft als inzet om (o.a.) gemeenten te ondersteunen bij het formuleren, implementeren en uitvoeren van effectief broedplaatsenbeleid op basis van een integrale visie op de economische en maatschappelijke waarde van broedplaatsen voor het stedelijke ecosysteem.

Tevens biedt het programma de mogelijkheid om in landelijk verband kennis te delen en lokaal opgedane ervaringen op te werken tot breed inzetbare aanpakken en instrumenten.

 

 

6. Beleidskaders

 

Het belang van werkruimte voor makers wordt in verschillende overkoepelende beleidsstukken van Gemeente Tilburg onderschreven. Hieronder volgen citaten uit de belangrijkste beleidskaders..

 

6.1 Akkoord ‘meer voor elkaar’ 2022-2026

Pag. 2 “Tilburg Groeit, Bloeit en Bruist’ heeft alles te maken met […] ruimte voor werken, kunst en cultuur.”

Pag. 33 “We ontwikkelen een eigen stedelijke identiteit, rijk aan cultuur […] en creatief ondernemerschap."

Pag. 34 “Tilburg is een #stadvanmakers […] Hier is ruimte voor talenten, vernieuwing en experiment. Ze leveren een onmisbare bijdrage aan een dynamisch en inspirerend ondernemings- en vestigingsklimaat en maken van Tilburg een aantrekkelijke woon-, werk- en leefgemeente. Niet alleen voor onze huidige, maar ook voor toekomstige inwoners.”

Pag. 36 “We zien de behoefte en noodzaak om ons gemeentelijk vastgoed meer in te zetten voor de maatschappelijke opgaven waar we voor staan, zoals het huisvesten van maatschappelijke instellingen, en het creëren van culturele broedplaatsen.”

Pag. 42 “Kunst en cultuur hebben een grote intrinsieke, sociale en economische waarde. Daarom willen we Tilburg als #stadvanmakers verder versterken en uitbouwen naar een #stadvoormakers. Met ruimte voor talent, vernieuwing, experiment en actualiteit. Met nieuw cultureel elan en zelfverzekerdheid zetten we Tilburg nationaal en internationaal steviger op de kaart. We doen hiervoor een aantal incidentele en structurele impulsen.

De komende jaren geven we een structurele impuls om kunst en cultuur sterker te verbinden met de sociale basis. (…). Daarnaast investeren we in het makersklimaat door het aantal fysieke broedplaatsen, atelier- en oefenruimtes te vergroten. Naast extra structurele middelen stellen we hiervoor € 1 miljoen extra voor beschikbaar.”

 

6.2 Cultuurplan ‘Cultuur raakt ons’ 2021-2024

Pag. 38 – 39 “Een goed productieklimaat is onlosmakelijk verbonden met de beschikbaarheid van voldoende,

adequate atelier-, oefenruimtes en creatieve broedplaatsen voor makers. Zonder deze voorzieningen valt er een gat in de productie van kunst en cultuur in Tilburg. Binnen de voorraad van beschikbare panden voor ateliers- en oefenruimtes vallen naast de aanwas van nieuwe ruimtes ook panden af die worden herontwikkeld. Veel van de beschikbare ruimtes zijn, hoewel meerjarig, tijdelijk beschikbaar. Ons streven is er op gericht om een groter structureel aanbod te realiseren in de stad. Daarom is het nodig om panden structureel te kunnen verwerven voor oefenruimtes, ateliers, broedplaatsen en ‘regelloze’ ruimtes.”

 

6.3 Omgevingsvisie 2040

Pag. 7 “Om de benodigde schaalsprong naar een stedelijk netwerk te kunnen maken, moet Tilburg aantrekkelijk, bereikbaar en concurrerend zijn. Aantrekkelijk: Tilburg wil een aantrekkelijke stad zijn waar mensen graag wonen en werken, en waar het voor bedrijven interessant is om zich te vestigen.

Een veilige stad dus. Niet alleen moet het aanbod van voorzieningen ín de stad zelf aansprekend en hoogwaardig zijn (zoals cultuur, onderwijs, sport en uitgaan), ook de groene omgeving is een belangrijke factor.”

Pag. 59 “Om kenniswerkers en (creatief) talent te boeien en te binden, wil Tilburg culturele, onderwijs- en sportvoorzieningen op topniveau blijven bieden en dit aanbod verder versterken.”

 

6.4 Gebiedsagenda Museumkwartier

Pag. 4 “De ambitie is om het Museumkwartier aantrekkelijker te maken voor zowel creatief ondernemerschap (makers) als bewoners en bezoekers […] initiatieven die bijdragen aan de beoogde doorontwikkeling van het gebied Museumkwartier ondersteunen wij waar mogelijk".

Pag. 5 “In het Museumkwartier verbinden we de historie van Tilburg met de culturele en innovatieve kracht van hedendaagse makers".

Pag. 6 “(…) de doorontwikkeling van het gebied en de daaraan gekoppelde doelstellingen: het gebied als zone voor creatief ondernemerschap versterken.

Pag. 8 “We willen het gebied vooral laten floreren als werkgebied door ruimte te geven aan de creatieve en maakindustrie, die dynamiek brengt en jong talent aantrekt".

Pag. 12 “Het Museumkwartier biedt groei voor startende makers, van exposeren in PARK en andere Ateliers tot de Pont en het TextielMuseum. Ook kan een bredere samenwerking onderzocht worden tussen het culturele en creatieve veld en onderwijs- en maatschappelijke partners. Bijvoorbeeld ROC Economie, Fontys Kunsten, Stichting Ateliers.”

Pag. 17 “Het thema “moderne ambachtelijkheid” […] draagt bij aan onderscheidbaarheid en aantrekkelijkheid van het gebied

Pag. 23 “Einddoel: ruimte creëren voor […] creatieve ondernemers".

7. Financieel

 

Naar boven