Z.24.437681 / D.24.1788391
Overwegingen ten aanzien van het besluit
dat de Burgemeester Falkenaweg is gelegen binnen de bebouwde kom van Heerenveen en in beheer is bij de gemeente Heerenveen;
dat de Burgemeester Falkenaweg een weg is als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder b van de WVW 1994;
dat gelet op artikel 18, lid 1d, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), burgemeester en wethouders bevoegd zijn om verkeersbesluiten te nemen, te wijzigen en in te trekken;
dat de wegencategorisering in Heerenveen aansluit op de categorisering zoals opgenomen in het landelijke programma duurzaam veilig;
dat de Burgemeester Falkenaweg is gecategoriseerd als gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom;
dat op een gebiedsontsluitingsweg de verblijfsfunctie ondergeschikt is aan de verkeersfunctie;
dat de Burgemeester Falkenaweg onderdeel uitmaakt van de route van buslijn 17 tussen Steenwijk en Heerenveen;
dat aan de Burgemeester Falkenaweg, ter hoogte van huisnummer 146 en 159, aan weerszijden van de rijbaan een bushalte aanwezig is;
dat in het kader van het project Heerenveen Beter Bereikbaar, het kruispunt tussen de Rottumerweg, Oranje Nassaulaan en Burgemeester Falkenaweg wordt aangepast van een rotonde naar een kruispunt met verkeerslichten;
dat voor een veilige en vlotte afwikkeling van het verkeer op het kruispunt, opstelstroken voor voor verkeer in verschillende rijrichtingen wordt aangelegd;
dat vanwege het ruimtebeslag van de opstelstroken, het noodzakelijk is om de Burgemeester Falkenaweg de bushalte ter hoogte van huisnummer 146 en 159 op te heffen;
dat het opheffen van deze bushalte wordt gerealiseerd door middel van het verwijderen van de borden L3 van bijlage 1 van het RVV 1990, inclusief het aanbrengen van blokmarkering;
dat om de bereikbaarheid van het openbaar vervoer te waarborgen, een nieuwe locatie voor een bushalte gewenst is;
dat het eveneens gewenst is dat de nieuwe locatie van de bushalte op enige afstand van de naastgelegen, bestaande, bushaltes op de route van buslijn 17, bushaltes ‘Heerenveen, Sallandlaan’ en ‘Heerenveen, Dominee Kingweg’, wordt aangelegd;
dat het eveneens van belang is dat de nieuw aan te leggen bushalte goed toegankelijk is en veilig te bereiken is voor busreizigers;
dat voor de keuze van een nieuwe locatie van een bushalte rekening dient te worden gehouden met beperkingen door de bestaande openbare ruimte;
dat gelet op bovenstaande overwegingen en na onderzoek een geschikte locatie voor een bushalte is gevonden aan weerszijden van de Burgemeester Falkenaweg, ter hoogte van huisnummer 150 en huisnummer 163;
dat het aanwijzen van deze bushalte wordt gerealiseerd door middel van het plaatsen van de borden L3 van bijlage 1 van het RVV 1990, inclusief het aanbrengen van blokmarkering;
dat de direct omwonenden van deze locatie door middel van een brief zijn geïnformeerd over het voornemen om de bushalte te verplaatsen;
dat conform artikel 23 van het RVV 1990 bestuurders hun voertuig niet mogen laten stilstaan bij de geblokte markering van een bushalte anders dan voor het onmiddellijk laten in- of uitstappen van passagiers;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen of verwijderen van bord L3 een verkeersbesluit is vereist, zover het een bushalte betreft;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregelen strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het treffen van deze verkeersmaatregelen;
dat het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;
dat het treffen van genoemde verkeersmaatregelen een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;
dat de genoemde maatregelen niet leiden tot een toename van de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeerslawaai, zoals bedoeld in artikel 21a van het BABW, op geluidsgevoelige gebouwen;
dat verkeersbesluiten worden genomen na overleg met de (vertegenwoordiger van) de korpschef conform artikel 24 van het BABW die kan instemmen met deze maatregelen.