Gemeenteblad van Doesburg
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Doesburg | Gemeenteblad 2024, 241737 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Doesburg | Gemeenteblad 2024, 241737 | overige overheidsinformatie |
Beleidsplan Onderwijskansen gemeente Doesburg 2024-2027
In de Wet op het Primair Onderwijs1 heeft het college de opdracht gekregen, tezamen met kinderopvangorganisaties en schoolbesturen, onderwijsachterstandenbeleid te formuleren. Dit beleid dient gericht te zijn op bestrijding en voorkoming van taalachterstanden. Daarbij kan een uitsplitsing gemaakt worden in:
Voorschoolse educatie (VE): gericht op peuters in de leeftijd 2-4 jaar. Voorschoolse educatie (VE): gericht op peuters in de leeftijd 2-4 jaar. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor goede locaties voor voorschoolse educatie en bepaalt welke kinderen hiervoor in aanmerking komen (doelgroepdefinitie). Van de Rijksoverheid krijgen gemeenten geld om dit te organiseren.
Gemeenten zijn verplicht te overleggen over voor- en vroegschoolse educatie (VVE), om voldoende aanbod ervan te realiseren (artikel 158 Wpo) en er een aantal afspraken over te maken (artikel 160 Wpo). Daarnaast kunnen kinderopvang, onderwijs en gemeente ook tot andere afspraken komen ter bestrijding van taalachterstanden, mits die binnen de kaders van de wet en de daaruit vloeiende besluiten vallen. Aangezien er sinds 1 januari 2023 een nieuwe periode van Rijksfinanciering voor onderwijsachterstanden is ingegaan, is het een goed moment om het beleid te verversen. Tezamen met het onderwijsveld, de kinderopvang, de bibliotheek en de jeugdgezondheidszorg (het consultatiebureau) is het nieuwe beleidsplan onderwijskansen voor de periode 2024-2027 tot stand gekomen.
Een belangrijke voorwaarde voor het beleidsplan is de beschikbaarheid van rijksmiddelen. Zowel de gemeente als de scholen ontvangen vanuit het Rijk rijksmiddelen t.b.v. het terugdringen van onderwijsachterstanden. Deze middelen kunnen jaarlijks fluctueren en zijn afhankelijk van de achterstandsscores van de kinderen in gemeente Doesburg in het voorliggende jaar. Jaarlijks mag een deel van de rijksmiddelen worden overgeheveld naar het volgende jaar als de gemeente gelden overhoudt. Wanneer in de planperiode het landelijke beleidsplan op inhoud dan wel het jaarbudget significant wijzigt, kan dit leiden tot een aanpassing van de uitvoering van het plan.
Kinderen ontwikkelen zich op verschillende gebieden. Cognitief, maar ook sociaal-emotioneel en psychosociaal. Dit beleidsplan ‘Onderwijskansen 2024-2027 Gemeente Doesburg’ richt zich daarom zowel op het brede onderwijsachterstandenbeleid voor 0-13 jarigen als op de aansluiting met andere beleidsterreinen.
Het onderwijsachterstandenbeleid heeft als belangrijkste doel onderwijsachterstanden van kinderen vroegtijdig te signaleren en te bestrijden. We spreken van onderwijsachterstanden als leerlingen door minder gunstige economische, sociale of culturele omgevingskenmerken slechter op school presteren in de Nederlandse taal dan ze bij gunstiger omgevingskenmerken zouden kunnen. Dat betekent niet dat deze kinderen altijd lager dan gemiddeld presteren. Er is een duidelijk onderscheid tussen de doelgroepen van het onderwijsachterstandenbeleid en kinderen die ten gevolge van lichamelijke, cognitieve of psychische beperkingen problemen ondervinden in het onderwijs. Voor deze laatste groep kinderen is er het passend onderwijs.
Het voortgezet onderwijs maakt geen onderdeel uit van het onderwijsachterstandenbeleid, aangezien dit wettelijk is gelimiteerd voor de doelgroep 2-13 jaar. Het realiseren van de doelen beschreven in het beleidsplan hebben wel een doorwerking naar het voortgezet onderwijs.
Gezamenlijke verantwoordelijkheid
Onderwijsachterstandenbeleid is niet alleen de verantwoordelijkheid van de gemeente Doesburg. Dit beleidsplan is ontwikkeld in samenspraak met de verschillende onderwijspartners zoals de drie basisscholen, Stichting Spelenderwijs, Puck & Co, Bibliotheek West-Achterhoek en de jeugdgezondheidszorg (het consultatiebureau). In de uitvoering van het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid wordt nauw samengewerkt met deze partners. Deze samenwerking is van doorslaggevende betekenis voor het slagen van het Doesburgse onderwijsachterstandenbeleid.
Het OAB 2024-2027 wordt voorafgegaan door tenminste twee eerdere driejarige beleidsplannen voor onderwijsachterstanden en bouwt daarop voort. In samenspraak met de betrokken partners is geconstateerd dat het aflopende beleidsplan goed heeft gefunctioneerd en ook toekomstbestendig is. De Rijksuitkering voor het bestrijden van de onderwijsachterstanden voor gemeente Doesburg loopt echter terug (door verbetering van onderwijsachterstand score) en er zijn geen OAB-reserves meer. De mogelijkheden in de nieuwe planperiode worden daardoor beperkt. Omdat het aflopende beleidsplan en de daaruit volgende activiteiten volgens de uitvoerende professionals een goede bijdrage heeft geleverd aan terugdringen van de taalachterstanden in Doesburg, is de gemeente Doesburg met de lokale onderwijspartners om tafel gegaan om te bepalen wat in nieuwe planperiode mogelijk is binnen de beperkte financiële kaders, welke onderdelen uit het aflopende beleidsplan behouden moeten blijven en waar nog kansen liggen.
Onderwijsachterstandsscores Doesburg
Het aflopende beleidsplan (OAB 2019-2022, verlengd t/m 2024) is stevig verstoord door de Coronapandemie en de daarbij behorende lockdowns en maatregelen. Veel activiteiten hebben daardoor niet of niet zoals gewenst kunnen plaatsvinden. De pandemie heeft bijgedragen aan een toename van taalachterstanden en andere problemen bij en rondom jeugdigen, vandaar dat in de afgelopen planperiode ook (incidentele) NPO middelen beschikbaar zijn gesteld om de effecten van de Coronapandemie terug te dringen. De gemeente heeft hiermee Rots en Watertrainingen bekostigd
De achterstandsscores van Doesburg is dalende. Waar de achterstandsscores bij peuters in 2019 voor de gemeente Doesburg nog op 25% lag, is deze in 2023 teruggelopen naar 16%. Het landelijk gemiddelde ligt voor deze doelgroep op 15%. Voor de basisschoolleerlingen schommelen de achterstandsscores binnen de gemeente Doesburg de afgelopen jaren tussen de 15% en 18%. In 2023 was deze 16%. De achterstandsscore wordt berekend op omgevingsfactoren van het kind, dus de inspanningen uit de aflopende planperiode hebben geen direct effect op het terugdringen van de achterstandsscore. Het cijfer wordt bepaald door de economische, sociale en culturele omgevingskenmerken van de kinderen in Doesburg.
De geboortecijfers van de gemeente Doesburg zeggen iets over het aantal peuters – en kleuters - dat we kunnen verwachten in de aankomende planperiode. De gemeente Doesburg heeft in 2023 een geboortepiek gekend. Deze baby’s zullen in de aankomende planperiode opgroeien tot peuters en dit kan effect hebben op het aantal VE-indicaties. Daarnaast zien we in 2023 sowieso een stijging in het aantal VE-indicaties. De verwachting is dat deze twee factoren in de aankomende planperiode gaan zorgen voor een toename van VE-indicaties.
Figuur 1: Geboortecijfers gemeente Doesburg 2017-2023
Omgevingskenmerken spelen daarnaast een rol in de kans op onderwijsachterstanden. De hoogte van de onderwijsscore (kans op onderwijsachterstand) wordt bepaald door de scores van leerlingen op de omgevingskenmerken in de indicator. Hiervoor wordt gekeken naar omgevingskenmerken die samenhangen met de kans op onderwijsachterstand. Meer specifiek wordt gekeken naar het opleidingsniveau van de ouders/verzorgers, het land van herkomst van de ouders/verzorgers en de stabiliteit van de gezinssituatie.
Figuur 2: Opleidingsniveau per wijk 2022
De gemeente Doesburg kent een grote diversiteit aan sociaaleconomische factoren tussen de wijken. De verwachting is dat in de wijken waar de sociaaleconomische factoren lager zijn (zoals bijv. De Ooi en Molenveld), de kansen op kinderen met een onderwijsachterstand groter zijn.
Vooral de wijk de Ooi heeft bijgedragen aan de geboortepiek in 2023, iets wat effect kan hebben op het aantal kinderen met een onderwijsachterstand in de aankomende planperiode.
De gemeente Doesburg zet in op de realisatie van extra woningen door de krapte op de woningmarkt. Deze uitbreiding zal van invloed zijn op het inwonersaantal van Doesburg, maar de effecten zullen waarschijnlijk pas ná de aankomende planperiode optreden. In het centrum van Beinum worden ca. 130 appartementen gebouwd tussen 2028 en 2030. Dit zijn vooral appartementen voor 1- tot 2-persoons huishoudens (jongeren, alleenstaanden en ouderen). In Wemmersweerd wordt een nieuwe buurt gebouwd van ca. 320 eengezinswoningen. Deze worden naar verwachting vanaf 2026 gefaseerd gerealiseerd.
Voorschoolse educatie en taalontwikkeling bij peuters
De wettelijke richtlijnen voor de voorschoolse educatie stellen dat peuters met een VE-indicatie vanaf 2,5 jaar 960 uur aan VE-uren moeten krijgen. Dit komt neer op 4 dagdelen (totaal 16 uur) per week voor 40 weken per jaar. De gemeente Doesburg hanteert sinds 2020 een ruimere regeling2 die stelt dat peuters al vanaf 2 jaar een VE-indicatie kunnen krijgen en dus kunnen starten met voorschoolse educatie. Daarbij geldt dat de 960-uur norm nog steeds pas ingaat vanaf 2,5 jaar (landelijke wetgeving). De uren die de kinderen tussen 2 en 2,5 jaar aan voorschoolse educatie volgen zijn bovenop de 960 uur.
De VE-aanbieders in de gemeente Doesburg bieden kwalitatief goede VE-plekken met goed geschoolde professionals. De GGD heeft de locaties als goed en veilig bestempeld. Met de onderwijspartners is geëvalueerd in hoeverre de verruiming van de doelgroepdefinitie voor VE in 2020 rendement heeft gehad voor de Doesburgse peuters. We zien wel een terugloop in de achterstandsscores van peuters, maar dit kan niet 1-op-1 verklaard worden door de verruiming van de leeftijd in de doelgroepdefinitie. De professionals uit de peuteropvang benoemen juist dat peuters tussen de leeftijd van 2 en 2,5 jaar nog erg aan het ontdekken zijn en niet zo bezig zijn met het inhoudelijk aanbod tot zich nemen. Met 2,5 jaar kunnen kinderen al veel gerichter aan de slag gaan en daardoor beter profiteren van het aanbod. Daarnaast biedt de gemeente Doesburg kinderen met een VE-indicatie een 40-weken aanbod waardoor kinderen in de zomer 6 weken geen voorschoolse educatie krijgen. De professionals uit de peuteropvang benoemen dat 6 weken een lange periode is voor een kind. Door een 52-weken aanbod te overwegen kunnen we meer kinderen de gelegenheid geven om die wettelijke norm van 960 uur te halen en voorkomen dat geleerde kennis en vaardigheden wegzakt in de zomerperiode. Dit is de moeite waard om met elkaar te onderzoeken in de aankomende planperiode.
Afgelopen jaren is de invloed van Corona duidelijk terug te zien in de VE-cijfers. In perioden van lockdown stagneerden plaatsingen. In perioden waarin het wel weer mogelijk was kinderen te plaatsen kon het voorkomen dat er door ”coronastagnatie” wachtlijsten ontstonden. De afgelopen periode kent gemeente Doesburg een oplopende wachtlijst en meer kinderen met een VE-indicatie en de verwachting is dat deze cijfers verder oplopen. Deze stijging lijkt voornamelijk veroorzaakt door peuters met een taalachterstand door opvoedverlegenheid bij ouders en een ongunstige thuissituatie. Er is minder sprake van een migratieachtergrond als oorzaak van de taalachterstand.
De professionals benoemen dat het betrekken van de ouders essentieel is geweest in het behalen van de doelstellingen in de afgelopen planperiode. Er is door de bibliotheek en door de peuteropvang vol ingezet op het betrekken van de ouders bij de taalontwikkeling van het kind en dit heeft het gewenste effect gehad. De bibliotheek biedt Boekstart aan in de bibliotheek en de peuteropvang, maar heeft in 2023 ook pilot een gedraaid met een Boekstartcoach op het consultatiebureau – de plek waar praktisch alle ouders komen. Het bereik van ouders – en ouderbetrokkenheid – werd hiermee vergroot, ook bij de ouders die laagtaalvaardig zijn.
Locatieplan (vanaf 2025: uitvoeringsplan)
In de aflopende planperiode hebben de peuteropvangcentra en basisscholen met name ingezet op een doorgaande ontwikkelingslijn en meer uniform en integraal werken binnen een IKC. De gemeente Doesburg kent drie IKC’s: De Horizon, De Wetelaar en Anne Frank. Een belangrijk resultaat uit de aflopende planperiode is de peuter/kleuter-IB-ers die op twee van de drie IKC’s nu werkzaam zijn (De Horizon en de Wetelaar). Deze professionals leveren een grote bijdrage aan de doorgaande ontwikkelingslijn doordat zij de peuters met een onderwijsachterstand vroeg in beeld krijgen, al voor zij starten op de basisschool. De IB-er sluit standaard aan bij de gesprekken met ouders en pedagogisch medewerker (in geval van een VE-indicatie) wanneer de peuter overgaat naar de basisschool en neemt ook regelmatig een kijkje bij de peuteropvang. Deze betrokkenheid draagt bij aan een warme overdracht en een eenduidige aanpak bij deze kinderen. De peuters worden hierdoor direct meegenomen in dezelfde zorgstructuur als de basisschool. MKC Anne Frank heeft dit op een andere wijze ingevuld door een IB-er binnen het basisonderwijs en een VE coach/VE coördinator op de kinderopvang.
Er is volop gewerkt aan meer uniform en integraal werken binnen de IKC’s. We zien wel dat De Horizon hierin vooroploopt (daar voert de directeur bijvoorbeeld de functioneringsgesprekken met de PM-ers van de peuteropvang), maar dat alle IKC’s hier actief op hebben ingezet en vooruitgang hebben geboekt. Denk hierbij aan activiteiten (bijv. met de bibliotheek) waar peuters en kleuters gezamenlijk aan kunnen deelnemen, ouderbijeenkomsten voor zowel peuters als kleuters, periodieke peuter/kleutervergaderingen en gezamenlijke studiedagen. De peuter/kleuter-IB-er kan hier ook een aanjager in zijn. Daarnaast wordt er op iedere IKC met één kindvolgsysteem gewerkt waardoor zowel de peuteropvangaanbieder als de basisschool de informatie uit hetzelfde systeem halen en kunnen volgen. We constateren dat op het IKC van de Anne Frankschool nog wel kansen liggen in de samenwerking tussen de peuteropvang en de school.
Er is in de afgelopen planperiode op alle IKC’s aandacht geweest voor het bieden van een passend aanbod op taal, ook voor midden- en bovenbouw en specifiek voor nieuwkomers. De Horizon heeft dit middels een taalcoach en taalklas vormgegeven. De Horizon kent veel kinderen met een risico op onderwijsachterstand vanwege de afkomst of sociaaleconomische status. De taalcoach begeleidt een taalklas/schakelklas, maar begeleidt ook de leerkrachten zodat de kinderen in alle groepen krijgen wat ze nodig hebben. De drie IKC’s zullen hierin ook meer bij elkaar expertise en kennis gaan ophalen en ook is men in de regio aan het onderzoeken of hier nog regionaal een aanbod voor ontwikkeld moet worden.
2. Hoofdthema’s voor onderwijskansen
We willen in Doesburg bereiken dat “… jeugdigen gezond en veilig moeten kunnen opgroeien in een samenleving waarin ze hun mogelijkheden optimaal kunnen benutten3 .” In dat kader willen we dat alle kinderen een goede start kunnen maken en zien het als onze taak, tezamen met de ouders en partners in onderwijs en kinderopvang, dat alle kinderen van 0 tot 13 jaar een ononderbroken ontwikkellijn doorlopen. Doel is alle obstakels die een mogelijk risico zijn voor het oplopen van taalachterstanden weg te nemen of zo laag mogelijk te maken.
Doelstelling onderwijsachterstandenbeleid
Wanneer een jeugdige achterstanden oploopt in het onderwijs, is dat evident strijdig met de genoemde missie. In het onderwijsachterstandenbeleid is ons hoofddoel: het zoveel mogelijk voorkomen én oplossen van ontwikkel- en taalachterstanden.
Hoofdthema’s Onderwijsachterstandenbeleid
Dit beleidsplan richt zich op vier hoofdthema’s die samen met onderstaande uitgangspunten de basis vormen van het Doesburgs onderwijsachterstandenbeleid.
Deze zijn vier hoofdthema’s zijn:
In de hieronder volgende pagina’s wordt elk hoofdthema nader toegelicht. Tot slot maken we duidelijke resultaatafspraken over de eerdergenoemde hoofdthema’s. Deze resultaten worden gevolgd en jaarlijks geëvalueerd.
Algemene uitgangspunten vanuit het Rijk
Het rijk geeft ons als gemeente een aantal algemene uitgangspunten mee bij het opstellen en realiseren van lokaal onderwijsachterstandenbeleid. Deze uitgangspunten nemen wij bij elk van de vier genoemde hoofdthema’s in acht.
Thema 1: Focus op taalverwerving 0- 2 jarigen
Onderwijsachterstanden beperken, bestrijden en oplossen is niet iets dat volledig vanuit het onderwijs kan worden georganiseerd, omdat de achterstanden deels het gevolg zijn van oorzaken die buiten het onderwijs liggen. Soms zijn dat echter wel oorzaken waarbij ook de gemeente op andere beleidsterreinen een rol kan spelen. Het consultatiebureau en de bibliotheek zijn hierin belangrijke partners.
Als problematiek in een vroeg stadium gesignaleerd wordt, kan ook vroegtijdig worden ingezet om verdere (escalatie) van problematiek te voorkomen. Hoewel de VVE-programma’s starten vanaf het tweede levensjaar van een kind, wordt al eerder ingezet op de signalering van (een risico op) achterstand in de ontwikkeling en zou een gezin of kind al bij de gemeente bekend kunnen zijn vanwege andere hulpvragen. In brede zin wordt door het consultatiebureau, al voor de geboorte, ingezet op een zo breed mogelijke bespreking met aanstaande ouders over (leef)gebieden waar mogelijk problemen spelen. Ook de huidige doelgroepcriteria maken het signaleren van een risico op achterstand al vroeg mogelijk, waardoor ouders snel naar de juiste ondersteuning kunnen worden toegeleid.
De bibliotheek zet actief in op taalverwerving van 0-2-jarigen door het BoekStart aanbod, zowel op locatie van de bibliotheek als op het consultatiebureau. Peuters leren sneller en beter praten als je veel met hen praat en leest. Alle gezinnen met een baby van drie maanden krijgen van de gemeente Doesburg een brief toegestuurd met daarin een waardebon. Met deze waardebon kunnen de ouders een BoekStartkoffertje ophalen bij de bibliotheek met daarin twee babyboekjes. De baby wordt gratis ingeschreven als lid van de bibliotheek en de ouder krijgt een gratis abonnement van drie maanden. De bibliotheek beschikt over een aantrekkelijke babyhoek met een collectie boeken voor kinderen van 0-2 jaar en boeken met opvoedingstips voor ouders en opvoeders.
Hierdoor zorgen we ervoor dat:
Elke maand organiseert de bibliotheek een ouder-babybijeenkomst in bibliotheek Doesburg. Voor deze bijeenkomst worden alle BoekStart-gezinnen uitgenodigd. Samen een boekje kijken, plaatjes aanwijzen en benoemen, versjes leren, verhaaltjes vertellen en ernaar luisteren, versterkt de band tussen ouder en kind. Broertjes en zusjes van de baby (leeftijd tot vier jaar) doen ook mee met het BoekStart-programma. Elke bijeenkomst staan 1 of 2 prentenboeken centraal. Iedere ouder kan dan tegelijkertijd met de professional het boek aan zijn/haar kind laten zien.
Ondanks het ruime BoekStart aanbod, maken niet alle ouders gebruik van dit initiatief. Denk hierbij ook aan de ouders die zelf mogelijk laaggeletterd zijn en waarvoor de drempel naar een bibliotheek hoog is. Om een groter bereik te genereren is de bibliotheek in 2023 gestart met een pilot waarbij een BoekStartcoach aanwezig is op het consultatiebureau, een plek waar praktisch alle gezinnen komen in de eerste vier levensjaren van het kind. De BoekStartcoach komt tweewekelijks op het consultatiebureau en ondersteunt de jeugdarts en -verpleegkundige door met ouders in gesprek te gaan en gerichte voorleesondersteuning te bieden. Zo bouwt de BoekStartcoach een nauwe band op met ouders en wordt de coach een vertrouwd gezicht, ook in de Bibliotheek. Het blijkt dat vooral laagtaalvaardige ouders hierdoor makkelijker naar de bibliotheek gaan. Kinderen die van jongs af aan worden voorgelezen, hebben daar in hun schoolcarrière profijt van, zo blijkt uit onderzoek. De doelgroep van de BoekStartcoach is dan ook de ouder van het jonge kind.
Hierdoor zorgen we ervoor dat:
Een goede taalverwerving bij 0-2 jarigen hangt direct af van het taalniveau van de ouders/verzorgers. De gemeente Doesburg gaat samen met haar partners in de aankomende planperiode meer inzetten op het bereiken van laagtaalvaardige ouders/verzorgers en hen ondersteunen in het verbeteren van de eigen lees- en taalvaardigheid door te verwijzen naar trajecten binnen de volwasseneducatie. Dit staat nader toelicht onder hoofdthema 3: inzetten op ouderbetrokkenheid.
Thema 2: Toeleiding naar voorschoolse voorzieningen
Voorschoolse educatie (VE) richt zich op peuters met een taalachterstand of een verhoogd risico hierop. Het doel van VE is het voorkomen, vroegtijdig opsporen en aanpakken van taal- en onderwijsachterstanden bij jonge kinderen. In de gemeente Doesburg kunnen kinderen ook verwezen worden naar VE bij ontwikkelingsachterstanden op ander gebied, bijv. een (dreigende) achterstand in sociaal-emotionele ontwikkeling of motorische ontwikkeling. Door VE kunnen kinderen op een speelse manier hun achterstand inhalen of verkleinen. Zo kunnen zij een goede start maken op de basisschool. Omdat het niet voor alle kinderen noodzakelijk is een VE-programma te volgen, is hiervoor een indicatiestelling gewenst. In de gemeente Doesburg is deze taak belegd bij de JGZ en zijn er afspraken gemaakt over indicatiestelling, toeleiding en monitoring van VE-verwijzingen.
De subsidieregeling4 is in 2020 vastgesteld en loopt ongewijzigd door. In de evaluatie van het aflopende beleidsplan is onderzocht of de ondergrens van de doelgroep (2 jaar) weer opgehoogd moet worden naar 2,5 jaar (landelijke ondergrens). Dit omdat er twijfels waren over de effectiviteit van de ruime regeling en of VE in de periode tussen 2 en 2,5 jaar wel voldoende rendement oplevert voor het kind. De cijfers laten zien dat er momenteel zeer minimaal gebruik wordt gemaakt van 16 uur VE door kinderen tussen 2 en 2,5 jaar en het versmallen van de doelgroepdefinitie dus weinig effect zal hebben op de financiën dan wel capaciteit.
Figuur 4: Percentage* en aantal kinderen verwezen naar VE in de gemeente Doesburg
In 2022 zijn 34 kinderen verwezen door de JGZ naar VE, dit is bijna 25% van het aantal 2- en 3-jarigen die bij het consultatiebureau in zorg zijn. In 2023 hebben er 41 kinderen een verwijzing naar VE ontvangen, 26,6% van de 154 2-3 jarigen. Er waren in de gemeente Doesburg in 2023 geen 2-3 jarigen die wel een indicatie hadden, maar geen verwijzing hebben gekregen.
Bij de registratie van de VE-verwijzing wordt bij indicaties geregistreerd of het een verwijzing is op grond van de spraak-taalontwikkeling en/of psychosociaal functioneren. In onderstaande figuur wordt de indicatie voor verwijzing weergegeven van de 34 kinderen die in 2022 naar VE zijn verwezen.
Figuur 5: Reden van VE-indicatie gemeente Doesburg 2023
Op zowel de IKC’s van de Horizon, De Wetelaar als de Anne Frankschool zijn VE-plekken beschikbaar. Deze worden ingevuld door de gevestigde peuteropvang (Stichting Spelenderwijs of Puck & Co). Deze twee partijen hebben met elkaar voor 32 VE-kinderen op jaarbasis capaciteit beschikbaar.
In het kader van preventieve aanpak leggen we de nadruk van ons beleid op de jongste doelgroep, de peuters. We willen een kwalitatief goed educatief voorschools aanbod leveren waar door alle peuters gebruik van gemaakt wordt. Om dit voor elkaar te krijgen maken we het voorschoolse aanbod voor alle ouders aantrekkelijk. Dat doen we door ervoor te zorgen dat:
Toeleiding naar voorschools aanbod
Het consultatiebureau in Doesburg is de primaire toeleider naar voorschoolse educatie. Het belang van deelname aan een peuteropvang wordt door het consultatiebureau met alle ouders besproken, ook als er geen sprake is van een VE-indicatie. Afgifte van de VE-indicatie vindt over het algemeen plaats bij het 18-maanden consult. Nadat de VE-kinderen zijn geïndiceerd, volgt het proces van inschrijving bij een aanbieder van VE en het volgen van de doelgroep. In het dossier van het kind wordt geregistreerd als kinderen, ouder dan 2 jaar, (nog) geen gebruik maken van VE. Veel voorkomende redenen van ouders om (nog) geen gebruik te maken van VE, zijn dat het kind al naar een kinderdagverblijf gaat, dat ouder(s) geen belangstelling of principiële bezwaren tegen voorschoolse opvang hebben, of om financiële redenen. Ook kunnen sommige kinderen niet direct geplaatst worden in verband met een wachtlijst
De focus ligt op de peuter met een taalachterstand, maar daarnaast willen we alle ouders bewegen hun kind aan het voorschoolse aanbod mee te laten doen. Dat heeft de volgende doelen:
Kinderen met en zonder taalachterstand integreren onderling. We vinden het heel belangrijk dat we in de peutergroepen een mix krijgen van peuters met en zonder (ouders met recht op) kinderopvangtoeslag en peuters met en zonder VE-indicatie. Peuters met een taalachterstand zitten in dezelfde groep als peuters die een sterkere taalbasis hebben.
We willen dat 100% van de peuters met een geconstateerde achterstand de kans krijgt om deel te namen aan een VE-programma. Het is aan de gemeente om te zorgen dat er voldoende VE-plekken beschikbaar zijn binnen de gemeente. Daarnaast willen we dat zoveel mogelijk VE-geïndiceerde peuters ook daadwerkelijk deelnemen aan een VE-programma. Dat leidt tot een realistisch doel dat jaarlijks ten minste 95% van de VE-geïndiceerde peuters op een VE-plek zit. Het gaat dan om de peuters die daadwerkelijk geïndiceerd zijn door het consultatiebureau. Daarvoor zijn twee zaken van belang:
Voor de toeleiding naar VE-plaatsen hanteren we de volgende lokale afspraken:
Thema 3: Inzetten op ouderbetrokkenheid
De term ‘ouderbetrokkenheid’ is veelomvattend en voor meerdere uitleg mogelijk. De Onderwijsraad onderscheidt hierin ouderparticipatie en ouderbetrokkenheid: Bij ouderparticipatie gaat het om actieve deelname van ouders aan activiteiten op de kinder- en peuteropvang of op school. Ouderbetrokkenheid kan zowel thuis plaatsvinden, als op het kinderdagverblijf, de peuteropvang of de school. Een voorbeeld van ouderbetrokkenheid thuis is voorlezen. Ouders laten hun betrokkenheid bij het kindercentrum of de school zien door naar rapportbesprekingen en ouderavonden te gaan.
Ouderbetrokkenheid thuis heeft het meeste effect op de ontwikkeling van kinderen. Hierbij gaat het om de mate waarin ouders hun kind ondersteunen en stimuleren in de ontwikkeling. De kern hiervan is de interactie tussen ouders en kind. Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van de ouder-kind interactie een sterkere voorspeller van leerresultaten is dan de mate waarin ouders op school actief zijn. Ouderbetrokkenheid krijgt specifieke aandacht bij de doelgroep VVE. Betrokkenheid van ouders bij de ontwikkeling van en het onderwijs aan hun kind(eren), versterkt de cognitieve ontwikkeling van hun kinderen. Ouders worden uitgenodigd voor themabijeenkomsten en inloopochtenden, maar er worden ook gezinsgerichte programma’s ingezet. VVE Thuis bijvoorbeeld is een programma dat zowel in de peuterjaren als in de kleuterjaren ingezet kan worden, als aanvulling op de VVE programma’s/aanpak. VVE Thuis ondersteunt de ouder-kind interactie en is sterk gericht op taal- en woordenschatontwikkeling.
In deze beleidsperiode richten we ons vooral op het gebied thuisbetrokkenheid van de ouder: hoe zorgen we ervoor dat het kind ook in de thuissituatie voldoende ontwikkelmogelijkheden krijgt. We kijken op locatieniveau op welke wijze de ouderbetrokkenheid het beste bevorderd kan worden, mogelijk door de inzet van een brugfunctionaris. Als de scholen in de gemeente Doesburg de subsidie voor brugfunctionaris toegekend krijgen, zal in het uitvoeringsplan van 2025 een uitwerking worden opgenomen hoe dit vorm krijgt.
Ouderbetrokkenheid in relatie tot laaggeletterdheid
Ouderbetrokkenheid bij VE (en in de voorschool) gaat uit van het standpunt dat ouders hun kinderen kunnen ondersteunen bij het verwerven van taal- en woordenschat. Daarvoor is een essentiële voorwaarde dat ouders ook zelf in staat worden gesteld Nederlands te leren en goed te kunnen lezen en schrijven.
Sinds 2020 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de aanpak van laaggeletterdheid. Daaronder vallen de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van een aanpak waarin laaggeletterden worden gevonden en opgeleid. De gemeente Doesburg heeft een breed beschikbaar aanbod voor laaggeletterde inwoners, zowel non-formele/informele trajecten als formele trajecten. De non-formele en informele trajecten worden vormgegeven door de bibliotheek en de Buurtacademie. Door initiatieven zoals Taalmaatjes, Taalcafé, Taalhuis en de Taalwandeling kunnen laagtaalvaardige inwoners op laagdrempelige wijze hun lees- en taalvaardigheid verbeteren. Naast het beschikbare informele aanbod biedt het Graafschap College voor de gemeente de formele trajecten aan. De formele educatietrajecten (met certificaat) worden aangeboden door de Taalschool van het Graafschap College op de locatie in Doetinchem. De bevoegde docenten geven cursussen op maat, gericht op het behalen van een specifiek taalniveau. Voor cursisten met Nederlands als moedertaal is dit gericht op het behalen van 1F en 2F, voor cursisten met een anderstalige achtergrond is dit gericht op het behalen van niveau A1, A2, B1 en B2.
Het Taalhuis van Doesburg is te vinden in de bibliotheek. In het Taalhuis werken de verschillende lokale partners samen: de gemeente, het Graafschap College, de Bibliotheek en de Buurtacademie. Het Taalhuis is een loket waar mensen met een vraag op het gebied van basisvaardigheden (taal, digitale vaardigheden en/of rekenen) zich kunnen melden en waar ze op de juiste manier geholpen worden naar passend formeel, non-formeel en/of informeel educatieaanbod, om zodoende meer zelfredzaam te worden. Een combinatie van deze verschillende vormen educatieaanbod verhoogt de leeropbrengst.
De partners binnen het Taalhuis hebben de gemeente erop geattendeerd dat er voornamelijk allochtone Nederlanders (met Nederlands als tweede taal) gebruik maken van het aanbod. De laaggeletterde autochtone Nederlanders (met Nederlands als eerste taal) worden onvoldoende bereikt. Ons doel voor deze planperiode is dan ook om deze doelgroep beter te bereiken en te verwijzen naar het aanbod van het Taalhuis om hen daarmee in staat te stellen meer betrokken te zijn bij de schoolcarrière van hun kinderen en onderwijsachterstanden bij de kinderen te bestrijden. Hierin wordt actief de samenwerking gezocht met voorliggende voorzieningen (zoals de formulierenbrigade) in Doesburg om laaggeletterde ouders te vinden. Ook zet de gemeente Doesburg samen met de bibliotheek in op het trainen van professionals op het herkennen van laaggeletterdheid en hierop te acteren.
Thema 4: Doorgaande ontwikkelingslijn 0-13 jaar
In het algemeen geldt dat de gemeente verantwoordelijk is voor het tegengaan van (taal)achterstanden voor kinderen van 0-4 jaar, waarbij de taken voor de voorschoolse educatie van 2-2,5 tot 4 jaar wettelijk zijn vastgelegd. De basisscholen zijn verantwoordelijk voor het verzorgen van onderwijs vanaf 4 jaar.
Dit thema richt zich dan ook op de wettelijke kaders van het onderwijsachterstandenbeleid.
De gemeente Doesburg wil ook kinderen in de basisschoolleeftijd met (kans op) (taal)achterstanden blijven ondersteunen. Dit doet zij door scholen te faciliteren bij het verzorgen van extra aanbod voor kinderen met een (risico op) achterstand. Daarnaast wil de gemeente de kennisuitwisseling tussen basisscholen en tussen basisscholen en voorschoolse voorzieningen stimuleren en periodiek bespreken, zodat álle kinderen in Doesburg kunnen profiteren van de opgedane kennis en vaardigheden. Ook wordt er in de aankomende planperiode met verschillende gemeenten in de West-Achterhoek (Oude IJsselstreek, Bronckhorst en Doetinchem) onderzocht hoe het nieuwkomersonderwijs in de regio verstevigd kan worden en ook kinderen met Nederlands als 2de taal een zo’n kansrijke start krijgen in het Nederlandse schoolsysteem.
Het thema doorgaande leerlijn beslaat meerdere overgangen en fasen in het leerproces van kinderen. Het gaat daarbij om de (1) toeleiding naar voorschoolse voorzieningen (waaronder voor- en vroegschoolse educatie), (2) de overgang van voorschool naar basisschool en (3) de overgang van basisschool naar voortgezet onderwijs. Ook de doorontwikkeling van kindcentra (geïntegreerde voorzieningen voor voorschool en basisonderwijs) valt hieronder. Daarnaast gaat het ook om (4) specifieke voorzieningen voor leerlingen die extra ondersteuning in en bij hun leerproces vragen, die bijdragen aan het succesvol kunnen doorlopen van de schoolcarrières van onze kinderen.
Doorgaande lijn voorschool-basisschool
We willen dat er een eenvoudige/laagdrempelige overgang bestaat van de voorschoolse voorziening naar de basisschool. In Doesburg zijn op de drie basisscholen kindcentra (IKC’s) ingericht. Hierdoor is al een natuurlijke overgang ontstaan. Wat we echter in de komende periode vooral willen bewerkstelligen is dat de peuteropvang en het onderwijs, op alle locaties, nog meer integreren. We willen dat samen realiseren door:
Gezamenlijke afspraken te maken voor de VVE kinderen in de leeftijd van 2 t/m 6 jaar (conform artikel 167 lid 1 Wpo). Hierbij is van belang dat de doelgroepdefinitie voor zowel voor- als vroegschool helder is en dat de kinderen die onder deze definitie vallen als doelgroepkind gevolgd worden tot in de vroegschool;
Overgang basisschool-voortgezet onderwijs
Landelijk is het thema over- of onderadvisering bij het afgeven van een schooladvies voor het voortgezet onderwijs een belangrijk gespreksonderwerp binnen het bredere kader van kansengelijkheid. In Doesburg streven gemeente en schoolbestuur ernaar om de leerlingen gelijk te behandelen, ook bij de advisering over het schooladvies. In deze planperiode gaan we nader onderzoeken of dit ook in Doesburg een thema is. Dat doen we ook in afstemming met het samenwerkingsverband Doetinchem.
Het consultatiebureau is een belangrijke raadgever voor de inrichting van de zorgstructuur binnen de kinderopvang en het onderwijs. Het consultatiebureau heeft zicht op de aantallen (van jonge kinderen) maar ook op de problematiek die er mogelijk speelt. In de nieuwe planperiode willen we dan ook meer intensief de samenwerking zoeken om ook sneller te kunnen anticiperen met ons VVE-aanbod op de demografische en sociaal-economische ontwikkelingen van de Doesburgse gezinnen.
Daarnaast hebben alle maatschappelijke partners binnen onderwijsachterstanden oog voor een stabiel en veilig opvoedklimaat voor kinderen. Een onveilige thuissituatie heeft direct invloed op de ontwikkeling van het kind. We vormen een kring van veiligheid en gebruiken de Meldcode. Iedere partner heeft een aandachtsfunctionaris huiselijk geweld en kindermishandeling en deze weten elkaar ook te vinden.
In Doesburg is daarnaast geregeld dat maatschappelijk werkers (medewerkers van het CJG) op de basisscholen en de kinderopvang rondlopen en het eerste aanspreekpunt voor vragen rond opvoeding en ondersteuning zijn. Zij zijn tevens de schakel met het jeugdteam van Doesburg. Ook de brugfunctionaris kan hier een rol in spelen. Als de scholen in de gemeente Doesburg de subsidie voor brugfunctionaris toegekend krijgen, zal in het uitvoeringsplan van 2025 een uitwerking worden opgenomen hoe dit vorm krijgt.
We hebben er in Doesburg voor gekozen drie integrale kindcentra in te richten met onderwijs en kinderopvang onder één dak. Belangrijk aspect van het kindcentrum is dat er een doorgaande zorg-, leer- en ontwikkelingslijn voor de leeftijd 0-13 jaar is vastgelegd. We verwachten dan ook dat onderwijs en kinderopvang een heldere doorlopende zorgstructuur hebben ingericht.
De recent gestarte ‘peuter-kleuter-IB’ers’ zijn essentieel bij het versterken van de doorgaande (zorg)lijn van de doelgroepkinderen. Het is onze ambitie om deze functie op al onze drie basisscholen in te voeren. Daarnaast is dat de nog te benoemen brugfunctionaris hier ook een actieve rol gaat spelen als de Doesburgse scholen deze subsidie toegekend krijgen.
3. Van beleidsplan naar uitvoering
Op basis van de beleidsuitgangspunten gaan we zo concreet mogelijk aan de slag. We kiezen voor 2 vormen om de hoofdthema’s in de vorige paragraaf vorm te geven: stadsgericht en locatiegericht. De hoofdthema’s betreffen:
In de stadgerichte vorm gaan we aan de slag met de hoofdthema’s (thema’s 1 en 2) die voor de hele stad gelden, zoals de reguliere subsidiering van de peutergroepen, integratie en het tegengaan van segregatie, sturing van leerlingenstromen en indicering van doelgroepkinderen. Het gaat hierbij om onderwerpen die betrekking hebben op alle locaties en wijken in Doesburg. Afhankelijk van het onderwerp zal dit aan de orde komen op het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO), directeurenoverleg of de lokale educatieve agenda (segregatie/integratie, sturing van leerlingenstromen) of zal hier door het college op besloten worden (subsidiering peutergroepen, indicering).
Deze vorm wordt gekozen op de drie locaties in Doesburg. De kinderopvangentra en de basisscholen van Doesburg maken daarvoor één gezamenlijk uitvoeringsplan per kalenderjaar. In het uitvoeringspaln wordt uitgewerkt hoe uitvoering wordt gegeven aan de hoofdthema’s 3 en 4: inzetten op ouderbetrokkenheid en de doorgaande ontwikkelingslijn 0-13. Waar mogelijk staat die gespecificeerd naar de betreffende locatie. Daarnaast wordt in het uitvoeringsplan concrete resultaatafspraken vastgelegd op de bovengenoemde thema’s.
Het uitvoeringsplan is de jaarlijkse afspiegeling van de uitvoering van het beleid op de IKC’s en maakt onderdeel uit van het voorliggende beleidsplan.
De stedelijke VVE-coördinatie is belegd bij een verantwoordelijke professional in de vorm van een VVE-coördinator. Deze VVE-coördinator houdt zich bezig met:
De verschillende partners voeren periodiek overleg over de inhoud van dit beleidsplan. De overlegstructuur is als volgt ingericht:
LEA (incl. OOGO met frequentie: 1x per jaar). Hierin zijn o.a. bestuurders en directeuren van kinderopvang, onderwijs, de jeugdgezondheidszorg (consultatiebureau), bibliotheek en gemeente vertegenwoordigd. In het lokale overleg wordt het gesprek gevoerd over brede onderwerpen die spelen binnen het onderwijs waaronder ook het onderwijsachterstandenbeleid. De wethouder is voorzitter van de LEA.
De werkgroep onderwijsachterstandenbeleid. Deze stedelijke werkgroep bevat vertegenwoordigers van de verschillende partijen en houdt zich bezig met de concrete uitvoering van het beleidsplan. De werkgroep brengt op hoofdlijnen verslag uit richting de deelnemers van het LEA. De beleidsadviseur jeugd en onderwijs is voorzitter van de werkgroep onderwijsachterstandenbeleid.
Locatie-overleggen. Binnen en tussen de verschillende IKC’s van Doesburg wordt actief periodiek overlegd en afstemming gezocht. Deze overleggen vinden plaats op locatieniveau en raakt de concrete uitwerking van het uitvoeringplan van de IKC’s. De samenstelling van deze overleggen kan wijzigen (IB-ers, VVE-coördinator, directie).
De onderwijsachterstandsmiddelen die vanuit de gemeente beschikbaar zijn bestaan uit twee componenten:
Met de rijksmiddelen moet de gemeente de wettelijke opdracht uitvoeren, waarvan de belangrijkste is voldoende voorzieningen aan te bieden, zowel in aanbod als in spreiding, waar kinderen met een achterstand voorschoolse educatie aangeboden krijgen. Wij zetten de rijksmiddelen in om bij alle voorschoolse aanbieders in Doesburg een kwalitatief goed voorschools aanbod te bieden dat voor alle peuters toegankelijk is. Wij hopen daarmee een goede mix te creëren van kinderen met en zonder een taalachterstand, zodat integratie bevorderd wordt en kinderen effectief van elkaar kunnen leren. De rijksmiddelen zijn bedoeld voor de groep 2-13 jarigen.
Bekostiging Voorschoolse Educatie (kindvolgende subsidie)
De OAB-middelen van het Rijk worden voor het grootste gedeelte besteed aan de voorschoolse educatie (inclusief toeleiding). Dit aandeel is gemiddeld 80%.
Uitvoeringsplan en bibliotheek
Aan het uitvoeringsplan van de IKC’s zal jaarlijks een budget gekoppeld worden. Dit budget wordt bepaald in overleg met de verschillende IKC’s en hangt af van de middelen die nodig zijn voor de bekostiging van de VE. Jaarlijks in september wordt bekend wat de OAB-Rijksuitkering voor het opvolgende jaar gaat zijn. Op dat moment wordt opnieuw het gesprek gevoerd over het budget van het opvolgende kalenderjaar.
In de uitvoeringagenda staat aangegeven met welke thema’s, acties en doelen we – de gemeente en de (onderwijs)partners in deze planperiode aan de slag gaan. Uiteraard is deze planning niet in beton gegoten. Waar zich kansen en ontwikkelingen voordoen worden deze waar mogelijk en voortvarend opgepakt. Concrete acties m.b.t. ouderbetrokkenheid en de doorgaande leerlijn per locatie staan nader uitgewerkt in het uitvoeringsplan van de IKC’s. Het uitvoeringsplan maakt onderdeel uit van dit beleidsplan.
|
Scholing van pedagogisch medewerkers, medewerkers consultatiebureau en consulenten voor signaleren van en acteren op laaggeletterdheid bij inwoners/ouders. |
||
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-241737.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.