Wijziging Verordening jeugdhulp Rijswijk 2022

BESLUIT

 

De wijziging van de Verordening jeugdhulp Rijswijk 2022 vast te stellen

Artikel I Wijziging Verordening

De Verordening jeugdhulp Rijswijk 2022 wordt als volgt gewijzigd:

 

A.

De wettelijke basis in de aanhef komt als volgt te luiden:

  • gelet op de artikelen 2.9, 2.11 en 8.1.1, derde lid, van de Jeugdwet;

 

B.

Aan de considerans wordt onder de derde bullet (het noodzakelijk is om regels vast te stellen over) het navolgende overwegend toegevoegd:

 

  • -

    de continuïteit van de jeugdhulp, of jeugdreclassering.

  • -

    onder welke voorwaarden de persoon aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, de jeugdhulp kan betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk.

C.

Artikel 1 lid 1 sub e vervalt, onder verlettering van sub f tot en met sub l tot sub e tot en met k.

 

D.

Artikel 9 lid 1 sub a onderdeel I komt als volgt te luiden:

 

  • zorg van ouders en hulp van andere personen uit het sociale netwerk;

E.

Artikel 11 Onderscheid formele en informele hulp lid 4 komt te luiden:

 

  • Als de hulp wordt verleend door een andere persoon dan beschreven in lid 1 en 2, is sprake van informele hulp. Informele hulpverleners dienen in het bezit te zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag.

F.

In artikel 16 lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • onderdeel g wordt gewijzigd in onderdeel e.

G.

De artikelsgewijze toelichting artikel 9 komt onder het kopje lid 1 als volgt te luiden:

 

  • Bij het beoordelen van de problematiek wordt gekeken in hoeverre de eigen mogelijkheden van de jeugdige en/of ouder(s) en hun omgeving toereikend zijn om (al dan niet gedeeltelijk) een oplossing te bieden voor de hulpvraag. Onderdeel van die eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen is de zorg die ouders geacht worden aan hun kinderen te bieden en/of hulp geboden door andere personen uit het sociale netwerk. Voor zover deze zorg mag worden verwacht, hoeft geen jeugdhulp te worden ingezet.

    Een aanvullende verzekering wordt ook als onderdeel van het eigen probleemoplossend vermogen gezien. Wanneer uit het onderzoek blijkt dat jeugdhulp nodig is waarvoor de jeugdige en/ of ouder (s) aanvullend verzekerd zijn, mag van hen verwacht worden dat ze die verzekering aanspreken. Als de aanvullende verzekering de jeugdhulp niet voldoende vergoed, moet het college op grond van de jeugdhulpplicht aanvullen.

    Een algemene (vrij toegankelijke) voorziening heeft voorrang boven een individuele voorziening (onderdeel b). Met andere woorden: als er een algemene voorziening beschikbaar is die volledig tegemoet komt aan de ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en/of ouder(s), dan hoeft het college geen individuele voorziening meer te treffen.

    Het college hoeft ook geen voorziening te verstrekken als de jeugdige en/of ouder (s) gebruik kunnen maken van een andere (voorliggende) voorziening (onderdeel c). Het gaat dan om een voorziening op grond van een andere wet dan de Jeugdwet (bijvoorbeeld Wmo, ZvW of Wlz).

    Met “voor zover” bedoelen wij het volgende. Als na de inzet van alle mogelijkheden die hierboven zijn opgesomd, nog steeds een ondersteuningsbehoefte aanwezig is dan zal het college hiervoor een individuele voorziening moeten treffen.

H.

De artikelsgewijze toelichting artikel 11 komt onder het kopje lid 2b als volgt te luiden:

 

  • De Verklaring Omtrent Gedrag is niet eerder afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip waarop betrokkene voor de jeugdhulpaanbieder of gecertificeerde instelling ging werken en mag niet ouder zijn van drie jaar (art. 4.1.6, lid 2 en 4 van de Jeugdwet). Bij informele zorgverleners mag de Verklaring Omtrent Gedrag niet ouder zijn dan 2 jaar.

Artikel II Overgangsrecht

Aanvragen die zijn ingediend voor de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van dit wijzigingsbesluit, worden afgehandeld volgens de Verordening jeugdhulp Rijswijk 2022 zoals deze na de inwerkingtreding van dit wijzigingsbesluit luidt.

Artikel III Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking ervan.

Aldus besloten door de Raad van de gemeente Rijswijk, in zijn openbare vergadering van 23 mei 2024

De gemeenteraad,

de griffier,

J.A. Massaar, bpa

de voorzitter,

H. Sahin

Naar boven