Verkeersbesluit instellen tijdelijke voorrangsregeling en verplichte rijrichting Zuid Schalkwijkerweg te Haarlem

Nr. 2024/624529

 

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

 

Overwegende:

dat de Zuid Schalkwijkerweg gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;

dat de Zuid Schalkwijkerweg in beheer is bij de gemeente Haarlem;

dat de Zuid Schalkwijkerweg een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;

dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;

dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager beleid openbare ruimte;

dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem op 25 april 2024 door de gemeenteraad is vastgesteld;

dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;

dat de Zuid Schalkwijkerweg gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom waarop een maximumsnelheid van 30 km/u geldt;

dat de verblijfsfunctie op een erftoegangsweg boven geschikt is aan de verkeersfunctie;

dat de Zuid Schalkwijkerweg ten zuiden van de Europaweg vernieuwd dient te worden in het kader van groot onderhoud;

dat het gezien de onderhoudsfase wenselijk is om ontsluitingswegs voor gemotoriseerd verkeer en fietsverkeer in te richten;

dat aan de Zuid Schalkwijkerweg woningen, boerderijen en enkele bedrijven gelegen zijn;

dat de Zuid Schalkwijkerweg een smalle straat betreft waarlangs grotendeels sloten gelegen zijn;

dat de Zuid Schalkwijkerweg aan de noordkant voor gemotoriseerd verkeer doodlopend is;

dat de Zuid Schalkwijkerweg voornamelijk wordt gebruikt door bestemmingsverkeer;

dat aan de noordkant van de Zuid Schalkwijkerweg een fietspad gelegen ligt richting de Europaweg;

dat dit fietspad een drukke fiets- en recreatieroute betreft;

dat het onderhoud aan de Zuid Schalkwijkerweg en het smalle profiel van de straat ervoor zorgt dat er onvoldoende ruimte is om tijdens de werkzaamheden het werkvak te passeren;

dat het voor nood- en hulpdiensten niet mogelijk is om snel het gebied te betreden zonder de werkzaamheden te hinderen;

dat ten noorden van de Zwemmerslaan geen andere ontsluitingswegs zijn voor bewoners aan de Zuid Schalkwijkerweg om de weg in- en uit te rijden;

dat het daarom wenselijk is voor de veiligheid en toegankelijkheid van de bewoners om op de Zuid Schalkwijkerweg tijdelijk een ontsluitingsweg te realiseren;

dat deze tijdelijke ontsluitingsweg vanaf de Zuid Schalkwijkerweg richting de Europaweg kan worden gerealiseerd door tijdelijke verharding aan te brengen op het pad parallel aan het fietspad;

dat door deze tijdelijke aansluiting op het verplichte fietspad er meerdere wegvakken ontstaan, waardoor het gewenst is om in beide richtingen van het verplichte fietspad ter hoogte van de aansluiting op de tijdelijke ontsluitingsweg het verplichte fietspad aan te duiden door middel van de borden G11 van bijlage 1 van het RVV 1990;

dat deze tijdelijke ontsluitingsweg alleen zal worden gebruikt door bestemmingsverkeer en nood- en hulpdiensten;

dat het aanwezige onverplichte voetpad tijdelijk wordt gebruikt als rijbaan en daarmee tijdig komt te vervallen;

dat het wenselijk is om op het aanwezige fietspad en Europaweg een voorrangsregeling in te stellen waarbij bestuurders vanaf de ontsluitingsweg bestuurders op de kruisende weg voorrang moeten verlenen, en daarmee de veiligheid van fietsers en het gemotoriseerd verkeer te waarborgen;

dat het door de beperkte ruimte op de tijdelijke ontsluitingsweg wenselijk is om een verplichte rijrichting in te stellen;

dat vanwege de tijdelijke ontsluitingsweg en de verbinding met de Europaweg het noodzakelijk is om de verkeerssituatie aan te duiden door het plaatsen van borden J37 onderborden voorzien van de tekst "tijdelijke in- en uitrit", van bijlage 1 van het RVV 1990;

dat een verplichte rijrichting wordt ingesteld vanaf de tijdelijke ontsluitingsweg richting de kruising met de Europaweg;

dat de verplichte rijrichting ondersteund wordt door een eenrichtingssituatie, waarbij de ingang vanuit deze zijde gesloten is voor voertuigen, ruiters en geleiders van rij- of trekdieren of vee;

dat het linksafslaand verkeer in deze situatie namelijk onveilig wordt geacht en het daarom gelet op de verkeersveiligheid gewenst is om het verkeer via de rotonde de goede richting op te leiden;

dat de tijdelijke verkeersmaatregelen zullen duren vanaf 16 april 2024 tot en met 30 juni 2025 of zoveel korter als mogelijk is of langer indien noodzakelijk is;

dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de borden D5r,B4, B5, B6 en G11 van bijlage 1 van het RVV 1990 alsmede het aanbrengen van haaientanden genoemd in artikel 80 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt met uitvoeren van de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen;

dat gelet op alle voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer ondergeschikt is aan het verzekeren van de veiligheid op de weg en het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;

dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;

dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde verkeersmaatregelen.

 

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem besluit:

- door middel van het plaatsen van bord D5r van bijlage 1 van het RVV een verplichte rijrichting in te stellen vanaf de ontsluitingsweg richting de kruising met de Europaweg;

- door middel van het plaatsen van de borden B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 een voorrangsregeling in te stellen, waarbij het verkeer vanaf de tijdelijke ontsluitingsweg voorrang moet verlenen aan het verkeer op de Europaweg, ter hoogte van de kruising van de ontsluitingsweg met de Europaweg;

- door middel van het plaatsen van de borden B6 van bijlage 1 van het RVV op de kruising van de ontsluitingsweg met het verplichte fietspad;

- door het plaatsen van de borden B4 en B5 van bijlage 1 van het RVV 1990 op de Europaweg voor de kruising met de ontsluitingsweg;

- door het aanbrengen van haaientanden zoals benoemd in artikel 80 van het RVV 1990 op de Europaweg en op ontsluitingsweg ter hoogte van de kruising;

- door middel van het plaatsen van de borden G11 van bijlage 1 van het RVV op het verplichte fietspad ter hoogte van de kruising met de ontsluitingsweg;

- dat de verkeersmaatregelen duren vanaf 16 april 2024 tot en met 30 juni 2025 of zoveel korter als mogelijk is of langer indien noodzakelijk is;

- een en ander overeenkomstig uit situatieschets.

 

Aldus vastgesteld op 23 mei 2024 te Haarlem

Namens het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

Melvin Werkhoven

Teammanager beleid openbare ruimte

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Haarlem, Postbus 511, 2003 PB te Haarlem. Het bezwaarschrift moet de naam en het adres vermelden van degene die bezwaar maakt, zijn ondertekend en de datum vermelden waarop het is opgesteld. Daarnaast verzoeken wij u om ook uw telefoonnummer en/of e-mailadres te vermelden. Dit maakt het makkelijker om contact met u op te nemen over uw bezwaarschrift. In het bezwaarschrift moet ook worden aangegeven tegen welk besluit bezwaar wordt gemaakt en waarom het bezwaar wordt gemaakt. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort. Bij een spoedeisend belang kan degene die een bezwaarschrift heeft ingediend een voorlopige voorziening vragen aan de voorzieningenrechter van de rechtbank, sector bestuursrecht, postbus 1621, 2003 BR te Haarlem. Bij het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening moeten griffierechten worden betaald.

 

Naar boven