Verkeersbesluit herinrichting kruispunt Deurningerstraat/Raiffeisenstraat Enschede

Burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede,

gelet op de Wegenwet, de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994), het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (hierna: RVV 1990), het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: BABW) en de Uitvoeringsvoorschriften van het Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer (hierna: Uitvoeringsvoorschriften BABW).

 

Overwegende:

dat de in het voorliggend besluit genoemde weg gelegen is binnen de bebouwde kom van Enschede en in beheer is bij de gemeente Enschede;

 

dat de in het voorliggend besluit genoemde weg een weg is als bedoeld in artikel 1, lid 1 onder b van de WVW 1994;

 

dat gelet op artikel 18, lid 1d, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW), burgemeester en wethouders bevoegd zijn om verkeersbesluiten te nemen, te wijzigen en in te trekken;

 

dat de wegencategorisering in Enschede aansluit op de categorisering zoals opgenomen in het landelijke programma duurzaam veilig;

 

dat de Deurningerstraat is gecategoriseerd als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom;

 

dat de verkeersfunctie van deze weg ondergeschikt is aan de verblijfsfunctie;

 

dat sinds december 2019 het kruispunt van de Deurningerstraat met de Raiffeisenstraat en Lasonderstraat is heringericht en is vormgegeven als een zogenaamde ovatonde;

 

dat de ovatonde is ingericht om het verkeer van oost naar west verder te ontmoedigen en naar de Singels te leiden en de verkeersveiligheid te vergroten;

 

dat vanaf de aanleg de ovatonde een veel besproken onderwerp is als het om verkeer gaat in Enschede;

 

dat onder andere klachten over lange wachtrijen van autoverkeer op de Deurningerstraat als gevolg van de herinrichting zijn geuit;

 

dat de ovatonde tussentijds is geëvalueerd door Veilig Verkeer Nederland wegens de vele ongewenste keerbewegingen op het kruispunt;

 

dat de nieuwe coalitie heeft aangegeven vanwege o.a. deze geluiden uit de omgeving de werking van de ovatonde te willen evalueren;

 

dat uit de evaluatie een aantal conclusies zijn getrokken;

 

dat het aantal dagelijkse keerbewegingen op de ovatonde fors is en die keerbewegingen een belemmering zijn voor de verkeersveiligheid en doorstroming op het kruispunt;

 

dat een herinrichting tot volledige rotonde die voldoet aan de richtlijnen en verkeersveiligheid voor alle weggebruikers, niet binnen de bestaande kavelgrenzen past;

 

dat, aangezien de vele keerbewegingen op de ovatonde verkeersonveiligheid opleveren, beter kan worden gekozen om op een verkeersveilige wijze deze beweging toe te laten en beter te faciliteren;

 

dat het mogelijk maken van een linksaf beweging op de ovatonde een keuze is tussen verkeersveiligheid, bereikbaarheid en leefbaarheid;

 

dat, waar het enerzijds de verkeersveiligheid bevorderd, het anderzijds een verkeersaantrekkende werking kan hebben op de Molenstraat;

 

dat daar wel tegenover staat dat de verkeersaantrekkende werking van het Stationsplein zal verdwijnen;

 

dat met de ontwikkelingen rond het stationsplein, en de doorsteek in de ovatonde het aannemelijk is dat per saldo de intensiteit op de Molenstraat gelijk blijft, of gering stijgt;

 

dat naar verwachting deze intensiteit lang niet in de buurt komt van het ooit als doel gestelde maximum aantal van 4.000 motorvoertuigen op de Molenstraat;

 

dat naar aanleiding van bovenstaande overwegingen een doorsteek wordt aangelegd op de ovatonde in Deurningerstraat, waardoor bestuurders vanaf de oostelijke rijbaan kunnen doorsteken naar de westelijke rijbaan;

 

dat het van belang is dat die bestuurders bij het naderen van het kruispunt van die doorsteek met de westelijke rijbaan van de Deurningerstraat voorrang verlenen aan bestuurders die het kruispunt naderen over de westelijke rijbaan;

 

dat bovenstaande maatregel wordt gerealiseerd door het plaatsen van verkeersbord B6 van bijlage 1 van het RVV 1990, ondersteund met haaientanden op de doorsteek ter hoogte van het kruispunt met de westelijke rijbaan van de Deurningerstraat;

 

dat door middel van het plaatsen van bord B1 van bijlage 1 van het RVV 1990 de westelijke rijbaan van de Deurningerstraat ter hoogte van die nieuw aangelegde kruispunt opnieuw wordt aangeduid als voorrangsweg;

 

dat voor het plaatsen van de verkeersborden B1 en B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist;

 

dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor genoemde verkeersmaatregel strekt tot het:

  • verzekeren van de veiligheid op de weg;

  • beschermen van weggebruikers en passagiers;

  • in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.

 

dat mede gelet op artikel 2 van de WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij het treffen van deze verkeersmaatregel;

 

dat de vrijheid van het verkeer door deze verkeersmaatregel wordt beperkt, doch dit wordt van geringer belang geacht dan de verkeersveiligheid op dit weggedeelte;

 

dat het op grond van artikel 15, eerste lid, van de WVW 1994 vereist is om een verkeersbesluit te nemen voor de plaatsing of verwijderen van de in artikel 12 van het BABW genoemde verkeerstekens en ook voor onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd;

 

dat het op grond van artikel 15, tweede lid, van de WVW 1994, tijdelijke maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer geschieden krachtens een verkeersbesluit;

 

dat het treffen van genoemde verkeersmaatregel een normale maatschappelijke ontwikkeling is waarmee een ieder kan worden geconfronteerd en waarvan de nadelige gevolgen in beginsel voor rekening van betrokkenen behoren te blijven;

 

dat de in dit verkeersbesluit genoemde maatregel niet leidt tot een toename van de geluidsbelasting afkomstig van het wegverkeerslawaai, zoals bedoeld in artikel 21a van het BABW, op geluidsgevoelige gebouwen;

 

dat met betrekking tot het uitvoeren van deze verkeersmaatregelen overleg is gevoerd met de gemandateerde verkeersadviseur van de politie ingevolge artikel 24 van het BABW 1990, deze een negatief advies heeft afgegeven en de handhaafbaarheid van de maatregelen als gevolg daarvan niet gewaarborgd is;

 

dat afgeweken is van bovenstaand advies omdat de verkeerssituatie ter plaatse verduidelijkt wordt door het toepassen van verkeersbord B6 in combinatie met het aanbrengen van haaientanden op het wegdek.

 

Het besluit:

Het college van burgemeester en wethouders van Enschede besluit:

  • door middel van het plaatsen van verkeersborden B1 van bijlage 1 van het RVV 1990 de Deurningerstraat aan te duiden als voorrangsweg;

  • door middel van het plaatsen van bord B6 van bijlage 1 van het RVV 1990 bestuurders die over de doorsteek de westelijke rijbaan van de Deurningerstraat naderen, voorrang te laten verlenen aan bestuurders op de Deurningerstraat;

  • een en ander overeenkomstig onderstaande situatieschets.

 

Situatieschets:

Aldus vastgesteld op d.d. 7 mei 2024 te Enschede

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Enschede,

Roy Roord,

Technisch medewerker Vergunnen

Bezwaar:

Dit besluit treedt in werking na bekendmaking in het Gemeenteblad. Belanghebbenden kunnen binnen zes weken na publicatie van dit besluit in het Gemeenteblad bezwaar maken bij burgemeester en wethouders van Enschede, Postbus 20, 7500 AA te Enschede. Door het indienen van het bezwaarschrift wordt dit besluit niet opgeschort.

Het bezwaarschrift moet de volgende gegevens bevatten:

  • uw naam en adres;

  • de datum waarop u het bezwaarschrift schrijft;

  • Het kenmerk van het besluit (0153Z2024050600001)

  • een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt;

  • de reden waarom u het er niet mee eens bent;

  • uw handtekening.

Naar boven