Integriteit voor Raadsleden gemeente Rijswijk 2024

De gemeenteraad van Rijswijk,

Bijeen in openbare vergadering op 23 april 2024

Gelezen het voorstel van de Griffie

nr. 24-005

 

Gelet op artikel 15, lid 3 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

  • A.

    De huidige gedragscodes “Gedragscode Integriteit Volksvertegenwoordigers” in te trekken ;

  • B.

    Vast te stellen de volgende gedragscode:

“Integriteit voor Raadsleden gemeente Rijswijk 2024”

 

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

  • 1.1

    De gedragscode geldt voor raadsleden en fractieassistenten, maar richt zich ook tot de bestuursorganen.

  • 1.2

    De leden van de raad ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de gedragscode.

  • 1.3

    De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar.

Hoofdstuk 2. Samenspel en onderlinge omgang

2.1 Omgangsvormen

  • 1.

    Raadsleden bejegenen elkaar, andere bestuurders, de griffier, de gemeentesecretaris en andere ambtenaren op correcte wijze zowel mondeling, schriftelijk als in de (sociale) media. Zij blijven ver weg van pestgedrag, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld. Ook ‘op de persoon spelen’, grof taalgebruik en ongefundeerde beschuldigingen van strafbaar gedrag aan het adres van raadsleden of andere fracties zijn ongewenste omgangsvormen.

  • 2.

    Vanuit een gezamenlijke verantwoordelijkheid bewaken en bevorderen raadsleden actief de sociale veiligheid. Dat doen raadsleden door zelf het goede voorbeeld te geven en elkaar aan te spreken op ongewenst gedrag. Collega-raadsleden kunnen elkaar hierbij ondersteunen.

  • 3.

    Als raadsleden ongewenst gedrag van collega-raadsleden ervaren hebben, kunnen zij zich wenden tot de vertrouwenspersoon voor advisering en ondersteuning.

2.2 Omgangsvormen in vergadering

  • 1.

    Raadsleden houden zich tijdens de raads- en Forumvergaderingen aan het Reglement van Orde en de Forumregeling en volgen de aanwijzingen van de voorzitter op.

  • 2.

    Raadsleden spreken in het debat via de voorzitter.

  • 3.

    Optreden tegen een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening tijdens vergaderingen is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de voorzitter en de raadsleden. De voorzitter kan een raadslid vermanen en terugroepen tot de behandeling van het onderwerp. De spreker wordt in de gelegenheid gesteld de woorden, die tot de waarschuwing aanleiding hebben gegeven, terug te nemen. Indien de spreker van deze gelegenheid geen gebruik maakt, kan de voorzitter de spreker het woord ontnemen of de vergadering voor een bepaalde tijd schorsen of zelfs sluiten.

  • 4.

    Raadsleden kunnen de voorzitter wijzen op een (mogelijk) grensoverschrijdende bejegening met een punt van orde of een persoonlijk feit.

  • 5.

    Een raadslid dat door zijn gedragingen de gang van zaken belemmert, kan op voorstel van de voorzitter door de raad het verdere verblijf in de vergadering worden ontzegd. Bij herhaling van het gedrag kan het raadslid voor ten hoogste drie maanden toegang tot de vergadering worden ontzegd.

2.3 Gebruik sociale media en e-mail

Raadsleden houden zich bij het gebruik van sociale media en e-mail aan de etiquette, zoals die door het presidium van de raad is vastgesteld.

Hoofdstuk 3. Voorkomen van belangenverstrengeling

  • 1.

    Het raadslid levert de griffier de informatie aan over de (neven)functies die openbaar gemaakt moeten worden bij aanvang van het raadslidmaatschap, dan wel binnen één maand na aanvaarding van de (neven)functie en geeft hem de wijzigingen daarin door.

  • 2.

    De informatie betreft in ieder geval de omschrijving van de (neven)functie, de organisatie voor wie de (neven)functie wordt verricht, of het al dan niet een (neven)functie betreft uit hoofde van het raadslidmaatschap en of de (neven)functie bezoldigd of onbezoldigd is.

  • 3.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Hoofdstuk 4. Informatie

  • 1.

    Het raadslid van het algemeen bestuur gaat zorgvuldig en correct om met de informatie waarover hij uit hoofde van zijn lidmaatschap van raad beschikt en zorgt ervoor dat vertrouwelijke en geheime informatie veilig wordt bewaard.

  • 2.

    Het raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen (nog) niet openbare informatie.

Hoofdstuk 5. Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

5.1 Geschenken, faciliteiten, diensten

  • 1.

    Een raadslid accepteert en biedt geen geschenken, faciliteiten en diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed.

  • 2.

    Het raadslid kan, tenzij het eerste lid van toepassing is, incidentele geschenken of faciliteiten en diensten die een geschatte waarde van € 50 of minder vertegenwoordigen, behouden.

  • 3.

    Geschenken die het raadslid uit hoofde van zijn ambt ontvangt en die een geschatte waarde van meer dan € 50 vertegenwoordigen worden, indien zij niet worden teruggestuurd, geregistreerd en eigendom van de gemeente.

  • 4.

    De griffier legt een register aan van de geschenken, faciliteiten en diensten met een geschatte hogere waarde dan € 50. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

  • 5.

    Geschenken worden niet op het huisadres ontvangen.

5.2 Excursies, evenementen

  • 1.

    Deelname aan excursies en evenementen voor rekening van anderen dan de gemeente het raadslid openbaar binnen één week nadat de excursie, dan wel het evenement heeft plaatsgevonden. Hij maakt daarbij in ieder geval openbaar wie deze kosten voor zijn/hun rekening heeft/hebben genomen.

  • 2.

    De informatie is via internet beschikbaar.

5.3 Buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

  • 1.

    Een raadslid meldt de griffier de buitenlandse reizen op uitnodiging van derden binnen één week na terugkeer in Nederland. Hij meldt in ieder geval wat het doel, de bestemming en de duur van de buitenlandse reis is geweest en wat daarvan de kosten waren.

  • 2.

    De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dit register. Het register is openbaar en via internet beschikbaar.

Hoofdstuk 6. Gebruik van voorzieningen van de gemeente

  • 1.

    Burgemeester en wethouders richt de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven, met heldere procedures over de wijze waarop functionele uitgaven rechtstreeks in rekening worden gebracht of kunnen worden gedeclareerd bij de gemeente.

  • 2.

    Het raadslid verantwoordt zich over zijn gebruik van de voorzieningen volgens de in het eerste lid vastgelegde regels en procedures.

    Een raadslid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed.

    Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente te eigen bate of ten bate van derden is, tenzij dit wettelijk is geregeld, niet toegestaan.

Hoofdstuk 7. Uitvoering gedragscode

  • 1.

    Op voorstel van de burgemeester/ gemeenteraad afspraken over de navolgende onderwerpen:

    • a.

      de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder;

    • b.

      de aanwijzing van contactpersonen of aanspreekpunten integriteit;

    • c.

      de processtappen die worden gevolgd ingeval van een vermoeden van een integriteitschending door een politieke ambtsdrager van de gemeente.

    • d.

      In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van gecertificeerde onderzoeksbureaus.

  • 2.

    De afspraken als bedoeld onder 1, zijn vastgelegd in het “Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers gemeente Rijswijk 2018” die onderdeel uitmaakt van de gedragscode.

Aldus besloten door de Raad van de gemeente Rijswijk, in zijn openbare vergadering van 23 april 2024

De gemeenteraad,

de griffier,

J.A. Massaar, bpa

de voorzitter,

H. Sahin

Hoofdstuksgewijze toelichting

Wettelijk kader

 

Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet).

 

Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raadsleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik om tot raadslid van het algemeen bestuur benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer(beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur naar eer en geweten zal vervullen.”

 

Persoonlijke belangen:

 

Een lid van een volksvertegenwoordiging neemt niet deel aan de stemming over

 

  • - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;

  • - de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort (artikel 28 Gemeentewet)

Het bestuursorgaan waakt ertegen dat tot het bestuursorgaan behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden (artikel 2:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht).

 

Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot stemonthouding:

 

Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

 

  • 1. In het eerste lid wordt “de stemming” vervangen door “de beraadslaging en stemming”.

  • 2. Onder vernummering van het tweede tot en met vierde lid tot derde tot en met vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende: 2. Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Incompatibiliteiten en nevenfuncties:

 

  • - Verboden overeenkomsten/handelingen: volksvertegenwoordigers mogen in geschillen, waar de gemeente(bestuur) partij is, niet als advocaat, adviseur of gemachtigde werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend.

  • - (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet).

  • - Op overtreding staat uiteindelijk de sanctie van schorsing en vervallenverklaring van het lidmaatschap van de volksvertegenwoordiging (artikelen X7, X7a en X8 Kieswet)

  • - Onverenigbaarheid van functies: het zijn van volksvertegenwoordiger sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). Dat leidt er uiteindelijk toe dat betrokkene ophoudt lid te zijn van de volksvertegenwoordiging (artikel X1 Kieswet)

  • - Openbaarmaking nevenfuncties: volksvertegenwoordigers maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. De lijst met nevenfuncties ligt ter inzage op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet).

 

Toelichting hoofdstuk 2  samenspel en onderlinge omgang

 

Dit onderdeel is belangrijk als het gaat hoe we de samenwerking tussen de raad, het college en de ambtelijke organisatie kunnen verbeteren. In de afgelopen periode zijn reeds een aantal acties op dit gebied in gang gezet. De werkgroep heeft een aantal voorstellen om het samenspel verder te versterken gedaan.

 

Er bestaat binnen de ambtelijke organisatie een grote bereidheid om de raad verdergaand te ondersteunen in het invullen van een deel van het raadswerk. Onder andere door ambtenaren vanuit hun expertise een grotere rol te geven tijdens Forumvergaderingen of het voorgestelde ambtelijke technische spreekuur. Hierbij wordt wel aangegeven dat correcte omgangsvormen en wederzijds respect rand voorwaardelijk zijn.

 

Dat betekent onder andere bijvoorbeeld dat de deskundigheid van individuele medewerkers niet in debat of op sociale media publiekelijk in twijfel wordt getrokken en dat er ook publiekelijk geen kritiek geleverd op het functioneren van individuele ambtenaren, ook worden ambtenaren hierbij niet met naam en toenaam genoemd.

 

Daarnaast is het rand voorwaardelijk dat raadsleden ervoor zorgen dat er geen sprake is van ongewenste fysieke nabijheid bij ambtenaren en medewerkers niet ongewenst en onaangekondigd gefilmd worden bij het uitoefenen van hun werk. Ook mogen er geen geluidsopnames gemaakt van overleggen of gesprekken. Vanzelfsprekend zijn intimidatie en (ongeoorloofde) druk uit den boze.

 

Het betekent ook dat tijdens presentatiefora, bewonersavonden of tijdens individuele gesprekken of ontmoetingen niet getracht wordt om politieke standpunten of opvattingen aan medewerkers te ontlokken en dat er bijvoorbeeld ook niet wordt geïnformeerd naar de politieke voorkeur van ambtenaren.

 

En het is van belang dat raadsleden niet onaangekondigd langskomen, zonder dat duidelijk is gemaakt dat men als raadslid aanwezig is of dat raadsleden (onaangekondigd) aanschuiven bij overleggen met een inwoner of ondernemer met wie een individuele zaak loopt.

 

Een en ander zal zijn beslag dienen te krijgen in het op te stellen statuut dat ziet op de omgangsvormen.

 

De gemeenteraad mag rekenen op de toewijding, betrokkenheid, betrouwbaarheid en deskundigheid van de ambtelijke organisatie. Op deze kernwaarden zijn de organisatie en ambtenaren aan te spreken. Omgekeerd verdienen de ambtelijke organisatie, en alle medewerkers die zich met hart en ziel inzetten voor de stad, het respect dat toegewijde, betrokken, betrouwbare en deskundige medewerkers verdienen.

 

Toelichting hoofdstuk Voorkomen van belangenverstrengeling

 

Toelichting

 

Het betreft een uitwerking van de wettelijke verplichting om nevenfuncties openbaar te maken. De informatie wordt neergelegd in een openbaar register. Het raadslid is verantwoordelijk voor de tijdige aanlevering van de informatie en voor de actualiteit daarvan.

 

Toelichting Hoofdstuk 4. Informatie

 

Wettelijk kader

 

Informatieplicht

 

Burgemeester en wethouders zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de volksvertegenwoordiging nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele volksvertegenwoordigers informatie vragen zal die informatie aan de volksvertegenwoordiging moeten worden verstrekt.

 

De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (169 Gemeentewet)

 

Geheimhouding

 

  • - Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht).

  • - Burgemeester en wethouders kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid.

  • - De geheimhoudingsplicht moet worden bevestigd door de volksvertegenwoordiging, als het stukken betreft die met de volksvertegenwoordiging worden gedeeld. Ook de gemeenteraad, dan wel (de voorzitter van) een commissie kunnen geheimhouding opleggen (artikelen 25, 55 en 86 Gemeentewet).

  • - De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de volksvertegenwoordiging is overgelegd – de volksvertegenwoordiging de geheimhouding opheft.

  • - Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).

Het is belangrijk de juiste maatregelen te treffen om te voorkomen dat onbevoegden vertrouwelijke en/of geheime gegevens kunnen bezitten, raadplegen of beschadigen. Daarbij moet in de digitale setting worden gedacht aan de beveiliging van de computer, smartphones e.d. met wachtwoorden en het niet onbeheerd achterlaten van USB-sticks met vertrouwelijke/geheime informatie.

 

Toelichting Hoofdstuk 5. Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en buitenlandse reizen op uitnodiging van derden

 

Wettelijk kader

 

De eed of belofte die het raadslid op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet afleggen heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling.

 

Toelichting

 

5.1 In de gedragscode is uitgangspunt dat geschenken, faciliteiten en diensten niet worden geaccepteerd als hiermee de onafhankelijke positie van het statenlid/ raadslid/lid van het algemeen bestuur kan worden beïnvloed. Dat is in ieder geval aan de orde in onderhandelingssituaties.

 

Is daarvan geen sprake dan kunnen om praktische redenen incidentele kleine geschenken (met een geschatte waarde van € 50 of minder) door het statenlid/raadslid/lid van het algemeen bestuur worden aanvaard, echter nooit op het huisadres. Dit is een in de praktijk ontstaan gebruikelijk richtbedrag maar is geen scherpe grens. Er zijn omstandigheden denkbaar waar elk geschenk, ongeacht de waarde, onacceptabel is. Duurdere geschenken worden in elk geval niet aanvaard. Zij worden teruggestuurd of worden eigendom van de gemeente die zorgt voor een goede bestemming van het geschenk. In een openbaar register wordt opgenomen welke geschenken van meer dan € 50 de gemeente heeft aanvaard en welke bestemming daaraan is gegeven.

 

5.2 en 5.3 Het gaat hier om excursies, evenementen en buitenlandse reizen die betrokkene als raadslid aanvaardt. Excursies, evenementen en buitenlandse reizen in de hoedanigheid van lid van een politieke partij vallen hier dus niet onder.

 

Wettelijk kader

 

Procedure van declaratie (modelverordeningen VNG en IPO)

 

Er zijn voor raadsleden voorschriften opgenomen in de gemeentelijke verordening over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten.

 

Buitenlandse excursie of reis voor raadsleden (modelverordeningen VNG en IPO)

 

De gemeenteraad kan een raadscommissie (of een delegatie uit de gemeenteraad) toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. Die excursie/ reis moet zijn georganiseerd door of vanwege de gemeente. De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente.

 

De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.

 

Hoofdstuk 6. Gebruik van voorzieningen van de gemeente

 

Toelichting

 

5.1 Aan raadsleden worden de voorzieningen, vergoedingen en andere verstrekkingen in bruikleen geboden die een goed functioneren van de volksvertegenwoordigers mogelijk maken. Wat betreft de uitwerking van de principes van dit stelsel zou kunnen worden aangesloten bij de werkwijze in het Voorzieningenbesluit dat geldt voor ministers en staatssecretarissen:

 

  • a. in beginsel worden voorzieningen en verstrekkingen in bruikleen ter beschikking gesteld;

  • b. indien een voorziening of verstrekking niet in bruikleen ter beschikking kan worden gesteld, wordt de factuur direct ten laste van de begroting van het bestuursorgaan betaald;

  • c. het vergoeden van voorzieningen en verstrekkingen achteraf door het indienen van declaraties, wordt tot een minimum beperkt;

  • d. voorzieningen, verstrekkingen en declaraties worden maandelijks openbaar gemaakt op internet.

Uitgangspunt is hier dat zo weinig mogelijk uitgaven door de volksvertegenwoordiger zelf worden gedaan via zijn of haar privérekening. Geldstromen tussen de rekening van het bestuursorgaan en de persoonlijke rekening van de volksvertegenwoordiger maken een zwaardere controle op de uitgaven noodzakelijk. Het raadslid zal zich nauwgezet moeten houden aan de regels en procedures die er met het oog hierop voor hem/haar gelden.

 

Hoofdstuk 7. Uitvoering gedragscode

 

Toelichting

 

7.1 De gemeenteraad is het hoogste bestuursorgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de inhoud van de gedragscode en voor een eenduidige interpretatie daarvan. En voor wijziging/aanvulling daarvan bij leemtes of onduidelijkheden.

 

7.2 De Gemeentewet verplicht de gemeenteraad om voor zichzelf en voor de bestuurders een gedragscode vast te stellen.

 

Aanvullend op de wettelijke regels die gelden voor politieke ambtsdragers, bevat de gedragscode een aantal materiële normen waaraan de politieke ambtsdragers zich committeren.

 

De burgemeester heeft de wettelijke taak om de bestuurlijke integriteit van zijn of haar gemeente te bevorderen (Art. 170 lid 2 Gemeentewet). Hiermee is de verantwoordelijkheid voor de portefeuille ‘integriteit’ duidelijk belegd. De wettelijke bepalingen bieden de ruimte om naar gelang de situatie handelend op te treden, waarbij niet alleen gedacht moet worden aan het optreden bij incidenten.

 

Belangrijk onderdeel is ook de preventie: ervoor te zorgen dat integriteit en integriteitsbewustzijn in de bestuurlijke gremia besproken blijven en daarbij afspraken te maken over een regelmatige bespreking van het thema integriteit, bijvoorbeeld een of twee keer per jaar, zowel in de volksvertegenwoordiging als met het bestuur.

 

De burgemeester hoeft hier niet alleen voor te staan. Een daartoe aangewezen contactpersoon of vertrouwenspersoon (bijvoorbeeld de griffier) kan hier in relatie tot de gemeenteraad eveneens een belangrijke rol in spelen. Goed denkbaar is ook dat de gemeenteraad met de commissaris van de burgemeester nadere afspraken maakt over de werkwijze die wordt gevolgd ingeval zich een incident of een vermoeden van een integriteitsschending voordoet. Dat geeft houvast en rust op het moment dat er gehandeld dient te worden. De gemeenteraad kan zelf onderling ook afspraken maken over hoe je elkaar aanspreekt.

 

Al deze processuele en procedurele afspraken zijn terug te vinden in de bijlage die onderdeel uitmaakt van de gedragscode. De onderwerpen, genoemd in 7.2, zijn niet uitputtend.

 

Naar boven