Overwegende:
dat de Soutmanstraat gelegen is binnen de bebouwde kom van Haarlem;
dat de Soutmanstraat in beheer is bij de gemeente Haarlem;
dat de Soutmanstraat een weg is als bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d van de WVW 1994;
dat gelet op bovengenoemd artikel het college van burgemeester en wethouders van Haarlem bevoegd is verkeersbesluiten te nemen voor deze wegen;
dat de bevoegdheid voor het nemen van verkeersbesluiten door het college van burgemeester en wethouders van Haarlem is gemandateerd aan het afdelingshoofd Beheer en Beleid Openbare Ruimte, waarbij ondermandaat is verleend aan de Teammanager beleid openbare ruimte;
dat de gemeentelijke wegencategorisering van Haarlem is opgenomen in de Structuurvisie Openbare Ruimte (hierna: SOR);
dat deze categorisering aansluit op de categorisering, zoals bedoeld in het landelijke beleid Duurzaam Veilig;
dat de Soutmanstraat gecategoriseerd is als erftoegangsweg binnen de bebouwde kom waarop een maximumsnelheid van 30 km/u geldt en daarmee deel uitmaakt van een verblijfsgebied;
dat de verblijfsfunctie op een erftoegangsweg prevaleert aan de verkeersfunctie;
dat op een gedeelte van de Soutmanstraat – tussen de perceelnummers 33 en het adres Maarten van Heemskerckstraat 59 – een evenement wordt georganiseerd onder de noemer ‘Leefstraat’;
dat de aanwezigheid van rijdende en/of geparkeerde voertuigen in combinatie met de geplande activiteiten op het gedeelte van de weg ongewenst is;
dat het dan ook noodzakelijk is om een geslotenverklaring in te stellen op het gedeelte van de weg om rijdende en/of geparkeerde voertuigen tegen te gaan;
dat aan beide zijden van de weg tussen de perceelnummers 33 en 27 en de perceelnummers 34 en 28 een verbod om stil te staan wordt ingesteld, zodat de mogelijkheid ontstaat voor voertuigen om te kunnen keren op de weg;
dat de hiervoor benoemde verkeersmaatregelen kunnen worden uitgevoerd door middel van het plaatsen van de verkeersborden C1 en E2 van bijlage 1 van het RVV 1990 gedurende de activiteiten van de Leefstraat, gepland van 23 augustus tot en met 7 september 2024;
dat gelet op artikel 12 van het BABW voor het plaatsen van de verkeersborden C1 en E2 van bijlage 1 van het RVV 1990 een verkeersbesluit is vereist; dat gelet op artikel 2 van de WVW 1994 de hiervoor benoemde verkeersmaatregel strekt tot het verzekeren van de veiligheid op de weg;
dat gelet op artikel 2 van het WVW 1994 het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer in het geding komt bij realisatie van de verkeersmaatregel;
dat gelet op voorgaande overwegingen het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer van ondergeschikt belang wordt geacht;
dat gelet op artikel 24 van het BABW overleg is gevoerd met de gemandateerde van de politie;
dat de politie heeft ingestemd met de hierna genoemde maatregel.